Inhoud
Anatomie en fysiologie...........................................................................................................................1
Zintuiglijke functies.................................................................................................................................8
Endocrien stelsel..................................................................................................................................10
Neurologische aandoeningen...............................................................................................................13
Pijn, pijnbestrijding en sedatie.............................................................................................................23
Centraal zenuwstelsel
Anatomie en fysiologie
De anatomie en fysiologie benoemen van het centrale en perifere zenuwstelsel, te weten:
cerebrum, diencephalon, mesencephalon, pons, cerebellum, medulla oblongata, ruggenmerg en
hersenvliezen.
Het cerebrum (grote hersenen)
Dit het grootste gedeelte van de hersenen. Hier worden bewuste gedachten gevormd en
verstandelijke functies zoals denken, geheugen, emotionaliteit, zelfbewustzijn en creativiteit
uitgevoerd. Het cerebrum bestaat uit twee hemisferen, welke met elkaar in verbinding staan. De
buitenste laag van het cerebrum is de hersenschors, cortex cerebri. Deze schors vormt een reeks
vouwen en instulpingen. Door deze vorm wordt het oppervlak van de hersenen vergroot. In de
hersenschors is er een motorisch en sensorisch deel.
- Motorisch: bevindt zich in de frontaalkwab. Neuronen in dit gebied wekken willekeurige
bewegingen op door somatische motorische neuronen in de hersenstam en het ruggenmerg
aan te sturen
- Sensorisch: bevindt zich in de pariëtaalkwab. Neuronen in dit gebied ontvangen somatische-
sensorische informatie van pijn-, druk-, tast- en temperatuurzintuigen.
Diencephalon (tussenhersenen) 1
Is gelokaliseerd tussen de grote hersenen en de hersenstram. Het bestaat
uit de thalamus 2 en de hypothalamus. Het achterste gedeelte bevat de
epifyse, een hormoonklier. Het diencephalon zorgt voor de filterfunctie
van binnenkomende signalen, de regeling van bewegingen en de
homeostase. Bij laesie: verlamming, pijnsyndromen, tremoren en
ontregeling van de temperatuur.
Hersenstam 6
Mesencephalon (midden hersenen) 3
Is betrokken bij de verwerking van visuele en auditieve informatie.
Daarbij zorgt het ook voor reflexen na input via deze kernen. Verder
bevind zich hier het reticulaire activerende systeem (RAS). Als het RAS
niet actief is, zal er sprake zijn van een verlaagd bewustzijn. Ook bevind
zich hier de subsantia nigra, welke betrokken is bij de huishouding van het
hormoon dopamine en het initiëren van bewegingen.
Pons 4
,Verbind het cerebellum (kleine hersenen) met het diecephalon en het mesencephalon, het cerebrum
en het ruggenmerg. In de pons liggen sensorische en motorische kernen van een viertal
hersenzenuwen. De pons is ook betrokken bij de regulering van de ademhaling.
Cerebellum (kleine hersenen)
Gelokaliseerd in de achterste schedelgroeve. Het zorgt voor het aanpassen van de houdingsspieren
van het lichaam om evenwicht te bewaren. Ook zorgt het voor het soepel laten van bewegingen door
middel van coördinatie, nauwkeurigheid en timing. Bij laesie: nystagmus (trillende ogen),
dronkemansgang, ataxie (coördinatiestoornis) en dysartrie (spraakstoornis, niet goed articuleren)
Medulla oblongata (verlengde merg) 5
Dit gedeelte verbind de hersenstam met het ruggenmerg. Er zijn veel sensorische en motorische
kernen aanwezig die als schakelstation functioneren om informatie uit te wisselen tussen de
hersenen en het ruggenmerg. Ook kruisen hier zenuwbanen. Waardoor de rechter hemisfeer
informatie krijgt en informatie geeft aan de linker lichaamshelft en vice versa. Andere functies van de
medulla oblongata:
- Hartregulatiecentrum: zorgt voor aanpassingen van de contractiekracht, de hartslag en de
bloedstroom naar perifere weefsels.
- Ademhalingscentrum: stelt het standaard ritme in voor de ademhaling. Dit staat onder
invloed van het ademhalingscentrum in de pons.
Ruggenmerg
Het ruggenmerg wordt beschermd door de wervelkolom. De wervelkolom bestaat uit wervels die
door tussenwervelschijven en gewrichten aan elkaar verbonden zijn.
- 7 cervicale wervels
- 12 thoracale wervels
- 5 lumbale wervels
- 5 sacrale wervels
Een wervel bestaat uit het wervellichaam 3, de wervelboog 4 en aan de
achterzijde het doornuitsteeksel 5. Het ruggenmerg bevat net als de hersenen
grijze 1 en witte 2 stof. Alleen is de locatie precies andersom. De grijze stof
wordt hier omringd door de witte stof.
Het wervelkanal is niet helemaal gevuld met ruggenmerg. Ter hoogte van L1/L2
verlaten een groot aantal zenuwen de wervelkolom en vormen een bundel als
een paardenstaart.
Hersenvliezen.
Om de hersenen te beschermen zijn deze omgeven door een aantal
hersenvliezen, meningen.
1. Duramater: het hardste en stevigste hersenvlies. De functie is
vooral beschermen. De dura mater bestaat uit 2 lagen. Op de
meeste plaatsen zijn de twee lagen gescheiden door een
smalle ruimte. De dura mater in het ruggenmerg bestaat uit
één lagen. Tussen de dura mater en de wanden van het
wervelkanaal ligt de epidurale ruimte.
2. Arachnoïdea: ook wel het spinnenwebvlies genoemd dankzij
talloze bindweefselverbindingen. De arachnoidea is door een smalle subdurale ruimte
gescheiden van de dura mater. En van de pia mater door de subarachnoïdale ruimte. Deze
ruimte bevat liquor.
3. Pia mater: dun vlies en is raak aan bloedvaten. Deze spelen ene rol in de voorziening van
voeding en zuurstof aan de hersenen en het ruggenmerg.
, De anatomie en fysiologie benoemen van neuronen, gliacellen en grijze en witte stof.
Neuronen
Dit zijn zenuwcellen. Een neuron bestaat uit een cellichaam met
meerdere korte uitlopers, dendrieten. Dendrieten vangen
binnenkomende signalen op. Daarnaast heeft een neuron één
langere uitloper, het axon. Een bundel axonen noemen we een
zenuw. Het axon geleidt de signalen naar een synapsknop. Bij elke
synapsknop communiceert het neuron met een andere cel.
Neuronen kunnen op basis van hun functie ingedeeld worden in
drie groepen:
- Sensibele neuronen: afferente gedeelte van het perifere zenuwstelsel. Deze krijgen input
vanuit het inwendige en uitwendige milieu. Zij geven hun informatie door via sensibele
neuronen aan het centraal zenuwstelsel.
- Motorische neuronen: efferente gedeelte van het zenuwstelsel. Zij zetten hun input om en
geven vanuit het centrale zenuwstelsel impulsen naar het perifere zenuwstelsel. Hier worden
weefsels en organen geactiveerd.
- Schakelcellen: bevinden zich in het gehele centrale zenuwstelsel. Zij zijn verantwoordelijk
voor het doorschakelen van sensorische informatie naar motorische activiteit.
Gliacellen
Cellen met een ondersteunende functie, worden ook wel steuncellen genoemd.
Soorten gliacellen in het centrale zenuwstel:
- Astrocyten: maken deel uit van de bloed-hersenbarriere.
- Oligodendrocyten: vormen de witte isolatielaag (myelineschede) rond de axonen. Zorgt voor
verhoogde snelheid en efficiëntie van de informatieoverdracht door de axonen.
- Ependymcellen: bekleden de ventrikels en het centrale kanaal van het ruggenmerg.
- Microgliacellen: bestrijden infecties en reageren op stoffen die de zenuwcellen kunnen
beschadigen.
Soorten gliacellen in het perifere zenuwstelsel
- Satellietcellen: ondersteunen en omgeven de cellichamen in het perifere zenuwstelsel.
- Schwann-cellen: verzorgen de myelinisatie in het perifere zenuwstelsel.
Witte en grijze stof
De grijze stof bestaat voornamelijk uit dendrieten en cellichamen. De grijze stof heeft als functie het
verwerken van informatie.
De witte stof in de hersenen bestaat uit gemyeliniseerde axonen. Myeline heeft een witte kleur. De
witte stof legt verbindingen tussen de hersengebieden en zorgt voor de communicatie tussen de
zenuwcellen.
De verschillende hersenkwabben en functies daarvan beschrijven.
Het centrum van Broca en het centrum van Wernicke beschrijven.
Anatomie en fysiologie...........................................................................................................................1
Zintuiglijke functies.................................................................................................................................8
Endocrien stelsel..................................................................................................................................10
Neurologische aandoeningen...............................................................................................................13
Pijn, pijnbestrijding en sedatie.............................................................................................................23
Centraal zenuwstelsel
Anatomie en fysiologie
De anatomie en fysiologie benoemen van het centrale en perifere zenuwstelsel, te weten:
cerebrum, diencephalon, mesencephalon, pons, cerebellum, medulla oblongata, ruggenmerg en
hersenvliezen.
Het cerebrum (grote hersenen)
Dit het grootste gedeelte van de hersenen. Hier worden bewuste gedachten gevormd en
verstandelijke functies zoals denken, geheugen, emotionaliteit, zelfbewustzijn en creativiteit
uitgevoerd. Het cerebrum bestaat uit twee hemisferen, welke met elkaar in verbinding staan. De
buitenste laag van het cerebrum is de hersenschors, cortex cerebri. Deze schors vormt een reeks
vouwen en instulpingen. Door deze vorm wordt het oppervlak van de hersenen vergroot. In de
hersenschors is er een motorisch en sensorisch deel.
- Motorisch: bevindt zich in de frontaalkwab. Neuronen in dit gebied wekken willekeurige
bewegingen op door somatische motorische neuronen in de hersenstam en het ruggenmerg
aan te sturen
- Sensorisch: bevindt zich in de pariëtaalkwab. Neuronen in dit gebied ontvangen somatische-
sensorische informatie van pijn-, druk-, tast- en temperatuurzintuigen.
Diencephalon (tussenhersenen) 1
Is gelokaliseerd tussen de grote hersenen en de hersenstram. Het bestaat
uit de thalamus 2 en de hypothalamus. Het achterste gedeelte bevat de
epifyse, een hormoonklier. Het diencephalon zorgt voor de filterfunctie
van binnenkomende signalen, de regeling van bewegingen en de
homeostase. Bij laesie: verlamming, pijnsyndromen, tremoren en
ontregeling van de temperatuur.
Hersenstam 6
Mesencephalon (midden hersenen) 3
Is betrokken bij de verwerking van visuele en auditieve informatie.
Daarbij zorgt het ook voor reflexen na input via deze kernen. Verder
bevind zich hier het reticulaire activerende systeem (RAS). Als het RAS
niet actief is, zal er sprake zijn van een verlaagd bewustzijn. Ook bevind
zich hier de subsantia nigra, welke betrokken is bij de huishouding van het
hormoon dopamine en het initiëren van bewegingen.
Pons 4
,Verbind het cerebellum (kleine hersenen) met het diecephalon en het mesencephalon, het cerebrum
en het ruggenmerg. In de pons liggen sensorische en motorische kernen van een viertal
hersenzenuwen. De pons is ook betrokken bij de regulering van de ademhaling.
Cerebellum (kleine hersenen)
Gelokaliseerd in de achterste schedelgroeve. Het zorgt voor het aanpassen van de houdingsspieren
van het lichaam om evenwicht te bewaren. Ook zorgt het voor het soepel laten van bewegingen door
middel van coördinatie, nauwkeurigheid en timing. Bij laesie: nystagmus (trillende ogen),
dronkemansgang, ataxie (coördinatiestoornis) en dysartrie (spraakstoornis, niet goed articuleren)
Medulla oblongata (verlengde merg) 5
Dit gedeelte verbind de hersenstam met het ruggenmerg. Er zijn veel sensorische en motorische
kernen aanwezig die als schakelstation functioneren om informatie uit te wisselen tussen de
hersenen en het ruggenmerg. Ook kruisen hier zenuwbanen. Waardoor de rechter hemisfeer
informatie krijgt en informatie geeft aan de linker lichaamshelft en vice versa. Andere functies van de
medulla oblongata:
- Hartregulatiecentrum: zorgt voor aanpassingen van de contractiekracht, de hartslag en de
bloedstroom naar perifere weefsels.
- Ademhalingscentrum: stelt het standaard ritme in voor de ademhaling. Dit staat onder
invloed van het ademhalingscentrum in de pons.
Ruggenmerg
Het ruggenmerg wordt beschermd door de wervelkolom. De wervelkolom bestaat uit wervels die
door tussenwervelschijven en gewrichten aan elkaar verbonden zijn.
