1 – Langzaam Denken
Er zijn twee denksystemen → Systeem 1; is snel maar slordig / Systeem 2; is traag maar accuraat
De een is niet perse beter dan de ander, het eerste systeem heb je nodig omdat je niet bij alles
ingewikkelde inschattingen nodig hebt.
Bij filosofie wordt er vooral gebruikt van systeem 2. Het is rigoureus (zorgvuldig) scepticisme.
Filosofen zijn het oneens over de aard van wetenschap, we zoeken een ‘working definition’.
Wetenschap is in ieder geval niet:
• Een kwestie van smaak
• Bijgeloof
Wetenschap zoekt meer dan alleen feiten, er wordt gezocht naar een achterliggende verklaring
of mechanisme; “Waarom is het zo?”.
• Dit maakt een verklaring overtuigender en makkelijker te generaliseren.
Wetenschap is overtuigend gebaseerd op bewijs en argumentatie. De argumentatie is via
deductie en inductie.
Deductief redeneren = je begint met een overkoepelende theorie en gaat die toetsen aan
concrete data. De generalisatie is er al.
• Deductief onderzoek komt het meest voor bij onderwerpen waar al veel onderzoek naar
is gedaan.
• VB; Water kookt bij honderd graden Celsius, deze pan met water wordt over 5 minuten
100 graden. Dus, deze pan met water zal over vijf minuten koken
Inductief redeneren = je hebt nog geen overkoepelende theorie, maar gaat data verzamelen en
probeert daar een patroon in te ontdekken. Op die manier kom je tot een theorie of hypothese.
• Mogelijke beperking van deze redeneerwijze is dat de patronen die je in jouw data vindt
niet altijd te generaliseren zijn naar alle cases. De conclusie is altijd een onderbouwde
schatting.
• Vb; Eergisteren kwam de zon op, gisteren kwam de zon op, vandaag kwam de zon op.
Dus, iedere dag komt de zon op.
“Goede” wetenschap kan je op 2 manieren bekijken. Je hebt goed als in succesvol en goed als in
wetenschap die ‘goed’ voor ons is.
Syllogisme = een logisch argument
Proposities = de zinnen waaruit het argument bestaat. De eerste proposities zijn de
aannames/premissen en de laatste propositie is de conclusie die uit de premissen volgt
De inhoud hoeft geen waarheid te zijn om valide te zijn, en andersom.
Ware premissen leiden altijd tot een ware conclusie, maar onware
premissen leiden niet tot een onware conclusie.
Je moet op het tentamen een stelling om kunnen zetten → Als de kachel heet is, brand je je
handen. De kachel is koud, dus, je zal je handen niet branden. → Als X, dan Y. Niet X, dus niet Y.
,Dit argument is niet valide. Dit noem je ontkenning van de antecedent (X).
“Alle X zijn Y” en “Als X, dan Y” zijn verschillende type statements.
Er zijn 4 typen sillogismen
1. Modus ponens (valide argument)=
2. Modus Tollens (valide argument)=
3. Bevestiging van de conséquent (niet valide) =
4. Ontkenning van het antecedent (niet valide) =
Descriptieve uitspraken = beschrijvende uitspraken die een beroep doen op hoe de wereld
werkelijk werkt.
• Bij descriptieve uitspraken is het meestal mogelijk om te controleren of deze uitspraken
ook kloppen
Normatieve uitspraken = waarden, uitspraken die een beroep doen op hoe de wereld zou
moeten zijn.
• Het is lastig om objectief vast te stellen of een stelling ethisch juist is.
o Sommigen wetenschappers zeggen dat je normatieve uitspraken kan afleiden
aan objectieve feiten, maar anderen zeggen dat dit niet kan.
▪ Een misvatting binnen de management wetenschappen is dat alleen
empirisch onderzoek als wetenschappelijk telt. Conceptuele analyse
van theoretische concepten is echter net zo belangrijk
o Is-ought gap (door David Hume) = verwijst naar de schijnbare kloof tussen feiten
(wat "is") en normen of waarden (wat "ought to be"). Met andere woorden, Hume
stelde dat je niet logisch kunt afleiden wat men zou moeten doen (ethische
normen) uit louter feitelijke beschrijvingen van de wereld.
