REUMATOLOGIE
1. ARTROSE
1.1. DEFINITIE
= gewrichtsslijtage = aandoening van het gewricht en kan in alle gewrichten optreden (meest in heup,
knie en handen).
Kenmerkend
- Structuurverandering aan en verlies van het gewrichtskraakbeen verlies van normale
verhoudingen in het gewricht (pijn)klachten en beperkingen in het bewegen
- Ontstaan van
o Afbraak van kraakbeen = botremodelering
o Synoviale ontstekingen leiden tot pijn
- Langzaam voortschrijdend ziekteproces
o Periodes van stabiliteit zonder veel klachten met afwisseling van ‘flares’
o Flares = opflakkering waarin de ziekte actiever is kunnen slaappatroon, ondernemen van
activiteiten, functioneren en psychologisch welzijn beïnvloeden. Kan leiden tot verandering in
therapie voor min 24u.
Verschillende oorzaken
- Primaire artrose = directe relatie met leeftijd, ‘slijtage’, genetische factoren…
- Secundaire artrose = na het doormaken van een bepaalde aandoening zoals een inflammatoir
reumatische aandoening, een trauma of een metabole ziekte
Definiëring
- American College of Rheumathology (ACR): criteria opgesteld voor artrose in hand, heup en knie
- Nationale Institute for Health and Care Exellence (NICE): richtlijn voor diagnose van artrose
1.2. GEVOLGEN
1.2.1. GEWRICHTSPIJN
Centrale symptoom van artrose = pijn
- In begin: pijn na belasting of bewegen pijn op het einde van de dag
- Later: pijn treedt ononderbroken op en zelf ’s nachts
Pijn niet altijd in gewricht zelf. Vb bij heupartrose staalt de pijn door naar de lies, bilregio of zelfs de
knie.
1.2.2. GEWRICHTSSTIJFHEID
Stijfheid wordt elke keer ervaren als het artrotische gewricht bewogen wordt
- Startstijfheid = verdwijnt na enkele minuten
- Ochtendstijfheid = korte duur (< 30 minuten)
1.2.3. FUNCTIEBEPERKING
= een van de belangrijkste klachten van artrose
- Kunnen soms hun hobby’s / werk niet meer uitvoeren
- Algemeen functioneren in dagelijks leven wordt beperkt (vb handartrose en openen van
verpakking)
1.2.4. ESTHETISCHE SCHADE
, Vooral bij handartrose zijn er uiterlijk afwijkingen zichtbaar: zwellingen thv vingers en stand afwijkingen
van duimen.
1.3. DIAGNOSE
Anamnese, lichamelijk onderzoek, medische beeldvorming en labo
- Medische beeldvorming: radiologische afwijkingen en de ernst van artrose vaststellen (scintigrafie,
echo, MR-scan)
- Labo: minder belangrijk, is om andere aandoeningen uit te sluiten
1.4. BEHANDELING
Geen behandelingen die de structurele afwijkingen van artrose kunnen vertragen / verminderen.
Behandeling is op klachten gericht: verminderen van gewichtspijn en stijfheid, verbeteren van kracht
en beweeglijkheid, verminderen en voorkomen van functieverlies, zodat onafhankelijkheid en kwaliteit
van leven kan worden behouden.
Belangrijk om rekening te houden met persoonlijke voorkeuren van ZO.
Niet-medicamenteuze interventies
- Oefeningen yoga, tai-chi, cardiovasculaire oefeningen, spierversterkende oefeningen
- Aansterken van lagere extremiteiten vermindering in pijn en een verbetering in het
functioneren
- Dieet + oefeningen gewicht verliezen, minder pijn hebben, verbetering in functionele status en
daling in ontstekingsmarkers (vooral bij knie- en heupartrose effect)
- Educatie geven: oorzaken, aard, voor- en nadelen van relevante behandelingen, belang van
therapietrouwheid, belang van gezond gewicht en voldoende bewegen
- Hulpmiddelen: braces, voetortheses, wandelstok, kruk, rollator, aanpassingen in huis (toilet
verhoger, aangepast bed, handgrepen…)
Medicamenteuze interventies
- Analgetica (paracetamol): bij heup- en knieartrose – bij knieartrose kan er evt ook een NSAID
gegeven worden
o NICE-richtlijn: enkel tot analgetica overgaan indien andere farmacologische interventies ge-
contra-indiceert, niet getolereerd of ineffectief zijn
- Orale NSAID – bij risicogroepen in combinatie met protonpompinhibitor (Pantomed®)
- Onvoldoende effect wisselen naar andere NSAID
- Binnen 10 dagen na opstarten van behandeling afbouwen van pijnmedicatie na het verdwijnen
van de symptomen
- Intra-articulaire injecties met corticosteroïden of bloedplaatjes tijdelijke pijnvermindering bij pat
waarbij de voorgenoemde medicamenteuze interventies niet aanslaan of ge-contra-indiceert zijn.
2. REUMATOÏDE ARTRITIS
2.1. DEFINITIE
RA is een chronische systemische inflammatoire aandoening – een heterogene auto-
immuunaandoening waarbij het afweersysteem zich keert tegen het eigen lichaam.
- Chronische ontsteking van de gewrichten
o Vooral de kleine gewrichten: handen en voorvoeten = perifere gewrichten
o Vaak symmetrisch ontstoken
- Er kunnen zich meerdere extra articulaire manifestaties zich voordoen
Het is een multifactoriële ziekte waarbij zowel genetische als omgevingsfactoren de ziekte beïnvloeden.