- 7 cervicale wervels
- 12 thoracale wervels
- 5 lumbale wervels
- 5 sacrale wervels
Een wervel bestaat uit het wervellichaam 3, de wervelboog 4 en aan de
achterzijde het doornuitsteeksel 5. Het ruggenmerg bevat net als de hersenen
grijze 1 en witte 2 stof. Alleen is de locatie precies andersom. De grijze stof
wordt hier omringd door de witte stof.
Het wervelkanal is niet helemaal gevuld met ruggenmerg. Ter hoogte van L1/L2
verlaten een groot aantal zenuwen de wervelkolom en vormen een bundel als
een paardenstaart.
Hersenvliezen.
Om de hersenen te beschermen zijn deze omgeven door een aantal
hersenvliezen, meningen.
1. Duramater: het hardste en stevigste hersenvlies. De functie is
vooral beschermen. De dura mater bestaat uit 2 lagen. Op de
meeste plaatsen zijn de twee lagen gescheiden door een
smalle ruimte. De dura mater in het ruggenmerg bestaat uit
één lagen. Tussen de dura mater en de wanden van het
wervelkanaal ligt de epidurale ruimte.
2. Arachnoïdea: ook wel het spinnenwebvlies genoemd dankzij
talloze bindweefselverbindingen. De arachnoidea is door een smalle subdurale ruimte
gescheiden van de dura mater. En van de pia mater door de subarachnoïdale ruimte. Deze
ruimte bevat liquor.
3. Pia mater: dun vlies en is raak aan bloedvaten. Deze spelen ene rol in de voorziening van
voeding en zuurstof aan de hersenen en het ruggenmerg.
, De anatomie en fysiologie benoemen van neuronen, gliacellen en grijze en witte stof.
Neuronen
Dit zijn zenuwcellen. Een neuron bestaat uit een cellichaam met
meerdere korte uitlopers, dendrieten. Dendrieten vangen
binnenkomende signalen op. Daarnaast heeft een neuron één
langere uitloper, het axon. Een bundel axonen noemen we een
zenuw. Het axon geleidt de signalen naar een synapsknop. Bij elke
synapsknop communiceert het neuron met een andere cel.
Neuronen kunnen op basis van hun functie ingedeeld worden in
drie groepen:
- Sensibele neuronen: afferente gedeelte van het perifere zenuwstelsel. Deze krijgen input
vanuit het inwendige en uitwendige milieu. Zij geven hun informatie door via sensibele
neuronen aan het centraal zenuwstelsel.
- Motorische neuronen: efferente gedeelte van het zenuwstelsel. Zij zetten hun input om en
geven vanuit het centrale zenuwstelsel impulsen naar het perifere zenuwstelsel. Hier worden
weefsels en organen geactiveerd.
- Schakelcellen: bevinden zich in het gehele centrale zenuwstelsel. Zij zijn verantwoordelijk
voor het doorschakelen van sensorische informatie naar motorische activiteit.
Gliacellen
Cellen met een ondersteunende functie, worden ook wel steuncellen genoemd.
Soorten gliacellen in het centrale zenuwstel:
- Astrocyten: maken deel uit van de bloed-hersenbarriere.
- Oligodendrocyten: vormen de witte isolatielaag (myelineschede) rond de axonen. Zorgt voor
verhoogde snelheid en efficiëntie van de informatieoverdracht door de axonen.
- Ependymcellen: bekleden de ventrikels en het centrale kanaal van het ruggenmerg.
- Microgliacellen: bestrijden infecties en reageren op stoffen die de zenuwcellen kunnen
beschadigen.
Soorten gliacellen in het perifere zenuwstelsel
- Satellietcellen: ondersteunen en omgeven de cellichamen in het perifere zenuwstelsel.
- Schwann-cellen: verzorgen de myelinisatie in het perifere zenuwstelsel.
Witte en grijze stof
De grijze stof bestaat voornamelijk uit dendrieten en cellichamen. De grijze stof heeft als functie het
verwerken van informatie.
De witte stof in de hersenen bestaat uit gemyeliniseerde axonen. Myeline heeft een witte kleur. De
witte stof legt verbindingen tussen de hersengebieden en zorgt voor de communicatie tussen de
zenuwcellen.
De verschillende hersenkwabben en functies daarvan beschrijven.
Het centrum van Broca en het centrum van Wernicke beschrijven.