Thema 13 – parenterale medicatietoediening
= Intramusculair, subcutaan, intradermaal (TBC-test in de huid), intraveneus, intra-arterieel
(niet voor medicatie, wel om bv. Bloedgassen te meten). Deze 5 handelingen mogen een
vpk doen, al de andere soorten zijn enkel voor artsen.
Parenteraal = naast het maag-darm kanaal. Via bloed wordt de medicatie gestuurd naar het
orgaan waar het nodig is.
Een inspuiting = het inbrengen van een vloeibaar geneesmiddel d.m.v. een steriele spuit en
een steriele naad in het bloed of in de weefsels.
1. B2-handeling
Voorbereiding en toediening van medicatie via volgende toegangswegen:
Intraveneus
Intramusculair
Subcutaan
Intracutaan / intradermaal
Toedienen van vaccins in aanwezigheid arts niet meer sinds 9 april 2016.
2. Indicaties voor parenterale toediening
Een snellere absorptie bekomen intraveneus heeft de snelste werking, daarna
intramusculair want het is meer doorbloed dan het subcutane weefsel. De traagste
manier is per os, maar wel de beste manier (het is minder invasief, minder nadelen,
minder tijd, goedkoper).
Een lokale inwerking bekomen
Medicatie die niet oraal mag/kan toegediend worden
o Oorzaak ligt in toestand ZO (niet per os kunnen, mogen of willen)
Slikstoornissen
Niet alert (bewusteloos, comateus)
Nausea / braken
Na een ingreep
Therapietrouw
o Oorzaak ligt in het medicament
Vernietigd door maagzuur
Schade aan maag- en darmslijmvlies
Onvoldoende absorptie door darmwand
Firstpasseffect voorkomen
Exacte hoeveelheid kunnen toedienen
Toediening van hoge dosissen.
3. Tegenindicaties voor SC of IM inspuiting
Erg woelige ZO
ZO met spuitpsychose (best de ZO afleiden)
Erg magere ZO’s, cachextische ZO’s
ZO met brandwonden
ZO met gedaalde bloedstolling (trombopenie
of lage PTT)
Shock
Oedemen
Acuut hartinfarct (= de hartspiercellen krijgen geen/onvoldoende bloed de
hartspiercellen sterven af waardoor er enzymen in het bloed terecht komen.)
Hypertone (>0,9% zout in oplossing) of hypotone (<0,9% zout in oplossing) oplossingen.
Onderhuids necrose veroorzaken
, 4. De intramusculaire inspuiting
= in het spierweefsel
Het spiergebied moet:
Groot genoeg zijn absorptievermogen
Anatomisch veilig zijn
o Goede lokalisatie mogelijk zijn
o Ver van bloedvaten
o Ver van zenuwen
Best in een gezonde en gave huid niet in littekenweefsel.
1) Musculus gluteus maximus (bilspier)
Voordelen:
Grote spier (5ml)
Naald van 4 – 7 cm
Goed doorbloed
Beweegt veel
Nadelen:
Grote bloedvaten
Nervus ischiadicus
Beleving van de ZO
Steeds liggend toedienen been in de knie
plooien!!!!
Onder en 1 jaar nooit in de gluteus max. wegens
wisselende plaats n. ischiadicus!
Plaatsbepaling: punt v. Barthelémy.
2) Musculus gluteus medius / minimus (punt van Hochstetter)
= punt van Hochstetter / ventro-gluteale methode
Ligt aan de heup in een omgekeerde driehoek.
Vele voordelen t.o.v. dorsogluteale methode (punt
van Barthelémy in m. gluteus maximus). Echter
weinig bekend en weinig ervaring bij vpk en artsen.
