RECHT MET BETREKKING TOT SEKSE, SEKSUALITEITSBELEVING
EN VOORTPLANTING
DEEL 1. RECHT EN GENDER
SEKSSGERELATEERDE STEREOTYPEN ALS UITDAGING VOOR RECHT EN MAATSCHAPPIJ
1. RECHT IS OVERAL
Voorbeelden:
o Op straat: verkeersregels
o Op terras: je bestelt een drankje à koop-verkoop overeenkomst
o In huis: regels bij het bouwen van een huis à bouwrecht
o Huwelijk: stukje uit het burgerlijk wetboek wordt voorgelezen, bv. “bijdragen naar vermogen”
• Trouwen als alliantie à trouwen uit liefde
• Huwelijksrecht en familiaal vermogensrecht
• Het recht regelt wie mag trouwen met wie
o In bed: in veel Amerikaanse staten is anale seks een strafbare seksuele handeling geweest
o Voortplanting: wie wordt gezien als moeder en vader? à Het recht moet een positie bepalen tussen alle
zaken die tegenwoordig medisch gezien mogelijk zijn
o Seksualiteitsbeleving
o Sekse: wie is man of vrouw? à Recht heeft bijgedragen tot het binair denken
o Op de arbeidsmarkt
Het recht is overal:
o We zijn onbewust onderworpen aan het recht
o Gewoontes, zelden parate of actuele ‘kennis’
o Informatie à verwachtingen over hoe wijzelf en anderen mensen zich moeten gedragen
o Het recht leidt een sluimerend bestaan, het wordt vaak pas ‘zichtbaar’ bij een conflict à je gaat beroep
doen op je recht
Recht is het geheel van regels en technieken tot ordening en aansturing van een bepaalde samenleving en tot
oplossing van conflicten of problemen in die samenleving
o Regelingen van verhoudingen
• Natuurlijke personen en rechtspersonen (constructie, bijvoorbeeld een bedrijf behandelen
alsof het een persoon is)
• Mogelijke verhoudingen:
- Tussen particuliere personen (tussen twee natuurlijke personen)
- Tussen twee rechtspersonen
- Tussen een natuurlijke persoon en een rechtspersoon
à Deze drie verhoudingen vallen onder het burgerlijk recht
- Tussen overheid en particuliere personen à publiek recht (overheid is almachtig, geen
evenwaardige verhouding)
Lesnotities van Nina Hoevenaars (2024-2025) 1
, o Doelstellingen van het recht:
1) Scheppen van sociale orde
2) Bevorderen van niet-gewelddadige conflictbeslechting
3) Bewerkstelligen van een zo rechtvaardig mogelijke verdeling van schaarse goederen in de
samenleving
4) Kanaliseren van sociale verandering
5) Garanderen van ontplooiing en autonomie van burgers (eigenschap van een welvaartsstaat)
2. GENDER IS OVERAL
o Genderopvattingen zijn overal waar mensen zijn
o Seksuele identiteit bestaat uit...
• Sekse, geslacht
• Genderidentiteit = gevoel dat een persoon zelf heeft over welk gender ze hebben
• Genderexpressie = hoe je de genderidentiteit uit (kledij, haardracht, stem...)
• Seksuele oriëntatie = tot wie je je aangetrokken voelt
• Voortplanting: wel of niet kinderen willen
3. STEREOTYPEN
Er bestaan veel stereotypen met betrekking tot gender
“A generalized view or preconception of attributes or characteristics possessed by, or the roles that should be
performed by, members of a particular group” - Rebecca Cook en Simone Cusack
“Beliefs about groups of people” - Alexandra Timmer
“A preconceived belief formed before full knowledge or evidence is available about the attributes, characteristics
or roles of a social group or subgroup” - Veronica Birga
Stereotypen zijn...
