Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Ontwerpvraagstukken in Onderwijs

Rating
-
Sold
2
Pages
52
Uploaded on
29-06-2025
Written in
2024/2025

Deze samenvatting omvat alle stof van het vak Ontwerpvraagstukken in Onderwijs. Het document bestaat uit alle hoorcolleges, het belangrijkste uit de literatuur en werkgroepen.

Institution
Course

Content preview

Leren
 Begrijpen van mechanismen achter leren. Hoe kunnen we het leren
beter maken?
 Leren gebeurt ook in de opvoedsituaties en gebeurt ook door
volwassenen (bijv. door veranderingen binnen organiseren).
 Is het effectief wat we leren?

Toolbox voor pedagogen en onderwijswetenschappers
Toolbox kun je aanpassen en wat je leert in school- en gezinscontexten kun
je overal voor gebruiken.

Wat is leren?
 Verschillende opvattingen over de uitkomsten van leren.
 Er is geen hoofddefinitie van leren.
 Hoewel mensen van mening verschillen kunnen we veronderstellen
dat: leren ontstaat wanneer een bepaalde ervaring een relatief
permanente verandering teweegbrengt in iemands gedrag.
 De veranderingen kunnen overal plaatsvinden
o Formeel = klaslokaal. Structuur, expliciete doelen, toetsing,
scholingsinstituten, uitkomst; diploma
o Informeel = bij koffiezetapparaat of tijdens series kijken.
Natuurlijke vorm van leren, minder structuur: de ouder heeft
geen plan om je te leren hoe je een fietsband plakt, geen
doelen, geen toets, zelfgestuurd. Het hele leerproces gaat op
eigen initiatief.
o Non-formeel = minder structuur, maar wel soort van structuur
(want e-learning heeft wel een soort van structuut), minder
doelen, wel feedback, maar geen toets. Soms kun je een
certificaat halen van deelname, maar geen diploma. Coaching
en workshops.




3 criteria van leren

, 1. Verandering: leren leidt tot een verandering in gedrag of vermogen,
hoewel het wordt afgeleid uit acties, woorden of schrijven. Sommige
vormen van leren vinden plaats zonder onmiddellijke demonstratie.
2. Uithoudingsvermogen (permanente verandering): leren moet in de
loop van de tijd aanhouden, met uitzondering van tijdelijke
veranderingen veroorzaakt door medicijnen, vermoeidheid of andere
kortetermijnfactoren, hoewel vergeten kan voorkomen.
3. Op ervaring gebaseerd: leren is het resultaat van oefening en
observatie, niet alleen van rijping. Hoewel genetica de ontwikkeling
beïnvloedt (bijv. taalverwerving), speelt interactie met de omgeving
een cruciale rol bij het vormgeven van aangeleerd gedrag.

Leren gaat over verandering in gedrag (1e criterium)
 Leren = verandering in gedrag → opgedane ervaringen etc.
 Dat wat je al eerder hebt geleerd kan je op een andere context
inzetten (transfer)
 Leren wordt beoordeeld op wat mensen zeggen en doen
 De kennis en vaardigheden ontstaan in een complex samenspel
tussen de persoon en de omgeving (waar het leren gebeurt)
 Het is een spel van kennis geven en nemen
 Affectie speelt een belangrijke rol
 Een stabiele verandering van gedrag is het eerste criterium van
leren

Leren gaat over gedragsveranderingen over tijd (2e criterium)
 Leren blijft mogelijk niet voor altijd bestaan omdat we ook wel eens
wat vergeten en dan speelt de omgeving een belangrijke rol als
stimulans (wat weet je erover?)
 Kortdurende veranderingen ondersteunt niet leren
 Leren verandert over de langere tijd

Leren gaat over ervaring (3e criterium)
 Door rijping en erving (natuurlijke groei) en dit sluiten we uit bij de
definitie van leren omdat het vanzelf gaat
 Hangt af van de omgeving, bijv. taal. Je kan taal produceren, maar
de ontwikkeling van taal is afhankelijk van de interactie met de
omgeving
 Kinderen die niet uitgedaagd worden om niets te leren, dan ontstaat
het ook niet
 De omgeving moet dus responsief zijn voor de omgeving van het
kind
 Leren gaat dus over een ervaring op doen

2 hoofdvisies leertheorieën
 Rationalisme (Plato, Descartes, Kant) beweert dat kennis voortkomt
uit rede en aangeboren ideeën in plaats van zintuiglijke ervaring.
Plato geloofde dat ware kennis in de geest bestaat en wordt
herinnerd door reflectie. Descartes benadrukte rede en twijfel, en
zei: "Ik denk, dus ik ben." Kant verfijnde het rationalisme door te
stellen dat de geest orde oplegt aan zintuiglijke informatie.

