100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

samenvatting recht, periode 1 en 2, jaar 1, HBO verpleegkunde

Rating
4.2
(18)
Sold
62
Pages
33
Uploaded on
21-09-2020
Written in
2019/2020

Dit is een samenvatting van de leerdoelen van week 1 t/m 14 (dus zowel periode 1 als 2) van het vak: recht. de aantekeningen van het hoor- en werkcollege zijn toegevoegd bij de leerdoelen, om deze zo duidelijk mogelijk uit te werken. Tot slot heb ik ook nog de antwoorden van de vragen die je moet maken in de werkcolleges toegevoegd. Altijd fijn als je geen tijd had om ze te maken of wanneer je je antwoorden wil controleren als deze niet word gecontroleerd tijdens de les. Deze samenvatting is gemaakt met de volgende literatuur: de bestanden die op de elo staan, de powerpoints, de hoor- en werkcolleges en het boek: 'praktisch gezondheidsrecht'. Samenvatting recht, periode 1 en 2, jaar 1, hbo verpleegkunde, Hogeschool windesheim, VPK-RE1.2.V020

Show more Read less
Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
September 21, 2020
File latest updated on
January 18, 2021
Number of pages
33
Written in
2019/2020
Type
Summary

Subjects

Content preview

De leerdoelen > week 1
De student kan de verschillende indelingen van het recht benoemen en kan deze hanteren
Subjectief recht: bevoegdheid of aanspraak die iemand in een gegeven situatie in redelijkheid heeft ten opzichte
van een ander (dit is een sociale norm, bijvoorbeeld: een patiënt heeft recht op inzage in het medisch dossier)

Objectief recht: geheel van regels en voorschriften dat vanuit een gemeenschap met een dwingend karakter aan
de samenlevingsgenoten is opgelegd (bijvoorbeeld: een arts is verplicht de patiënt inzage te geven in het medisch
dossier, dit is een rechtsregel)

Positief recht: het recht dat op een bepaald tijd in een bepaalde gemeenschap geldt.

Publieksrecht: Regelt de verhoudingen tussen de overheid en de burgers en tussen de overheidsorganen
onderling. Het publieksrecht is te onderverdelen in:
▪ staatsrecht: het heeft betrekking op de organen van de staat, op de instelling ervan, hun bevoegdheden,
hun verhouding tot elkaar en die tot de burgers. Regelt de inrichting en de bevoegdheden van de staat en
zijn onderdelen, GW
▪ bestuursrecht: aan welke regels de overheid zich moet houden (tijdens verkeer met burgers) bij bv het
nemen van besluiten en wat burgers moeten doen als ze het niet eens met een besluit zijn.
▪ strafrecht: welk gedrag in welke omstandigheden en onder welke voorwaarden strafbaar is en elke
sancties dan mogen worden opgelegd.
▪ internationaal recht: Nederland moet als lidstaat zich aan het recht houden van de EU

Privaatrecht/burgerlijk recht/civiel recht: Regelt de verhoudingen tussen de burgers onderling. Het privaatrecht
is te onderverdelen in:
▪ personen- en familierecht: bv. wie is de moeder? Draagmoeder is bv. de oorspronkelijke moeder.
▪ Rechtspersonen: dit is een abstract persoon, zoals bijvoorbeeld een organisatie (Windesheim)
▪ Erfrecht
▪ Vermogensrecht/zakelijke rechten/verbintenissenrecht
▪ handelsrecht
▪ verkeersmiddelen en vervoer
▪ internationaal privaatrecht

Nationaal recht: ieder land heeft een eigen recht systeem, eigen regels.
Internationaal recht: afspraken tussen landen, bv. oorlogsrecht.
Supranationaal recht: zoals bijvoorbeeld de Europese Unie.

Formeel recht: de regels die bij het gerechtelijk procederen in acht genomen moet worden.
materieel recht: de regels die bevoegdheden geven aan en verplichtingen opleggen op deelnemers aan het
rechtsverkeer

Dwingend recht: regels waar van niet mag worden afgeweken (partijen mogen geen andere afspraken maken)
Regelend recht: regels waarvan kan worden afgeweken of die door partijen buiten toepassing kunnen worden
gelaten door zelf een andere regeling te treffen.

De student kan de verschillende rechtsbronnen benoemen
1. wetgeving
▪ als de koning de wet afkeurt komt de wet er niet.
▪ Ook gemeentes en provincies maken wetten.

2. verdrag
▪ internationale overeenkomsten tussen staten.

3. Jurisprudentie
▪ Verzameling van alle rechtelijke uitspraken.

De student kan beschrijven hoe wetgeving in Nederland tot stand komt
Een wet is een regeling die wordt vastgesteld door de hoogste wetgever, dat is de regering en de Staten-Generaal
gezamenlijk (het parlement). Wetten komen grotendeels initiatief tot stand van de regering, maar ook de leden
van de Tweede Kamer kunnen op eigen initiatief een wetsvoorstel indienen (het recht van initiatief).

,(Memorie van toelichting: uitleg van hoe en waarom van wetsvoorstel, naar ministerraad gestuurd.) Na
akkoordbevinding besluit ministerraad het wetsvoorstel voor te leggen bij de Tweede Kamer.

Van wetvoorstel naar inwerkingtreding wet:
1. Tweede Kamer
▪ Schriftelijke voorbereiding, mondelinge behandeling en stemming
▪ kan wijzigingsvoorstellen (amendementen) indienen, stemt op amendementen en uiteindelijk op totale
wetsvoorstel

2. Eerste Kamer
▪ geen recht van amendement (behalve m.b.v. Novelle)
▪ wetsvoorstel kan aanvaard of verworpen worden

3. Ondertekening, afkondiging en inwerkingtreding
▪ wordt pas wet als het ondertekend is door de koning en de betrokken ministers en het moet bekend
worden gemaakt (Bekendmakingswet)

De student kan uitleggen wat grondrechten zijn
Grondrechten: de fundamentele mensenrechten en de belangrijkste bouwstenen van het recht. De grondrechten
zijn te onderverdelen in:

klassieke grondrechten
Garanderen de vrijheid van de burgers tegenover de overheid, de rechten van individuen waarop staatsorganen
(in beginsel) geen inbreuk mogen maken en onthouden van actief optreden. Voorbeelden zijn:
▪ Vrijheid van godsdienst of levensovertuiging ▪ Persvrijheid
▪ Vrijheid van openbare meningsuiting ▪ Vrijheid van onderwijs
▪ Het recht tot vereniging, vergadering en betoging ▪ Onaantastbaarheid van het lichaam
▪ Bescherming van de persoonlijke levenssfeer ▪ het huisrecht
▪ Het brief-, telefoon- en telegraafgeheim ▪ het recht op privacy
▪ Het recht op persoonlijke vrijheid

sociale grondrechten
De sociale grondrechten dwingen de overheid zich actief op te stellen, de overheid moet zich (volgens de GW –
Grondwet) verplicht bezig houden met:
▪ het onderwijs
▪ de bevordering van voldoende woon- en werkgelegenheid
▪ de bestaanszekerheid van de bevolking en de spreiding van de welvaart
▪ de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu
▪ maatregelen treffen ter bevordering van de volksgezondheid
▪ voorwaarden scheppen voor maatschappelijke en culture ontplooiing/vrijetijdsbesteding
▪ aanspraak op sociale zekerheid
▪ de rechtspositie van degenen die arbeid verrichten, hun bescherming en medezeggenschap
▪ het recht op bijstand voor wie niet in eigen levensonderhoud kan voorzien

De student heeft kennis van de organisatie van de rechtspleging in Nederland
Rechtspleging: het geheel van regels met betrekking tot organisatie van de rechtspraak en de wijze waarop een
proces verloopt. De organisatie van de rechterlijke macht is geregeld in de GW (Grondwet) en nader uitgewerkt in
de Wet op de rechterlijke organisatie.

Leden van de rechterlijke macht zijn onafhankelijk en voor het leven benoemd. Op eigen verzoek of bij het
bereiken van een bepaalde leeftijd kunnen ze ontslagen worden. Kunnen ook door het rechterlijk behorend
gerecht (de Hoge Raad) geschorst of ontslagen worden. De wet regelt hun rechtspositie. Deze rechtsposities zijn
in Nederland te onderverdelen in:
1. de Rechtsbank
2. het Gerechtshof
3. de Hoge Raad

,antwoorden op de vragen van het werkcollege van week 1
vraag 1: Wat is publiekrecht en welke onderdelen onderscheiden we?
Het publieksrecht is de relatie tussen de overheid en de burgers en is te onderverdelen in: het staatsrecht,
bestuursrecht, internationaal recht en strafrecht.

Vraag 2: Wat is privaatrecht?
Het privaatrecht is de relatie tussen burgers onderling en is te onderverdelen in het vermogensrecht en erfrecht.

Vraag 3: Is er sprake van publiekrecht of privaatrecht?
▪ De gemeente Zwolle verleent een bouwvergunning aan de familie Jansen om het huis te verbouwen.
 publiekrecht

▪ Mevr. Ter Wilde verkoopt haar rollator aan Jan van der Wegen.
 privaatrecht

▪ Jozef gaat naar de tandarts om een verstandskies te laten trekken.
 privaatrecht (de tandarts is geen onderdeel van de overheid)

▪ Janita en Lasse gaan samenwonen
 privaatrecht

▪ De provincie Overijssel verleent subsidie aan een gezelligheidsvereniging voor bejaarden.
 publiekrecht

Vraag 4: wat is het verschil tussen natuurlijke personen en rechtspersonen?
Natuurlijke personen zijn echte personen (levend) en rechtspersonen is een stichting/organisatie, het zijn geen
echte personen.

Vraag 5: wat verstaan we onder het materieel recht?
De regels die betrekking hebben op regels en plichten, het gaat hierbij dus over de inhoud van regels.

Vraag 6: Wat verstaan we onder het formeel recht?
De regels over de wijze waarop een bepaald proces vervolgd moet worden, de regels waarlangs iets gebeuren
moet (de procedures).

Vraag 7: Materieel of formeel recht?
▪ Als raadslieden worden slechts toegelaten in Nederland ingeschreven advocaten.
 formeel recht

▪ Niemand heeft voorafgaand verlof nodig om door de drukpers gedachten en gevoelens te openbaren,
behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.
 materieel recht

▪ De Hoge Raad bestaat uit een president, ten hoogste zeven vicepresidenten, ten hoogste dertig
raadsheren en ten hoogste vijftien raadsheren in buitengewone dienst.
 formeel recht

▪ De hulpverlener moet bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen …
 materieel recht

▪ De opdrachtgever is de hulpverlener loon verschuldigd, behoudens …
 materieel recht

vraag 8: Wat is het onderscheid tussen dwingend en aanvullend/regelend recht?
Dwingend recht zijn regels waar je aan moet houden, niet vanaf wijken. Aanvullend recht is een juridisch kader,
maar is er een vrijheid van burgers om ervan af te wijken.

, vraag 9: Welke rechtsbronnen onderscheiden we?
Wetgeving = wetten en regels (niet alleen het rijk heeft regels, ook provincies hebben regels)
Verdrag = internationale overeenkomst (rechten van de mens)
Jurisprudentie = alle uitspraken van rechters/wat er in de wet staat

vraag 10: Onder welke rechtsbron valt:
- een arrest van de Hoge Raad
▪ jurisprudentie

- besluit van 29 oktober 1997, houdende nadere regels inzake deskundigheid van verpleegkundigen,
ambulanceverpleegkundigen en mondhygiënisten op het gebied van voorbehouden handelingen
▪ wetgeving

- het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden
▪ verdrag

- de benoeming van een curator door de rechtbank’
▪ jurisprudentie

- De grondwet
▪ wetgeving

Vraag 11: Beschrijf hoe in ons land een formele wet tot stand komt.
Er zijn problemen in de samenleving en de Tweede Kamer krijgt hier een signaal van, er komt een wetsvoorstel
geschreven door de minister (als het kabinet en de 2e Kamer vindt dat er wetgeving moet komen). De Tweede
Kamer reageert op het voorstel en stemt op het voorstel. Dan reageert de Eerste kamer op het voorstel. De
koning(in) en de minister(s) zetten hun handtekening. De nieuwe wet treedt in werking.