o Beschrijvend (of descriptief) en/of normerend (of prescriptief) en/of roltyperend
• Beschrijvend: “vrouwen zijn zorgzaam”, “zwarten mensen kunnen goed dansen”
• Normerend: “vrouwen moeten zorgzaam zijn”, “zwarte mensen moeten goed kunnen dansen”
• Roltyperend: “moeders moeten zorgzaam zijn”
o Foutief of kunnen een grond van ‘waarheid’ bevatten
o Negatief of schijnbaar ‘positief’
• Voorbeeld van een schijnbaar positief stereotype: “vrouwen moeten de afwas doen, want wij
kunnen dit veel beter dan mannen”
o Overtuigingen van individuele personen, maar ook kunnen ook collectieve opvattingen worden à leidt tot
sociale normen
o “De snelwegen van de hersenen”: we moeten zeer veel informatie verwerken, stereotypen helpen ons
hierbij
3.1 GENDERSTEREOTYPEN
o Seksestereotypen = gelieerd aan het ‘vrouw’ of ‘man’ zijn
o Genderrolstereotypen = gelieerd aan genderrollen
o Seksualiteitsstereotypen = gelieerd aan seksualiteitsbeleving
Lesnotities van Nina Hoevenaars (2024-2025) 2
, o Intersectionele stereotypen = ‘mix’ van stereotypen
3.2 STEREOTYPERING
Stereotypering is het fenomeen waarbij een stereotype opvatting toegepast wordt op een individu dat tot de
(sub)groep behoort
o Kan bewust, maar ook onbewust gebeuren
o Let op dat je op het examen geen voorbeeld geeft van een stereotype, maar van stereotypering!
• Een voorbeeld is: Het idee leeft dat vrouwen niet kunnen autorijden, maar er is aangetoond dat 8
op de 10 dodelijke ongevallen veroorzaakt worden door mannen. Wanneer je in de auto stapt bij
een man en je gaat er automatisch vanuit dat hij onveilig zal rijden in het verkeer, doe je aan
stereotypering. à toepassen van het stereotype op een individu dat tot een groep behoort
o Wanneer iedereen juist hetzelfde wordt benaderd, creëer je een nieuwe ongelijkheid
o Verschil tussen ‘gelijk’ en ‘gelijkwaardig’
o Link discriminatie – stereotypering: discriminatie komt voort uit stereotypering, maar niet alle vormen van
stereotypering zijn vormen van discriminatie
3.3 GEVOLGEN IN DE CONTEXT VAN HET RECHT
o Stereotypering ondergraaft de aanspraken of verwachtingen die vrouwen en/of personen die afwijken van
genderstereotypen formuleren t.a.v. het recht als maatschappij-ordenend systeem
o Stereotypering versterkt de aanspraken of verwachtingen die mannen en/of personen die conformeren
aan genderstereotypen formuleren t.a.v. het recht als maatschappij-ordenend systeem
o Stereotype opvattingen spelen principieel een rol in wat strafbaar is en wat niet à verhindert toegang tot
rechten
• Bv. verkrachting in het huwelijk voor 1989 bestond niet, seks hoorde nu eenmaal bij het huwelijk,
onder welke vorm dan ook
o Stereotype opvattingen spelen een rol in wat vervolgd wordt en wat niet à verhindert juridische
bescherming
• Bv. partnergeweld was lang strafbaar, maar werd niet vervolgd
o Impact op objectieve instelling van ‘mensen van het recht’ (politie, parket, rechters)
• Mogelijk dat mensen van het recht met stereotype opvattingen naar een situatie kijken
• Bv. vrouw gaat aangifte doen van seksueel geweld en wordt gevraagd wat ze daar alleen deed
o Bemoeilijkt het correct begrip van de aard van een misdrijf
o Impact op de geloofwaardigheid van slachtoffers, daders en getuigen
• Bv. slachtoffers hebben vaak de neiging om na een traumatische ervaring te lachen, giechelen of
geen emotie te tonen. Indien je hier niet van op de hoogte bent en je gaat er enkel van uit dat
slachtoffers huilen en in shock verkeren na een voorval, kun je de situatie verkeerd beoordelen
• Bv. dader is een jonge beloftevolle persoon, dit sluit niet aan bij het stereotype beeld van een
dader waardoor hij anders (milder) behandeld zal worden, “moet 1 zatte nacht het leven van een
zwemkampioen verwoesten?”
