Samenvatting Levensbeschouwing H4
4.1 Wat is ethiek?
4 Thema’s:
- Wat is het juiste om te doen in verschillende situaties
- Hoe word je als mens gelukkig
- Hoe ziet een goed leven eruit
- Wat zijn de waarden om na te streven in het leven en welke normen
horen hierbij
Moreel goed: iets is in overeenstemming met de gewoonten van de groep
waarvan je deel uitmaakt
Immoreel: niet in overeenstemming met de gewoonten van de groep
waarvan je deel uitmaakt
De moraal: het geheel van de gewoonten en gebruiken van een groep
‘Sprookje’ komt van ‘sproke’ = verhaal/vertelling | origineel ongeschreven
vertellingen
Blond stond in de literatuur voor het perfecte, reine en onschuldige.
Bruin/zwart voor het onvolmaakte en onzedelijke
4.2 De moraal
Ethiek komt van ‘ethos’= gewoonte/gebruik
Descriptieve ethiek: beschrijven wat de moraal van een bepaalde groep
is
Normatieve ethiek: voorschrijven wat goed is en wat niet (hoe wij ons
behoren te gedragen)
Praktische ethiek: onderzoeken wat het meest juiste is om te doen in
een bepaalde situatie
Regels en wetten weerspiegelen wat we gezamenlijk belangrijk vinden
Normen (regels) en waarden (wat men belangrijk vindt) vormen de moraal
van een cultuur: waardesysteem
Moreel relativisme: het standpunt waarbij er geen morele waarden
kunnen bestaan die voor iedereen even belangrijk zijn (morele waarden
zijn namelijk vooral cultureel bepaald enz.)
Je waardesysteem heb je voor een groot deel via je opvoeding
meegekregen
, Iedereen is bevooroordeeld door zijn eigen waardesysteem, waardoor er in
een discussie geen ‘neutrale bodem’ bestaat
Elk waardesysteem is gelijkwaardig
Moreel universalisme: het standpunt waarbij er wel morele waarden
kunnen bestaan die altijd voor iedereen gelden
Democratische moraal: moraal waar de meeste mensen zich in kunnen
vinden
4.3 Een dilemma
Dilemma: lastig vraagstuk waarvoor je twee of meer oplossingen kunt
geven die elk hun voor- en nadelen hebben
Moreel dilemma: toestand waarin je moet kiezen uit twee mogelijkheden
die allebei morele bezwaren opleveren (twee kwaden)
Sommige filosofen menen dat het idee van vrije wil een illusie is en dat al
ons handelen in feite vooral bepaald (gedetermineerd) is
3 zaken die invloed hebben op wanneer je een gemaakte keuze moreel
goed noemt:
1. Wat er aan de handeling voorafgaat (deugdethiek)
2. Het gevolg van de handeling (gevolgenethiek)
3. De handeling zelf (plichtsethiek)
4.4 De deugdethiek
Socrates:
- Het moreel goede is verbonden met inzicht
- Het is onmogelijk het goede niet te doen als men het eenmaal kent:
Wie beschikt over de deugd zal hier ook automatisch naar handelen
Plato:
- Via zijn onsterfelijke ziel neemt de mens deel aan de wereld van
Ideeën: uit die wereld is de ziel afkomstig
- Het doel van de mens is in contact te komen met het Idee van het
Goede door zich boven het direct zintuigelijke en materiële te
verheffen, wat afschaduwingen van de Ideeën zijn
- Deugd is gebaseerd op inzicht
- Deugd word ontleedt in vier hoofddeugden waar de ziel uit zou zijn
opgebouwd: wijsheid, moed, matigheid en rechtvaardigheid
4.1 Wat is ethiek?
4 Thema’s:
- Wat is het juiste om te doen in verschillende situaties
- Hoe word je als mens gelukkig
- Hoe ziet een goed leven eruit
- Wat zijn de waarden om na te streven in het leven en welke normen
horen hierbij
Moreel goed: iets is in overeenstemming met de gewoonten van de groep
waarvan je deel uitmaakt
Immoreel: niet in overeenstemming met de gewoonten van de groep
waarvan je deel uitmaakt
De moraal: het geheel van de gewoonten en gebruiken van een groep
‘Sprookje’ komt van ‘sproke’ = verhaal/vertelling | origineel ongeschreven
vertellingen
Blond stond in de literatuur voor het perfecte, reine en onschuldige.
Bruin/zwart voor het onvolmaakte en onzedelijke
4.2 De moraal
Ethiek komt van ‘ethos’= gewoonte/gebruik
Descriptieve ethiek: beschrijven wat de moraal van een bepaalde groep
is
Normatieve ethiek: voorschrijven wat goed is en wat niet (hoe wij ons
behoren te gedragen)
Praktische ethiek: onderzoeken wat het meest juiste is om te doen in
een bepaalde situatie
Regels en wetten weerspiegelen wat we gezamenlijk belangrijk vinden
Normen (regels) en waarden (wat men belangrijk vindt) vormen de moraal
van een cultuur: waardesysteem
Moreel relativisme: het standpunt waarbij er geen morele waarden
kunnen bestaan die voor iedereen even belangrijk zijn (morele waarden
zijn namelijk vooral cultureel bepaald enz.)
Je waardesysteem heb je voor een groot deel via je opvoeding
meegekregen
, Iedereen is bevooroordeeld door zijn eigen waardesysteem, waardoor er in
een discussie geen ‘neutrale bodem’ bestaat
Elk waardesysteem is gelijkwaardig
Moreel universalisme: het standpunt waarbij er wel morele waarden
kunnen bestaan die altijd voor iedereen gelden
Democratische moraal: moraal waar de meeste mensen zich in kunnen
vinden
4.3 Een dilemma
Dilemma: lastig vraagstuk waarvoor je twee of meer oplossingen kunt
geven die elk hun voor- en nadelen hebben
Moreel dilemma: toestand waarin je moet kiezen uit twee mogelijkheden
die allebei morele bezwaren opleveren (twee kwaden)
Sommige filosofen menen dat het idee van vrije wil een illusie is en dat al
ons handelen in feite vooral bepaald (gedetermineerd) is
3 zaken die invloed hebben op wanneer je een gemaakte keuze moreel
goed noemt:
1. Wat er aan de handeling voorafgaat (deugdethiek)
2. Het gevolg van de handeling (gevolgenethiek)
3. De handeling zelf (plichtsethiek)
4.4 De deugdethiek
Socrates:
- Het moreel goede is verbonden met inzicht
- Het is onmogelijk het goede niet te doen als men het eenmaal kent:
Wie beschikt over de deugd zal hier ook automatisch naar handelen
Plato:
- Via zijn onsterfelijke ziel neemt de mens deel aan de wereld van
Ideeën: uit die wereld is de ziel afkomstig
- Het doel van de mens is in contact te komen met het Idee van het
Goede door zich boven het direct zintuigelijke en materiële te
verheffen, wat afschaduwingen van de Ideeën zijn
- Deugd is gebaseerd op inzicht
- Deugd word ontleedt in vier hoofddeugden waar de ziel uit zou zijn
opgebouwd: wijsheid, moed, matigheid en rechtvaardigheid