ZAKENRECHT
INLEIDING
HET GOEDERENRECHT GESITUEERD BINNEN HET VERMOGENSRECHT
Vermogensrecht betreft de regeling van patrimoniale 1 subjectieve rechten (aanspraak
formuleren, recht hebben op iets) in het vermogen en bestaat uit:
VERBINTENISSENRECHT
Dit betreft de regeling van vorderingsrechten.
Dit zijn persoonlijke rechten, de focus ligt op de rechtsband tussen 2 rechtssubjecten
(natuurlijke of rechtspersoon). Een rechtssubject heeft recht op een prestatie van een
ander rechtssubject.
Drie verschillende claims: “iets doen” vb huur betalen, “iets niet doen” vb kotbaas mag
niet zomaar in mijn kot komen, “iets geven” vb ik heb iets gekocht dus moet de verkoper
mij het gekochte goed overhandigen
Kenmerkend: ik kan aanspraak maken op het gedrag van iemand anders
Vb. Kotbaas en huurder: alle contracten hebben vorderingsrechten want huurder moet
maandelijks betalen (wordt van hem verwacht), de verhuurder spreekt hem dus aan dat
de huurder iets moet betalen maar ook de huurder kan zeggen dat de kotbaas niet
zomaar zijn kamer binnen mag komen.
Vb. Ik bestel een trui bij Zalando en betaal dit, Zalando moet mij dus conforme goederen
leveren.
Kan ontstaan uit:
o Overeenkomst/ contract
o Onrechtmatige daad vb Zara bijt tijdens het wandelen een autoband stuk is een
claim van een persoon op een andere persoon
o Zie ook: Art. 1650 oud BW en Art. 6.30 BW
Hier geldt contractuele vrijheid, partijen kunnen zelf vorderingsrechten creëren en dus in
contract schrijven wat ze willen maar uitzondering zoals drugs etc.
INTELLECTUELE RECHTEN
Dit betreft de regeling van de intellectuele rechten.
Dit is gegeven aan een auteur, een tijdelijk en exclusief exploitatierecht op een originele
creatie van de menselijke geest zoals een patent/ auteursrechten. Niemand anders mag
dit nadoen!
1
op geld waardeerbare zaken
1
,GOEDERENRECHT ART. 16 GW.
Dit betreft de regeling van de zakelijke rechten.
Hier wordt de focus gelegd op een rechtstreekse band als persoon op een goed, een
rechtssubject heeft aanspraak op een rechtsobject. Het rechtssubject krijgt rechtstreeks
zeggenschap over een bepaald goed.
ART. 3.3 BW GESLOTEN STELSEL VAN ZAKELIJKE RECHTEN:
Enkel de wetgever kan zakelijke rechten creëren, kan je niet zomaar zelf doen!
Zakelijke rechten:
o Eigendomsrecht
o Mede-eigendom
o Zakelijke gebruiksrechten
o Zakelijke zekerheden
Zakelijke gebruiksrechten:
o Erfdienstbaarheden: je hebt een stukje grond in eigendom maar toch mag de
plaatselijke boer over een deel van jouw grond rijden om tot zijn achterliggende
stuk te geraken
o Recht van vruchtgebruik: je erft een woning maar ontvangt slechts enkele delen
en vruchtgebruik ligt bij iemand anders
o Erfpacht
o Opstal
Zakelijke zekerheden:
o Bijzondere voorrechten
o Pand: iets in pand geven’ = ik heb geld nodig en ga iets afgeven voor een som
geld, nadien krijg ik het terug vb fiets huren aan zee
o Hypotheek: lening die je krijgt bij de bank bij aankoop van een woning, als jij jouw
lening niet afbetaald kan de bank de woonst verkopen en het geld zelf bijhouden
o Retentierecht: voor herstelling met je wagen naar de garage en kostprijs is €2000,
garage heeft retentierecht = als ik niet betaal kan de garage mijn auto bijhouden
als zekerheid tot ik die €2000 heb betaald
Hier geldt het gesloten systeem (numerus clausus), partijen kunnen zelf geen zakelijke
rechten creëren dit kan enkel de wetgever!
2
, Bijkomende zakenrechten: aanspraak op de geldwaarde van een goed, bank kan woning
verkopen en heeft recht op geldwaarde van je woning als jij de lening niet afbetaald en
krijgt als eerste een deel van de verkoopsom
DE MODERNISERING VAN HET GOEDERENRECHT
Nieuwe wet van 4 februari 2020 houdende Boek 3 “Goederen” van het Burgerlijk
Wetboek werd hervormd, inwerkingtreding vanaf 1 september 2021.
HET BELANG VAN HET GOEDERENRECHT
MAATSCHAPPELIJKE WELVAART
Dit is een rechtvaardige en efficiënte juridische regeling van de toekenning van zakelijke
rechten, is belangrijk voor evenwicht in de maatschappij en duidt aan wie eigenaar is
(onroerend goed?).
VERMOGEN VAN DE BURGER
Welke aanspraken je op welke goederen kan laten gelden, bepaalt de omvang van je
vermogen. Een balans geeft het totale vermogen weer: bezittingen, momentele en
toekomstige eventuele verwervingen vb een hypotheek.
HET VERKRIJGEN VAN KREDIET
Mate waarin je over bepaalde zakelijke rechten op goederen beschikt, bepaalt de mate
waarin je krediet kan krijgen. Als je al over veel goederen beschikt, zal de bank je sneller
krediet geven.
BEGRIPPEN
VOORWERPEN ART. 3.38 - 3.40 BW
Voorwerp: alles behalve mensen en dieren2, ongeacht of het voorwerp natuurlijk of
kunstmatig, lichamelijk of onlichamelijk is
Natuurlijke goederen: vb zonlicht, glas, een appel van de boom, goud in ondergrond
2
dieren zijn er vrij recent bij gekomen, krijgen een hele boel rechten ter bescherming
tegen mishandeling en hebben gevoelsvermogen & biologische noden
3
INLEIDING
HET GOEDERENRECHT GESITUEERD BINNEN HET VERMOGENSRECHT
Vermogensrecht betreft de regeling van patrimoniale 1 subjectieve rechten (aanspraak
formuleren, recht hebben op iets) in het vermogen en bestaat uit:
VERBINTENISSENRECHT
Dit betreft de regeling van vorderingsrechten.
Dit zijn persoonlijke rechten, de focus ligt op de rechtsband tussen 2 rechtssubjecten
(natuurlijke of rechtspersoon). Een rechtssubject heeft recht op een prestatie van een
ander rechtssubject.
Drie verschillende claims: “iets doen” vb huur betalen, “iets niet doen” vb kotbaas mag
niet zomaar in mijn kot komen, “iets geven” vb ik heb iets gekocht dus moet de verkoper
mij het gekochte goed overhandigen
Kenmerkend: ik kan aanspraak maken op het gedrag van iemand anders
Vb. Kotbaas en huurder: alle contracten hebben vorderingsrechten want huurder moet
maandelijks betalen (wordt van hem verwacht), de verhuurder spreekt hem dus aan dat
de huurder iets moet betalen maar ook de huurder kan zeggen dat de kotbaas niet
zomaar zijn kamer binnen mag komen.
Vb. Ik bestel een trui bij Zalando en betaal dit, Zalando moet mij dus conforme goederen
leveren.
Kan ontstaan uit:
o Overeenkomst/ contract
o Onrechtmatige daad vb Zara bijt tijdens het wandelen een autoband stuk is een
claim van een persoon op een andere persoon
o Zie ook: Art. 1650 oud BW en Art. 6.30 BW
Hier geldt contractuele vrijheid, partijen kunnen zelf vorderingsrechten creëren en dus in
contract schrijven wat ze willen maar uitzondering zoals drugs etc.
INTELLECTUELE RECHTEN
Dit betreft de regeling van de intellectuele rechten.
Dit is gegeven aan een auteur, een tijdelijk en exclusief exploitatierecht op een originele
creatie van de menselijke geest zoals een patent/ auteursrechten. Niemand anders mag
dit nadoen!
1
op geld waardeerbare zaken
1
,GOEDERENRECHT ART. 16 GW.
Dit betreft de regeling van de zakelijke rechten.
Hier wordt de focus gelegd op een rechtstreekse band als persoon op een goed, een
rechtssubject heeft aanspraak op een rechtsobject. Het rechtssubject krijgt rechtstreeks
zeggenschap over een bepaald goed.
ART. 3.3 BW GESLOTEN STELSEL VAN ZAKELIJKE RECHTEN:
Enkel de wetgever kan zakelijke rechten creëren, kan je niet zomaar zelf doen!
Zakelijke rechten:
o Eigendomsrecht
o Mede-eigendom
o Zakelijke gebruiksrechten
o Zakelijke zekerheden
Zakelijke gebruiksrechten:
o Erfdienstbaarheden: je hebt een stukje grond in eigendom maar toch mag de
plaatselijke boer over een deel van jouw grond rijden om tot zijn achterliggende
stuk te geraken
o Recht van vruchtgebruik: je erft een woning maar ontvangt slechts enkele delen
en vruchtgebruik ligt bij iemand anders
o Erfpacht
o Opstal
Zakelijke zekerheden:
o Bijzondere voorrechten
o Pand: iets in pand geven’ = ik heb geld nodig en ga iets afgeven voor een som
geld, nadien krijg ik het terug vb fiets huren aan zee
o Hypotheek: lening die je krijgt bij de bank bij aankoop van een woning, als jij jouw
lening niet afbetaald kan de bank de woonst verkopen en het geld zelf bijhouden
o Retentierecht: voor herstelling met je wagen naar de garage en kostprijs is €2000,
garage heeft retentierecht = als ik niet betaal kan de garage mijn auto bijhouden
als zekerheid tot ik die €2000 heb betaald
Hier geldt het gesloten systeem (numerus clausus), partijen kunnen zelf geen zakelijke
rechten creëren dit kan enkel de wetgever!
2
, Bijkomende zakenrechten: aanspraak op de geldwaarde van een goed, bank kan woning
verkopen en heeft recht op geldwaarde van je woning als jij de lening niet afbetaald en
krijgt als eerste een deel van de verkoopsom
DE MODERNISERING VAN HET GOEDERENRECHT
Nieuwe wet van 4 februari 2020 houdende Boek 3 “Goederen” van het Burgerlijk
Wetboek werd hervormd, inwerkingtreding vanaf 1 september 2021.
HET BELANG VAN HET GOEDERENRECHT
MAATSCHAPPELIJKE WELVAART
Dit is een rechtvaardige en efficiënte juridische regeling van de toekenning van zakelijke
rechten, is belangrijk voor evenwicht in de maatschappij en duidt aan wie eigenaar is
(onroerend goed?).
VERMOGEN VAN DE BURGER
Welke aanspraken je op welke goederen kan laten gelden, bepaalt de omvang van je
vermogen. Een balans geeft het totale vermogen weer: bezittingen, momentele en
toekomstige eventuele verwervingen vb een hypotheek.
HET VERKRIJGEN VAN KREDIET
Mate waarin je over bepaalde zakelijke rechten op goederen beschikt, bepaalt de mate
waarin je krediet kan krijgen. Als je al over veel goederen beschikt, zal de bank je sneller
krediet geven.
BEGRIPPEN
VOORWERPEN ART. 3.38 - 3.40 BW
Voorwerp: alles behalve mensen en dieren2, ongeacht of het voorwerp natuurlijk of
kunstmatig, lichamelijk of onlichamelijk is
Natuurlijke goederen: vb zonlicht, glas, een appel van de boom, goud in ondergrond
2
dieren zijn er vrij recent bij gekomen, krijgen een hele boel rechten ter bescherming
tegen mishandeling en hebben gevoelsvermogen & biologische noden
3