100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Economie BK1210 samenvatting alle colleges RSM Erasmus

Rating
-
Sold
-
Pages
22
Uploaded on
24-06-2025
Written in
2024/2025

Samenvatting van alle colleges en leerstof voor Economie. Is een 1o mee gehaald!

Institution
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
June 24, 2025
Number of pages
22
Written in
2024/2025
Type
Summary

Subjects

Content preview

1 - Consumentengedrag
Consumenten maken keuzes die ze het meest gelukkig maken, daarom maken we bepaalde
‘trade-offs’. “Koop ik dit of koop ik dat?”

De manier waarop mensen trade-offs doen, wordt bepaald door je voorkeuren. Er zijn een aantal
assumptions die worden gemaakt over voorkeuren:

1. Voorkeuren zijn compleet ‘rankable’; we weten wat onze voorkeuren zijn.
2. Meer is beter dan minder
3. Transitivity; is een bepaalde logica
o Ik vind goed A beter dan goed B, en goed B beter dan goed C, dus vind ik goed A
beter dan goed C.
4. Diminishing Marginal Returns; als ik 10 toffees heb, heb ik minder plezier aan een 11de,
dan als ik geen toffees heb, en de 1e krijg.

UTILITY

Utiliteit is een maatstaf om te meten hoe gelukkig consumenten zijn. Een utility functie
beschrijft de relatie tussen wat consumenten consumeren en het niveau van welzijn en geluk

Voorbeeld: Consider the utility of eating a saucijzenbroodje (S) vs. a cheese sandwich (C) → U =
U(S,C). Utility might be represented by U = S^0.6*C^0.4 = Cobbs Douglas functie

Nuts zijn dus een maatstaf voor tevredenheid, maar het probleem is dat dit niet makkelijk te
meten is. The ‘rules’ for utility allows only for ordinal ranking of consumption bundles:

• Ordinal ranking: bundles can be ranked from best to worse
• Cardinal ranking: allows a person to determine how much better one bundle is,
compared to another.
o Deze ranking wordt dus niet gebruikt omdat er geen maatstaf is die kan meten
hoeveel meer een consument van goed A houdt ten opzichte van goed B.

Marginal Utility (MU) is de bijkomende utility die een
consumente krijgt als er 1 goed of service erbij komt.

Bij het voorbeeld U = S^0.6*C^0.4 is MUc = 0.4S^0.6C^-0.6

INDIFFERENCE CURVES

Indifference curve = plots the consumption bundles that provide a
consumer with the same utility. Indifferentiecurves hebben 4
karakteristieken:

1. Ze kunnen getekend worden; completeness and rankability
assumption
2. Curves further from the origin represent higher utility; more is better
assumption
3. Curves never cross; transitivity assumption
4. Convex to the origin, de lijn trekt naar de oorsprong; diminishing
marginal utility assumption / consumers like variety

Steilere curves: consumenten zijn bereid om veel van Y op te geven voor een beetje van

,Vlakke curves: consumenten zijn niet bereid om veel van Y op te geven voor een beetje van X.

De helling van de indifferentie curve geeft ons belangrijke informatie. Wanneer we steeds meer
naar beneden gaan op de helling krijgen we te maken met die ‘diminishing marginal rate of
substitution’. Waardoor de helling steeds minder steil wordt en we steeds minder bereid zijn om
Y op te geven. Ook al ben je even goed af.

Je moet de ratio van substitutie kunnen berekenen: Marginal rate of substition

Budget constraint = describes the entire set of consumption bundles a consumer can
purchase when spending all their income.

Feasible is alles wat je kan betalen, en Infeasible
is alles wat je niet kan betalen/kan krijgen.

Stel de prijzen van
burritos verdubbelen, en
koffie blijven dezelfde
prijs:

Heel veel bundels zijn nu
infeasible.



CONSUMER OPTIMIZATION

Consumenten hebben last van beperkte optimalisatie. Je hebt als
mens een budget door je inkomen, dat is een restrictie, maar
tegelijkertijd proberen mensen te maximaliseren.

Van deze bundels is bundel E niet haalbaar, en daarom niet de
optimale bundel. “De curve die het verste van de oorsprong vandaan
ligt geeft ons het hoogste nutsniveau.” A geeft dus meer nut dan alle
bundels die op U1 liggen. Daarom is A dus optimaal.

Dus; de optimale bundel ligt op het punt waar indifference curve =
budget constraint. De helling daarvan =



Voorbeeld: Antonio’s inkomen is 20 euro, een burger
kost 5 euro en een zak friet kost 2 euro.




The Salt of the Earth, Sebastião Salgado – Sandra Phlippen

, 2 – Producentengedrag
Productie = het proces waarbij personen of een organisatie bepaalde inputs (kapitaal/arbeid)
gebruiken om producten te maken waar anderen voor willen betalen.

• Final goods / Eindproducten = goed dat door de consument wordt gekocht
• Intermediate goods / Half derivaten = producten die worden gebruikt door andere
producenten.
• Dus; taak van de organisatie = goederen/services produceren d.m.v. Kapitaal (Capital)
en Arbeid (Labour)

Bij producentengedrag zijn er net zoals bij consumentengedrag assumptions:

1. Een bedrijf produceert maar 1 goed
2. Het bedrijf weet al wat voor goed ze gaan produceren
3. Het doel van een bedrijf is om productiekosten te minimaliseren
4. Op de korte termijn kan een bedrijf alleen arbeid (labour)


aanpassen, kapitaal staat vast.
5. Een bedrijf gebruikt maar 2 inputs; kapitaal en arbeid
6. Hoe meer input, hoe meer output
7. De productie van een bedrijf vertoont Diminishing Marginal
Returns bij inputs.
8. Een bedrijf kan zoveel arbeid en kapitaal kopen als dat het wilt Je kan assumptie 6 en 7 zien
voor de marktprijs
9. Een bedrijf heeft geen budget constraints

Productiefunctie =

Cobb-Douglas functie = Waarbij meestal

• A is de totale factor productiviteit; heeft invloed op hoeveel output kan worden
geproduceerd met de verkregen set inputs.

Marginal product = de bijkomende output dat een bedrijf kan produceren door een extra unit
input te gebruiken.

Om MPl te berekenen moet je de partiële afgeleide van de productiefunctie pakken met respect
tot L.

Bij bedrijven is er ook een constrained optimization probleem, namelijk dat een bedrijf kosten
minimaliseert op basis van een specifieke hoeveelheid aan output dat geproduceerd moet
worden.

Hierbij heb je 2 ingrediënten: de Isoquant -en Isocost curve.

• Isoquant = A curve representing combinations of inputs that allow a firm to make a
particular quantity of output. (dezelfde hoeveelheid productie)
o De helling van een isoquant laat zien hoe inputs kunnen worden gebruikt voor
een bepaald level aan outputs; de Marginal Rate of Technical Substitution =
the rate at which the firm can trade input X for input Y, holding
output constant.
$7.93
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
jasmijnt

Get to know the seller

Seller avatar
jasmijnt Erasmus Universiteit Rotterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
1
Member since
7 months
Number of followers
0
Documents
6
Last sold
5 months ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions