dfFocus Breed – semester 1 + 2
COMPONENTEN VAN HET ‘ZELF’
1. De eerste indruk en non-verbale communicatie
1.1 Waarom Communiceren Mensen?
Mensen communiceren primair om te overleven en hun basisbehoeften te bevredigen. Dit
omvat biologische motieven, zoals de drang naar voedsel, veiligheid en voortplanting, die
samenwerking en communicatie vereisen. Daarnaast zijn er sociale motieven, voortkomend uit de
behoefte aan aandacht, erkenning, invloed, genegenheid en een positief zelfbeeld. Het zelfbeeld
wordt sterk gevormd door de reacties van anderen en is een belangrijke drijfveer voor
interpersoonlijke communicatie. Tot slot spelen maatschappelijke motieven een rol, zoals het streven
naar kennisoverdracht, zelfontplooiing en het aangaan van contacten binnen en tussen sociale
groepen, wat essentieel is voor het voortbestaan van een samenleving.
1.2 Communicatie van naderbij bekeken
Alle gedrag is communicatie; zelfs stilte of het negeren van een bericht stuurt een boodschap uit.
Mensen interpreteren voortdurend het gedrag van anderen, wat leidt tot actie-reactie.
De vervormingsdriehoek illustreert de kloof tussen wat een zender bedoelt te communiceren en wat
onbedoeld wordt overgebracht, wat kan leiden tot misverstanden. Om deze kloof te verkleinen,
zijn emotionele verbinding en interactietechniek cruciaal. Emotionele verbinding betekent
afstemmen op de ontvanger, die altijd het startpunt van communicatie is. Interactietechniek omvat
het aanpassen van de boodschap aan de kennis en het taalniveau van de ontvanger om accurate
interpretatie te waarborgen. Effectieve communicatie vereist zowel verbale als non-verbale
vaardigheden.
1.3 De vele gezichten van een eerste indruk
Je krijgt maar één kans op een goede eerste indruk. Binnen enkele seconden vormen mensen een
primitief oordeel over een ander op basis van zintuiglijke informatie. Deze snelle oordeelsvorming is
geworteld in de evolutieleer, waarbij het vermogen om snel gevaar te taxeren essentieel was voor
overleving. Bij een eerste ontmoeting beoordelen mensen onbewust
de benaderbaarheid, jeugdigheid/aantrekkelijkheid en dominantie van de ander, waarbij
gezichtsuitdrukkingen een belangrijke rol spelen. Hoewel pseudowetenschappen zoals frenologie
geen wetenschappelijke basis hebben, hechten we intuïtief waarde aan uiterlijke kenmerken. De
eerste indruk beïnvloedt verwachtingen, wat leidt tot het halo-effect (positieve eigenschap leidt tot
veronderstelling van andere positieve eigenschappen) en het horn-effect (negatieve eigenschap leidt
tot veronderstelling van andere negatieve eigenschappen). Bewustzijn van deze effecten is belangrijk
om objectiever te kunnen oordelen. De eerste indruk is ook nauw verbonden met het zelfbeeld,
aangezien we ons gedrag aanpassen om een positief beeld van onszelf te creëren (impression
management).
Reflection Questions:
Hoe beïnvloeden jouw eigen biologische, sociale en maatschappelijke behoeften jouw dagelijkse
communicatie met anderen?
, Kun je een voorbeeld geven van een situatie waarin de vervormingsdriehoek leidde tot een misverstand
in jouw communicatie, en hoe had je dit kunnen voorkomen?
Reflecteer op een recente eerste indruk die je van iemand had. Welke non-verbale signalen droegen bij
aan die indruk en in hoeverre denk je dat het halo- of horn-effect een rol speelde?
Hoe kun je bewust de SOFTEN-formule toepassen in jouw interacties om een positievere eerste indruk
te maken, met name in een professionele context zoals het onderwijs?
Op welke manieren kun je jouw bewustzijn van de non-verbale signalen van anderen vergroten om
effectiever te communiceren en relaties op te bouwen?
1.4 Non-verbale Communicatie
1.4.1 De SOFTEN-formule voor een Eerste Indruk
Om een goede eerste indruk te maken, is een expressieve en geanimeerde manier van
communiceren vaak effectief, bekend als de expressivity halo. Dit suggereert dat mensen zich meer
op hun gemak voelen bij personen die makkelijk te 'lezen' zijn. De SOFTEN-formule, geïntroduceerd
door psycholoog Arthur Wassmer, biedt concrete handvatten voor een positieve eerste indruk: Smile
(glimlachen) toont waardering en vriendelijkheid, en is veelzijdig in gebruik, van begroeting tot het
sturen van een gesprek. Een Open posture (open lichaamshouding) met ongekruiste armen en benen
duidt op openheid en verhoogt de informatieopname. Forward lean (naar voren leunen) toont
betrokkenheid, interesse en enthousiasme. Touch (aanraking), zoals een korte aanraking op de
schouder, kan acceptabel zijn, maar vereist voorzichtigheid vanwege culturele en persoonlijke
gevoeligheden; een alternatieve interpretatie van de 'T' is Time (tijd), wat betekent de spreker de
ruimte geven zonder onderbreking. Eye contact (oogcontact) is essentieel om te laten zien dat je
luistert en reguleert het gesprek, terwijl Nod (knikken) non-verbale feedback geeft, waarbij de
snelheid van knikken verschillende betekenissen kan overbrengen.
1.4.2 Wat is Non-verbale Communicatie?
Non-verbale communicatie omvat alle communicatieve aspecten die worden uitgedrukt zonder
gesproken taal of linguïstische middelen. Hoewel vaak gelijkgesteld aan lichaamstaal, is lichaamstaal
slechts één drager van non-verbale informatie. Andere dragers zijn onder meer kledij, accessoires,
ruimtegebruik en omgang met tijd. Non-verbale signalen kunnen zowel bewust (zoals oogrollen als
reactie) als onbewust (zoals geeuwen bij vermoeidheid) worden uitgestuurd. Sterke emoties kunnen
zich ook onbewust manifesteren via fysieke veranderingen, zoals een veranderde huidskleur bij schrik
of woede.
1.4.3 Aspecten van Non-verbaal Gedrag
Het uiterlijk bestaat uit lichamelijke kenmerken (haarkleur, lichaamsbouw) en lichamelijke
verzorging (kledij, make-up, nagels). Uiterlijk en kledij bepalen mede de eerste indruk; men reageert
positiever op een vergelijkbare stijl, en verzorgdheid verhoogt de
geloofwaardigheid. Paralinguïstiek betreft de manier van praten (articulatie, toonhoogte, volume,
tempo, klemtonen). Afwijkingen van het normale spreektempo of toonhoogte kunnen negatief
worden ervaren. Lichaamshouding en motoriek (manier van lopen, zitten, staan) weerspiegelen vaak
iemands gevoelstoestand; een open houding (ledematen uit elkaar) wordt positiever beoordeeld dan
een gesloten houding (gekruiste armen/benen) en duidt op meer zelfvertrouwen.
Onbewuste synchronisatie van bewegingen kan duiden op onderlinge sympathie of
hiërarchie. Gebaren en handgebruik worden onderverdeeld in representatieve gebaren (vaste,
cultureel bepaalde betekenis, zoals duim omhoog) en expressieve gebaren (weerspiegelen
gemoedstoestand, ook als men alleen is). Nervositeit kan zich uiten in schokkerige gebaren, terwijl
,een ontspannen houding gepaard gaat met vloeiende handgebaren. Mimiek (gezichtsuitdrukkingen)
geeft aan hoe men over de ander of het onderwerp denkt, en ogen zijn cruciaal voor oogcontact, wat
essentieel is voor het gaande houden van een gesprek en het overbrengen van emoties. Afstand en
nabijheid (proxemics) geven de aard van de relatie aan, met vier zones: intieme, persoonlijke, sociale
en publieke zone. De gekozen afstand communiceert welk soort contact men wenst. Stilte kan
onbehaaglijk zijn, maar biedt ook ruimte voor reflectie en het laten doordringen van woorden.
1.4.4 Acht Vormen van Non-verbale Communicatie (Verdieping)
Hoewel er geen universele classificatie bestaat, worden non-verbale signalen vaak onderverdeeld in
verschillende kanalen. Lichaamsbewegingen (kinesics) omvatten gebaren, lichaamsbewegingen,
gelaatsuitdrukkingen, ooggedrag en lichaamshouding. Binnen kinesics onderscheidt
men emblemen (symbolische handelingen met vaste verbale betekenis, zoals ja-
knikken), illustratoren (complementair aan verbale communicatie, zoals gebaren die woorden
accentueren of ideeën schetsen), uitingen van emoties (vooral zichtbaar in het gezicht en
paralinguïstiek), regulatoren (beheer van interacties, zoals oogcontact om een gesprek te sturen),
en adaptoren (onbewuste bewegingen, vaak bij stress, zoals krabben of met objecten spelen).
Adaptoren worden verder onderverdeeld in zelf-adaptoren (gericht op het eigen lichaam), alter-
adaptoren (gericht op de ander en de relatie), en object-adaptoren (manipulatie van objecten),
functies van lichaamsbewegingen. Fysiek voorkomen bestaat uit lichamelijke
kenmerken (lichaamstype, haarkleur) en verzorging (kledij, make-up), die mede de eerste indruk
bepalen en worden gebruikt voor impression management. Aanrakingsgedrag (haptics) is een
primaire communicatievorm, essentieel voor welzijn, en omvat begroetingsrituelen en
omhelzingen. Paralinguïstisch gedrag (paralinguistics, vocalis) betreft stemkwaliteit en
vocalisaties. Persoonlijke ruimte en territorialiteit (proxemics) beschrijft de zones van
Hall. Omgeving omvat objecten en omgevingskenmerken die bijdragen aan identiteitsclaims. Tijd
(chronemics) verwijst naar de beleving van tijd (monochroon of polychroon). Geur (olfactics), zoals
feromonen, speelt ook een rol in communicatie.
1.4.4.1 Functies van Lichaamsbewegingen
Lichaamsbewegingen hebben diverse functies: bijkomende bevestiging van verbale communicatie
(knikken bij ja), beklemtonen van verbale communicatie (slaan op tafel), vervanging van verbale
communicatie (nee schudden), tegenspreken of afzwakken van verbale communicatie (twijfelend
hoofd schudden bij bevestiging), affectieve ondersteuning (bezorgde frons), en structureren en
reguleren van verbale communicatie (interactiemanagement, zoals oogcontact om een gesprek te
sturen).
Reflection Questions:
Hoe kun je de SOFTEN-formule bewust toepassen in verschillende sociale en professionele situaties om
je communicatie te verbeteren?
Welke onbewuste non-verbale signalen denk je dat je uitzendt, en hoe zou je deze kunnen identificeren
en eventueel aanpassen?
Op welke manieren beïnvloedt kledij en uiterlijke verzorging jouw eerste indruk van anderen, en ben je
je bewust van de indruk die jouw eigen uiterlijk maakt?
Hoe kun je non-verbale communicatie, zoals oogcontact en lichaamshouding, effectief inzetten in een
onderwijssetting om de betrokkenheid van leerlingen te vergroten?
, Denk na over een situatie waarin non-verbale signalen in tegenspraak waren met verbale
communicatie. Hoe interpreteerde je die situatie, en wat leerde je over de kracht van non-verbale
communicatie?
1.4.5 Aanraking en Hiërarchie
Aanraking is een complexe en contextafhankelijke vorm van communicatie. De betekenis ervan wordt
bepaald door factoren zoals cultuur, de aard van de relatie en de manier van aanraken. Aanraking kan
veel zeggen over de status en hiërarchie tussen individuen. Bijvoorbeeld, een leerling die een leraar
een schouderklopje geeft, wordt als ongepast beschouwd vanwege de hiërarchische verhouding.
Complimenten en aanrakingen tussen gelijken, zoals collega's, dienen vaak om de relatie te
versterken, wat de invloed van sociale dynamiek op dit communicatiekanaal illustreert.
1.4.6 Paralinguïstisch Gedrag: De Kracht van de Stem
Paralinguïstisch gedrag omvat alle vocale aspecten van communicatie behalve de gesproken woorden
zelf. De stem is hierbij cruciaal; kenmerken zoals rokersstem of hese stem onthullen veel over een
persoon. De stem heeft een aanzienlijke aantrekkingskracht en is essentieel in diverse beroepen zoals
leraar of zanger. Iedereen bezit een 'voice set', gevormd door biologische (leeftijd, geslacht) en
sociale kenmerken, emotionele toestand en de situatie, die de spreekwijze beïnvloedt.
1.4.6.1 Stemkwaliteit en Vocalisaties
De stemkwaliteit omvat permanente stemkenmerken zoals toonhoogtebereik, tempo, ritme,
resonantie en articulatie-controle. Deze kenmerken helpen bij het identificeren van een persoon, zelfs
zonder visueel contact. Ze zijn gekoppeld aan socio-demografische en
persoonlijkheidsvariabelen. Vocalisaties zijn akoestische signalen zoals lachen, wenen, gillen of
zuchten. Bij zowel mens als dier spelen vocalisaties een grote rol in communicatie, vaak gericht op het
aantrekken, afstoten of beïnvloeden van anderen. Vocalisaties kunnen worden onderverdeeld in
vocale uitingen, vocale kwalificaties (die emotionele toestand of situatie duiden), en vocale buffers
zoals "hm". Ook stiltes en pauzes zijn belangrijke aspecten van paralinguïstisch gedrag; de duur en
aard ervan kunnen ongemakkelijkheid veroorzaken in onze cultuur, maar bieden ook ruimte voor
reflectie en verwerking.
1.4.7 Persoonlijke Ruimte en Territorialiteit (Proxemics)
Proxemics, geïntroduceerd door antropoloog Hall, bestudeert hoe mensen onbewust hun
'microspace' structureren en gebruiken in sociale en culturele situaties. Dit omvat de afstand tussen
mensen tijdens interacties, de organisatie van ruimte in gebouwen en zelfs steden. Persoonlijke
ruimte is de aanpasbare 'luchtbel' rond een individu, die bescherming biedt tegen fysieke en
emotionele bedreigingen. De grootte van deze ruimte varieert per cultuur, situatie en
persoon. Territorialiteit verwijst naar het bezetten en verdedigen van een vast geografisch gebied als
exclusief domein, zoals een groep leerlingen die een deel van het schoolplein claimt. Hall
onderscheidt vier zones van intimiteit: de intieme zone (0-0.5m), de persoonlijke zone (0.5-1.5m), de
sociale zone (1.5-3m) en de publieke zone (vanaf 3m). Deze zones bepalen de acceptabele afstand
voor verschillende niveaus van interactie en geven de aard van de relatie aan.
COMPONENTEN VAN HET ‘ZELF’
1. De eerste indruk en non-verbale communicatie
1.1 Waarom Communiceren Mensen?
Mensen communiceren primair om te overleven en hun basisbehoeften te bevredigen. Dit
omvat biologische motieven, zoals de drang naar voedsel, veiligheid en voortplanting, die
samenwerking en communicatie vereisen. Daarnaast zijn er sociale motieven, voortkomend uit de
behoefte aan aandacht, erkenning, invloed, genegenheid en een positief zelfbeeld. Het zelfbeeld
wordt sterk gevormd door de reacties van anderen en is een belangrijke drijfveer voor
interpersoonlijke communicatie. Tot slot spelen maatschappelijke motieven een rol, zoals het streven
naar kennisoverdracht, zelfontplooiing en het aangaan van contacten binnen en tussen sociale
groepen, wat essentieel is voor het voortbestaan van een samenleving.
1.2 Communicatie van naderbij bekeken
Alle gedrag is communicatie; zelfs stilte of het negeren van een bericht stuurt een boodschap uit.
Mensen interpreteren voortdurend het gedrag van anderen, wat leidt tot actie-reactie.
De vervormingsdriehoek illustreert de kloof tussen wat een zender bedoelt te communiceren en wat
onbedoeld wordt overgebracht, wat kan leiden tot misverstanden. Om deze kloof te verkleinen,
zijn emotionele verbinding en interactietechniek cruciaal. Emotionele verbinding betekent
afstemmen op de ontvanger, die altijd het startpunt van communicatie is. Interactietechniek omvat
het aanpassen van de boodschap aan de kennis en het taalniveau van de ontvanger om accurate
interpretatie te waarborgen. Effectieve communicatie vereist zowel verbale als non-verbale
vaardigheden.
1.3 De vele gezichten van een eerste indruk
Je krijgt maar één kans op een goede eerste indruk. Binnen enkele seconden vormen mensen een
primitief oordeel over een ander op basis van zintuiglijke informatie. Deze snelle oordeelsvorming is
geworteld in de evolutieleer, waarbij het vermogen om snel gevaar te taxeren essentieel was voor
overleving. Bij een eerste ontmoeting beoordelen mensen onbewust
de benaderbaarheid, jeugdigheid/aantrekkelijkheid en dominantie van de ander, waarbij
gezichtsuitdrukkingen een belangrijke rol spelen. Hoewel pseudowetenschappen zoals frenologie
geen wetenschappelijke basis hebben, hechten we intuïtief waarde aan uiterlijke kenmerken. De
eerste indruk beïnvloedt verwachtingen, wat leidt tot het halo-effect (positieve eigenschap leidt tot
veronderstelling van andere positieve eigenschappen) en het horn-effect (negatieve eigenschap leidt
tot veronderstelling van andere negatieve eigenschappen). Bewustzijn van deze effecten is belangrijk
om objectiever te kunnen oordelen. De eerste indruk is ook nauw verbonden met het zelfbeeld,
aangezien we ons gedrag aanpassen om een positief beeld van onszelf te creëren (impression
management).
Reflection Questions:
Hoe beïnvloeden jouw eigen biologische, sociale en maatschappelijke behoeften jouw dagelijkse
communicatie met anderen?
, Kun je een voorbeeld geven van een situatie waarin de vervormingsdriehoek leidde tot een misverstand
in jouw communicatie, en hoe had je dit kunnen voorkomen?
Reflecteer op een recente eerste indruk die je van iemand had. Welke non-verbale signalen droegen bij
aan die indruk en in hoeverre denk je dat het halo- of horn-effect een rol speelde?
Hoe kun je bewust de SOFTEN-formule toepassen in jouw interacties om een positievere eerste indruk
te maken, met name in een professionele context zoals het onderwijs?
Op welke manieren kun je jouw bewustzijn van de non-verbale signalen van anderen vergroten om
effectiever te communiceren en relaties op te bouwen?
1.4 Non-verbale Communicatie
1.4.1 De SOFTEN-formule voor een Eerste Indruk
Om een goede eerste indruk te maken, is een expressieve en geanimeerde manier van
communiceren vaak effectief, bekend als de expressivity halo. Dit suggereert dat mensen zich meer
op hun gemak voelen bij personen die makkelijk te 'lezen' zijn. De SOFTEN-formule, geïntroduceerd
door psycholoog Arthur Wassmer, biedt concrete handvatten voor een positieve eerste indruk: Smile
(glimlachen) toont waardering en vriendelijkheid, en is veelzijdig in gebruik, van begroeting tot het
sturen van een gesprek. Een Open posture (open lichaamshouding) met ongekruiste armen en benen
duidt op openheid en verhoogt de informatieopname. Forward lean (naar voren leunen) toont
betrokkenheid, interesse en enthousiasme. Touch (aanraking), zoals een korte aanraking op de
schouder, kan acceptabel zijn, maar vereist voorzichtigheid vanwege culturele en persoonlijke
gevoeligheden; een alternatieve interpretatie van de 'T' is Time (tijd), wat betekent de spreker de
ruimte geven zonder onderbreking. Eye contact (oogcontact) is essentieel om te laten zien dat je
luistert en reguleert het gesprek, terwijl Nod (knikken) non-verbale feedback geeft, waarbij de
snelheid van knikken verschillende betekenissen kan overbrengen.
1.4.2 Wat is Non-verbale Communicatie?
Non-verbale communicatie omvat alle communicatieve aspecten die worden uitgedrukt zonder
gesproken taal of linguïstische middelen. Hoewel vaak gelijkgesteld aan lichaamstaal, is lichaamstaal
slechts één drager van non-verbale informatie. Andere dragers zijn onder meer kledij, accessoires,
ruimtegebruik en omgang met tijd. Non-verbale signalen kunnen zowel bewust (zoals oogrollen als
reactie) als onbewust (zoals geeuwen bij vermoeidheid) worden uitgestuurd. Sterke emoties kunnen
zich ook onbewust manifesteren via fysieke veranderingen, zoals een veranderde huidskleur bij schrik
of woede.
1.4.3 Aspecten van Non-verbaal Gedrag
Het uiterlijk bestaat uit lichamelijke kenmerken (haarkleur, lichaamsbouw) en lichamelijke
verzorging (kledij, make-up, nagels). Uiterlijk en kledij bepalen mede de eerste indruk; men reageert
positiever op een vergelijkbare stijl, en verzorgdheid verhoogt de
geloofwaardigheid. Paralinguïstiek betreft de manier van praten (articulatie, toonhoogte, volume,
tempo, klemtonen). Afwijkingen van het normale spreektempo of toonhoogte kunnen negatief
worden ervaren. Lichaamshouding en motoriek (manier van lopen, zitten, staan) weerspiegelen vaak
iemands gevoelstoestand; een open houding (ledematen uit elkaar) wordt positiever beoordeeld dan
een gesloten houding (gekruiste armen/benen) en duidt op meer zelfvertrouwen.
Onbewuste synchronisatie van bewegingen kan duiden op onderlinge sympathie of
hiërarchie. Gebaren en handgebruik worden onderverdeeld in representatieve gebaren (vaste,
cultureel bepaalde betekenis, zoals duim omhoog) en expressieve gebaren (weerspiegelen
gemoedstoestand, ook als men alleen is). Nervositeit kan zich uiten in schokkerige gebaren, terwijl
,een ontspannen houding gepaard gaat met vloeiende handgebaren. Mimiek (gezichtsuitdrukkingen)
geeft aan hoe men over de ander of het onderwerp denkt, en ogen zijn cruciaal voor oogcontact, wat
essentieel is voor het gaande houden van een gesprek en het overbrengen van emoties. Afstand en
nabijheid (proxemics) geven de aard van de relatie aan, met vier zones: intieme, persoonlijke, sociale
en publieke zone. De gekozen afstand communiceert welk soort contact men wenst. Stilte kan
onbehaaglijk zijn, maar biedt ook ruimte voor reflectie en het laten doordringen van woorden.
1.4.4 Acht Vormen van Non-verbale Communicatie (Verdieping)
Hoewel er geen universele classificatie bestaat, worden non-verbale signalen vaak onderverdeeld in
verschillende kanalen. Lichaamsbewegingen (kinesics) omvatten gebaren, lichaamsbewegingen,
gelaatsuitdrukkingen, ooggedrag en lichaamshouding. Binnen kinesics onderscheidt
men emblemen (symbolische handelingen met vaste verbale betekenis, zoals ja-
knikken), illustratoren (complementair aan verbale communicatie, zoals gebaren die woorden
accentueren of ideeën schetsen), uitingen van emoties (vooral zichtbaar in het gezicht en
paralinguïstiek), regulatoren (beheer van interacties, zoals oogcontact om een gesprek te sturen),
en adaptoren (onbewuste bewegingen, vaak bij stress, zoals krabben of met objecten spelen).
Adaptoren worden verder onderverdeeld in zelf-adaptoren (gericht op het eigen lichaam), alter-
adaptoren (gericht op de ander en de relatie), en object-adaptoren (manipulatie van objecten),
functies van lichaamsbewegingen. Fysiek voorkomen bestaat uit lichamelijke
kenmerken (lichaamstype, haarkleur) en verzorging (kledij, make-up), die mede de eerste indruk
bepalen en worden gebruikt voor impression management. Aanrakingsgedrag (haptics) is een
primaire communicatievorm, essentieel voor welzijn, en omvat begroetingsrituelen en
omhelzingen. Paralinguïstisch gedrag (paralinguistics, vocalis) betreft stemkwaliteit en
vocalisaties. Persoonlijke ruimte en territorialiteit (proxemics) beschrijft de zones van
Hall. Omgeving omvat objecten en omgevingskenmerken die bijdragen aan identiteitsclaims. Tijd
(chronemics) verwijst naar de beleving van tijd (monochroon of polychroon). Geur (olfactics), zoals
feromonen, speelt ook een rol in communicatie.
1.4.4.1 Functies van Lichaamsbewegingen
Lichaamsbewegingen hebben diverse functies: bijkomende bevestiging van verbale communicatie
(knikken bij ja), beklemtonen van verbale communicatie (slaan op tafel), vervanging van verbale
communicatie (nee schudden), tegenspreken of afzwakken van verbale communicatie (twijfelend
hoofd schudden bij bevestiging), affectieve ondersteuning (bezorgde frons), en structureren en
reguleren van verbale communicatie (interactiemanagement, zoals oogcontact om een gesprek te
sturen).
Reflection Questions:
Hoe kun je de SOFTEN-formule bewust toepassen in verschillende sociale en professionele situaties om
je communicatie te verbeteren?
Welke onbewuste non-verbale signalen denk je dat je uitzendt, en hoe zou je deze kunnen identificeren
en eventueel aanpassen?
Op welke manieren beïnvloedt kledij en uiterlijke verzorging jouw eerste indruk van anderen, en ben je
je bewust van de indruk die jouw eigen uiterlijk maakt?
Hoe kun je non-verbale communicatie, zoals oogcontact en lichaamshouding, effectief inzetten in een
onderwijssetting om de betrokkenheid van leerlingen te vergroten?
, Denk na over een situatie waarin non-verbale signalen in tegenspraak waren met verbale
communicatie. Hoe interpreteerde je die situatie, en wat leerde je over de kracht van non-verbale
communicatie?
1.4.5 Aanraking en Hiërarchie
Aanraking is een complexe en contextafhankelijke vorm van communicatie. De betekenis ervan wordt
bepaald door factoren zoals cultuur, de aard van de relatie en de manier van aanraken. Aanraking kan
veel zeggen over de status en hiërarchie tussen individuen. Bijvoorbeeld, een leerling die een leraar
een schouderklopje geeft, wordt als ongepast beschouwd vanwege de hiërarchische verhouding.
Complimenten en aanrakingen tussen gelijken, zoals collega's, dienen vaak om de relatie te
versterken, wat de invloed van sociale dynamiek op dit communicatiekanaal illustreert.
1.4.6 Paralinguïstisch Gedrag: De Kracht van de Stem
Paralinguïstisch gedrag omvat alle vocale aspecten van communicatie behalve de gesproken woorden
zelf. De stem is hierbij cruciaal; kenmerken zoals rokersstem of hese stem onthullen veel over een
persoon. De stem heeft een aanzienlijke aantrekkingskracht en is essentieel in diverse beroepen zoals
leraar of zanger. Iedereen bezit een 'voice set', gevormd door biologische (leeftijd, geslacht) en
sociale kenmerken, emotionele toestand en de situatie, die de spreekwijze beïnvloedt.
1.4.6.1 Stemkwaliteit en Vocalisaties
De stemkwaliteit omvat permanente stemkenmerken zoals toonhoogtebereik, tempo, ritme,
resonantie en articulatie-controle. Deze kenmerken helpen bij het identificeren van een persoon, zelfs
zonder visueel contact. Ze zijn gekoppeld aan socio-demografische en
persoonlijkheidsvariabelen. Vocalisaties zijn akoestische signalen zoals lachen, wenen, gillen of
zuchten. Bij zowel mens als dier spelen vocalisaties een grote rol in communicatie, vaak gericht op het
aantrekken, afstoten of beïnvloeden van anderen. Vocalisaties kunnen worden onderverdeeld in
vocale uitingen, vocale kwalificaties (die emotionele toestand of situatie duiden), en vocale buffers
zoals "hm". Ook stiltes en pauzes zijn belangrijke aspecten van paralinguïstisch gedrag; de duur en
aard ervan kunnen ongemakkelijkheid veroorzaken in onze cultuur, maar bieden ook ruimte voor
reflectie en verwerking.
1.4.7 Persoonlijke Ruimte en Territorialiteit (Proxemics)
Proxemics, geïntroduceerd door antropoloog Hall, bestudeert hoe mensen onbewust hun
'microspace' structureren en gebruiken in sociale en culturele situaties. Dit omvat de afstand tussen
mensen tijdens interacties, de organisatie van ruimte in gebouwen en zelfs steden. Persoonlijke
ruimte is de aanpasbare 'luchtbel' rond een individu, die bescherming biedt tegen fysieke en
emotionele bedreigingen. De grootte van deze ruimte varieert per cultuur, situatie en
persoon. Territorialiteit verwijst naar het bezetten en verdedigen van een vast geografisch gebied als
exclusief domein, zoals een groep leerlingen die een deel van het schoolplein claimt. Hall
onderscheidt vier zones van intimiteit: de intieme zone (0-0.5m), de persoonlijke zone (0.5-1.5m), de
sociale zone (1.5-3m) en de publieke zone (vanaf 3m). Deze zones bepalen de acceptabele afstand
voor verschillende niveaus van interactie en geven de aard van de relatie aan.