Wat moet je weten voor het tentamen
Per interventie
Welke verschillende visies zijn er op wat een psychologische interventie is?
Welke interventies zijn er?
Wat zijn de onderliggende mechanismen (of theorieën) per interventie?
Wat is de empirische evidentie van de interventie?
Daarbij ontwikkel je naast theorie inzicht in hoe het gaat in de praktijk en hoe interventies
kunnen verschillen.
De cursus focust op:
De belangrijkste elementen in behandeling/interventies
- De rol van interventietechnieken kunnen onderscheiden, herkennen en begrijpen
De belangrijke theorieën en mechanismen die ten grondslag liggen aan de behandeling
kennen en toepassen op verschillende praktijksituaties.
Handelswijze van verschillende interventies kunnen benoemen, uitleggen en toepassen
Mogelijkheden en keuzes bij indicatiestelling voor behandeling
De uitvoering van behandeling benoemen en beargumenteren op basis van wetenschap
College 1 Inleiding: Alles is interventie
Gedragstherapie: gedrag wordt aangeleerd (conditionering) en kan door gerichte therapie ook weer
worden afgeleerd.
Cognitieve gedragstherapie (CGT)
Negatieve denkpatronen doorbreken
Exposure voor angstbehandeling
Gedragsexperimenten om irrationele overtuigingen te testen
ACT: hoofddoel is het bevorderen van psychologische flexibiliteit
Bij psychodynamische therapie is een probleem dat het imago verouderd is en stereotyperend
Bij mindfulness wordt doelbewust aandacht geschonken aan het huidige moment zonder te oordelen
Mediatieve gedragstherapie is met name van toepassing al het bij de cliënt niet meer lukt; dan gaat
behandeling via omgeving.
Interventie begint al bij diagnostiek
Diagnostiek = onderzoeken wat er aan de hand is
Indicatie = behandeladvies en plan
Behandeling = specifieke interventie
Evaluatie = voortgangsfeedback en reflectie
Vier professionele taken (DIRE)
1. Diagnostiek: therapeut stelt vast wat er aan de hand is. Neemt verantwoordelijkheid voor het
begrijpen van het probleem.
2. Indicatie: therapeut formuleert een doel en komt met een oplossingsplan. Neemt
verantwoordelijkheid voor het vinden van de oplossing.
3. Remedie (interventie): therapeut zet interventies in om doel te realiseren. Neemt
verantwoordelijkheid voor de remedie.
4. Evaluatie: therapeut beoordeelt of doel gerealiseerd is. Neemt verantwoordelijkheid voor het
proces.
Medisch model:
Startpunt in de dsm
, Klacht overkomt je
Klassieke rolverdeling patiënt-hulpverlener
Richt zich op het achterhalen van wat er objectief aan de hand is (toestandsbeeld).
Het probleem wordt geduid als een afzonderlijke, decontextualiseerde aandoening die
verklaard kan worden en een specifieke behandeling vereist.
Diagnostiek en casusconceptualisatie zijn essentieel om een interventieplan op te stellen en
de effectiviteit wordt bepaald door de specifieke interventies.
Coping model:
Actieve rol van persoon in de klacht
Client is probleem- en oplossingseigenaar
K(L)OP-model
Beschouwt het probleem als een signaal van ineffectieve coping met
levensgebeurtenissen.
De focus ligt op het begrijpen van de situatie waarin de cliënt vastloopt en het versterken van
de cliënt om weer in zijn of haar kracht te komen.
Het behandelresultaat hangt af van hoe goed de cliënt leert omgaan met problemen, niet
alleen van de specifieke interventie.
Het medisch model focust op diagnose en specifieke interventies, terwijl het copingmodel kijkt naar
de context en de cliënt helpt vaardigheden te ontwikkelen om met problemen om te gaan.
K = (L) * O * P
Klacht: Welke klachten zijn er nu aan de orde?
Lichaam: Wat is problematisch wat betreft het lichaam. Algemene verkenning over chronische
psychiatrische aandoeningen, lichamelijke aandoeningen, middelengebruik en
psychosomatisch.
Omstandigheden: Welke omstandigheden staan nu direct in verband met huidige klachten?
Persoonlijke stijl: Welk persoonlijk stijlkenmerk houdt de huidige klacht in stand?
