• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 72 pages
Summary

SAMENVATTING Sexualiteit GGZ3024

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 72 pages

Dit document bevat een complete samenvatting van de taken, aangevuld met een college, voor het vak seksualiteit. Met deze samenvatting is een 8.1 behaald voor het tentamen.

Content preview

Seksualiteit Taak 1
Wat zijn de endocriene aspecten van seksualiteit?
De productie van geslachtshormonen en -cellen wordt geregeld door de HPG-as:

 Er bestaat een negatieve feedbackregulatie tussen hypothalamus, hypofysevoorkwab en
gonaden (testes en ovaria).
o Als reactie op bepaalde externe of endogene stimuli geeft de hypothalamus GnRH af.
GnRH wordt geproduceerd door kleincellige neuronen in de
nucleus paraventricularis. Dit stimuleert de
hypofysevoorkwab (adenohypofyse) tot afgifte van LH en
FSH:
 FSH stimuleert de productie van geslachtscellen
 LH verhoogt de productie van geslachtshormonen
o De toenemende geslachtshormonen + LH en FSH-
concentraties remmen de (eigen) secretie uit de
hypofysevoorkwab en de GnRH-productie in de hypothalamus.
 Geslachtshormonen zorgen voor mannelijke en vrouwelijke
biologische (en wellicht ook psychologische) kenmerken
o Mannen hebben meer androgenen, vrouwen meer
oestrogenen/progestagenen, maar beide geslachten maken
beide soorten aan
o Geslachtshormonen zijn steroïden, gemaakt uit cholesterol,
vervoerd door bloed via eiwitten (SHBG, albumine) en binden
aan celreceptoren in de cel
 Hypofyseachterkwab (neurohypofyse) produceert o.a. oxytocine,
vasopressine en prolactine -> geen rechtstreeks effect op de HPG-
as, indirecte invloed op seksualiteit

Puberteit
Start puberteit: hypothalamus gaat GnRH aanmaken, pulserend en eerst alleen ’s nachts.
Geslachtshormonen zorgen voor het ontstaan van de secundaire geslachtskenmerken, de
puberteitsgroeispurt, spermatogenese bij jongens en menstruaties bij meisjes

 Lichamelijke veranderingen gaan snel en verlopen gewoonlijk volgens een vast patroon:
o Meisjes: borstgroei, pubisbeharing -> onderhuidse vetafzetting: minder in taille, meer
rond heupen, groei van okselhaar -> menarche
o Jongens: groei testes, groter/dikker worden penis, pubisbeharing -> stemverlaging, groei
okselhaar -> ejaculaties, baardgroei, lichaamsbeharing
 Startleeftijd varieert erg tussen individuen, verschillende populaties en door de tijd heen
o Voor meisjes gewoonlijk tussen 8-12 jaar, voor jongens tussen 9-14 jaar

Het gonadale systeem bij mannen
Belangrijkste androgenen: testosteron, dihydrotestosteron (DHT) en androstadienon -> zijn
belangrijk voor seksueel verlangen. Testosteron wordt door Leydigcellen in de testes geproduceerd
en in diverse organen omgezet tot het actievere DHT door het enzym 5-alfa-reductase (5-AR).

 Testosteron en DHT binden aan de androgeenreceptor -> vanuit de celkern wordt een groot
aantal biologische processen beïnvloed die als specifiek mannelijk worden gezien.
o Prenataal DHT -> virilisatie van mannelijke uitwendige genitalieën
o Puberteitsontwikkeling
 Er is een sterke toename van testosteronproductie in de puberteit. Later een geleidelijke daling
zonder dat de toename volledig stopt
 Andere bronnen van testosteron:
o DHEA: kan omgezet worden naar testosteron
o Androsteendion: omzetting naar testosteron of oestrogenen via aromatase

Hypogonadisme
= verminderd functioneren van de testes met gevolg een verminderde productie van testosteron en
spermatozoa. Veroorzaakt door een goedaardig gezwel dat de hypofysefunctie verstoort. 3 kenmerken:

, 1. Kan aangeboren zijn of gedurende het leven ontwikkelen
2. Kan sprake zijn van volledige of gedeeltelijke uitval
3. De mate van verlies van vruchtbaarheid hoeft geen gelijke tred te houden met de verlaging van
de testosteronconcentratie
 Primair: door afwijking aan testes of gebrek aan aansturing vanuit hypofyse. Hypofyse gaat het
verlies proberen te compenseren door meer LH en FSH af te geven
o Oorzaken: infectie, trauma, bestraling, operatie, medicatie, chemo, etc.
 Secundair (Kallmannsyndroom): wanneer de hypofyse niet meer goed werkt, is er een mogelijk
tekort aan FSH en LH, waardoor de testes onvoldoende aangespoord worden om functie uit te
voeren. Kenmerkt zich door tekort aan GnRH-producerende neuronen in de nucleus
paraventricularis van de hypothalamus.
o Oorzaak: erfelijke afwijking

Het gonadale systeem bij vrouwen
Oestrogenen, progesteron en androgenen -> ontwikkeling secundaire geslachtskenmerken, groeispurt,
menstruatiecyclus:

 Schommelingen in bloedconcentraties van LH, FSG, oestrogenen, progesteron, testosteron
o FSH -> follikelgroei -> productie oestrogenen -> puberteitsontwikkeling
o LH-piek -> ovulatie + progesteron productie door corpus luteum -> voorbereiding
endometrium op innesteling van bevruchte eicel
 Uitblijven zwangerschap -> geleidelijke daling progesteron door corpus luteum ->
menstruatie
 Ook productie van androgenen. Testosteron is belangrijkste voor vrouwelijke seksuele respons
en specifiek (relatief gering) verhoogd rondom de ovulatie

Climacterium (overgang)
45-55 jaar: stop oestrogeen- en progesteronproductie door ovaria -> stijging LH en FSG + einde
vruchtbaarheid -> onregelmatigere, hevigere en langdurige of wegblijvende menstruaties

 Ovariële androgenen dalen, maar bijnieren blijven androgenen produceren -> seksuele
responsiviteit en activiteit blijven bestaan
 Menopauze = 1 jaar of langer geen menstruatie en hoge LH/FSH
o Daarna postmenopauze met lage oestrogeen- en progesteronniveaus

Seksuele responsiviteit over de cyclus
Vrouwen -> geen oestrus (=beperkte periode van seksuele responsiviteit), maar hormoonfluctuaties
kunnen grote fysiologische, psychologische en gedragsmatige veranderingen veroorzaken.

 Geen bewijs dat vrouwen meer zin in seks hebben rondom ovulatie (wordt wel gedacht)
 Bij gebruik van geslachtshormonen, zoals in de anticonceptiepil, verminderen of verdwijnen de
meeste cyclische veranderingen -> kan leiden tot minder zin in seks

Andere hormonen en seksualiteit
 Hyper- of hypofunctioneren van schildklier (thyroïde) of van bijnieren (cortisol) -> negatieve
invloed seksualiteit
 Onvoldoende insuline -> verhoogde bloedsuiker -> seksuele disfuncties
 Overproductie prolactine -> minder geslachtshormonen en dopamine -> man: verlaagd
seksueel verlangen en erectiele disfunctie, vrouw: verlies menstruatiecyclus
 Tekort prolactine: metabool syndroom, vasculaire erectieproblemen, premature ejaculatie
 Oxytocine: rol bij bevalling, borstvoeding, seksueel functioneren en intimiteit + bevordert
hechting tussen seksuele partners


Wat is de seksuele respons?
Vroeger werd seks vooral biologisch benaderd vanuit voortplanting, maar tegenwoordig erkent men
seksuele diversiteit en het belang van seksueel genot voor de levenskwaliteit. Modellen in lijn met deze
bredere visie proberen lichamelijke en/of psychologische veranderingen door seksuele stimulatie te
beschrijven, onafhankelijk van fertiliteitsstatus, seksuele voorkeur en seksuele handeling.

,  Masters & Johnson: EPOR-model (Excitation, Plateau,
Orgasm, Resolution) -> seksuele respons =
fysiologische veranderingen die optreden tijdens seks ->
vooral nadruk op fysiologische kenmerken
o Seksuele responscyclus is een natuurlijke reactie
die kan worden tegengegaan, maar niet willekeurig
kan worden gestuurd
 Faalangst, toeschouwersrol en
seksnegatieve socialisatie zijn belangrijkste
factoren die het optreden ervan negatief
beïnvloeden
o Refractaire periode = tijdelijke staat van
psychofysiologische ongevoeligheid voor seksuele
stimulatie na orgasme
 1966: twee herzieningen:
o Lineaire herziening van Kaplan en Lief: verlangen
toegevoegd en plateaufase eruit (moeilijk te
onderscheiden van opwinding)
 Kaplan ging er net als Masters & Johnson
vanuit dat seksualiteit een biologisch
instinct is -> seksueel verlangen is normaal
en dit niet hebben is een stoornis
 Nabije en verre inhiberende factoren
kunnen het seksuele verlangen en
het optreden van de seksuele
responscyclus verstoren
 Kritiek model: verlangen en opwinding covariëren en verlangen gaat niet altijd
vooraf aan opwinding (soms omgekeerd) -> moeilijk onderscheid te maken
 Levin -> minder strak lineair onderscheid tussen seksueel verlangen en
opwinding en stelde dat het soms kan samenkomen
o Basson: de seksuele responscyclus start vanuit een positie van seksuele neutraliteit
en zowel niet-seksuele als seksuele factoren kunnen leiden
tot de seksuele responscyclus. Hierbij zijn er verschillende,
niet lineaire, seksuele responssequenties mogelijk
 Opwinding en verlangen kunnen elkaar wederzijds
versterken
 Belang van intimiteit als stimulus voor activering
van cyclus (vooral vrouwen)
 Naast intimiteit 4 groepen van andere motieven voor
activering: fysieke redenen, seks als middel om doel
te bereiken, emotie en onzekerheidsreductie
 Herstelfase van Masters & Johnson is volledig
verwaarloosd net zoals seksuele (dis)satisfactie

Fysiologie van de seksuele respons
Seksuele opwinding/responsiviteit bevindt zich niet alleen in de genitaliën, maar in het hele
lichaam (spierspanning, verhoogde ademhaling/hartslag/bloeddruk, etc.)

Genitale doorbloeding
Opwinding -> vasocongestie = zwelling van lichaamsweefsels door lokaal verhoogde doorbloeding en
bloeddruk. Bij man en vrouw werkt het ongeveer hetzelfde.

 Vasocongestie vrouwen -> zwelling clitoris, bulbus vestibuli, baarmoeder, vagina, schaamlippen,
vaginale lubricatie (door transudatie = lekken van vocht uit capillairen van vaginale arteriën
door vaginawand heen)
 Vasocongestie mannen -> erectie door verminderde vasoconstrictie en relaxatie gladde spieren
+ skeletspieren helpen bloed in penis te pompen
o Einde erectie: sympathische activatie -> vasoconstrictie en ontspannen zwellichamen
 Vasocongestie is maximaal op moment van climax
 Vele structuren spelen een rol: innervatie, vascularisatie, arterioveneuze anastomosen, glad
spierweefsel, etc.

Climax
Bestaat uit een fysiologische en psychologische (staat gelijk aan orgasme) component.

,  Orgasme wordt opgewekt door hoge opwinding en genot en door veranderingen in cognitie en
bewustzijn.
 Bij vrouw kan orgasme langer duren en vrouwen zijn meer in staat om verschillende orgasmen
kort na elkaar te hebben. Mannen ervaren meer een refractaire periode
 Orgasme man: ejaculatie -> 2 fasen:
o Emissiefase: sperma wordt in urethra pars prostatica geperst (autonome innervatie)
o Expulsiefase: sperma wordt door reflexmatige contracties van dwarsgestreepte
bekkenbodemspieren geëjaculeerd (somatische innervatie)
 Vrouwen kunnen ook ejaculatie hebben in 2 verschillende vormen:
o Kleine hoeveelheid vloeistof met kenmerken van sperma
o Squirting = urineverlies
 Bekkenbodemcontracties tijdens orgasme dragen bij aan snelle beëindiging van
vasocongestie -> zijn bij vrouwen zwakker, variabeler en korter dan bij mannen

Andere fysiologische veranderingen
1. Cardiovasculaire veranderingen: toename hartslag, ademhaling en bloeddruk (piek rond
orgasme door toename noradrenaline)
o Pupilverwijding, betere huidgeleiding, vasocongestie en erectie tepel
2. Spieractiviteit van vagina en baarmoeder:
o Baarmoeder trekt samen tijdens orgasme (door oxytocine)
 Retroversie = omhoogkomen en achteroverkantelen van baarmoeder (weg van
vagina) tijdens seksuele opwinding en dip van baarmoeder (vagina in) rondom
orgasme
o Tenteffect/vaginal ballooning = uitrekking en hoger worden van fornix posterior
tijdens opwinding -> vaginale tent is tijdens seksuele opwinding maximaal
o Beide processen zouden spermatransport kunnen versnellen en daarmee de bevruchting
bevorderen, maar versneld transport in niet in lijn met de voortplantingsfysiologie die
zegt dat het voor de fertiliteit belangrijk is dat sperma voldoende tijd heeft om
gecapaciteerd te raken.
 Een alternatieve theorie is dat de vaginale tent het transport van sperma juist
vertraagt wat de zaadcellen de kans geeft de capaciteren.


Wat zijn psychologische benaderingen van seksualiteit?

Buss’ theorie van seksuele strategieën
Paringsgedrag is universeel. Seks komt ook voor buiten vaste relaties. Buss’ heeft het verloop van het
paringsproces beschreven in zijn theorie van seksuele strategieën.

 Buss: de menselijke soort wordt niet gekenmerkt door monogamie en hebben zowel korte- als
langetermijnstrategieën. Hij gaat uit van een wederzijdse evolutionaire beïnvloeding tussen de
seksen met behoud van relatieve sekseverschillen door verschillen in ouderlijke investering.

Ouderschapsinvestering
= elke investering door een ouder in een nakomeling die leidt tot een hogere overlevingskans van de
nakomeling -> leidt daardoor ook tot een hogere kans op genetische reproductie -> gevolg: dezelfde
inspanning kan niet meer worden geleverd voor een andere nakomeling

 Seksuele selectie = evolutionaire selectie van kenmerken waardoor een reproductief voordeel
ontstaat
o Intraseksuele competitie (meestal mannen) = strijd binnen dezelfde sekse om
toegang tot partners
 Mannen -> laagste investering in ouderschap en zijn met bijna onbegrensde
vruchtbaarheidscapaciteit in staat met een eenmalige seksuele daad een
bevruchting te bewerkstelligen. Toegang tot meer vrouwen en dus competitie met
andere mannen om hen deze toegang te onthouden, verhoogt dan de kans op
genetisch reproductief succes.
o Interseksuele selectie (vooral vrouwen) = voorkeur voor partners met aantrekkelijkste
eigenschappen.
 Vrouwen -> meeste belang om kieskeurig te zijn en om zo aantrekkelijk mogelijk
te zijn, zodat de kans op genetisch reproductief succes en een genetisch goede
partner worden vergroot.

