Naam Student: Mariska Terpstra
Studentnummer: 500640065
Vak: Praktijksupervisie
Fase: Uitvoeringsfase
Stage instelling: VU Medisch Centrum
Praktijkbegeleider: Ruud Hoogakker
Opleidingsinstituut: Hogeschool van Amsterdam
SLB’er: Ria Lakeman
Praktijkdocent: Lijda scholtens
Datum: 18 februari 2014
In dit tussentijdse evaluatieverslag vindt u een reflectie op de afgelopen acht
supervisiebijeenkomsten. De competenties die gedurende het programma van praktijksupervisie
centraal staan, zijn:
Competentie 7: Werkt aan persoonlijke en professionele ontwikkeling(Bildung), en ontwikkelt daarbij
zijn of haar persoonlijke kwaliteiten en beroepskwaliteiten
Competentie 8: Draagt bij aan ontwikkeling van zichzelf en het beroep door reflectie, wederkerend
leren, kennisontwikkeling en kenniscirculatie in opleiding en beroeps, intervisie en coaching van
collega’s en of stagiaires.
Aan de hand van de inbreng tijdens de supervisiebijeenkomsten heb ik mij verder ontwikkeld in het
reflecteren op en kunnen verantwoorden van mijn eigen handelen (competentie 7). Aan het begin
van mijn ontwikkeling was mijn inbreng erg feitelijk, en waren de antwoorden die ik gaf op de
onderzoekende vragen die mijn medesupervisanten mij stelden vooral gericht op het omgevings- en
gedrag aspect uit het ui-model van Korthagen. Ik maakte aan het begin van mijn ontwikkeling dus
ook nauwelijks gebruik van theorie ter ondersteuning van mijn reflectie en verantwoording.
Ik heb geleerd dat het reflecteren op praktijksituaties aan de hand van theorie, nieuwe inzichten op
kan leveren. Het inpassen van theorie in een reflectie kan helpen om praktijksituaties te kunnen
verklaren. Daarnaast is theorie een belangrijk middel om jou handelen als maatschappelijk werker te
kunnen verantwoorden.
Door verschillende leeractiviteiten en (theoretische) benaderingen in de supervisiebijeenkomsten
heb geleerd om naast de buitenste lagen van het ui-model van Korthagen, ook de binnenste lagen
mee te nemen in het reflecteren op- en verantwoorden van mijn eigen handelen. Ik heb geleerd om
te kijken naar mijn competenties, overtuigingen, identiteit en betrokkenheid.
De supervisiebijeenkomsten hebben mij dus veel informatie gegeven over mijn eigen normen en
waarden, en hoe ik hoe ik deze tegenkom in diverse praktijksituaties. In de verdiepingsfase wil ik mij
richten op het verder ontwikkelen van de bewustwording van mijn eigen normen en waarden in
cliënt situaties. Vervolgens wil ik mij ontwikkelen in het maken van een bewuste afweging, waarin ik
afweeg in hoeverre het van belang is om mijn normen en waarden mee te nemen in de
hulpverlening. Dit leerdoel heb ik SMART geformuleerd in het Persoonlijk Activiteiten Plan voor de
verdiepingsfase.