Vraag 12: Welke vormen van wetgeving kennen we?
Formeel en materieel Attributie (toekenning bevoegdheid aan rechtspraak) en delegatie (een orgaan draagt zijn
bevoegdheid over aan een ander orgaan)

Vraag 13: Waarom is het van belang om de jurisprudentie te volgen?
Het helpt bij het interpreteren van wetten en zorgt voor nadere invulling van wetten.

Vraag 14: Wat is de functie van grondrechten?
Zijn fundamentele mensenrechten en vormen de bouwstenen van het recht. Vormen belangrijke leidraad in
staatsbestel en zijn in verdragen waar Nederland bij is aangesloten zoals EVRM, IVBPR en in de Grondwet
vastgesteld.

Vraag 15: Wat is het verschil tussen klassieke en sociale grondrechten?
Klassieke grondrechten garanderen vrijheid van de burgers tegenover de overheid, de overheid mag geen inbreuk
maken op de rechten van de individuen. Sociale grondrechten vereisen actief beleid van de overheid. Zorgt dat de
mens zich in en dankzij de samenleving zo veel mogelijk kan ontplooien.

Vraag 16: Welke rechters kennen we in Nederland?
Politierechter, kinderrechter, civiele rechter, bestuursrechter, kantonrechter, ‘gewone’ rechter,
plaatsvervangende rechter, rechter-commissaris en raadsheer.

Vraag 17: Wat is het belang van rechterlijke onafhankelijkheid?
Iedereen moet eerlijk zijn, onpartijdig. Geen onderscheid tussen personen maken.

Vraag 18: Wat is de taak van het Openbaar Ministerie?
Geven van leiding bij de opsporing van strafbare feiten, het vervolgen van verdachten en het uitvoeren van
strafvonnissen.

Vraag 19: Wat is het onderscheid tussen het burgerlijk procesrecht en het strafprocesrecht?
Burgerlijk procesrecht gaat over de overeenkomst tussen de burgers. Ze kiezen er zelf voor om voor de rechter te
komen en dit moet allemaal openbaar gedaan worden. Ook moeten ze zelf betalen. Het strafprocesrecht wordt

Available practice questions

$7.24
Get access to the full document:
Purchased by 62 students

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Reviews from verified buyers

Showing 7 of 18 reviews
3 year ago

3 year ago

thanks for your review:)

4 year ago

4 year ago

Thank you for your 5 star rating! :)

4 year ago

4 year ago

thank you for your review.

4 year ago

4 year ago

thank you for your review.

4 year ago

Short and concise! Super clear and easy to understand!

4 year ago

Thank you for your rating with 5 stars! It's nice to hear that the summary is very helpful to you! :)

4 year ago

4 year ago

thank you for your review

4 year ago

4 year ago

thank you for your review, sorry about the 3 stars because this summary is really complete

4.2

18 reviews

5
5
4
11
3
2
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
Melanie123456 Hogeschool Windesheim
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
756
Member since
5 year
Number of followers
384
Documents
37
Last sold
7 months ago
Samenvattingen voor de opleiding HBO verpleegkunde

Hoi! Ik ben een laatstejaars HBO-verpleegkunde student. Mijn gebruikersnaam was: Melanie_ maar deze gebruikersnaam kan niet meer worden gebruikt (omdat aparte tekens niet meer in de naam van de verkoper mogen staan) en is daarom aangepast. In de samenvattingen werk ik de leerdoelen uit die op de ELO staan aan de hand van de opgegeven literatuur en de hoor- en werkcolleges. Ik en mijn vrienden hebben met deze samenvattingen veel van de toetsen in één keer gehaald. Ik hoop dat jullie ook veel profijt hebben van deze samenvattingen. Tips om de samenvattingen te verbeteren zijn altijd welkom. Succes met de opleiding! Groetjes Melanie.

Read more Read less
4.1

173 reviews

5
71
4
66
3
25
2
4
1
7

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions