China 1842-2001
Het Chinese keizerrijk 221 v. Chr. – 1911 n. Chr.
Het Chinese keizerrijk werd bestuurd door verschillende dynastieën. De laatste dynastie, die vanaf
1644 heerste was de Quing-dynastie. De keizer van China had absolute macht. Dit ontleende hij van
het Hemels Mandaat, hij was er dus van overtuigd dat de hemel hem zijn macht ontleende. Daarnaast
werd hij bijgestaan door verschillende ambtenaren, de hoogste ambtenaren heette mandarijnen. Om
een ambtenaar te worden moest je het ambtenarenexamen afleggen. Dit was een heel lastig examen
wat maar eens in de drie jaar werd afgelegd en minder dan een procent van de kandidaten de eerste
keer voor slaagden.
Het principe van het Hemels mandaat was afkomstig van het confucianisme, dit was de staatsfilosofie
van China. Confucius was de grondlegger van deze filosofie, die was gebaseerd op:
▪ Hiërarchie, de samenleving was gerangschikt door vijf intermenselijke relaties; heerser-
onderdaan, vader-zoon, man-vrouw, oudere broer-jongere broer & vriend-vriend. Enkel de
laatste was gelijkwaardig bij de andere is er altijd een hoger dan de ander.
▪ Deugden, Ren en Yi zijn de belangrijkste deugden. Ren staat voor welwillendheid en
vriendelijkheid tegenover de ondergeschikte en Yi voor gehoorzaamheid en toewijding tegenover
de meerdere.
Eind 18e eeuw → het keizerrijk komt in verval door o.a. corruptie, hongersnoden en politieke crises.
China heeft zich een lange tijd superieur gevoeld tegenover Europese landen en wilde daardoor geen
handel drijven met Europa want ze wilde de Europese producten toch niet. De Europeanen wilden de
Chinese producten zoals thee en porselein wel.
Opiumoorlogen 1839-1860
Omdat China niet openstond voor handel ging Engeland vraag creëren naar Engelse producten door
opium het land in te smokkelen. De Chinese regering verbood de opiumhandel maar was te zwak om dit
te handhaven. De opiumhandel had negatieve gevolgen voor China:
▪ Veel zilver verliet China om opium te kopen.
▪ China raakte sociaal onstabiel door de grote hoeveelheid opium verslaafden.
1839 → De keizer liet 1.500.000 kilo opium confisqueren.
Engeland was woest en stuurde hun vloot, dit markeert het begin van de Eerste Opiumoorlog.
1842 → Het verdrag van Nanking, China moest zich overgeven want het was militair niet opgewassen
tegen de moderne wapens van Engeland. In het verdrag van Nanking werd vastgesteld dat:
▪ Vijf verdragshavens moesten worden opengesteld voor handel met de Britten.
▪ Hongkong werd Brits bezit.
▪ Britste kooplieden in China waren niet onderworpen aan het Chinese recht maar het Engelse
recht.
▪ China moest een schadevergoeding voor de geconfisqueerde opium betalen.
▪ Het verdrag kon periodiek worden herzien, ten nadele van de Chinezen.
, Andere westelijke grootmachten zagen wat er was gebeurd in China en ondernamen ook militaire
acties om te proberen ook zulke ongelijken verdragen af te dwingen. China weigerde nog meer
concessies te doen.
1856 → Begin Tweede Opiumoorlog, Frankrijk en Engeland vielen China aan.
1858 → Verdrag van Tianjin, China moet meer concessies doen door de Tweede Opium oorlog:
▪ China, de VS, Frankrijk en Rusland mochten in Peking ambassades oprichten.
▪ Westerse mogendheden kregen extraterritoriale rechten in China.
▪ Opiumhandel was weer toegestaan.
▪ Het Christendom mocht in China worden gepredikt.
▪ Buitenlanders mochten vrij door China reizen.
▪ Importheffingen waren in het voordeel van de imperialisten.
▪ China moest wederom een schadevergoeding betalen.
1860 → Conventie van Peking, einde Tweede Opiumoorlog.
Chinees- Japanse Oorlog 1894-1895
Japan was in snelle tijd enorm gemoderniseerd en wilde Korea van China afpakken, omdat het voor
nieuwe industrie toegang tot grondstoffen wilde. Japan versloeg het leger van China, omdat dit nog er
primitief was daardoor kon Japan nog meer eisen opstellen aan China.
1895 → Vrede van Shimonoseki, China werd gedwongen om de volgende bepalingen met Japan te
tekenen:
▪ Korea werd onafhankelijk van China en een Japans protectoraat.
▪ China moest afstand doen van grond aan Japan.
▪ Japan mocht fabrieken bouwen bij de verdragshavens.
▪ China moest natuurlijk een schadevergoeding betalen.
Het zwakke bestuur in China en de opstanden
China was niet instaat om op militair gebied serieus weerstand te bieden tegen de imperialisten.
Europa en Japan werkten aan een verdeling van China in diverse kolonies net zoals in Afrika, maar ook
de VS wilde meedoen zonder dat ze zich schuldig maakte aan het veroveren van land.
1899 → Open Deur Politiek, niemand mag China koloniseren maar wel als protectoraat nemen
waardoor China dus in principe zelfstandig blijft.
1850-1864 → De Taiping Opstand was een grote opstand die wel 20 miljoen slachtoffers telde.
Uiteindelijke mislukte de opstand omdat de keizer hulp kreeg uit het buitenland De hervormers wilden:
▪ Afschaffing van het confucianisme.
▪ Afstand van particulier bezit.
▪ Gelijkheid voor mannen en vrouwen.
▪ Opheffing ongelijken verdragen.
1851-1868 → De Nian Opstand ontstond naar aanleiding van grote overstromingen waar de regering de
bevolking enorm te kort is geschoten op het gebied van hulp. De opstand had een sociaaleconomische
agenda, veel boeren vochtten tegen sociale ongelijkheid en uitbuiting. Ook deze opstand mislukt.
Het Chinese keizerrijk 221 v. Chr. – 1911 n. Chr.
Het Chinese keizerrijk werd bestuurd door verschillende dynastieën. De laatste dynastie, die vanaf
1644 heerste was de Quing-dynastie. De keizer van China had absolute macht. Dit ontleende hij van
het Hemels Mandaat, hij was er dus van overtuigd dat de hemel hem zijn macht ontleende. Daarnaast
werd hij bijgestaan door verschillende ambtenaren, de hoogste ambtenaren heette mandarijnen. Om
een ambtenaar te worden moest je het ambtenarenexamen afleggen. Dit was een heel lastig examen
wat maar eens in de drie jaar werd afgelegd en minder dan een procent van de kandidaten de eerste
keer voor slaagden.
Het principe van het Hemels mandaat was afkomstig van het confucianisme, dit was de staatsfilosofie
van China. Confucius was de grondlegger van deze filosofie, die was gebaseerd op:
▪ Hiërarchie, de samenleving was gerangschikt door vijf intermenselijke relaties; heerser-
onderdaan, vader-zoon, man-vrouw, oudere broer-jongere broer & vriend-vriend. Enkel de
laatste was gelijkwaardig bij de andere is er altijd een hoger dan de ander.
▪ Deugden, Ren en Yi zijn de belangrijkste deugden. Ren staat voor welwillendheid en
vriendelijkheid tegenover de ondergeschikte en Yi voor gehoorzaamheid en toewijding tegenover
de meerdere.
Eind 18e eeuw → het keizerrijk komt in verval door o.a. corruptie, hongersnoden en politieke crises.
China heeft zich een lange tijd superieur gevoeld tegenover Europese landen en wilde daardoor geen
handel drijven met Europa want ze wilde de Europese producten toch niet. De Europeanen wilden de
Chinese producten zoals thee en porselein wel.
