Stappenplan probleem 3 – Goederen- en Insolventierecht.
Wanneer is er derdenbescherming bij beschikkingsonbevoegdheid? (vraag 1)
Stap 1 Is er voldaan aan de vereisten van OTLB/OTVB?
Overdracht (art. 3:83 BW);
Geldige titel (art. 3:84 BW);
Levering of vestiging bij beperkte rechten (art. 3:84 lid 1 BW).
o Het kan alleen geschieden op de door de wet voor het betrokken goed
voorgeschreven wijze (art. 3:84 lid 1 BW).
o Onroerende zaken en andere registergoederen worden geleverd door
een notariële akte, gevolgd door de inschrijving daarvan in de
openbare registers voor registergoederen (art. 3:89 lid 1 en 4 BW).
o Roerende zaken, niet registergoederen die in de macht van de
vervreemder zijn, worden geleverd door bezitsverschaffing (art. 3:90
BW).
o Rechten aan toonder of order worden geleverd door levering van het
papier waarin de vordering is belichaamd: voor levering van een
ordervordering is tevens een endossement vereist (art. 3:93 BW).
o Vorderingen op naam worden geleverd door middel van een akte en
mededeling daarvan aan de schuldenaar van de vordering (art. 3:94
BW).
o Goederen waarvoor de wet geen eigen leveringsvorm voorschrijft,
worden geleverd door middel van akte (art. 3:95 BW).
o Toekomstige goederen kunnen bij voorbaat worden geleverd (art. 3:97
BW). Overdracht komt echter niet eerder tot stand dan op het
moment dat de verweerder beschikkingsbevoegd wordt.
Beschikkingsbevoegdheid (art 3:84 lid 1 BW).
o Om door te gaan naar de derdenbescherming moet de vervreemder
beschikkingsonbevoegd zijn!
Stap 2 Welk soort goed?
Roerende zaken art. 3:86 BW Stap 3.
Registergoederen en vorderingen art. 3:88 BW niet verder naar de volgende
stappen! Blijf bij dit artikel.
Stap 3 Welk recht is er als laatste op gevestigd?
Pandrecht art. 3:238 BW.
Genotsrecht of een ander echt op roerende zaken art. 3:86 BW.
Stap 4 Van welke beschikkingsonbevoegdheid is er sprake?
Volledige beschikkingsonbevoegdheid lid 1; of
Beperkte beschikkingsonbevoegdheid lid 2.
Dus bij een volledige beschikkingsonbevoegdheid bij pandrecht art. 3:238 lid 1 BW. Bij
een beperkte beschikkingsonbevoegdheid bij een genotsrecht of een ander recht art.
3:86 lid 2 BW.
, Stap 5 Vereisten van art. 3:86 lid 1 BW.
1. Roerende zaak of rechten aan toonder of order;
2. Volledige beschikkingsonbevoegdheid;
3. Overige eisen van overdracht (art. 3:90, 3:91 en 3:93 BW);
a. Behalve beschikkingsbevoegdheid!
4. Indien de derde anders dan om niet heeft verkregen;
a. Er is een tegenprestatie!
5. Indien de derde te goeder trouw is;
a. Diefstal art. 3:86 lid 3 en 4 BW;
b. Wegwijsplicht art. 3:87 BW: tenzij a) consumentenkoper b) verkrijging van
geld, order of toonderpapier c) de revindicatie later dan 3 jaren gebeurt.
c. Art. 3:11 BW:
i. Verklaring of gedraging;
ii. Onjuiste veronderstelling (verkrijger heeft de verklaring of gedraging
aangenomen);
iii. Mocht vertrouwen;
iv. Heeft naar dat vertrouwen gehandeld.
6. Gevolg: wanneer voldaan is 1 t/m 5 is de overdracht toch geldig.
Stap 6 Vereisten art. 3:86 lid 2 BW.
1. Roerende zaak of rechten aan toonder of order;
2. Beperkte beschikkingsonbevoegdheid;
3. Overige eisen van overdracht (art. 3:90, 3:91 en 3:93 BW);
a. Behalve beschikkingsbevoegdheid!
4. Indien de derde anders dan om niet heeft verkregen;
a. Er is een tegenprestatie!
5. Indien de derde te goeder trouw is;
a. Diefstal art. 3:86 lid 3 en 4 BW;
b. Wegwijsplicht art. 3:87 BW: tenzij a) consumentenkoper b) verkrijging van
geld, order of toonderpapier c) de revindicatie later dan 3 jaren gebeurt.
c. Art. 3:11 BW:
i. Verklaring of gedraging;
ii. Onjuiste veronderstelling (verkrijger heeft de verklaring of gedraging
aangenomen);
iii. Mocht vertrouwen;
iv. Heeft naar dat vertrouwen gehandeld.
6. Gevolg: wanneer voldaan is 1 t/m 5 vervalt het eerdere beperkte recht.
Stap 7 Vereisten art. 3:88 lid 1 BW.
1. Registergoed of vordering;
2. Volledige beschikkingsonbevoegdheid;
3. Die beschikkingsonbevoegdheid is het gevolg van een vroegere, ongeldige
overdracht;
4. De vroegere, ongeldige overdracht was ongeldig om een andere reden dan de
beschikkingsonbevoegdheid van de toenmalige vervreemder;
5. Indien de derde te goeder trouw is
a. Art. 3:23 BW.
Wanneer is er derdenbescherming bij beschikkingsonbevoegdheid? (vraag 1)
Stap 1 Is er voldaan aan de vereisten van OTLB/OTVB?
Overdracht (art. 3:83 BW);
Geldige titel (art. 3:84 BW);
Levering of vestiging bij beperkte rechten (art. 3:84 lid 1 BW).
o Het kan alleen geschieden op de door de wet voor het betrokken goed
voorgeschreven wijze (art. 3:84 lid 1 BW).
o Onroerende zaken en andere registergoederen worden geleverd door
een notariële akte, gevolgd door de inschrijving daarvan in de
openbare registers voor registergoederen (art. 3:89 lid 1 en 4 BW).
o Roerende zaken, niet registergoederen die in de macht van de
vervreemder zijn, worden geleverd door bezitsverschaffing (art. 3:90
BW).
o Rechten aan toonder of order worden geleverd door levering van het
papier waarin de vordering is belichaamd: voor levering van een
ordervordering is tevens een endossement vereist (art. 3:93 BW).
o Vorderingen op naam worden geleverd door middel van een akte en
mededeling daarvan aan de schuldenaar van de vordering (art. 3:94
BW).
o Goederen waarvoor de wet geen eigen leveringsvorm voorschrijft,
worden geleverd door middel van akte (art. 3:95 BW).
o Toekomstige goederen kunnen bij voorbaat worden geleverd (art. 3:97
BW). Overdracht komt echter niet eerder tot stand dan op het
moment dat de verweerder beschikkingsbevoegd wordt.
Beschikkingsbevoegdheid (art 3:84 lid 1 BW).
o Om door te gaan naar de derdenbescherming moet de vervreemder
beschikkingsonbevoegd zijn!
Stap 2 Welk soort goed?
Roerende zaken art. 3:86 BW Stap 3.
Registergoederen en vorderingen art. 3:88 BW niet verder naar de volgende
stappen! Blijf bij dit artikel.
Stap 3 Welk recht is er als laatste op gevestigd?
Pandrecht art. 3:238 BW.
Genotsrecht of een ander echt op roerende zaken art. 3:86 BW.
Stap 4 Van welke beschikkingsonbevoegdheid is er sprake?
Volledige beschikkingsonbevoegdheid lid 1; of
Beperkte beschikkingsonbevoegdheid lid 2.
Dus bij een volledige beschikkingsonbevoegdheid bij pandrecht art. 3:238 lid 1 BW. Bij
een beperkte beschikkingsonbevoegdheid bij een genotsrecht of een ander recht art.
3:86 lid 2 BW.
, Stap 5 Vereisten van art. 3:86 lid 1 BW.
1. Roerende zaak of rechten aan toonder of order;
2. Volledige beschikkingsonbevoegdheid;
3. Overige eisen van overdracht (art. 3:90, 3:91 en 3:93 BW);
a. Behalve beschikkingsbevoegdheid!
4. Indien de derde anders dan om niet heeft verkregen;
a. Er is een tegenprestatie!
5. Indien de derde te goeder trouw is;
a. Diefstal art. 3:86 lid 3 en 4 BW;
b. Wegwijsplicht art. 3:87 BW: tenzij a) consumentenkoper b) verkrijging van
geld, order of toonderpapier c) de revindicatie later dan 3 jaren gebeurt.
c. Art. 3:11 BW:
i. Verklaring of gedraging;
ii. Onjuiste veronderstelling (verkrijger heeft de verklaring of gedraging
aangenomen);
iii. Mocht vertrouwen;
iv. Heeft naar dat vertrouwen gehandeld.
6. Gevolg: wanneer voldaan is 1 t/m 5 is de overdracht toch geldig.
Stap 6 Vereisten art. 3:86 lid 2 BW.
1. Roerende zaak of rechten aan toonder of order;
2. Beperkte beschikkingsonbevoegdheid;
3. Overige eisen van overdracht (art. 3:90, 3:91 en 3:93 BW);
a. Behalve beschikkingsbevoegdheid!
4. Indien de derde anders dan om niet heeft verkregen;
a. Er is een tegenprestatie!
5. Indien de derde te goeder trouw is;
a. Diefstal art. 3:86 lid 3 en 4 BW;
b. Wegwijsplicht art. 3:87 BW: tenzij a) consumentenkoper b) verkrijging van
geld, order of toonderpapier c) de revindicatie later dan 3 jaren gebeurt.
c. Art. 3:11 BW:
i. Verklaring of gedraging;
ii. Onjuiste veronderstelling (verkrijger heeft de verklaring of gedraging
aangenomen);
iii. Mocht vertrouwen;
iv. Heeft naar dat vertrouwen gehandeld.
6. Gevolg: wanneer voldaan is 1 t/m 5 vervalt het eerdere beperkte recht.
Stap 7 Vereisten art. 3:88 lid 1 BW.
1. Registergoed of vordering;
2. Volledige beschikkingsonbevoegdheid;
3. Die beschikkingsonbevoegdheid is het gevolg van een vroegere, ongeldige
overdracht;
4. De vroegere, ongeldige overdracht was ongeldig om een andere reden dan de
beschikkingsonbevoegdheid van de toenmalige vervreemder;
5. Indien de derde te goeder trouw is
a. Art. 3:23 BW.