Indicatiestelling: eigen afweging in combinatie met overleg met je cliënt. Samen met cliënt bepalen
wat het doel gaat worden en welke behandeling erbij past
Belangrijke overwegingen:
Evidentie behandeling
Ernst van de klachten, impact op het dagelijks leven
Comorbiditeit
Motivatie en bereidheid voor de behandeling
Beschikbaarheid middelen en ondersteuning
Contextuele factoren (gezin, werk, relatie etc)
Probleemgericht: wat gaat er niet goed (medisch)
Klachten en diagnoses
Focus op wat niet goed gaat (klacht)
Focus op heden en verleden
Vaak langdurige therapie
Specialistisch perspectief
Oplossingsgericht: wat werkt wel en wat wil je bereiken? (coping)
Krachten en oplossingen
Focus op wat werkt en wat je wilt bereiken (positieve psychologie)
Focus op (heden en) de toekomst
Vaak kortdurende therapie
Generalistisch perspectief
Oplossingsgericht werken
, Gericht op positieve gezondheid en preventie van verergering klachten
Gericht op normaliseren van dagelijkse ervaringen (ipv weghalen van de klachten)
Gericht op mentale gezondheid ipv stoornisspecifiek
Gericht op sterke kanten, competenties en hulpbronnen van cliënt
Positieve doelen stellen met behulp van oplossingsgerichte vraagtechnieken:
- Wondervraag: Stel je voor, terwijl je vannacht slaapt, gebeurt er een wonder en is het
probleem waar je nu mee worstelt volledig opgelost. Hoe zou je dat de volgende ochtend
merken? Wat zou er anders zijn?
- Schaalvragen: Als de oplossing zit bij een 10 en je zit bij een 4, denk na over de vijf in
plaats van gelijk naar de tien, je gaat het afschalen
- Uitzonderingen: Er is altijd wel een plek in het leven waar iemand geen last heeft,
nadenken over de reden waarom er dan geen last wordt ervaren
NB. Doelen mogen onrealistisch zijn! wat is de betekenis van het doel (betekenisgeving).
Welk verschil zou dit maken? Doelen stapsgewijs door kleine veranderingen in te brengen
Nadruk ligt op kleine veranderingen die vervolgens een grootverschil kunnen maken.
Oplossingsgerichte vragen: kort, open, concreet
Waar hoop je op?
Welk verschil maakt dit?
Wat werkt al in de goede richting?
Hoe kun je dit uitbreiden?
Waar sta je nu op een schaal van 1 tot 10?
Hoe merk je dat je een stapje in de goede richting hebt gezet?
Wat kan een volgende stap zijn?
NB Nadruk ligt op: kleine veranderingen kunnen een groot verschil maken
Wat is een interventie
Diagnostiek: wat is er aan de hand?
Indicatiestelling: formulering doel en plan. Overweging behandelopties en besluitvorming.
Behandelplan
Behandeling: Specifieke interventies in combinatie met non-specifieke factoren
Evaluatie: voortgangsfeedback en doelrealisatie
Evaluatie = voortgangsfeedback en non-specifieke therapiefatcoren
ROM = voortgangsfeedback
Ger Keijsers = non-specifieke therapie factoren
Video’s
KOP-model
Dijk metafoor: bij KOP-model ga je leren de dijk te versterken (coping) om beter om te kunnen gaan
met de overstroming (omstandigheden)
Wanneer omstandigheden heftiger worden, stijgt het zeewater (omstandigheden) en komt de dijk
(persoonlijke stijl met valkuilen) onder druk te staan waardoor de dijk doorbreekt op de zwakke
plekken (valkuilen) en krijg je een overstroming (klachten)
Hoewel omstandigheden moeilijk te veranderen zijn, kunnen we de dijk wel in behandeling gaan
versterking door de cliënt te leren om op een andere manier ermee om te gaan.
valkuilen bijvoorbeeld de lat te hoog leggen of meer voor anderen zorgen. Iedere persoonlijke stijl
heeft zo zijn valkuilen
G-schema: therapeutische technieken en vaardigheden. Hiermee leert de cliënt onderscheid te
maken tussen feitelijke gebeurtenissen en de gedachten, gevoelens, gedrag en gevolgen.