,  Empirisme (Aristoteles, Locke, Hume, Mill) beweert dat kennis
voortkomt uit ervaring. Aristoteles benadrukte leren door zintuiglijke
indrukken en associaties. Locke stelde voor dat de geest begint als
een "blanco blad" (tabula rasa) en kennis verwerft door ervaring.
Latere empiristen zoals Hume en Mill onderzochten verder hoe
ideeën zich associëren en combineren in het leren.

2 vroege scholen van psychologie
Er zijn twee vroege scholen van psychologie:
 Structuralisme (Titchener), dat de structuur van het bewustzijn
probeerde te analyseren door middel van introspectie, maar werd
bekritiseerd omdat het onbetrouwbaar was.
 Functionalisme (James, Dewey), dat zich richtte op hoe mentale
processen individuen helpen zich aan te passen aan hun omgeving,
wat van invloed was op de onderwijspsychologie en later het
behaviorisme.

De rol van onderwijs in leren




 Met als doel een permanente gedragsverandering bij de leerlingen
te vormen
o Uitwendige verandering = observeerbaar (toetsresultaat) →
kan verborgen blijven totdat er een appel kan worden gedaan
o Inwendige verandering = interne processen (om een taal te
kunnen spreken)

Niet-leren en afleren
 Niet-leren: ‘An active, often ingenious, willful rejection of even the
most compassionate and well-designed teaching’ (Kohl, 1991).
o Vraagt om enorme wilskracht
o Bijv. weigeren om op te letten, doen alsof je iets niet snapt,
Het door elkaar halen van gedachten, het onderdrukken van
nieuwsgierigheid
 Afleren: Het loslaten van iets wat je hebt geleerd (bijv. slechte
gewoonten, onjuiste of genuanceerde informatie) uit je geheugen.
o Voelt vaak heel oncomfortabel
 Niet al het onderwijs leidt tot iets leren
 Niet-leren = de persoon gaat zich afsluiten en eraan mee te werken.
Hij/zij gaat zich “dom” gedragen (‘ik weet het niet’ en een laxe
houding hebben). Vereist wilskracht. Afwijzing van iets willen leren,

, want eigenlijk zijn kinderen van nature nieuwsgierig. Je wil iets niet
leren door angst → er zit een gevoel bij.
 Afleren = loslaten van dingen die slecht voor je zijn. Kennis of
vaardigheden moeten worden aangepast en dat voelt
ongemakkelijk. Dat heeft tijd nodig.

Wanneer vindt (niet-/af-) leren plaats?
Afstemming tussen ontwikkelingsbehoefte tijdens een bepaalde periode
(kritieke) en wat de omgeving te bieden heeft. En dat gaat soms fout
(zoals meisje dat werd verwaarloosd, die ontwikkelt geen taal).

Hoe vindt het leren plaats?
 Leren ontstaat wanneer een bepaalde ervaring een verandering
teweegbrengt:
o Sociaal-affectief
o Cognitief
o Gedrag
o Psychomotorisch
Dat zijn leeruitkomsten en dat willen we veranderen
 En dat doen we expliciet = iets leren over een onderwerp van een
docent
 Impliciet = iets ergens horen
 Informeel = een zomerkamp waar je dingen leert
 Formeel = bedachte setting zoals school
 Intentioneel = iedere dag wordt er geleerd
 Incidenteel = er zit geen regelmaat in wat je leert
Hoe we instructie geven om de omgeving te ontwerpen:
 Behaviorisme = pavlov ’s hond (conditioneren). Gedrag aanleren
 Cognitivisme = verandering in cognitie
 Constructivisme = construeren van kennis
Dit speelt allemaal een rol in het ontwerpen van onderwijs
(onderwijspraktijk) → hoe ontwerpen we onderwijs?
Theorie biedt diepgaande beschrijving hoe kinderen en mensen denken en
leren. Geeft definitie hoe leren plaatsvindt → grondslagen van leren

Bruggen bouwen
Twee soorten kennis en vaardigheden
1. Je moet je kunnen inleven in je leerkracht (perspectief). Je moet je in
diegene kunnen verplaatsen. Als arts kan je bijv. niet iets
voorschrijven zonder te weten waar de pijn is (je neemt dan een
anamnese af). Als onderwijskundige maak je dus een analyse van
het leerprobleem en je gaat ook degene die moet leren analyseren.
Wie is het en wat zijn hun kenmerken? Wat past bij diegene?
2. Theoretisch-inhoudelijke kennis als basis voor evidence-informed
practice.
 Selectie
 Integreren = verschillende elementen vanuit verschillende
perspectieven gebruiken voor je advies om hem goed te
onderbouwen.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
June 29, 2025
Number of pages
52
Written in
2024/2025
Type
SUMMARY

Subjects

$8.53
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
sarah121 Erasmus Universiteit Rotterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
91
Member since
1 year
Number of followers
0
Documents
10
Last sold
2 weeks ago

4.3

3 reviews

5
1
4
2
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions