OG5 Uitdrijvingsfase
24/03/2025
1. Wat is de uitdrijvingsfase en wat zijn de kenmerken?
Uitdrijvingsfase begint wanneer de barende actief meeperst en eindigt als het kind
volledig geboren is
Duur:
Primigravidae: 15-45min, max 3u na start van actieve fase uitdrijving, na 2u =
verlengde fase uitdrijving
Multigravidae: 5-15min, max 2u na start van actieve fase uitdrijving, na 1u =
verlengde fase uitdrijving
Afhankelijk van pariteit, weeënactiviteit, medewerking van parturiënte, ligging en
grootte van foetus, geduld of ongeduld van degene die de uitdrijving begeleidt
Rol uitdrijvingsfase:
Cervixontsluiting
Indaling hoofdje
Spontane persdrang
Fasen van uitdrijvingsfase:
Passieve/latente fase
o Volledige ontsluiting van de cervix zonder spontane persdrang
o Vaak rustpauze rond moment volledige ontsluiting, hoofdje baby passeert volledig
ontsloten cervix en daalt verder in (weeën tijdelijk zwak, foetale harttonen goed
opvolgen)
o Toenemende krachtige drang om te persen, gepaard met enorme uitstoot van
oxytocine
Actieve fase
o Begint met:
Zichtbaar zijn van de baby OF
Persdrang en volledige ontsluiting of andere tekens van volledige ontsluiting
OF
Actieve inspanning van moeder na bevestiging volledige ontsluiting maar
zonder persdrang
o Niet controleerbare persdrang, verdere indaling van hoofdje in bekken
Spontaan persen kan tweede fase verlengen, maar minder hartritmeveranderingen,
hogere arteriële pH-waarden en minder beschadiging van geboortekanaal
Persen op instructie: verhoogde kans op aortacompressie moeder met verminderde
bloedflow naar baarmoeder en onderste extremiteiten, waardoor foetale hypoxie mogelijk
is, meer kans op abnormale foetale harttonen, geassisteerde bevallingen, maternale
uitputting, lage arteriële navelstrang pH-waardes, lagere Apgar, episiotomieën en
perineumrupturen, bekkenbodembeschadiging, stressincontinentie
Klinische tekens van volledige ontsluiting
Tweede tekenen (bloederig verlies)
Spontaan breken vliezen
Nausea en braken
Ongewild beven
Beenkrampen
Uitgesproken transpiratie
Oprispen of hikken
Beïnvloedbaar of voor geen rede vatbaar
Persneiging
Paarse lijn vanaf anus naar rug (purple line)
Temperatuurveranderingen onderste ledematen
Verschijnen van plooi op voorhoofd
, OG5 Uitdrijvingsfase
24/03/2025
Andere methoden om volledige ontsluiting vast te stellen:
Verschijnen van paarse lijn (purple line) vanaf anus naar de richting van de rug
Temperatuurveranderingen thv de onderste ledematen
Verschijnen van een plooi thv het voorhoofd
Deceleratiefase
Tijdens uitdrijvingscontracties kan verhoogde druk op foetale caput een tijdelijk
verminderde hartfrequentie bij de foetus uitlokken (herstelt snel)
Placentacompressie kan ook een aanleiding zijn tot tijdelijk verminderde
zuurstoftoevoer naar foetus
Mechanismen van uitdrijving
Buikpers
o Uitdrijvende kracht bestaat uit baarmoedercontracties en de buikpers. Kracht van
baarmoedercontracties op foetus dwingen hem om in te dalen in geboortekanaal.
Als vliezen gebroken zijn, wordt deze kracht rechtstreeks verder gezet op stuit en
foetale aslijndruk zet deze kracht verder over ruggengraat naar occiput dat zo
verder kan indalen. Aanspannen van de buikspieren en het diafragma geeft
verhoging van abdominale druk. Wanneer voorliggend deel zo diep is ingedaald
dat het op bekkenbodem en rectum drukt, ontstaat reflexmatige,
onweerstaanbare persdrang die baarmoedercontracties mee ondersteunt
Indaling en inwendige spildraai van hoofd
o Door kracht van baarmoedercontracties komt foetaal caput in bekkeningang aan
met achterste wandbeen eerst. Bij verdere indaling in kleine bekken zal pijlnaad
van dwars over schuin naar voorachterwaarts komen te liggen door inwendige
spildraai van hoofd over 90°, de schouders volgen niet altijd deze beweging.
Hierdoor ontstaat tijdelijk verdraaiing van hoofdje t.o.v. schoudergordel. Foetale
hoofd kan indalen in synclitisme (2 wandbeenderen dalen gelijktijdig in) of
asynclitisme (sagittale naad ligt niet in het midden, maar dichter bij symfyse of
promontorium)
Geboorte van het hoofd
o Voorliggend deel blijft in flexie met in op borst tot caput het perineum bereikt.
Caput snijdt in en daarna staat het caput. Achterhoofd neemt steun achter
symfyse, die als draaipunt fungeert, zo kan door deflexie vervolgens vertex,
voorhoofd, neus en kin geboren worden
Uitwendige spildraai van hoofd
o Op het moment dat het hoofd geboren wordt, dalen de schouders in en ondergaan
op hun beurt een geleidelijke rotatie van dwars of schuin naar voorachtewaarts.
Door deze rotatie van schouders zal het hoofd uitwendig roteren over 90°, zodat
achterhoofd dwars komt te liggen, terug in zijn natuurlijke stand t.o.v. de
wervelkolom
Inwendig spildraai van schouders
o Komt overeen met uitwendige spildraai van hoofd. Deze draaiing vindt plaats om
schouders in grootste doorgang van bekkenuitgang te brengen en zo geboorte
mogelijk te maken
Geboorte schouders
o Schouders worden geboren wanneer hoofd zich uitwendig in dwarse stand
bevindt. Voorste schouder zal steun nemen onder symfyse en kan zich
sacraalwaarts ontwikkelen. Achterste schouder roteert over het perineum door
opwaartse flexie van romp
Geboorte romp, stuit en ledematen
o Deze volgen makkelijk omdat diameter kleiner is dan van de delen die al geboren
zijn. Een trage geboorte van de thorax is aan te raden, omdat de opheffing van de
24/03/2025
1. Wat is de uitdrijvingsfase en wat zijn de kenmerken?
Uitdrijvingsfase begint wanneer de barende actief meeperst en eindigt als het kind
volledig geboren is
Duur:
Primigravidae: 15-45min, max 3u na start van actieve fase uitdrijving, na 2u =
verlengde fase uitdrijving
Multigravidae: 5-15min, max 2u na start van actieve fase uitdrijving, na 1u =
verlengde fase uitdrijving
Afhankelijk van pariteit, weeënactiviteit, medewerking van parturiënte, ligging en
grootte van foetus, geduld of ongeduld van degene die de uitdrijving begeleidt
Rol uitdrijvingsfase:
Cervixontsluiting
Indaling hoofdje
Spontane persdrang
Fasen van uitdrijvingsfase:
Passieve/latente fase
o Volledige ontsluiting van de cervix zonder spontane persdrang
o Vaak rustpauze rond moment volledige ontsluiting, hoofdje baby passeert volledig
ontsloten cervix en daalt verder in (weeën tijdelijk zwak, foetale harttonen goed
opvolgen)
o Toenemende krachtige drang om te persen, gepaard met enorme uitstoot van
oxytocine
Actieve fase
o Begint met:
Zichtbaar zijn van de baby OF
Persdrang en volledige ontsluiting of andere tekens van volledige ontsluiting
OF
Actieve inspanning van moeder na bevestiging volledige ontsluiting maar
zonder persdrang
o Niet controleerbare persdrang, verdere indaling van hoofdje in bekken
Spontaan persen kan tweede fase verlengen, maar minder hartritmeveranderingen,
hogere arteriële pH-waarden en minder beschadiging van geboortekanaal
Persen op instructie: verhoogde kans op aortacompressie moeder met verminderde
bloedflow naar baarmoeder en onderste extremiteiten, waardoor foetale hypoxie mogelijk
is, meer kans op abnormale foetale harttonen, geassisteerde bevallingen, maternale
uitputting, lage arteriële navelstrang pH-waardes, lagere Apgar, episiotomieën en
perineumrupturen, bekkenbodembeschadiging, stressincontinentie
Klinische tekens van volledige ontsluiting
Tweede tekenen (bloederig verlies)
Spontaan breken vliezen
Nausea en braken
Ongewild beven
Beenkrampen
Uitgesproken transpiratie
Oprispen of hikken
Beïnvloedbaar of voor geen rede vatbaar
Persneiging
Paarse lijn vanaf anus naar rug (purple line)
Temperatuurveranderingen onderste ledematen
Verschijnen van plooi op voorhoofd
, OG5 Uitdrijvingsfase
24/03/2025
Andere methoden om volledige ontsluiting vast te stellen:
Verschijnen van paarse lijn (purple line) vanaf anus naar de richting van de rug
Temperatuurveranderingen thv de onderste ledematen
Verschijnen van een plooi thv het voorhoofd
Deceleratiefase
Tijdens uitdrijvingscontracties kan verhoogde druk op foetale caput een tijdelijk
verminderde hartfrequentie bij de foetus uitlokken (herstelt snel)
Placentacompressie kan ook een aanleiding zijn tot tijdelijk verminderde
zuurstoftoevoer naar foetus
Mechanismen van uitdrijving
Buikpers
o Uitdrijvende kracht bestaat uit baarmoedercontracties en de buikpers. Kracht van
baarmoedercontracties op foetus dwingen hem om in te dalen in geboortekanaal.
Als vliezen gebroken zijn, wordt deze kracht rechtstreeks verder gezet op stuit en
foetale aslijndruk zet deze kracht verder over ruggengraat naar occiput dat zo
verder kan indalen. Aanspannen van de buikspieren en het diafragma geeft
verhoging van abdominale druk. Wanneer voorliggend deel zo diep is ingedaald
dat het op bekkenbodem en rectum drukt, ontstaat reflexmatige,
onweerstaanbare persdrang die baarmoedercontracties mee ondersteunt
Indaling en inwendige spildraai van hoofd
o Door kracht van baarmoedercontracties komt foetaal caput in bekkeningang aan
met achterste wandbeen eerst. Bij verdere indaling in kleine bekken zal pijlnaad
van dwars over schuin naar voorachterwaarts komen te liggen door inwendige
spildraai van hoofd over 90°, de schouders volgen niet altijd deze beweging.
Hierdoor ontstaat tijdelijk verdraaiing van hoofdje t.o.v. schoudergordel. Foetale
hoofd kan indalen in synclitisme (2 wandbeenderen dalen gelijktijdig in) of
asynclitisme (sagittale naad ligt niet in het midden, maar dichter bij symfyse of
promontorium)
Geboorte van het hoofd
o Voorliggend deel blijft in flexie met in op borst tot caput het perineum bereikt.
Caput snijdt in en daarna staat het caput. Achterhoofd neemt steun achter
symfyse, die als draaipunt fungeert, zo kan door deflexie vervolgens vertex,
voorhoofd, neus en kin geboren worden
Uitwendige spildraai van hoofd
o Op het moment dat het hoofd geboren wordt, dalen de schouders in en ondergaan
op hun beurt een geleidelijke rotatie van dwars of schuin naar voorachtewaarts.
Door deze rotatie van schouders zal het hoofd uitwendig roteren over 90°, zodat
achterhoofd dwars komt te liggen, terug in zijn natuurlijke stand t.o.v. de
wervelkolom
Inwendig spildraai van schouders
o Komt overeen met uitwendige spildraai van hoofd. Deze draaiing vindt plaats om
schouders in grootste doorgang van bekkenuitgang te brengen en zo geboorte
mogelijk te maken
Geboorte schouders
o Schouders worden geboren wanneer hoofd zich uitwendig in dwarse stand
bevindt. Voorste schouder zal steun nemen onder symfyse en kan zich
sacraalwaarts ontwikkelen. Achterste schouder roteert over het perineum door
opwaartse flexie van romp
Geboorte romp, stuit en ledematen
o Deze volgen makkelijk omdat diameter kleiner is dan van de delen die al geboren
zijn. Een trage geboorte van de thorax is aan te raden, omdat de opheffing van de