ORTHOPEDAGOGISCHE WERKVELDEN EN
BELEID
OVERHEIDSSTRUCTUUR IN BELEIDSDOMEINEN
• Kanselarij, Bestuur, Buitenlandse Zaken en Justitie (KBBJ)
• Financiën en Begroting (FB)
• Onderwijs en Vorming (OV)
• Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (WVG)
• Cultuur, Jeugd, Sport en Media (CJSM)
• Mobiliteit en Openbare Werken (MOW)
• Omgeving (OMG)
• ‘Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie, Landbouw en Sociale Economie’ (WEWILS)
Een beleidsdomein bestaat uit departementen en agentschappen: departement onderwijs, vlaams agentschap
personen met een handicap, agentschap opgroeien, …
In OWB 7 contexten:
• Vaak hulpverlening, gesitueerd binnen het beleidsdomein welzijn
• Ook dienstverlening (kinderopvang) gesitueerd binnen het beleidsdomein welzijn
Leren zoeken naar info die jouw praktijk kan beïnvloeden – beleidsdomeinoverschrijdend
- In beleidsdomein jeugd, zit het werk rond kinder- en jeugdrechten bv. belangrijk voor onderwijs en
welzijn
- In beleidsdomein sociale economie, zitten bevoegdheden voor mensen met afstand tot de
arbeidsmarkt (die vind je in VAPH, GGZ, …)
Wie heeft het mandaat? Wie bepaalt?
- Een departement blijft, een minister en hun kabinet verandert per ‘legislatuur’.
De minister bepaalt het beleid, het departement voert uit.
- Uiteraard met nog een aantal tussenstappen. Zaken worden voorgelegd, besproken, bijgestuurd.
- Maar het is interessant om het beleid van de minister eens na te gaan. Er is altijd een ‘beleidsbrief’ per
domein.
- Er zijn ook ‘schaduwministers’ die ook ambitie hebben voor een beleidsdomein, niet zetelt in de
regering (wel in de oppositie) en dus de minister in de gaten houden.
WERKVELDEN
1
, - de drughulpverlening
- de inclusieve kinderopvang en onderwijs
- de geestelijke gezondheidszorg of GGZ
- het Vlaams Agentschap voor personen met een handicap of VAPH
- de ouderenzorg
- de (Integrale)jeugdhulp
KINDEROPVANG EN ONDERWIJS
è Twee werkvelden met andere insteken, toch raakvlakken
- In kinderopvang kan ‘in principe’ iedereen die het nodig heeft terecht.
o ‘in principe’ à er is niet genoeg plaats
- Onderwijs is de énige poort waar iedereen door moet of verwacht wordt.
OVERHEIDSSTRUCTUREN IN BELEIDSDOMEINEN
Voorbeelden:
1) Kanselarij, Bestuur, Buitenlandse Zaken en Justitie (KBBJ)
2) Financiën en Begroting (FB)
3) Onderwijs en Vorming (OV)
4) Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (WVG)
5) Cultuur, Jeugd, Sport en Media (CJSM)
6) Mobiliteit en Openbare Werken (MOW)
7) Omgeving (OMG)
8) ‘Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie, Landbouw en Sociale Economie’ (WEWILS)
- Beleidsdomein bestaat uit:
o Departementen
§ Onderwijs
o Agentschappen
§ Vlaams agentschap
§ Agentschap opgroeien
- In OWB 7 contexten:
o Hulpverlening à gesitueerd binnen het beleidsdomein welzijn
o Dienstverlening à (kinderopvang) gesitueerd binnne het beleidsdomein welzijn
- Hoe kan het de praktijk beïnvloeden à Beleidsdomeinoverscheidend?
o Beleidsdomein jeugd:
§ Werk rond kinder en jeugdrechten
§ Belangrijk voor onderwijs en welzijn
o Beleidsdomein sociale economie:
§ Bevoegdheden voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt (VAPH, GGZ)
- Wie heeft het mandaat? Wie bepaalt?
2
, o Minister bepaalt het beleid
§ ‘Beleidsbrief’ per domein
§ ‘Schaduwministers’ à oppositie
• Gennez à welzijn, Gezin
• Depreatere àjeugd
• Demir à onderwijs, werk
• De Ridder à mobiliteit
o Department voer uit
1 HOE ZIET DE INCLUSIEVE KINDEROPGANG EN HET INCLUSIEF ONDERWIJS ERUIT?
- Praktijk: wie handelt, wie is betrokken, welke tools?
- Beleid: wie is er bevoegd, wat is de sociaal-politieke visie, wat zijn de afspraken?
- Hoe is de geschiedenis van invloed op de huidige situatie?
- Wat zijn de actuele tendensen en knelpunten?
- Hoe kan je daarin bewegen?
Deze zaken zijn met elkaar verweven en lopen in wat komt dan ook door elkaar
WAT BEDOELEN WE MET INCLUSIE? OVER WIE HEBBEN WE HET?
- Iedereen die drempels ervaart, wiens toegang onder druk staat
- Vaak gaat dat om een samenloop van omstandigheden (inkomen, beperking, leefsituatie en psycho-
sociale omstandigheden, taal, …)
o Verschillende vormen van:
§ Uitsluiting, ontoegankelijkheid of kansen die onder druk komen te staan omwille van
factoren
- Achterstelling, uitsluiting naar kinderen met een beperking is nog heel uitgesproken
- Maar!!! We hoeven eigenlijk over het kind ‘niets’ te weten, als we Gelijke Onderwijskansen willen
creëren voor kinderen met Specifieke Ondersteuningsbehoeften.
1.1 PRAKTIJK VAN INCLUSIEVE KINDEROPVANG
WAAR KAN EEN KIND MET EEN SOB TERECHT?
SOB = Specifieke ondersteuningsnoden à ook over ouders zonder netwerk of werk, anderstaligheid, …
3 stromen:
1. Gespecialiseerde stroming
o Er is gespecialiseerde opvang voor jonge kinderen met specifieke ondersteuningsnoden
(VAPH)
o Kindjes die van bij geboorte een grote zorg nodig is
2. Inclusieve stroming
o Er zijn centra voor inclusieve kinderopvang (departement Opgroeien)
3. Reguliere stroming
3
, o En er zijn de reguliere initiatieven voor kinderopvang (departement Opgroeien): komt meest
voor
o Meeste ouders kiezen hiervoor
à Samenwerken is nuttig en nodig: Van 2019-2021 liepen er 13 trajecten voor samenwerking tussen deze 3
stromingen, in het kader van ‘pionieren in samenwerking: inclusieve kinderopvang’
- De Centra voor Inclusieve Kinderopvang bieden zelf inclusieve opvang aan. Ze sensibiliseren en
ondersteunen opvanglocaties bij het versterken van hun inclusieve werking.
- Ouders kiezen en hebben recht op inclusieve kinderopvang.
- Centra: kinderen opvangen en gewone kinderopvang ondersteunen
- De reguliere initiatieven voor kinderopvang zijn die die ‘iedereen’ kan oprichten, uiteraard onder
voorwaarden en met toezicht van de overheid.
- Vaak komt een kind ook organisch in de gewone kinderopvang terecht. Want op 3, 4 maand zijn er nog
weinig kinderen van wie de ontwikkelingsnoden al duidelijk zijn.
Organisatoren kinderopvang, Multifunctionele Centra (MFC) en Centra Inclusieve Kinderopvang (CIK) zochten
uit op welke manier er meer kinderen met specifieke ondersteuningsbehoeften inclusief kunnen worden
opgevangen.
VISIE: ELK KIND IS WELKOM, MET OF ZONDER SOB
- Kinderen met een SOB willen net als andere kinderen spelen, vrienden maken en nieuwe dingen
ontdekken.
o Ontwikkeling wordt het meest geprikkeld als ze bij andere kinderen zijn à ze zien
veranderingen bij elkaar, ‘he jij kan dat al’
- Hun ouders kiezen vaak bewust voor de opvang van hun kind samen met kinderen die geen specifieke
ondersteuningsbehoefte hebben.
- Inclusieve kinderopvang is verrijkend voor alle betrokkenen: het kind met specifieke
ondersteuningsbehoefte, de andere kinderen in de opvang, de opvang en de ouders.
HOE KAN DE KINDEROPVANG VERSCHIL MAKEN? WAT WERKT?
- Communicatie, afstemming en uitwisseling met ouders!
SAMENVATTING ARTIKEL: OUDERS LEREN ONS WAT WERKT:
1. Achtergrond van het onderzoek
- Elisabeth De Schauwer onderzocht inclusieve kinderopvang.
- Kind en Gezin investeerde 5 jaar lang in inclusieve kinderopvang en wilde dit evalueren.
- Gesprekken met 35 ouders van kinderen (0-12 jaar) met een beperking gaven inzicht in hun ervaringen
en noden.
4
BELEID
OVERHEIDSSTRUCTUUR IN BELEIDSDOMEINEN
• Kanselarij, Bestuur, Buitenlandse Zaken en Justitie (KBBJ)
• Financiën en Begroting (FB)
• Onderwijs en Vorming (OV)
• Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (WVG)
• Cultuur, Jeugd, Sport en Media (CJSM)
• Mobiliteit en Openbare Werken (MOW)
• Omgeving (OMG)
• ‘Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie, Landbouw en Sociale Economie’ (WEWILS)
Een beleidsdomein bestaat uit departementen en agentschappen: departement onderwijs, vlaams agentschap
personen met een handicap, agentschap opgroeien, …
In OWB 7 contexten:
• Vaak hulpverlening, gesitueerd binnen het beleidsdomein welzijn
• Ook dienstverlening (kinderopvang) gesitueerd binnen het beleidsdomein welzijn
Leren zoeken naar info die jouw praktijk kan beïnvloeden – beleidsdomeinoverschrijdend
- In beleidsdomein jeugd, zit het werk rond kinder- en jeugdrechten bv. belangrijk voor onderwijs en
welzijn
- In beleidsdomein sociale economie, zitten bevoegdheden voor mensen met afstand tot de
arbeidsmarkt (die vind je in VAPH, GGZ, …)
Wie heeft het mandaat? Wie bepaalt?
- Een departement blijft, een minister en hun kabinet verandert per ‘legislatuur’.
De minister bepaalt het beleid, het departement voert uit.
- Uiteraard met nog een aantal tussenstappen. Zaken worden voorgelegd, besproken, bijgestuurd.
- Maar het is interessant om het beleid van de minister eens na te gaan. Er is altijd een ‘beleidsbrief’ per
domein.
- Er zijn ook ‘schaduwministers’ die ook ambitie hebben voor een beleidsdomein, niet zetelt in de
regering (wel in de oppositie) en dus de minister in de gaten houden.
WERKVELDEN
1
, - de drughulpverlening
- de inclusieve kinderopvang en onderwijs
- de geestelijke gezondheidszorg of GGZ
- het Vlaams Agentschap voor personen met een handicap of VAPH
- de ouderenzorg
- de (Integrale)jeugdhulp
KINDEROPVANG EN ONDERWIJS
è Twee werkvelden met andere insteken, toch raakvlakken
- In kinderopvang kan ‘in principe’ iedereen die het nodig heeft terecht.
o ‘in principe’ à er is niet genoeg plaats
- Onderwijs is de énige poort waar iedereen door moet of verwacht wordt.
OVERHEIDSSTRUCTUREN IN BELEIDSDOMEINEN
Voorbeelden:
1) Kanselarij, Bestuur, Buitenlandse Zaken en Justitie (KBBJ)
2) Financiën en Begroting (FB)
3) Onderwijs en Vorming (OV)
4) Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (WVG)
5) Cultuur, Jeugd, Sport en Media (CJSM)
6) Mobiliteit en Openbare Werken (MOW)
7) Omgeving (OMG)
8) ‘Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie, Landbouw en Sociale Economie’ (WEWILS)
- Beleidsdomein bestaat uit:
o Departementen
§ Onderwijs
o Agentschappen
§ Vlaams agentschap
§ Agentschap opgroeien
- In OWB 7 contexten:
o Hulpverlening à gesitueerd binnen het beleidsdomein welzijn
o Dienstverlening à (kinderopvang) gesitueerd binnne het beleidsdomein welzijn
- Hoe kan het de praktijk beïnvloeden à Beleidsdomeinoverscheidend?
o Beleidsdomein jeugd:
§ Werk rond kinder en jeugdrechten
§ Belangrijk voor onderwijs en welzijn
o Beleidsdomein sociale economie:
§ Bevoegdheden voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt (VAPH, GGZ)
- Wie heeft het mandaat? Wie bepaalt?
2
, o Minister bepaalt het beleid
§ ‘Beleidsbrief’ per domein
§ ‘Schaduwministers’ à oppositie
• Gennez à welzijn, Gezin
• Depreatere àjeugd
• Demir à onderwijs, werk
• De Ridder à mobiliteit
o Department voer uit
1 HOE ZIET DE INCLUSIEVE KINDEROPGANG EN HET INCLUSIEF ONDERWIJS ERUIT?
- Praktijk: wie handelt, wie is betrokken, welke tools?
- Beleid: wie is er bevoegd, wat is de sociaal-politieke visie, wat zijn de afspraken?
- Hoe is de geschiedenis van invloed op de huidige situatie?
- Wat zijn de actuele tendensen en knelpunten?
- Hoe kan je daarin bewegen?
Deze zaken zijn met elkaar verweven en lopen in wat komt dan ook door elkaar
WAT BEDOELEN WE MET INCLUSIE? OVER WIE HEBBEN WE HET?
- Iedereen die drempels ervaart, wiens toegang onder druk staat
- Vaak gaat dat om een samenloop van omstandigheden (inkomen, beperking, leefsituatie en psycho-
sociale omstandigheden, taal, …)
o Verschillende vormen van:
§ Uitsluiting, ontoegankelijkheid of kansen die onder druk komen te staan omwille van
factoren
- Achterstelling, uitsluiting naar kinderen met een beperking is nog heel uitgesproken
- Maar!!! We hoeven eigenlijk over het kind ‘niets’ te weten, als we Gelijke Onderwijskansen willen
creëren voor kinderen met Specifieke Ondersteuningsbehoeften.
1.1 PRAKTIJK VAN INCLUSIEVE KINDEROPVANG
WAAR KAN EEN KIND MET EEN SOB TERECHT?
SOB = Specifieke ondersteuningsnoden à ook over ouders zonder netwerk of werk, anderstaligheid, …
3 stromen:
1. Gespecialiseerde stroming
o Er is gespecialiseerde opvang voor jonge kinderen met specifieke ondersteuningsnoden
(VAPH)
o Kindjes die van bij geboorte een grote zorg nodig is
2. Inclusieve stroming
o Er zijn centra voor inclusieve kinderopvang (departement Opgroeien)
3. Reguliere stroming
3
, o En er zijn de reguliere initiatieven voor kinderopvang (departement Opgroeien): komt meest
voor
o Meeste ouders kiezen hiervoor
à Samenwerken is nuttig en nodig: Van 2019-2021 liepen er 13 trajecten voor samenwerking tussen deze 3
stromingen, in het kader van ‘pionieren in samenwerking: inclusieve kinderopvang’
- De Centra voor Inclusieve Kinderopvang bieden zelf inclusieve opvang aan. Ze sensibiliseren en
ondersteunen opvanglocaties bij het versterken van hun inclusieve werking.
- Ouders kiezen en hebben recht op inclusieve kinderopvang.
- Centra: kinderen opvangen en gewone kinderopvang ondersteunen
- De reguliere initiatieven voor kinderopvang zijn die die ‘iedereen’ kan oprichten, uiteraard onder
voorwaarden en met toezicht van de overheid.
- Vaak komt een kind ook organisch in de gewone kinderopvang terecht. Want op 3, 4 maand zijn er nog
weinig kinderen van wie de ontwikkelingsnoden al duidelijk zijn.
Organisatoren kinderopvang, Multifunctionele Centra (MFC) en Centra Inclusieve Kinderopvang (CIK) zochten
uit op welke manier er meer kinderen met specifieke ondersteuningsbehoeften inclusief kunnen worden
opgevangen.
VISIE: ELK KIND IS WELKOM, MET OF ZONDER SOB
- Kinderen met een SOB willen net als andere kinderen spelen, vrienden maken en nieuwe dingen
ontdekken.
o Ontwikkeling wordt het meest geprikkeld als ze bij andere kinderen zijn à ze zien
veranderingen bij elkaar, ‘he jij kan dat al’
- Hun ouders kiezen vaak bewust voor de opvang van hun kind samen met kinderen die geen specifieke
ondersteuningsbehoefte hebben.
- Inclusieve kinderopvang is verrijkend voor alle betrokkenen: het kind met specifieke
ondersteuningsbehoefte, de andere kinderen in de opvang, de opvang en de ouders.
HOE KAN DE KINDEROPVANG VERSCHIL MAKEN? WAT WERKT?
- Communicatie, afstemming en uitwisseling met ouders!
SAMENVATTING ARTIKEL: OUDERS LEREN ONS WAT WERKT:
1. Achtergrond van het onderzoek
- Elisabeth De Schauwer onderzocht inclusieve kinderopvang.
- Kind en Gezin investeerde 5 jaar lang in inclusieve kinderopvang en wilde dit evalueren.
- Gesprekken met 35 ouders van kinderen (0-12 jaar) met een beperking gaven inzicht in hun ervaringen
en noden.
4