Arbeidsrecht
Hoofdstuk 4: collectief
arbeidsrecht
WAT?
o = Collectief overleg tss WG & WN
o GEVOLG? °Heel wat regels in arbeidsrecht vanuit collectief overleg
REDEN?
o Individuele contractsvrijheid
GEVOLG?
o °Extra autonome bron van recht
gaat meestal over op individuele AO
bijna even “dwingend” als imperatieve wetgeving
4.1 het sociaal overleg
WAT?
o WG & WN wisselen gedachten over sociale aangelegenheden
+
Samen op collectieve wijze de arbeidsvoorwaarden vastleggen
o = collectief overleg
WIE?
o Sociale partners:
WG(organisaties)
WN(organisaties)
o TAAK:
collectief overleg tss soc partners over sociale aangelegenheden
voor: bedrijfstakken of alle WN’s binnen onderneming
VOORDELEN:
WN:
‘Samen sterk’
Sociaaleconomische positie versterken door samen op te treden
REDEN: individueel zwakke positie
WG:
garantie op sociale vrede binnen onderneming ↑
= vrede op werkplek
, vb:
- geen stakingen
- geen stiptheidsactie , …
4.4.1 syndicale of vakverenigingsvrijheid
ontstaan sociaal overleg
1) 1791:
afschaffing corporatie (decreet “D’allarde”)
verbod op oprichting nieuwe corporaties (wet “Le Chapelier”)
2) strafwetboek 1810:
art 145
= “coalitieverbod”
Elke WN-samenspanning is strafbaar
3) Belgische grondwet 1831:
Art 20
= zgn vrijheid van vereniging
MAAR: niet toegepast !
4) Wet 4 mei 1921:
Art 1
= positieve vrijheid: van vereniging op elk gebied
+
= negatieve vrijheid: niemand kan gedwongen wd tot
deelname of geen deelname aan vereniging
WEL echte toepassing !
5) Na WO II
Juridische verankering :
Geïnstitutionaliseerd via oprichting aantal paritair
samengestelde organen
Dus: structureel overleg door sociale partners binnen
aantal paritaire organen
IAO-verdragen:
= vakverenigingsvrijheid waarborgen
6) Syndicale of vakverenigingsvrijheid = internationaal grondrecht
, 7) Hoge & stabiele syndicalisatiegraad + grote invloed in België
= aantal WN dat lid is van een vakbond
8) Syndicale of vakbondspremie:
WAT?
Premie die WG aan WN betaalt als “beloning” voor feit dat
hij lid is van een vakbond
REDEN?
Is enige voorbehouden voordeel vr vakbonds-WN
toegelaten (zgn “closed and preferential shop”)
Want: verboden in Belgisch recht om bep voordelen voor
te behouden voor georganiseerde WN of leden WNorg
GEVOLG?
Ondernemerscao’s gelden altijd voor ALLE WN’s van een
bepaalde WG
4.1.2 actoren vh sociaal overleg
Onderscheid in sociale partners
Wettelijk erkende vakbonden:
Representativiteitscriteria Niet eender wie kan toetreden
“representativiteit”
KENMERKEN:
Beperkte functionele rechtspersoonlijkheid (*)
syndicale activiteiten organiseren
Zetelen in wettelijke overlegorganen
Geldige cao’s afsluiten
Niet-erkende vakbonden:
Iedereen kan toetreden
KENMERKEN:
Syndicale activiteiten organiseren
Zetelen in wettelijke overlegorganen
Geldige cao’s afsluiten
Representativiteitscriteria
o DOOR: overheid opgelegd
VOOR: wettelijk erkende vakbonden
o WAT?
= criteria die bewijzen dat je representatief bent
Moet je aan voldoen om aanvaard te wd als “sociale partner”
o REDEN?
, Optimaal functioneren vd wettelijk voorziene overlegorganen
garanderen :
Sterke organisaties
Merendeel vd WG & WN wd vertegenwoordigd
Leden mogen algemeen belang niet uit het oog verliezen
Representativiteit (in wettelijk erkende vakbonden) / representatieve vakbonden
Langs werknemerskant:
Interprofessionele organisaties van WN’s (= vakverbonden)
o CRITERIA?
Opgericht voor gehele land (overkoepelende instelling)
Vertegenwoordigd in : CRB + NAR
Min 125 betalende leden
o WELKE VOLDOEN AAN CRITERIA? 3
ACV = Algemeen Christelijk Vakverbond
ACLVB = Algemeen Centrale Liberale Vakbond in België
ABVV= Algemeen Belgisch VakVerbond
Vakorganisaties (= vakcentrales, vakbonden)
o CRITERIA?
Aangesloten bij of deel ve interprofessionele organisatie
o WELKE?
ABVV metaal
ACV Metea
ACV Transcom
LBC = landelijke bediendencentrale
…
Hoofdstuk 4: collectief
arbeidsrecht
WAT?
o = Collectief overleg tss WG & WN
o GEVOLG? °Heel wat regels in arbeidsrecht vanuit collectief overleg
REDEN?
o Individuele contractsvrijheid
GEVOLG?
o °Extra autonome bron van recht
gaat meestal over op individuele AO
bijna even “dwingend” als imperatieve wetgeving
4.1 het sociaal overleg
WAT?
o WG & WN wisselen gedachten over sociale aangelegenheden
+
Samen op collectieve wijze de arbeidsvoorwaarden vastleggen
o = collectief overleg
WIE?
o Sociale partners:
WG(organisaties)
WN(organisaties)
o TAAK:
collectief overleg tss soc partners over sociale aangelegenheden
voor: bedrijfstakken of alle WN’s binnen onderneming
VOORDELEN:
WN:
‘Samen sterk’
Sociaaleconomische positie versterken door samen op te treden
REDEN: individueel zwakke positie
WG:
garantie op sociale vrede binnen onderneming ↑
= vrede op werkplek
, vb:
- geen stakingen
- geen stiptheidsactie , …
4.4.1 syndicale of vakverenigingsvrijheid
ontstaan sociaal overleg
1) 1791:
afschaffing corporatie (decreet “D’allarde”)
verbod op oprichting nieuwe corporaties (wet “Le Chapelier”)
2) strafwetboek 1810:
art 145
= “coalitieverbod”
Elke WN-samenspanning is strafbaar
3) Belgische grondwet 1831:
Art 20
= zgn vrijheid van vereniging
MAAR: niet toegepast !
4) Wet 4 mei 1921:
Art 1
= positieve vrijheid: van vereniging op elk gebied
+
= negatieve vrijheid: niemand kan gedwongen wd tot
deelname of geen deelname aan vereniging
WEL echte toepassing !
5) Na WO II
Juridische verankering :
Geïnstitutionaliseerd via oprichting aantal paritair
samengestelde organen
Dus: structureel overleg door sociale partners binnen
aantal paritaire organen
IAO-verdragen:
= vakverenigingsvrijheid waarborgen
6) Syndicale of vakverenigingsvrijheid = internationaal grondrecht
, 7) Hoge & stabiele syndicalisatiegraad + grote invloed in België
= aantal WN dat lid is van een vakbond
8) Syndicale of vakbondspremie:
WAT?
Premie die WG aan WN betaalt als “beloning” voor feit dat
hij lid is van een vakbond
REDEN?
Is enige voorbehouden voordeel vr vakbonds-WN
toegelaten (zgn “closed and preferential shop”)
Want: verboden in Belgisch recht om bep voordelen voor
te behouden voor georganiseerde WN of leden WNorg
GEVOLG?
Ondernemerscao’s gelden altijd voor ALLE WN’s van een
bepaalde WG
4.1.2 actoren vh sociaal overleg
Onderscheid in sociale partners
Wettelijk erkende vakbonden:
Representativiteitscriteria Niet eender wie kan toetreden
“representativiteit”
KENMERKEN:
Beperkte functionele rechtspersoonlijkheid (*)
syndicale activiteiten organiseren
Zetelen in wettelijke overlegorganen
Geldige cao’s afsluiten
Niet-erkende vakbonden:
Iedereen kan toetreden
KENMERKEN:
Syndicale activiteiten organiseren
Zetelen in wettelijke overlegorganen
Geldige cao’s afsluiten
Representativiteitscriteria
o DOOR: overheid opgelegd
VOOR: wettelijk erkende vakbonden
o WAT?
= criteria die bewijzen dat je representatief bent
Moet je aan voldoen om aanvaard te wd als “sociale partner”
o REDEN?
, Optimaal functioneren vd wettelijk voorziene overlegorganen
garanderen :
Sterke organisaties
Merendeel vd WG & WN wd vertegenwoordigd
Leden mogen algemeen belang niet uit het oog verliezen
Representativiteit (in wettelijk erkende vakbonden) / representatieve vakbonden
Langs werknemerskant:
Interprofessionele organisaties van WN’s (= vakverbonden)
o CRITERIA?
Opgericht voor gehele land (overkoepelende instelling)
Vertegenwoordigd in : CRB + NAR
Min 125 betalende leden
o WELKE VOLDOEN AAN CRITERIA? 3
ACV = Algemeen Christelijk Vakverbond
ACLVB = Algemeen Centrale Liberale Vakbond in België
ABVV= Algemeen Belgisch VakVerbond
Vakorganisaties (= vakcentrales, vakbonden)
o CRITERIA?
Aangesloten bij of deel ve interprofessionele organisatie
o WELKE?
ABVV metaal
ACV Metea
ACV Transcom
LBC = landelijke bediendencentrale
…