2.2. GEVOLGEN
2.2.1. PIJN EN STIJFHEID
1. ARTROSE
1.1. DEFINITIE
= gewrichtsslijtage = aandoening van het gewricht en kan in alle gewrichten optreden (meest in heup,
knie en handen).
Kenmerkend
- Structuurverandering aan en verlies van het gewrichtskraakbeen verlies van normale
verhoudingen in het gewricht (pijn)klachten en beperkingen in het bewegen
- Ontstaan van
o Afbraak van kraakbeen = botremodelering
o Synoviale ontstekingen leiden tot pijn
- Langzaam voortschrijdend ziekteproces
o Periodes van stabiliteit zonder veel klachten met afwisseling van ‘flares’
o Flares = opflakkering waarin de ziekte actiever is kunnen slaappatroon, ondernemen van
activiteiten, functioneren en psychologisch welzijn beïnvloeden. Kan leiden tot verandering in
therapie voor min 24u.
Verschillende oorzaken
- Primaire artrose = directe relatie met leeftijd, ‘slijtage’, genetische factoren…
- Secundaire artrose = na het doormaken van een bepaalde aandoening zoals een inflammatoir
reumatische aandoening, een trauma of een metabole ziekte
Definiëring
- American College of Rheumathology (ACR): criteria opgesteld voor artrose in hand, heup en knie
- Nationale Institute for Health and Care Exellence (NICE): richtlijn voor diagnose van artrose
1.2. GEVOLGEN
1.2.1. GEWRICHTSPIJN
Centrale symptoom van artrose = pijn
- In begin: pijn na belasting of bewegen pijn op het einde van de dag
- Later: pijn treedt ononderbroken op en zelf ’s nachts
Pijn niet altijd in gewricht zelf. Vb bij heupartrose staalt de pijn door naar de lies, bilregio of zelfs de
knie.
1.2.2. GEWRICHTSSTIJFHEID
Stijfheid wordt elke keer ervaren als het artrotische gewricht bewogen wordt
- Startstijfheid = verdwijnt na enkele minuten
- Ochtendstijfheid = korte duur (< 30 minuten)
1.2.3. FUNCTIEBEPERKING
= een van de belangrijkste klachten van artrose
- Kunnen soms hun hobby’s / werk niet meer uitvoeren
- Algemeen functioneren in dagelijks leven wordt beperkt (vb handartrose en openen van
verpakking)
1.2.4. ESTHETISCHE SCHADE
, Vooral bij handartrose zijn er uiterlijk afwijkingen zichtbaar: zwellingen thv vingers en stand afwijkingen
van duimen.
1.3. DIAGNOSE
Anamnese, lichamelijk onderzoek, medische beeldvorming en labo
- Medische beeldvorming: radiologische afwijkingen en de ernst van artrose vaststellen (scintigrafie,
echo, MR-scan)
- Labo: minder belangrijk, is om andere aandoeningen uit te sluiten
1.4. BEHANDELING
Geen behandelingen die de structurele afwijkingen van artrose kunnen vertragen / verminderen.
Behandeling is op klachten gericht: verminderen van gewichtspijn en stijfheid, verbeteren van kracht
en beweeglijkheid, verminderen en voorkomen van functieverlies, zodat onafhankelijkheid en kwaliteit
van leven kan worden behouden.
Belangrijk om rekening te houden met persoonlijke voorkeuren van ZO.
Niet-medicamenteuze interventies
- Oefeningen yoga, tai-chi, cardiovasculaire oefeningen, spierversterkende oefeningen
- Aansterken van lagere extremiteiten vermindering in pijn en een verbetering in het
functioneren
- Dieet + oefeningen gewicht verliezen, minder pijn hebben, verbetering in functionele status en
daling in ontstekingsmarkers (vooral bij knie- en heupartrose effect)
- Educatie geven: oorzaken, aard, voor- en nadelen van relevante behandelingen, belang van
therapietrouwheid, belang van gezond gewicht en voldoende bewegen
- Hulpmiddelen: braces, voetortheses, wandelstok, kruk, rollator, aanpassingen in huis (toilet
verhoger, aangepast bed, handgrepen…)
Medicamenteuze interventies
- Analgetica (paracetamol): bij heup- en knieartrose – bij knieartrose kan er evt ook een NSAID
gegeven worden
o NICE-richtlijn: enkel tot analgetica overgaan indien andere farmacologische interventies ge-
contra-indiceert, niet getolereerd of ineffectief zijn
- Orale NSAID – bij risicogroepen in combinatie met protonpompinhibitor (Pantomed®)
- Onvoldoende effect wisselen naar andere NSAID
- Binnen 10 dagen na opstarten van behandeling afbouwen van pijnmedicatie na het verdwijnen
van de symptomen
- Intra-articulaire injecties met corticosteroïden of bloedplaatjes tijdelijke pijnvermindering bij pat
waarbij de voorgenoemde medicamenteuze interventies niet aanslaan of ge-contra-indiceert zijn.
2. REUMATOÏDE ARTRITIS
2.1. DEFINITIE
RA is een chronische systemische inflammatoire aandoening – een heterogene auto-
immuunaandoening waarbij het afweersysteem zich keert tegen het eigen lichaam.
- Chronische ontsteking van de gewrichten
o Vooral de kleine gewrichten: handen en voorvoeten = perifere gewrichten
o Vaak symmetrisch ontstoken
- Er kunnen zich meerdere extra articulaire manifestaties zich voordoen
Het is een multifactoriële ziekte waarbij zowel genetische als omgevingsfactoren de ziekte beïnvloeden.
2.2. GEVOLGEN
2.2.1. PIJN EN STIJFHEID