Inhoudsopgave
Hoorcollege 1 – Wat is criminologie?..................................................................2
Definities criminologie.........................................................................................2
Overeenkomsten in definities...............................................................................2
Wetenschappelijke kennis....................................................................................2
De criminologie als wetenschap............................................................................2
Deelgebieden van de criminologie.........................................................................3
1. Criminografie...............................................................................................3
2. Etiologie.....................................................................................................3
3. Victimologie................................................................................................3
4. Penologie....................................................................................................3
5. Criminaliteitsbeleid.......................................................................................3
Hoorcollege 2 – Criminologisch onderzoek..........................................................4
Criminografie.....................................................................................................4
Criminologie is overal..........................................................................................4
De criminologie als wetenschap............................................................................4
Criminologische kennisbronnen.............................................................................4
1. Alledaagse kennis........................................................................................4
2. De traditionele media en de moderne media....................................................4
3. Eerder onderzoek.........................................................................................5
4. Allerlei cijfers..............................................................................................5
5. Dossiers......................................................................................................6
6. De ‘werkelijkheid’.........................................................................................6
Veelgebruikte methoden in criminologie.................................................................7
Uitdagingen criminologisch onderzoek...................................................................7
Hoorcollege 3 – Criminologische theorieën.........................................................7
Geschiedenis van criminologie..............................................................................8
De Theoretische Criminologie...............................................................................8
Veelvoud aan theorieën.......................................................................................8
Waarom zijn er zoveel theorieën om criminaliteit te verklaren?.................................8
2. Verschillende onderliggende mens- en maatschappijbeelden.............................8
Invloedrijke theorieën.........................................................................................8
Edwin H. Sutherland – ‘Differential association’...................................................8
De kern van 9 uitgangspunten van differential association theory:.........................9
Travis Hirschi – ‘Social control theory’................................................................9
Robert K. Merton – Anomie en ‘strain’................................................................9
Howard S. Becker – ‘Label(l)ing’......................................................................10
Hoorcollege 4 – Ontwikkelingen in het veiligheidsbeleid...................................10
Samenleving en Criminaliteit (1985)....................................................................10
Integrale veiligheid............................................................................................11
The Culture of Control (Garland, 2001)................................................................12
1
, Inleiding criminologie > Hoorcolleges
Hoorcollege 1 – Wat is criminologie?
Definities criminologie
Criminologie = het onmisbare koele oog van de strafrechtspleging. De criminologie
beoogt tevens een bijdrage te leren aan een objectieve kennis gebaseerde publieke
discussie over misdaad en straf. (van dijk, huisman en nieuwbeerta)
Criminologie = de studie naar criminaliteit, criminaliteiten en strafrechtspleging (hoe er
wordt gereageerd of criminaliteit). (carrabine)
Criminologie = de wetenschap die zich bezighoudt met de bestudering van de aard en
achtergronden van menselijke gedragingen die door de wetgever strafbaar zijn gesteld
en van de wijze waarop de overheid en de overige maatschappij daarop reageert. (van
dijk, et al.)
Criminologie = de kennis over criminaliteit als een sociaal fenomeen. Inclusief het maken
van wetten, het overtreden van wetten, en de manier van reageren op het overtreden
van de wetten. De ontwikkeling van een hoeveelheid algemene en geverifieerde principes
en van andere soorten kennis over dit proces van recht, misdaad en behandeling.
(Sutherland and Cressey)
Overeenkomsten in definities
- Aandacht voor:
o Daders
o ‘Criminaliteit’
o De (maatschappelijke) reactie op ‘criminaliteit’
o Slachtoffers
Criminologie is een multidisciplinaire empirische objectwetenschap
Wetenschappelijke kennis
- Geordende kennis van de werkelijkheid
o Door middel van systematiseren, onderzoek en analyseren.
- Objectieve kijk
- Algemene geldigheid
- Empirisch te toetsen door interview, enquêtes, participerende observaties,
cijfermateriaal te analyseren, wetenschappelijk onderzoek, etc.
De criminologie als wetenschap
- De geboorte van de “scientific approach’ – het positivisme
“scientific approach” – het positivisme = de basis van onze kennis over de wereld
(epistemologie) is data dat product is van observatie. De basis van wetenschappelijke
kennis zijn ‘feiten’ die de wetenschapper objectief heeft verzameld. (newburn)
Oftewel: “meten is weten”
Dit zijn de wortels van wat criminologie tot empirische wetenschap maakt.
Empirisch = onderzoek doen met al je zintuigen.
Voorbeelden:
Wetmatigheid:
- Er is een verband tussen leeftijd en criminele betrokkenheid.
Lombroso:
- Crimineel zou anders zijn dan een niet-crimineel.
2
, Inleiding criminologie > Hoorcolleges
o Meten door schedels op te meten en door schedels te vergelijken.
o Conclusie: crimineel zou zich nog minder ver ontwikkeld hebben dan niet-
criminelen. En criminelen zouden nog dichter bij de aap staan.
Multidisciplinair
- Combineren van theoretische en methodologische perspectieven uit verschillende
wetenschappelijke disciplines.
Objectieve wetenschap
- Het object van de wetenschap is:
o ‘Criminaliteit’ (vraagstuk van criminaliteit in de volle breedte, dus niet op
personen of de mens) en alles wat daarmee samenhangt (de
maatschappelijke reactie op criminaliteit, daders en slachtoffers).
Criminologie is een object wetenschap, omdat het gaar over ‘criminaliteit’, waarmee de
vraagstuk van criminaliteit in de volle breedte en alles wat daarmee samenhangt, bedoelt
wordt. Met criminaliteit wordt dus niet de criminaliteit op personen of de mens bedoelt
waar het bij subject wetenschap over gaat.
Deelgebieden van de criminologie
1. Criminografie
- Beschrijvende criminologie
- Vragen naar de aard, omvang, ontwikkeling, schade, spreiding, sociale klasse,
etniciteit, concentraties (zogenaamde “hot spots”) etc. van specifieke fenomenen/
problemen.
- Komt terug in het vak: Aard, Omvang en Schade (B2)
2. Etiologie
- De ‘oorzaaksleer’, oftewel het verklaren van criminaliteit.
- Centrale rol van ‘theorie’
- Enorme diversiteit aan criminologische theorieën op verschillende
abstractieniveaus (micro-meso-macro)
- Komt terug in de vakken: Theoretische criminologie (B2) en toegepast in
Criminele Carrières (B2)
3. Victimologie
- De leer van het slachtoffer
- Relatief nieuw onderzoeksgebied
- Komt terug in de vakken: Aard, Omvang en Schade (B2), Criminele Carrières (B2)
4. Penologie
- De leer van het ‘straffen’
- Welke sancties werken er en waarom? Wat zijn ‘best practices’?
- Maar ook: wat zijn de onbedoelde of ongewenste effecten van sancties?
- Komt terug in het vak: Preventie en Bestraffing (B3)
5. Criminaliteitsbeleid
- Focus vooral op de manieren waarop er beleidsmatig gekeken en gereageerd
wordt op criminaliteit
- Welke theoretische noties liggen er ten grondslag aan beleid?
- Maar ook op andere niveaus: wat zegt het criminaliteitsbeleid bijvoorbeeld over
de samenleving?
- Van een nadruk op ‘criminaliteit’ naar ‘veiligheid’
- Komt terug in het vak: Criminaliteit en Samenleving (B1)
3