Opiumoorlogen 1839-1860
Omdat China niet openstond voor handel ging Engeland vraag creëren naar Engelse producten door
opium het land in te smokkelen. De Chinese regering verbood de opiumhandel maar was te zwak om dit
te handhaven. De opiumhandel had negatieve gevolgen voor China:
▪ Veel zilver verliet China om opium te kopen.
▪ China raakte sociaal onstabiel door de grote hoeveelheid opium verslaafden.
1839 → De keizer liet 1.500.000 kilo opium confisqueren.
Engeland was woest en stuurde hun vloot, dit markeert het begin van de Eerste Opiumoorlog.
1842 → Het verdrag van Nanking, China moest zich overgeven want het was militair niet opgewassen
tegen de moderne wapens van Engeland. In het verdrag van Nanking werd vastgesteld dat:
▪ Vijf verdragshavens moesten worden opengesteld voor handel met de Britten.
▪ Hongkong werd Brits bezit.
▪ Britste kooplieden in China waren niet onderworpen aan het Chinese recht maar het Engelse
recht.
▪ China moest een schadevergoeding voor de geconfisqueerde opium betalen.
▪ Het verdrag kon periodiek worden herzien, ten nadele van de Chinezen.
, Andere westelijke grootmachten zagen wat er was gebeurd in China en ondernamen ook militaire
acties om te proberen ook zulke ongelijken verdragen af te dwingen. China weigerde nog meer
concessies te doen.
1856 → Begin Tweede Opiumoorlog, Frankrijk en Engeland vielen China aan.
1858 → Verdrag van Tianjin, China moet meer concessies doen door de Tweede Opium oorlog:
▪ China, de VS, Frankrijk en Rusland mochten in Peking ambassades oprichten.
▪ Westerse mogendheden kregen extraterritoriale rechten in China.
▪ Opiumhandel was weer toegestaan.
▪ Het Christendom mocht in China worden gepredikt.
▪ Buitenlanders mochten vrij door China reizen.
▪ Importheffingen waren in het voordeel van de imperialisten.
▪ China moest wederom een schadevergoeding betalen.
1860 → Conventie van Peking, einde Tweede Opiumoorlog.
Chinees- Japanse Oorlog 1894-1895
Japan was in snelle tijd enorm gemoderniseerd en wilde Korea van China afpakken, omdat het voor
nieuwe industrie toegang tot grondstoffen wilde. Japan versloeg het leger van China, omdat dit nog er
primitief was daardoor kon Japan nog meer eisen opstellen aan China.
1895 → Vrede van Shimonoseki, China werd gedwongen om de volgende bepalingen met Japan te
tekenen:
▪ Korea werd onafhankelijk van China en een Japans protectoraat.
▪ China moest afstand doen van grond aan Japan.
▪ Japan mocht fabrieken bouwen bij de verdragshavens.
▪ China moest natuurlijk een schadevergoeding betalen.
Het zwakke bestuur in China en de opstanden
China was niet instaat om op militair gebied serieus weerstand te bieden tegen de imperialisten.
Europa en Japan werkten aan een verdeling van China in diverse kolonies net zoals in Afrika, maar ook
de VS wilde meedoen zonder dat ze zich schuldig maakte aan het veroveren van land.
1899 → Open Deur Politiek, niemand mag China koloniseren maar wel als protectoraat nemen
waardoor China dus in principe zelfstandig blijft.
1850-1864 → De Taiping Opstand was een grote opstand die wel 20 miljoen slachtoffers telde.
Uiteindelijke mislukte de opstand omdat de keizer hulp kreeg uit het buitenland De hervormers wilden:
▪ Afschaffing van het confucianisme.
▪ Afstand van particulier bezit.
▪ Gelijkheid voor mannen en vrouwen.
▪ Opheffing ongelijken verdragen.
1851-1868 → De Nian Opstand ontstond naar aanleiding van grote overstromingen waar de regering de
bevolking enorm te kort is geschoten op het gebied van hulp. De opstand had een sociaaleconomische
agenda, veel boeren vochtten tegen sociale ongelijkheid en uitbuiting. Ook deze opstand mislukt.