Thema 16 – gastro- en coloscopie
1. Scopie
Scopie = het bezichtigen, het bekijken van inwendige lichaamsorganen, weefsels, holten
door middel van een scoop.
Een scoop (of endoscoop) = een instrument met lichtbron en kijker waarlangs biopten
kunnen afgenomen worden, lichaamsvochten geaspireerd kunnen worden en vloeistoffen /
protheses ingebracht worden.
Toegangsweg = natuurlijke openingen (mond, neus, anus) & chirurgische openingen
(laparoscopie).
Anesthesie = onder algemene, lokale of zonder verdoving.
1.1. Doel
Diagnose stellen, evolutie van ziekte nagaan, resultaat van therapie nagaan:
Gastroscopie om maagulcus na te gaan
Controle gastroscopie na sclerosen van slokdarmvarices
Ingreep uitvoeren / behandeling uitvoeren:
Plaatsen van endoprothese bij galgangvernauwing door o.a. carcinoom
Bronchusaspiratie bij bronchoscopie
Combinatie van beide:
Bronchusaspiratie om ZO te ontlasten v/d vele sputa die aanwezig zijn & het afnemen
van sputumstaal om antibiogram te bepalen.
1.2. VPK-taak – observaties bij endoscopische onderzoeken of ingrepen: algemeen
schema
Voorbereiding:
ZO
o Informatie inwinnen over het geplande onderzoek / ingreep. Wat is het doel? Wat
is het gewenste resultaat?
o Informatie doorgeven aan de ZO in samenspraak met de arts. Dit kan mondeling,
adhv brochures…
o Nuchter houden: 12 – 24u, afhankelijk van de soort scopie
o Gebitsprothese, juwelen… verwijderen
o Soms is er een specifieke voorbereiding nodig: darmreiniging?
Materiaal
o Basismateriaal: scopieruimte gebruiksklaar maken, (lokale) verdoving klaarleggen,
biopsietangen binnen bereik klaarleggen, biopsierecipiënt…
o Specifiek materiaal: gepaste scoop klaarleggen, bijtring…
Administratie
o Aanvraagformulier(en) voor onderzoeken, biopten…
o Tijdstip afspreken
o Indentificatieklevers, gewicht, lengte, bloedgroep… voorzien i/h dossier v/d P.
Uitvoering:
ZO
o Houding aanpassen volgens soort scopie
o Uitleg geven aan de ZO tijdens de procedure, ZO coachen doorheen het onderzoek
o Observatie van o.a. pols, gelaatskleur, ademhaling, bloeddruk, pijn, algemene
toestand, klachten, syncopale toestand, zuurstofsaturatie…
Materiaal
o Aanbieden materiaal, medicatie, recipiënten aan de arts = assisteren
1. Scopie
Scopie = het bezichtigen, het bekijken van inwendige lichaamsorganen, weefsels, holten
door middel van een scoop.
Een scoop (of endoscoop) = een instrument met lichtbron en kijker waarlangs biopten
kunnen afgenomen worden, lichaamsvochten geaspireerd kunnen worden en vloeistoffen /
protheses ingebracht worden.
Toegangsweg = natuurlijke openingen (mond, neus, anus) & chirurgische openingen
(laparoscopie).
Anesthesie = onder algemene, lokale of zonder verdoving.
1.1. Doel
Diagnose stellen, evolutie van ziekte nagaan, resultaat van therapie nagaan:
Gastroscopie om maagulcus na te gaan
Controle gastroscopie na sclerosen van slokdarmvarices
Ingreep uitvoeren / behandeling uitvoeren:
Plaatsen van endoprothese bij galgangvernauwing door o.a. carcinoom
Bronchusaspiratie bij bronchoscopie
Combinatie van beide:
Bronchusaspiratie om ZO te ontlasten v/d vele sputa die aanwezig zijn & het afnemen
van sputumstaal om antibiogram te bepalen.
1.2. VPK-taak – observaties bij endoscopische onderzoeken of ingrepen: algemeen
schema
Voorbereiding:
ZO
o Informatie inwinnen over het geplande onderzoek / ingreep. Wat is het doel? Wat
is het gewenste resultaat?
o Informatie doorgeven aan de ZO in samenspraak met de arts. Dit kan mondeling,
adhv brochures…
o Nuchter houden: 12 – 24u, afhankelijk van de soort scopie
o Gebitsprothese, juwelen… verwijderen
o Soms is er een specifieke voorbereiding nodig: darmreiniging?
Materiaal
o Basismateriaal: scopieruimte gebruiksklaar maken, (lokale) verdoving klaarleggen,
biopsietangen binnen bereik klaarleggen, biopsierecipiënt…
o Specifiek materiaal: gepaste scoop klaarleggen, bijtring…
Administratie
o Aanvraagformulier(en) voor onderzoeken, biopten…
o Tijdstip afspreken
o Indentificatieklevers, gewicht, lengte, bloedgroep… voorzien i/h dossier v/d P.
Uitvoering:
ZO
o Houding aanpassen volgens soort scopie
o Uitleg geven aan de ZO tijdens de procedure, ZO coachen doorheen het onderzoek
o Observatie van o.a. pols, gelaatskleur, ademhaling, bloeddruk, pijn, algemene
toestand, klachten, syncopale toestand, zuurstofsaturatie…
Materiaal
o Aanbieden materiaal, medicatie, recipiënten aan de arts = assisteren