1 – What is Organizational Behaviour? + Diversiteit
Hoofdstuk 1 & 2
OB = een vak dat de invloed van individuen, groepen en
de structuur bestudeert op gedrag in organisaties.
Het vak ligt samen met andere gebieden; psychologie,
antropologie, sociologie en sociale psychologie.
Doel: Organisaties effectiever maken
Managers krijgen dingen gedaan via andere mensen
- Technische, kwantitatieve & analytische vaardigheden
zijn belangrijk. Maar uit onderzoek blijkt dat leiderschap
en communicatieve vaardigheden essentieel zijn om
een goeie manager te zijn.
• Zo blijven goede werknemers bij de organisatie
• Goede werknemers solliciteren
• Betere prestatie
Manager = an individual who achieves goals
through other people
Organization = a consciously coordinated
social unit, composed of 2 or more people,
that functions on a relatively continuous
basis to achieve a common goals or set of
goals.
Management heeft 4 functies: plannen,
organiseren, leiden en controleren.
Bovendien heeft een manager (volgens Mintzberg) 10 verschillende rollen →
Role Description
Interpersonal
- figurehead -Required to perform a number of routine duties or symbolic
nature. (bijv. Het schoolhoofd geeft diploma’s aan de
geslaagden)
- leader -Responsible for the motivation and direction of employees
- liasion -Maintains a network outside contact who provide favours and
information
Informational
- monitor -Receives a wide variety of information; serves as a nerve
centre of internal and external info
-disseminator -Transmits information received from outsiders or from other
employees to members of the organization
- spokesperson -Transmits information to outsiders on organization’s plans,
policies, actions and results
Decisional
-Entrepreneur - Searches organization and its environment for oppurtinities
and initiates projects for change
- Disturbance handler - Responsible for corrective action when facing disturbances
- Resource allocator -Makes or approves significant organization decisions
- Negotiator -Responsible for representing the organization at major
negotiations.
,Ten slotte moeten managers 3 skills bezitten
• Technical skills: the ability to apply specialized knowledge or expertise
• Human skills: the ability to work with, understand and motivate other people, both
individually and in groups
• Conceptual skills: the mental ability to analyse and diagnose complex situations
Als werknemers een taak goed kunnen, presteren ze beter wanneer ze een specifiek en moeilijk
doel krijgen om na te streven.
Proximity effect = als een werknemer een collega vaak ziet zal zij deze over het algemeen leuker
vinden.
Hindsight Bias = gebeurtenissen in het verleden lijken simpel, begrijpelijk en voorspelbaar in
vergelijking met gebeurtenissen in de toekomst
Er zijn 2 manieren van het voorspellen van gedrag, beide moeten managers gebruiken:
• Intuïtie
o Onderbuikgevoel
o Individuele observatie
o Gezond verstand
o Nadeel: vaak gebaseerd op foutieve/incomplete informatie
• Systematische studie / Evidence-Based Management (EBM)
o Systematische studie = kijkt naar relaties, verzamelt wetenschappelijk bewijs,
voorspelt gedrag
o EBM (gevolg van systematische studie) = Het baseren van management
beslissingen op het beste, beschikbare, wetenschappelijk bewijs.
o Inputs → process → outputs
o Nadeel: kost veel tijd en geld
GEBRUIK ZOVEEL MOGELIJK WETENSCHAPPELIK BEWIJS ALS AANVULLING OP JE INTUÏTIE EN
ERVARING.
Task performance: the combination of
effectiveness and efficiency at doing your
core job tasks.
• The most important human output
contributing to organizational
effectiveness.
• Organizations who have employees
with good citizenship behavior
outperform those that don’t.
• Withdrawal behavior has a very
negative effect on the organization
• ANDERE TERMEN →
,OB als wetenschap
Een goede theorie vat veel observaties samen op een effectieve manier en geeft heldere
voorspellingen.
Onderzoek wordt gedaan d.m.v. systematische observatie en experimenten
Bij menselijk gedrag kan je niet zomaar generaliseren in de wetenschap, daarom is ob toch wat
lastiger. Je kan zeggen dat x tot y leidt, maar alleen onder de voorwaarden z = contingency
variables = “variables that moderate the relationship between 2 or more variables.”
Contingency = onvoorspelbaarheid
Voorbeeld: niet iedereen wil een uitdagende baan, sommigen willen gewoon een simpele
routine kunnen volgen. “the appeal of the job is contingent to the person who holds it. “
Challenges and Opportunities for OB
De hedendaagse uitdagingen maken de weg vrij voor nieuwe kansen om OB concepten toe te
passen.
• Responding to economic pressures
o Managen is altijd lastig, zowel in goede als slechte tijden. Het uiteindelijke doel
blijft om het bedrijf staande te houden.
• Responding to globalization
o Increased foreign assignments
o Working with people from different cultures
o Overseeing movement of jobs to countries with low-cost labour
o Adapting to differing cultural and regulatory norms.
• Managing workforce diversity
o Waar globalisatie focust op de verschillen tussen mensen van verschillende
landen, focust “workforce diversity” op de verschillen tussen mensen binnen
gegeven de landen.
• Improving customer service
o Als een werknemer zich goed voelt, zal dat resulteren in een betere
taskperformance en een betere klantenservice
• Improving people skills
• Improving ethical behavior
o Het ‘juiste’ ethische gedrag binnen een bedrijf is moeilijk aan te duiden in een
globale economie door de verschillende perspectieven
• Working in networked organizations
o Het werk van een manager is anders: mensen leiden en motiveren online vereist
verschillende technieken dan offline
• Enhancing employee well-being at work
• Creating a positive work environment
o Positive reinforcement
, Diversiteit
De basis van individueel gedrag bestaat uit
1. Ability
o Intellectual Ability
▪ Binnen organisaties is dit de sterkste voorspeller van hoe je personeel
presteert op het werk
▪ GMA; general mental ability, algemene factor van intelligentie
▪ Je kan je IQ verhogen d.m.v. intense fysieke inspanning
o Physical Abilities
▪ Uithoudingsvermogen, kracht, behendigheid etc.
o Hoe capabel je bent, maakt echter niets uit voor job satisfaction. Er is geen
correlatie tussen capaciteit en geluk.
2. Biografische informatie
a. Geslacht, leeftijd, ras, etniciteit, handicaps, religie, culturele identiteit,
werkervaring (aantal dienstjaren). Alleen iemands ervaring heeft invloed op de
job performance.
i. Ras en etniciteit blijken een factor te zijn in het selectieproces. En door
similarity-attraction worden minorities minder gunsten gedaan.
3. Shaping
a. Positive reinforcement
b. Negative reinforcement
c. Punishment
d. Extinction
Surface level diversiteit zijn verschillen in eigenschappen die makkelijk zichtbaar zijn
Deep level diversiteit gaat om waarden, persoonlijkheid en voorkeuren in werkaanpak die
minder makkelijk zichtbaar zijn.
Deze 2 levels zijn de 2 grootste vormen van werkdiversiteit
Voor- en Nadelen van Diversiteit
Voordelen
• Meer informatie en perspectieven tot je beschikking
• Grotere poel van potentiële werknemers
• Betere connectie markt
• Ethisch, eerlijk
Nadelen
• Risico op stereotypering en discriminatie
• Similarity-attraction effect = a concept that suggests that people are generally more
attracted to others wo are similar to themselves. This similarity can be in terms of
attitudes, values, personality traits or physical characteristics.
Succesvolle diversiteitsprogramma’s
• Benadrukken gelijkheid en eerlijkheid
• Leren managers de voordelen van divers personeel en een diverse markt
• Benadrukken persoonlijke ontwikkeling voor alle werknemers waarbij verschillen in
perspectieven gezien worden als waardevol
Hoofdstuk 1 & 2
OB = een vak dat de invloed van individuen, groepen en
de structuur bestudeert op gedrag in organisaties.