o Impact op de strafmaat à daders worden niet juridisch aansprakelijk gesteld
• Bv. iemand is al zo sterk beoordeeld/gestraft via sociale media waardoor men denkt dat een
dader geen bijkomende straf meer nodig heeft à discussie over welke straf gerechtvaardigd is
voor welk misdrijf
3.4 HOE TEGENGAAN?
o Genderstereotypen onderzoeken en ontkrachten als foute opvattingen
Lesnotities van Nina Hoevenaars (2024-2025) 3
, • Bv. stereotype ‘mannen hebben altijd zin in seks’ onderzoeken en daarna ontkrachten want
mannen kunnen ook minder of geen zin hebben in seks
o Genderanalyse van wetgeving en gerechtelijke uitspraken
• Bv. ‘dark number’ van seksueel misbruik
o Wets- en beleidswijzigingen die juridische genderstereotypering tegengaan
• Bv. “een vrouw die zwijgt stemt toe” à genderstereotype klopt niet, maar was wel aanwezig in de
wetgeving en in gerechtelijke uitspraken à wetgeving veranderen
o Aantonen van problemen ten gevolge van juridische genderstereotypering
• Bv. manier waarop slachtoffers opgevangen werden bij politie leidde eerder tot het niet indienen
van een klacht door de informatie die men deelde, “doe het niet”
o Belichten van goede praktijken
• Zorgcentra na seksueel geweld *
• Bv. uithuisplaatsing bij partnergeweld: parket kan een uithuisplaatsing bevelen, de dader mag
een bepaalde periode (ongeveer 15 dagen) niet meer in huis komen om een periode van rust te
creëren voor alle betrokkenen om na te gaan wat men kan doen om te vermijden dat dergelijke
zaken opnieuw gebeuren à men gaat na wat het slachtoffer nodig heeft en er is de mogelijkheid
om naar de familierechter te gaan
o Juridische ‘capacity buiding’ inzake vermijden van genderstereotypering
• = opleidingen rond genderstereotypering
• J. Van Espen werd vermoord door iemand die in de gevangenis had moeten zitten à sindsdien
moeten alle rechters (zittend of niet) een basisopleiding volgen rond intrafamiliaal en seksueel
geweld, strafrechters en familierechters moeten een uitgebreider traject rond dit thema volgen
* Zorgcentra na seksueel geweld (ZSG)
Een zorgcentrum is een samenwerking tussen het ziekenhuis, politie en justitie. Je kan hier 24/24 en 7/7 gratis en
vertrouwelijk terecht als je het slachtoffer geworden bent van seksueel geweld. Indien het seksueel geweld
minder dan een week geleden heeft plaatsgevonden gaat men op zoek naar forensische sporen en deze
verzamelen. Deze worden 6 maanden lang bewaard. Dit geeft de kans aan het slachtoffer om na te denken of
hij/zij een klacht wil indienen tegen de dader. Indien je al weet dat je een klacht wil indienen kun je daar bij
gespecialiseerde zedeninspecteurs verhoord worden. Er wordt daarnaast ook gekeken of je medische zorgen
nodig hebt. Vaak zijn dit geen fysieke verwondingen, maar eerder het toedienen van noodanticonceptie en
medicatie om een Hiv-besmetting te voorkomen. Er is ook de mogelijkheid om psychologische ondersteuning te
krijgen. Er wordt vooral gewerkt rond schuldgevoelens en schaamte. Dit is belangrijk om op termijn
posttraumatisch stresssyndroom te vermijden.
Lesnotities van Nina Hoevenaars (2024-2025) 4
EN VOORTPLANTING
DEEL 1. RECHT EN GENDER
SEKSSGERELATEERDE STEREOTYPEN ALS UITDAGING VOOR RECHT EN MAATSCHAPPIJ
1. RECHT IS OVERAL
Voorbeelden:
o Op straat: verkeersregels
o Op terras: je bestelt een drankje à koop-verkoop overeenkomst
o In huis: regels bij het bouwen van een huis à bouwrecht
o Huwelijk: stukje uit het burgerlijk wetboek wordt voorgelezen, bv. “bijdragen naar vermogen”
• Trouwen als alliantie à trouwen uit liefde
• Huwelijksrecht en familiaal vermogensrecht
• Het recht regelt wie mag trouwen met wie
o In bed: in veel Amerikaanse staten is anale seks een strafbare seksuele handeling geweest
o Voortplanting: wie wordt gezien als moeder en vader? à Het recht moet een positie bepalen tussen alle
zaken die tegenwoordig medisch gezien mogelijk zijn
o Seksualiteitsbeleving
o Sekse: wie is man of vrouw? à Recht heeft bijgedragen tot het binair denken
o Op de arbeidsmarkt
Het recht is overal:
o We zijn onbewust onderworpen aan het recht
o Gewoontes, zelden parate of actuele ‘kennis’
o Informatie à verwachtingen over hoe wijzelf en anderen mensen zich moeten gedragen
o Het recht leidt een sluimerend bestaan, het wordt vaak pas ‘zichtbaar’ bij een conflict à je gaat beroep
doen op je recht
Recht is het geheel van regels en technieken tot ordening en aansturing van een bepaalde samenleving en tot
oplossing van conflicten of problemen in die samenleving
o Regelingen van verhoudingen
• Natuurlijke personen en rechtspersonen (constructie, bijvoorbeeld een bedrijf behandelen
alsof het een persoon is)
• Mogelijke verhoudingen:
- Tussen particuliere personen (tussen twee natuurlijke personen)
- Tussen twee rechtspersonen
- Tussen een natuurlijke persoon en een rechtspersoon
à Deze drie verhoudingen vallen onder het burgerlijk recht
- Tussen overheid en particuliere personen à publiek recht (overheid is almachtig, geen
evenwaardige verhouding)
Lesnotities van Nina Hoevenaars (2024-2025) 1
, o Doelstellingen van het recht:
1) Scheppen van sociale orde
2) Bevorderen van niet-gewelddadige conflictbeslechting
3) Bewerkstelligen van een zo rechtvaardig mogelijke verdeling van schaarse goederen in de
samenleving
4) Kanaliseren van sociale verandering
5) Garanderen van ontplooiing en autonomie van burgers (eigenschap van een welvaartsstaat)
2. GENDER IS OVERAL
o Genderopvattingen zijn overal waar mensen zijn
o Seksuele identiteit bestaat uit...
• Sekse, geslacht
• Genderidentiteit = gevoel dat een persoon zelf heeft over welk gender ze hebben
• Genderexpressie = hoe je de genderidentiteit uit (kledij, haardracht, stem...)
• Seksuele oriëntatie = tot wie je je aangetrokken voelt
• Voortplanting: wel of niet kinderen willen
3. STEREOTYPEN
Er bestaan veel stereotypen met betrekking tot gender
“A generalized view or preconception of attributes or characteristics possessed by, or the roles that should be
performed by, members of a particular group” - Rebecca Cook en Simone Cusack
“Beliefs about groups of people” - Alexandra Timmer
“A preconceived belief formed before full knowledge or evidence is available about the attributes, characteristics
or roles of a social group or subgroup” - Veronica Birga
Stereotypen zijn...
o Beschrijvend (of descriptief) en/of normerend (of prescriptief) en/of roltyperend
• Beschrijvend: “vrouwen zijn zorgzaam”, “zwarten mensen kunnen goed dansen”
• Normerend: “vrouwen moeten zorgzaam zijn”, “zwarte mensen moeten goed kunnen dansen”
• Roltyperend: “moeders moeten zorgzaam zijn”
o Foutief of kunnen een grond van ‘waarheid’ bevatten
o Negatief of schijnbaar ‘positief’
• Voorbeeld van een schijnbaar positief stereotype: “vrouwen moeten de afwas doen, want wij
kunnen dit veel beter dan mannen”
o Overtuigingen van individuele personen, maar ook kunnen ook collectieve opvattingen worden à leidt tot
sociale normen
o “De snelwegen van de hersenen”: we moeten zeer veel informatie verwerken, stereotypen helpen ons
hierbij
3.1 GENDERSTEREOTYPEN
o Seksestereotypen = gelieerd aan het ‘vrouw’ of ‘man’ zijn
o Genderrolstereotypen = gelieerd aan genderrollen
o Seksualiteitsstereotypen = gelieerd aan seksualiteitsbeleving
Lesnotities van Nina Hoevenaars (2024-2025) 2
, o Intersectionele stereotypen = ‘mix’ van stereotypen
3.2 STEREOTYPERING
Stereotypering is het fenomeen waarbij een stereotype opvatting toegepast wordt op een individu dat tot de
(sub)groep behoort
o Kan bewust, maar ook onbewust gebeuren
o Let op dat je op het examen geen voorbeeld geeft van een stereotype, maar van stereotypering!
• Een voorbeeld is: Het idee leeft dat vrouwen niet kunnen autorijden, maar er is aangetoond dat 8
op de 10 dodelijke ongevallen veroorzaakt worden door mannen. Wanneer je in de auto stapt bij
een man en je gaat er automatisch vanuit dat hij onveilig zal rijden in het verkeer, doe je aan
stereotypering. à toepassen van het stereotype op een individu dat tot een groep behoort
o Wanneer iedereen juist hetzelfde wordt benaderd, creëer je een nieuwe ongelijkheid
o Verschil tussen ‘gelijk’ en ‘gelijkwaardig’
o Link discriminatie – stereotypering: discriminatie komt voort uit stereotypering, maar niet alle vormen van
stereotypering zijn vormen van discriminatie
3.3 GEVOLGEN IN DE CONTEXT VAN HET RECHT
o Stereotypering ondergraaft de aanspraken of verwachtingen die vrouwen en/of personen die afwijken van
genderstereotypen formuleren t.a.v. het recht als maatschappij-ordenend systeem
o Stereotypering versterkt de aanspraken of verwachtingen die mannen en/of personen die conformeren
aan genderstereotypen formuleren t.a.v. het recht als maatschappij-ordenend systeem
o Stereotype opvattingen spelen principieel een rol in wat strafbaar is en wat niet à verhindert toegang tot
rechten
• Bv. verkrachting in het huwelijk voor 1989 bestond niet, seks hoorde nu eenmaal bij het huwelijk,
onder welke vorm dan ook
o Stereotype opvattingen spelen een rol in wat vervolgd wordt en wat niet à verhindert juridische
bescherming
• Bv. partnergeweld was lang strafbaar, maar werd niet vervolgd
o Impact op objectieve instelling van ‘mensen van het recht’ (politie, parket, rechters)
• Mogelijk dat mensen van het recht met stereotype opvattingen naar een situatie kijken
• Bv. vrouw gaat aangifte doen van seksueel geweld en wordt gevraagd wat ze daar alleen deed
o Bemoeilijkt het correct begrip van de aard van een misdrijf
o Impact op de geloofwaardigheid van slachtoffers, daders en getuigen
• Bv. slachtoffers hebben vaak de neiging om na een traumatische ervaring te lachen, giechelen of
geen emotie te tonen. Indien je hier niet van op de hoogte bent en je gaat er enkel van uit dat
slachtoffers huilen en in shock verkeren na een voorval, kun je de situatie verkeerd beoordelen
• Bv. dader is een jonge beloftevolle persoon, dit sluit niet aan bij het stereotype beeld van een
dader waardoor hij anders (milder) behandeld zal worden, “moet 1 zatte nacht het leven van een
zwemkampioen verwoesten?”
o Impact op de strafmaat à daders worden niet juridisch aansprakelijk gesteld
• Bv. iemand is al zo sterk beoordeeld/gestraft via sociale media waardoor men denkt dat een
dader geen bijkomende straf meer nodig heeft à discussie over welke straf gerechtvaardigd is
voor welk misdrijf
3.4 HOE TEGENGAAN?
o Genderstereotypen onderzoeken en ontkrachten als foute opvattingen
Lesnotities van Nina Hoevenaars (2024-2025) 3
, • Bv. stereotype ‘mannen hebben altijd zin in seks’ onderzoeken en daarna ontkrachten want
mannen kunnen ook minder of geen zin hebben in seks
o Genderanalyse van wetgeving en gerechtelijke uitspraken
• Bv. ‘dark number’ van seksueel misbruik
o Wets- en beleidswijzigingen die juridische genderstereotypering tegengaan
• Bv. “een vrouw die zwijgt stemt toe” à genderstereotype klopt niet, maar was wel aanwezig in de
wetgeving en in gerechtelijke uitspraken à wetgeving veranderen
o Aantonen van problemen ten gevolge van juridische genderstereotypering
• Bv. manier waarop slachtoffers opgevangen werden bij politie leidde eerder tot het niet indienen
van een klacht door de informatie die men deelde, “doe het niet”
o Belichten van goede praktijken
• Zorgcentra na seksueel geweld *
• Bv. uithuisplaatsing bij partnergeweld: parket kan een uithuisplaatsing bevelen, de dader mag
een bepaalde periode (ongeveer 15 dagen) niet meer in huis komen om een periode van rust te
creëren voor alle betrokkenen om na te gaan wat men kan doen om te vermijden dat dergelijke
zaken opnieuw gebeuren à men gaat na wat het slachtoffer nodig heeft en er is de mogelijkheid
om naar de familierechter te gaan
o Juridische ‘capacity buiding’ inzake vermijden van genderstereotypering
• = opleidingen rond genderstereotypering
• J. Van Espen werd vermoord door iemand die in de gevangenis had moeten zitten à sindsdien
moeten alle rechters (zittend of niet) een basisopleiding volgen rond intrafamiliaal en seksueel
geweld, strafrechters en familierechters moeten een uitgebreider traject rond dit thema volgen
* Zorgcentra na seksueel geweld (ZSG)
Een zorgcentrum is een samenwerking tussen het ziekenhuis, politie en justitie. Je kan hier 24/24 en 7/7 gratis en
vertrouwelijk terecht als je het slachtoffer geworden bent van seksueel geweld. Indien het seksueel geweld
minder dan een week geleden heeft plaatsgevonden gaat men op zoek naar forensische sporen en deze
verzamelen. Deze worden 6 maanden lang bewaard. Dit geeft de kans aan het slachtoffer om na te denken of
hij/zij een klacht wil indienen tegen de dader. Indien je al weet dat je een klacht wil indienen kun je daar bij
gespecialiseerde zedeninspecteurs verhoord worden. Er wordt daarnaast ook gekeken of je medische zorgen
nodig hebt. Vaak zijn dit geen fysieke verwondingen, maar eerder het toedienen van noodanticonceptie en
medicatie om een Hiv-besmetting te voorkomen. Er is ook de mogelijkheid om psychologische ondersteuning te
krijgen. Er wordt vooral gewerkt rond schuldgevoelens en schaamte. Dit is belangrijk om op termijn
posttraumatisch stresssyndroom te vermijden.
Lesnotities van Nina Hoevenaars (2024-2025) 4