Table of contents

  1. 01 Wat zijn de endocriene aspecten van seksualiteit? 1
    1. Puberteit 1
    2. Het gonadale systeem bij mannen 1
    3. Hypogonadisme 1
    4. Het gonadale systeem bij vrouwen 2
    5. Climacterium (overgang) 2
    6. Seksuele responsiviteit over de cyclus 2
    7. Andere hormonen en seksualiteit 2
  2. 02 Wat is de seksuele respons? 2
    1. Fysiologie van de seksuele respons 3
    2. Genitale doorbloeding 3
    3. Climax 3
    4. Andere fysiologische veranderingen 4
  3. 03 Wat zijn psychologische benaderingen van seksualiteit? 4
    1. Buss’ theorie van seksuele strategieën 4
    2. Ouderschapsinvestering 4
    3. Seksuele strategieën van mannen en vrouwen 5
    4. Informatieverwerkingsperspectief 5
    5. Het seksuele systeem 5
    6. Aandacht en geheugen 6
    7. Seksuele opwinding als een emotie 6
    8. Incentivemotivatietheorie: het ontstaan van het seksuele verlangen 6
  4. 04 Hoe verloopt de seksuele ontwikkeling? 7
    1. Kinderen (0-12 jaar) 7
    2. Adolescenten (12-25 jaar) 8
    3. Volwassenen (25-55 jaar) 8
    4. Ouderen (55+ jaar) 9
  5. 05 Wat zijn verschillen in seksuele opvattingen? 9
    1. Verschillen tussen seksen/genders 10
    2. Evolutionaire psychologie 10
    3. Cognitieve sociale leertheorie 10
    4. Sociaal structurele theorie 10
    5. Verschillen tussen seksueel gedrag bij heteroseksuele mannen en vrouwen 10
    6. Verschillen tussen attitudes van mannen en vrouwen 11
    7. Verklaring voor verschillen in seksualiteit 11
    8. Overeenkomsten 11
    9. Diversiteit naar seksuele voorkeur 11
    10. Verschillen en overeenkomsten bij homo- en heteroseksuele paren 12
    11. Crossculturele diversiteit 12
    12. Seksuele en reproductieve health gap 12
    13. Etnisch-culturele diversiteit in Nederland 12
    14. Theoretisch perspectief op diversiteit 12
  6. 06 Wat is de rol van hormonen/testosteron in de vrouwelijke seksualiteit? 13
    1. Rol van oestrogenen bij seksueel functioneren 13
    2. Rol van androgenen bij seksueel functioneren 13
    3. Ovariëctomie 13
    4. De pil en seks 13
    5. De overgang en seks 13
    6. Oorzaken van testosterontekort 14
    7. Indicaties voor testosteronsuppletietherapie 14
  7. 07 Hoe zit homoseksualiteit bij vrouwen in elkaar? 14
    1. Het vrouwelijke probleem in onderzoek naar seksualiteit 14
    2. Dynamische systemen 14
  8. 08 Wat is de impact van recente maatschappelijke ontwikkelingen op de seksuele ontwikkelingen? 15
    1. Peter & Valkenburg (2016) – Adolescents and Pornography 15
    2. Massey et al. (2020) – Young People, Sexuality and the Age of Pornography 18
  9. 09 Wat is de invloed van vrouwenbesnijdenis op het seksueel functioneren? 19
    1. Gevolgen 20
    2. Resultaten 20
    3. Discussie en implicaties 20
  10. 10 Hoe diagnosticeer je seksuele disfuncties? 21
    1. Classificatie van seksuele stoornissen in de DSM 21
    2. ICD-10 24
    3. Diagnostiek 24
    4. Behandeling 26
  11. 11 Wat zijn seksuele disfuncties bij vrouwen? 29
    1. Prevalentie en incidentie in de Nederlandse bevolking 29
    2. Seksuele-interesse-/opwindingsstoornis 29
    3. Orgasmestoornis 32
    4. Genitopelvienepijn-/penetratiestoornis (GPPPS) 33
  12. 12 Wat zijn seksuele disfuncties bij mannen? 35
    1. Diagnostiek 35
    2. Verminderd seksueel verlangen 35
    3. Erectiestoornis 37