Het vak ligt samen met andere gebieden; psychologie,
antropologie, sociologie en sociale psychologie.
Doel: Organisaties effectiever maken
Managers krijgen dingen gedaan via andere mensen
- Technische, kwantitatieve & analytische vaardigheden
zijn belangrijk. Maar uit onderzoek blijkt dat leiderschap
en communicatieve vaardigheden essentieel zijn om
een goeie manager te zijn.
• Zo blijven goede werknemers bij de organisatie
• Goede werknemers solliciteren
• Betere prestatie
Manager = an individual who achieves goals
through other people
Organization = a consciously coordinated
social unit, composed of 2 or more people,
that functions on a relatively continuous
basis to achieve a common goals or set of
goals.
Management heeft 4 functies: plannen,
organiseren, leiden en controleren.
Bovendien heeft een manager (volgens Mintzberg) 10 verschillende rollen →
Role Description
Interpersonal
- figurehead -Required to perform a number of routine duties or symbolic
nature. (bijv. Het schoolhoofd geeft diploma’s aan de
geslaagden)
- leader -Responsible for the motivation and direction of employees
- liasion -Maintains a network outside contact who provide favours and
information
Informational
- monitor -Receives a wide variety of information; serves as a nerve
centre of internal and external info
-disseminator -Transmits information received from outsiders or from other
employees to members of the organization
- spokesperson -Transmits information to outsiders on organization’s plans,
policies, actions and results
Decisional
-Entrepreneur - Searches organization and its environment for oppurtinities
and initiates projects for change
- Disturbance handler - Responsible for corrective action when facing disturbances
- Resource allocator -Makes or approves significant organization decisions
- Negotiator -Responsible for representing the organization at major
negotiations.
,Ten slotte moeten managers 3 skills bezitten
• Technical skills: the ability to apply specialized knowledge or expertise
• Human skills: the ability to work with, understand and motivate other people, both
individually and in groups
• Conceptual skills: the mental ability to analyse and diagnose complex situations
Als werknemers een taak goed kunnen, presteren ze beter wanneer ze een specifiek en moeilijk
doel krijgen om na te streven.
Proximity effect = als een werknemer een collega vaak ziet zal zij deze over het algemeen leuker
vinden.
Hindsight Bias = gebeurtenissen in het verleden lijken simpel, begrijpelijk en voorspelbaar in
vergelijking met gebeurtenissen in de toekomst
Er zijn 2 manieren van het voorspellen van gedrag, beide moeten managers gebruiken:
• Intuïtie
o Onderbuikgevoel
o Individuele observatie
o Gezond verstand
o Nadeel: vaak gebaseerd op foutieve/incomplete informatie
• Systematische studie / Evidence-Based Management (EBM)
o Systematische studie = kijkt naar relaties, verzamelt wetenschappelijk bewijs,
voorspelt gedrag
o EBM (gevolg van systematische studie) = Het baseren van management
beslissingen op het beste, beschikbare, wetenschappelijk bewijs.
o Inputs → process → outputs
o Nadeel: kost veel tijd en geld
GEBRUIK ZOVEEL MOGELIJK WETENSCHAPPELIK BEWIJS ALS AANVULLING OP JE INTUÏTIE EN
ERVARING.
Task performance: the combination of
effectiveness and efficiency at doing your
core job tasks.
• The most important human output
contributing to organizational
effectiveness.
• Organizations who have employees
with good citizenship behavior
outperform those that don’t.
• Withdrawal behavior has a very
negative effect on the organization
• ANDERE TERMEN →
,OB als wetenschap
Een goede theorie vat veel observaties samen op een effectieve manier en geeft heldere
voorspellingen.
Onderzoek wordt gedaan d.m.v. systematische observatie en experimenten
Bij menselijk gedrag kan je niet zomaar generaliseren in de wetenschap, daarom is ob toch wat
lastiger. Je kan zeggen dat x tot y leidt, maar alleen onder de voorwaarden z = contingency
variables = “variables that moderate the relationship between 2 or more variables.”
Contingency = onvoorspelbaarheid
Voorbeeld: niet iedereen wil een uitdagende baan, sommigen willen gewoon een simpele
routine kunnen volgen. “the appeal of the job is contingent to the person who holds it. “
Challenges and Opportunities for OB
De hedendaagse uitdagingen maken de weg vrij voor nieuwe kansen om OB concepten toe te
passen.
• Responding to economic pressures
o Managen is altijd lastig, zowel in goede als slechte tijden. Het uiteindelijke doel
blijft om het bedrijf staande te houden.
• Responding to globalization
o Increased foreign assignments
o Working with people from different cultures
o Overseeing movement of jobs to countries with low-cost labour
o Adapting to differing cultural and regulatory norms.
• Managing workforce diversity
o Waar globalisatie focust op de verschillen tussen mensen van verschillende
landen, focust “workforce diversity” op de verschillen tussen mensen binnen
gegeven de landen.
• Improving customer service
o Als een werknemer zich goed voelt, zal dat resulteren in een betere
taskperformance en een betere klantenservice
• Improving people skills
• Improving ethical behavior
o Het ‘juiste’ ethische gedrag binnen een bedrijf is moeilijk aan te duiden in een
globale economie door de verschillende perspectieven
• Working in networked organizations
o Het werk van een manager is anders: mensen leiden en motiveren online vereist
verschillende technieken dan offline
• Enhancing employee well-being at work
• Creating a positive work environment
o Positive reinforcement
, Diversiteit
De basis van individueel gedrag bestaat uit
1. Ability
o Intellectual Ability
▪ Binnen organisaties is dit de sterkste voorspeller van hoe je personeel
presteert op het werk
▪ GMA; general mental ability, algemene factor van intelligentie
▪ Je kan je IQ verhogen d.m.v. intense fysieke inspanning
o Physical Abilities
▪ Uithoudingsvermogen, kracht, behendigheid etc.
o Hoe capabel je bent, maakt echter niets uit voor job satisfaction. Er is geen
correlatie tussen capaciteit en geluk.
2. Biografische informatie
a. Geslacht, leeftijd, ras, etniciteit, handicaps, religie, culturele identiteit,
werkervaring (aantal dienstjaren). Alleen iemands ervaring heeft invloed op de
job performance.
i. Ras en etniciteit blijken een factor te zijn in het selectieproces. En door
similarity-attraction worden minorities minder gunsten gedaan.
3. Shaping
a. Positive reinforcement
b. Negative reinforcement
c. Punishment
d. Extinction
Surface level diversiteit zijn verschillen in eigenschappen die makkelijk zichtbaar zijn
Deep level diversiteit gaat om waarden, persoonlijkheid en voorkeuren in werkaanpak die
minder makkelijk zichtbaar zijn.
Deze 2 levels zijn de 2 grootste vormen van werkdiversiteit
Voor- en Nadelen van Diversiteit
Voordelen
• Meer informatie en perspectieven tot je beschikking
• Grotere poel van potentiële werknemers
• Betere connectie markt
• Ethisch, eerlijk
Nadelen
• Risico op stereotypering en discriminatie
• Similarity-attraction effect = a concept that suggests that people are generally more
attracted to others wo are similar to themselves. This similarity can be in terms of
attitudes, values, personality traits or physical characteristics.
Succesvolle diversiteitsprogramma’s
• Benadrukken gelijkheid en eerlijkheid
• Leren managers de voordelen van divers personeel en een diverse markt
• Benadrukken persoonlijke ontwikkeling voor alle werknemers waarbij verschillen in
perspectieven gezien worden als waardevol