WEEK 1
Sociologie is de studie van hoe mensen met elkaar samenleven.
Berger (1963) Introduction to Sociology
• Zien van het algemene in het bijzondere;
• Het vreemde zien in het bekende;
• Individualiteit binnen een sociale context.
Waarom doen we vanzelfsprekende dingen?
Wat is sociologie?
“de wetenschappelijke studie van het sociale leven, sociale verandering en sociale oorzaken en
gevolgen van menselijk gedrag.” (Ballantine)
• “Sociologen bestuderen hoe de samenleving vorm geeft aan en wordt vormgegeven door
individuen, kleine groepen mensen, organisaties, nationale samenlevingen en globale sociale
netwerken” (Ballantine) Djen2711!
• “de systematische, sceptische en kritische studie van het sociale” (Macionis).
Feedbackloop: worden gevormd door sociale contact maar ook vorming van sociale context
Kritisch denken: empirisch onderzoek doen op basis van bewijs
Focus sociologie: samenleving; Richt zich op groepspatronen Probeert gedragingen binnen groepen
te verklaren vanuit sociale posities of taken. Sociologie is dus geen psychologie
Sociologie = observeren en analyseren Sociaal werk = doen. Sociologie is geen sociaal werk
Sociologie VS Lekenpraat
Lekenpraat:
- Aanames zijn vaak gebaseerd op zeer beperkte observaties
- Onderliggende veronderstellingen worden slechts zelden onderzocht
Sociologie:
- Ruime variatie van zorgvuldig uitgekozen observaties
- Poogt om deze observaties theoretisch te begrijpen en verklaren
Sociologische verbeeldingskracht
In de sociologie worden analyses op 3 niveaus uitgevoerd:
• micro (relaties tussen individuen),
• meso (organisaties, instituten, subculturen)
• macro (nationale samenlevingen en globale structuren)
Sociologische verbeeldingskracht, aldus de bedenker C. Wright Mills, = de complexe en interactieve
relatie tussen individuele ervaringen en publieke zaken.
,Veel ‘persoonlijke ervaringen’ kunnen en zouden moeten worden geïnterpreteerd in de context van
grootschalige krachten in de samenleving.
Persoonlijke in sociale context/kracht
Dingen die ‘gewoon’ erbij horen in het leven die worden gevoerd door sociale krachten
Corona verschillende groepen mensen worden verschillend getroffen zoals zwart en wit
Sociologische verbeeldskracht:
Onderscheid persoonlijke problemen - publieke zaken cruciaal
Persoonlijk probleem:
- Verbonden aan een individu en zijn directe milieu → is persoonlijk
- Gaat dus over dingen die door een individu gevoeld worden
Publieke zaken:
- Overstijgen het individu en zijn directe omgeving;
- Publieke zaken worden door veel mensen gevoeld en worden vaak gezien als een bedreiging
- Individuele kenmerken kunnen publieke zaken niet verklaren
Persoonlijke problemen en publieke issues zijn echter sterk aan elkaar verbonden → sociologische
verbeelding
Werkloos zijn persoonlijk probleem
Werkloosheid publieke zaak
Andere voorbeelden zijn bijvoorbeeld de huizencrisis en de criminaliteit die beginnen als persoonlijke
probleem maar tot publieke zaken (kunnen) overstijgen.
Wat helpt om sociologische verbeeldingskracht te krijgen is: onszelf ‘wegdenken’ van de bekende
routines van ons dagelijkse leven om in staat te kunnen zijn om vanuit een nieuw perspectief naar de
zaken te kijken.
Wat sociologische verbeeldingskracht ons dus laat inzien is dat simpele handelingen, zoals het
drinken van een kopje koffie, worden beïnvloed door grotere sociale structuren en globale
ontwikkelingen.
• Op micro niveau is een kopje koffie als functie van relaties vormen in sociale omgevingen
• Op meso niveau is een kopje koffie als functie: creëren koffie zaken en een rol creëren in de
economie met bij voorbeeld organisaties te oprichten in een stad bijvoorbeeld
• Op macro niveau is de functie van koffie hoen de koffie wordt geproduceerd en de vestigingen
die globaal worden gevorm staan dan centraal.
De sociologische verbeeldingskracht laat zien dat simpele handelingen worden beïnvloed door
grotere sociale structuren & globale ontwikkelingen
Feedbackloop: iedere dag koffie houd de handel in stand. Goede status van de handel wordt
beïnvloed door sociale context
,Welke vragen stellen sociologen?
- Sociologen stellen vragen over mensen in sociale groepen en organisaties.
- Sociologen zijn geïnteresseerd in de oorzaken en gevolgen van (groeps)gedrag.
- Sociologen mijden uitspraken die ethische waardeoordelen bevatten.
Vier hoofdvragen binnen sociologie:
• Ongelijkheidsvraagstuk (wie krijgt wat?),
• Cohesievraagstuk (wat verbindt en scheidt mensen?),
• Rationaliserings- of moderniseringsvraagstuk (hoe rationeel handelen mensen en instituties?),
• Identiteitsvraagstuk (wie zijn wij?).
Hoofdvragen bij koffie:
• Telers krijgen minde geld dan de winst die wordt gemaakt op koffie
• Er worden bindingen gevormd bij drinken koffie
• Rationalisering: mensen drinken koffie om bij het sociale te horen. Modernisering: koffie drinken
is afkomstig uit colonisme maar is door modernisering wereldwijd
• Collectieve identiteit je maakt deel uit van een groep. Hoe identificeer jij jezelf als een bepaald
persoon door bijv. drinken van koffie
Niet alleen beschrijven, maar ook verklaren
• Daarom: theorieën construeren die de feiten verklaren
• Toetsbaarheid
• Feiten spreken niet voor zichzelf!
Theorie: studenten die kennis op in de colleges die belangrijk zijn voor tentamens zijn meer
betrokken bij de studie
Theorie 2: studenten zijn meer betrokken bij de studie
Toetsen: cijfers, aanwezigheid (motivatie van de studie)
Hangt af van uitkomst en of de theorie waar is.
Sociologie bevat diverse theoretische perspectieven
3 belangrijke assen:
(1) Micro/meso/macro → op welk niveau richt het perspectief zich
(2) Coöperatief/conflictueus → wat is de algemene kijk op menselijk gedrag?
(3) Agency/structure → in welke mate heeft het individu handelingsvrijheid?
, WEEK 2
4 perspectieven
Sociologische perspectieven en theorieën
Meer perspectieven voor een breder beeld in de sociologie
De samenleving als functioneel geheel: functionalisme
De samenleving als strijdtoneel: conflict benadering
De samenleving van betekenis gevende individuen: symbolisch interactionisme
De samenleving van calculerende individuen: rationele keuzebenadering
Sociologisch perspectief
Een basisbeeld berustend op bepaalde aannames(assumpties) van de samenleving, dat het
sociologisch denken en onderzoek richting geeft. Synoniemen: paradigma, benadering
Manieren van kijken en het zijn geen verklaringen en toetsbare dingen
Sociologische theorieën
Een samenhangend stelsel van uitspraken over hoe en waarom specifieke feiten met elkaar
verbonden zijn. Merton: ‘middle-range theory’
Deze theorieën zijn toetsbaar sociologische perspectieven niet.
Perspectieven kunnen theorieën inspireren
Voorbeeld: Mensen met hoger inkomen stemmen meer in Amerika
Hoe hoger het inkomen hoe meer ze stemmen
Je formuleert hier een theorie
Je kijkt hiernaar op verschillende perspectieven en hierdoor heb je verschillende
verklaringen. Kunnen mensen zich herkennen in politici: symbolisch interactionisme
benadering
Ongelijkheid zorgt ervoor dat rijken meer en sneller de mogelijkheid hebben om te kunnen
stemmen: conflict benadering.
Wat is het beste stemmen of werken voor gelddenkwijze voor armen: rationele benadering
Door deze perspectieven creëer je een theorie
Verschillende theorieën kunnen zelfde verschijnsel verklaren
Vervolgens omzetten in empirisch onderzoek
Cruciaal verschil: toetsbaarheid
Theoreien kun je bedenken maar je moet onderzoeken of ze hout snijden of niet