    4. Orgasmestoornis: vroegtijdige ejaculatie (premature ejaculatie (PE)) 39
    5. Orgasmestoornis: vertraagde ejaculatie 41
    6. Pijn bij seks 41
    7. Diagnostiek en interventies bij seksuele disfuncties bij mannen 42
  13. 13 Welke seksuele disfuncties komen bij zowel mannen als vrouwen voor? 42
  14. 14 Wat is hyperseksualiteit? 42
    1. Voorgestelde classificatiecriteria voor hyperseksualiteit 43
    2. Hyperseksualiteit in de klinische setting 44
    3. Geassocieerde kenmerken 46
    4. Verklarings- en behandelmodellen 46
    5. Sexhavior cycle of hypersexuality 48
    6. Behandeling 49
  15. 15 Wat is een discrepantie in seksueel verlangen? 51
    1. Introductie 51
    2. Definitie seksueel verlangen 51
    3. SDD als een seksueel probleem 51
    4. SDD als een klinisch probleem 51
    5. Huidig onderzoek: conceptuele en methodologische problemen 52
    6. Conceptuele problemen 52
    7. Methodologische problemen 52
    8. Huidig onderzoek: gevolgen van SDD 52
    9. Genderverschillen in de impact van SDD 53
    10. Suggesties voor de behandeling van distressing SDD 53
    11. De betekenis van SDD binnen de relatie 54
  16. 16 Wat is aseksualiteit? 55
    1. Biologische en historische context 55
    2. Definities/conceptualisaties 55
    3. Conceptuele kwesties en aseksualiteit als seksuele oriëntatie 55
    4. Prevalentie 56
    5. Ontwikkeling en variatie 56
    6. Identiteitsproblemen 56
    7. Discriminatie 56
    8. Variatie van aseksualiteit 56
    9. Oorsprong van aseksualiteit 57
    10. Relatie tussen aseksualiteit en seksuele problemen/stoornissen 57
    11. Relatie tussen aseksualiteit en seksuele problemen/stoornissen 57
  17. 17 Wat is het effect van een medische aandoening op seksueel verlangen? 58
    1. Een generiek conceptueel model voor de relatie tussen ziekte en seksualiteit 58
    2. Begeleiding en hulpverlening 62
  18. 18 Wat voor invloed heeft antidepressiva/medicatie op seksualiteit? 63
    1. Prevalentie van seksuele disfuncties bij depressie 63
    2. Prevalentie van seksuele disfuncties bij depressie met gebruik van antidepressiva 63
    3. Mechanismen van het effect 64
    4. Strategieën voor preventie en behandeling van disfuncties tijdens gebruik van antidepressiva 64
  19. 19 Wat voor een impact heeft een verstandelijke beperking op de seksuele ontwikkeling? 64
    1. Definitie verstandelijke beperking 64
    2. Specifieke syndromen en seksualiteit 64
    3. Seksuele rechten 65
    4. Het recht om kinderen te krijgen 65
    5. Aandachtsgebieden 65
    6. Seksualiteit en gender 66
    7. Vrouwen met verstandelijke beperking 66
    8. Mannen met verstandelijke beperking 66
    9. Genderspecifieke voorlichting 67
    10. Seksuele diversiteit 67
    11. Seksuele hulpverlening 67
  20. 20 Hoe gaan instellingen om met seksualiteit bij verstandelijk gehandicapten? 67
    1. Onderwerpen binnen seksuele voorlichting 68
    2. Frequentie van seksuele voorlichting 68
    3. Determinanten en gedragingen 68
    4. Omgeving en context 68
    5. Verbeteren seksuele voorlichting 68

Document information

Study
Uploaded on
June 22, 2025
Number of pages
72
Written in
2024/2025
Type
Summary
$7.90

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
eamgx
4.7
(6)
Sold
81
Followers
4
Items
31
Last sold
1 month ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions