1780-1794 Oostenrijkse Nederlanden tot 1794, gevolgd door de Verenigde Belgische Staten (1790) (Vonckisten en
Statisten samen tegen Jozef 2) en de Franse periode (1794-1814).
1815 Oprichting van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, door het Congres van Wenen.
1828 Petitionnement van 1828: Belgische oppositie (monsterverbond) verenigde zich tegen Willem I en eiste
persvrijheid, taalvrijheid, onderwijsvrijheid (katholieken) en lagere belastingen.
Aug 1830 Onlusten in Brussel na de opvoering van La Muette de Portici in de Munt. Dit leidde tot de vorming van een
voorlopige regering.
Okt 1830 Uitroeping van de Belgische onafhankelijkheid, België scheidt zich af van Nederland.
Nov 1830 Verkiezingen voor het Nationaal Congres op basis van cijnskiesrecht en capaciteitskiesrecht (slechts 46.000
stemgerechtigden op 3,7 miljoen inwoners).
Feb 1831 Belgische grondwet wordt aangenomen, met bepalingen zoals scheiding der machten, ministeriële
verantwoordelijkheid en fundamentele vrijheden.
21 juli 1831 Eedaflegging van Leopold I als eerste Koning der Belgen, Orleanisme, grote invloed op parlement
Juli 1831 Verdrag der XVIII Artikelen: Eerste poging tot diplomatieke regeling tussen België en Nederland, waarin
België grotendeels de grenzen van 1790 behield en eeuwigdurende neutraliteit werd vastgelegd. Ook
staatsschuld gefixt.
Maart 1831 Kieswet van 1831: Regelde het kiessysteem in België, gebaseerd op cijnskiesrecht en verkiesbaarheidscijns
afhankelijk per departement met geheime stemming. Geen capacitair kiesrecht
2-12 aug Tiendaagse Veldtocht: Nederland probeerde de Belgische Opstand te onderdrukken. Hoewel de Nederlandse
1831 troepen aanvankelijk succes hadden, dwong Franse militaire steun Nederland tot terugtrekking. -> ook grote
rol voor Leopold 1 die opperbevelhebber was.
1832 Mirari Vos: Paus Gregorius XVI veroordeelt in deze encycliek Liberaal-Katholicisme
1834 Oprichting ULB door Pierre-Théodore Verhaegen als reactie op de heroprichting van de KUL
1839 Verdrag van Londen / Verdrag der XXIV Artikelen: Nederland erkent België en de definitieve grenzen worden
vastgesteld.
1842 Onderwijswet lager onderwijs, elke gemeente verplicht een lagere school met verplicht godsdienst
onderwijs-> vaak uitbesteed aan Zusters
1846 Oprichting van de Liberale Partij, na het Liberaal Congres -> programma met kieshervorming, openbaar ow,
sociale agenda en anti-clericale maatregelen
1847 Liberale verkiezingsoverwinning, gevolgd door een homogeen liberaal kabinet: Rogier 1
1848 Verlaging kiescijns tegen revolutiegolf, kiezersaantal verdubbelde MAAR bleef laag. + afschaffing van de
dagbladzegel (persvrijheid) en onverenigbaarheid openbare ambt en politiek mandaat.
1850 Begin van de industrialisering in België, met nadruk op kolen- en metaalproductie, vooral in Luik-Verviers,
Charleroi en de Borinage. Mechanisatie leidt tot productiestijging en exportgroei. -> laissez-faire
Mauro Goyvaerts
1
, 1850 Algemene Lijfrentekas wordt opgericht om sociale zekerheid te bevorderen. Arbeiders kunnen sparen. +
Belgische nationale bank wordt opgericht
1850 Organieke wet op middelbaar onderwijs onder de regering-Rogier: oprichting van 10 koninklijke athenea en
50 middelbare scholen, aanstelling van leraars door de regering, leken mogen godsdienst geven +
gemeentefinanciering.
1851 Maatschappijen van onderlinge bijstand worden opgericht om sociale bescherming te bieden.
1852 Wet-Faider, Buitenlandse staatshoofden beledigen is verboden -> tegen revolutionairen in Brussel
1853 Conventie van Antwerpen onder Brouckère= Compromis, geen gemengde scholen, geen godsdienst door
een leek, niet-katholieken mogen geen godsdienstonderwijs volgen.
1856 Grievencomissie, inventariseren van taalproblemen.
1857 Laatste unionistische regering verdwijnt en België krijgt een homogene liberale regering.
1862 Ontstaan van de Meetingpartij te Antwerpen-> tegen Antwerpen als vestingstad
1863 Afkoop van de Scheldetol: België betaalt Nederland om de tolheffing op de Schelde af te schaffen
1864 Oprichting van de Ligue de l'Enseignement, een organisatie die pleit voor verplicht onderwijs, de laïcisering
van het onderwijs en een kieshervorming. Kerk moet weg uit onderwijs. Charles Bruls
1866 Afschaffing van het coalitieverbod: arbeiders mogen zich nu organiseren en collectief onderhandelen.
1866 Publicatie van ‘Arm Vlaanderen’ door Isidoor Teirlinck,
1871 Oprichting van het Verbond der Katholieke Kringen en Conservatieve Verenigingen, vorming van een
katholieke partij. Link met clerus, conservatieven en katholieke politici-> gebouwd op congressen van
Mechelen (1863-1867). Ultramontanisme -> invloed van de Paus (Pius 9) -> verwerpen van liberale vrijheden
1873 Wet Coremans, gebruik van Nederlands in rechtszaken toegelaten. -> Eerste taalwet
1878 Liberale regering Frère-Orban/Van Humbeeck voert hervormingen door in het onderwijs.->
Vrijmetselaarsregering
1878 Wet Delaet, faciliteiten voor Nederlands in bestuurszaken-> Tweede taalwet
1879 Begin van de Schoolstrijd: beperking van gemeentelijke autonomie in het onderwijs, verplichting van
openbare scholen en aanstelling van onderwijzers met een diploma van een officiële normaalschool. Van
Humbeeck als eerste Minister van Onderwijs.
1880 Verbreking van diplomatieke betrekkingen met de Heilige Stoel door de liberale regering als gevolg van de
groeiende spanningen rond onderwijs.
1881 Uitbreiding van het middelbaar onderwijs: verdubbeling van het aantal openbare scholen, inclusief 50 voor
meisjes.
1882-1883 Katholieke tegenmobilisatie: Katholieke Schoolpenning (1881), oprichting van katholieke scholen, verbod
voor katholieke onderwijzers om les te geven in officiële scholen, en richtlijnen voor ouders om hun kinderen
niet naar openbare scholen te sturen.
1883 Derde Taalwet, toelaten van Nederlandse vakken in het openbaar Middelbaar Onderwijs.
1884 Verkiezingsoverwinning van de Katholieke Partij, waardoor de controle over het onderwijs opnieuw
Mauro Goyvaerts
2