“Mensen zijn van nature omnivoor, dus het is onzinnig om vegetariër te zijn.” (Descriptief, normatief)
• Bij deze uitspraak is er ook nog een verborgen normatieve uitspraak, namelijk: Het is
goed om naar natuurlijke capaciteiten te handelen.
“Uit onderzoek blijkt dat illegale drugs veel criminaliteit veroorzaken, dus drugs moeten
gelegaliseerd worden”
• Het is goed om drugs te legaliseren
• Het is goed om criminaliteit te verminderen
Onze normen en waarden hebben een effect op het wetenschappelijk onderzoek dat in de
maatschappij wordt gedaan.
Kenmerken van kennis over sociale ,economische, institutionele en psychologische patronen:
Generalisability, Controllability, Objectivity (wetenschap moet afhankelijk zijn en niet worden
beïnvloed door sociale belangen), valide onderzoekdsmethoden, Parsimony (simpele en
duidelijke uitleg)
, 2 – Het Logisch Positivisme
Geschiedenis kan mythen ontmaskeren en alternatieve verklaringen geven. De geschiedenis van
de westerse wereld begint in het oude Griekenland.
• Plato; schreef op wat Socrates zei, begon de school van Athene
• Aristoteles; student van Plato, diens tegenovergestelde op vele vlakken. Een ‘prototype’
van de empirische wetenschapper.
o Hij probeerde de wereld op te delen in relevante vlakken; natuur, natuurkundige
vakken, ethiek, politiek etc.
Bij schilderij school van Athene; Plato wijst naar boven en Aristoteles wijst naar beneden. Plato
zegt dat de waarheid achter de wereld te vinden is in het bovennatuurlijke, en Plato denkt dat het
op de wereld zelf is.
De geschriften van Plato en Aristoteles zijn 1 van de weinige geschriften die zorgvuldig bewaard
zijn gebleven binnen het Romeinse rijk, het Byzantijnse rijk, het Kalifaat van de Abbasiden en
door de Europese Monniken. In die tijd was scholastiek de voornaamste manier om kennis te
vergaren.
Scholastiek = methode van kritisch denken en onderwijzen die vooral in de middeleeuwse
Europese universiteiten werd gebruikt. Deze benadering probeerde het geloof en de rede te
verenigen door middel van logische analyse en de systematische studie van filosofische en
theologische teksten.
Scholasten lezen de werken van oude wijze mensen en geven daar commentaar op. Boeken zijn
destijds nog erg zeldzaam.
• Commentatoren zoals Thomas van Aquino, Boethuis, Ibn Rushd, Ibn Sina
Wetenschappelijke vooruitgang is niet te ontkennen in de wiskunde, geneeskunde en
engineering.
Kennis en kennisverspreiding was vroeger een religieuze praktijk. De Bijbel en de Katholieke
kerk zijn er als epistemologische (de tak van de filosofie die zich bezighoudt met kennis en de
aard van kennis.), morele en politieke autoriteit.
De veranderingen die plaats vinden tijdens de Renaissance en verlichting.
Verlichting (volgens Kant, 1784) = "Verlichting is het uittreden van de mens uit zijn zelf-
verschuldige onmondigheid. Onmondigheid is het onvermogen zich van het eigen verstand te
bedienen zonder de leiding van een ander verstand te volgen. Deze onmondigheid is zelf
verschuldigd wanneer de oorzaak ervan niet voortkomt uit een gebrek aan verstand, maar uit
een besluiteloosheid en uit een gebrek aan moed in het gebruik ervan zonder leiding door
anderen. Sapere Aude! Heb moed je van je eigen verstand te bedienen! is daarom de lijfspreuk
van de verlichting."
Ofwel, durf te denken
Het verschil tussen de scholastiek en de verlichting, is dat de scholasten boeken raadplegen en
zo ‘slim’ worden. De verlichting stelt dat wijsheid bij jezelf begint, en niet alleen via boeken te
krijgen is. Je kan nog steeds boeken lezen, maar je kan ook zelf op een conclusie komen door te
observeren en experimenteren.
Er zijn twee denksystemen → Systeem 1; is snel maar slordig / Systeem 2; is traag maar accuraat
De een is niet perse beter dan de ander, het eerste systeem heb je nodig omdat je niet bij alles
ingewikkelde inschattingen nodig hebt.
Bij filosofie wordt er vooral gebruikt van systeem 2. Het is rigoureus (zorgvuldig) scepticisme.
Filosofen zijn het oneens over de aard van wetenschap, we zoeken een ‘working definition’.
Wetenschap is in ieder geval niet:
• Een kwestie van smaak
• Bijgeloof
Wetenschap zoekt meer dan alleen feiten, er wordt gezocht naar een achterliggende verklaring
of mechanisme; “Waarom is het zo?”.
• Dit maakt een verklaring overtuigender en makkelijker te generaliseren.
Wetenschap is overtuigend gebaseerd op bewijs en argumentatie. De argumentatie is via
deductie en inductie.
Deductief redeneren = je begint met een overkoepelende theorie en gaat die toetsen aan
concrete data. De generalisatie is er al.
• Deductief onderzoek komt het meest voor bij onderwerpen waar al veel onderzoek naar
is gedaan.
• VB; Water kookt bij honderd graden Celsius, deze pan met water wordt over 5 minuten
100 graden. Dus, deze pan met water zal over vijf minuten koken
Inductief redeneren = je hebt nog geen overkoepelende theorie, maar gaat data verzamelen en
probeert daar een patroon in te ontdekken. Op die manier kom je tot een theorie of hypothese.
• Mogelijke beperking van deze redeneerwijze is dat de patronen die je in jouw data vindt
niet altijd te generaliseren zijn naar alle cases. De conclusie is altijd een onderbouwde
schatting.
• Vb; Eergisteren kwam de zon op, gisteren kwam de zon op, vandaag kwam de zon op.
Dus, iedere dag komt de zon op.
“Goede” wetenschap kan je op 2 manieren bekijken. Je hebt goed als in succesvol en goed als in
wetenschap die ‘goed’ voor ons is.
Syllogisme = een logisch argument
Proposities = de zinnen waaruit het argument bestaat. De eerste proposities zijn de
aannames/premissen en de laatste propositie is de conclusie die uit de premissen volgt
De inhoud hoeft geen waarheid te zijn om valide te zijn, en andersom.
Ware premissen leiden altijd tot een ware conclusie, maar onware
premissen leiden niet tot een onware conclusie.
Je moet op het tentamen een stelling om kunnen zetten → Als de kachel heet is, brand je je
handen. De kachel is koud, dus, je zal je handen niet branden. → Als X, dan Y. Niet X, dus niet Y.
,Dit argument is niet valide. Dit noem je ontkenning van de antecedent (X).
“Alle X zijn Y” en “Als X, dan Y” zijn verschillende type statements.
Er zijn 4 typen sillogismen
1. Modus ponens (valide argument)=
2. Modus Tollens (valide argument)=
3. Bevestiging van de conséquent (niet valide) =
4. Ontkenning van het antecedent (niet valide) =
Descriptieve uitspraken = beschrijvende uitspraken die een beroep doen op hoe de wereld
werkelijk werkt.
• Bij descriptieve uitspraken is het meestal mogelijk om te controleren of deze uitspraken
ook kloppen
Normatieve uitspraken = waarden, uitspraken die een beroep doen op hoe de wereld zou
moeten zijn.
• Het is lastig om objectief vast te stellen of een stelling ethisch juist is.
o Sommigen wetenschappers zeggen dat je normatieve uitspraken kan afleiden
aan objectieve feiten, maar anderen zeggen dat dit niet kan.
▪ Een misvatting binnen de management wetenschappen is dat alleen
empirisch onderzoek als wetenschappelijk telt. Conceptuele analyse
van theoretische concepten is echter net zo belangrijk
o Is-ought gap (door David Hume) = verwijst naar de schijnbare kloof tussen feiten
(wat "is") en normen of waarden (wat "ought to be"). Met andere woorden, Hume
stelde dat je niet logisch kunt afleiden wat men zou moeten doen (ethische
normen) uit louter feitelijke beschrijvingen van de wereld.
“Mensen zijn van nature omnivoor, dus het is onzinnig om vegetariër te zijn.” (Descriptief, normatief)
• Bij deze uitspraak is er ook nog een verborgen normatieve uitspraak, namelijk: Het is
goed om naar natuurlijke capaciteiten te handelen.
“Uit onderzoek blijkt dat illegale drugs veel criminaliteit veroorzaken, dus drugs moeten
gelegaliseerd worden”
• Het is goed om drugs te legaliseren
• Het is goed om criminaliteit te verminderen
Onze normen en waarden hebben een effect op het wetenschappelijk onderzoek dat in de
maatschappij wordt gedaan.
Kenmerken van kennis over sociale ,economische, institutionele en psychologische patronen:
Generalisability, Controllability, Objectivity (wetenschap moet afhankelijk zijn en niet worden
beïnvloed door sociale belangen), valide onderzoekdsmethoden, Parsimony (simpele en
duidelijke uitleg)
, 2 – Het Logisch Positivisme
Geschiedenis kan mythen ontmaskeren en alternatieve verklaringen geven. De geschiedenis van
de westerse wereld begint in het oude Griekenland.
• Plato; schreef op wat Socrates zei, begon de school van Athene
• Aristoteles; student van Plato, diens tegenovergestelde op vele vlakken. Een ‘prototype’
van de empirische wetenschapper.
o Hij probeerde de wereld op te delen in relevante vlakken; natuur, natuurkundige
vakken, ethiek, politiek etc.
Bij schilderij school van Athene; Plato wijst naar boven en Aristoteles wijst naar beneden. Plato
zegt dat de waarheid achter de wereld te vinden is in het bovennatuurlijke, en Plato denkt dat het
op de wereld zelf is.
De geschriften van Plato en Aristoteles zijn 1 van de weinige geschriften die zorgvuldig bewaard
zijn gebleven binnen het Romeinse rijk, het Byzantijnse rijk, het Kalifaat van de Abbasiden en
door de Europese Monniken. In die tijd was scholastiek de voornaamste manier om kennis te
vergaren.
Scholastiek = methode van kritisch denken en onderwijzen die vooral in de middeleeuwse
Europese universiteiten werd gebruikt. Deze benadering probeerde het geloof en de rede te
verenigen door middel van logische analyse en de systematische studie van filosofische en
theologische teksten.
Scholasten lezen de werken van oude wijze mensen en geven daar commentaar op. Boeken zijn
destijds nog erg zeldzaam.
• Commentatoren zoals Thomas van Aquino, Boethuis, Ibn Rushd, Ibn Sina
Wetenschappelijke vooruitgang is niet te ontkennen in de wiskunde, geneeskunde en
engineering.
Kennis en kennisverspreiding was vroeger een religieuze praktijk. De Bijbel en de Katholieke
kerk zijn er als epistemologische (de tak van de filosofie die zich bezighoudt met kennis en de
aard van kennis.), morele en politieke autoriteit.
De veranderingen die plaats vinden tijdens de Renaissance en verlichting.
Verlichting (volgens Kant, 1784) = "Verlichting is het uittreden van de mens uit zijn zelf-
verschuldige onmondigheid. Onmondigheid is het onvermogen zich van het eigen verstand te
bedienen zonder de leiding van een ander verstand te volgen. Deze onmondigheid is zelf
verschuldigd wanneer de oorzaak ervan niet voortkomt uit een gebrek aan verstand, maar uit
een besluiteloosheid en uit een gebrek aan moed in het gebruik ervan zonder leiding door
anderen. Sapere Aude! Heb moed je van je eigen verstand te bedienen! is daarom de lijfspreuk
van de verlichting."
Ofwel, durf te denken
Het verschil tussen de scholastiek en de verlichting, is dat de scholasten boeken raadplegen en
zo ‘slim’ worden. De verlichting stelt dat wijsheid bij jezelf begint, en niet alleen via boeken te
krijgen is. Je kan nog steeds boeken lezen, maar je kan ook zelf op een conclusie komen door te
observeren en experimenteren.