Plaatsbepaling:
De patiënt best in zijlig leggen
Tegenovergestelde hand op het dijbeen (bv. li hand op re dij)
Plaats handpalm op heupkop (trochanter major) zodat duim-
buik, pink-rug, vingers-gezicht
Plaats wijsvinger op spina iliaca anterior superior (voorste
bovenste uitsteeksel van het darmbeen)
De middelvinger maakt een beweging naar buiten toe zodat
een V wordt bekomen
(middelvinger moet overeenkomen met hoogste positie darmbeen (het tibiale
tuberculum)
Ingespoten tussen de eerste knokkels van wijs – en middenvinger
Eenvoudige lokalisatie door het makkelijk voelen van het beenderenstelsel
De onderhuidse vetlaag is dunner en stabiel (ongeacht gewicht) makkelijker spier
bereiken naald van 2,5 cm lang (subcutane naald)
= Intramusculair, subcutaan, intradermaal (TBC-test in de huid), intraveneus, intra-arterieel
(niet voor medicatie, wel om bv. Bloedgassen te meten). Deze 5 handelingen mogen een
vpk doen, al de andere soorten zijn enkel voor artsen.
Parenteraal = naast het maag-darm kanaal. Via bloed wordt de medicatie gestuurd naar het
orgaan waar het nodig is.
Een inspuiting = het inbrengen van een vloeibaar geneesmiddel d.m.v. een steriele spuit en
een steriele naad in het bloed of in de weefsels.
1. B2-handeling
Voorbereiding en toediening van medicatie via volgende toegangswegen:
Intraveneus
Intramusculair
Subcutaan
Intracutaan / intradermaal
Toedienen van vaccins in aanwezigheid arts niet meer sinds 9 april 2016.
2. Indicaties voor parenterale toediening
Een snellere absorptie bekomen intraveneus heeft de snelste werking, daarna
intramusculair want het is meer doorbloed dan het subcutane weefsel. De traagste
manier is per os, maar wel de beste manier (het is minder invasief, minder nadelen,
minder tijd, goedkoper).
Een lokale inwerking bekomen
Medicatie die niet oraal mag/kan toegediend worden
o Oorzaak ligt in toestand ZO (niet per os kunnen, mogen of willen)
Slikstoornissen
Niet alert (bewusteloos, comateus)
Nausea / braken
Na een ingreep
Therapietrouw
o Oorzaak ligt in het medicament
Vernietigd door maagzuur
Schade aan maag- en darmslijmvlies
Onvoldoende absorptie door darmwand
Firstpasseffect voorkomen
Exacte hoeveelheid kunnen toedienen
Toediening van hoge dosissen.
3. Tegenindicaties voor SC of IM inspuiting
Erg woelige ZO
ZO met spuitpsychose (best de ZO afleiden)
Erg magere ZO’s, cachextische ZO’s
ZO met brandwonden
ZO met gedaalde bloedstolling (trombopenie
of lage PTT)
Shock
Oedemen
Acuut hartinfarct (= de hartspiercellen krijgen geen/onvoldoende bloed de
hartspiercellen sterven af waardoor er enzymen in het bloed terecht komen.)
Hypertone (>0,9% zout in oplossing) of hypotone (<0,9% zout in oplossing) oplossingen.
Onderhuids necrose veroorzaken
, 4. De intramusculaire inspuiting
= in het spierweefsel
Het spiergebied moet:
Groot genoeg zijn absorptievermogen
Anatomisch veilig zijn
o Goede lokalisatie mogelijk zijn
o Ver van bloedvaten
o Ver van zenuwen
Best in een gezonde en gave huid niet in littekenweefsel.
1) Musculus gluteus maximus (bilspier)
Voordelen:
Grote spier (5ml)
Naald van 4 – 7 cm
Goed doorbloed
Beweegt veel
Nadelen:
Grote bloedvaten
Nervus ischiadicus
Beleving van de ZO
Steeds liggend toedienen been in de knie
plooien!!!!
Onder en 1 jaar nooit in de gluteus max. wegens
wisselende plaats n. ischiadicus!
Plaatsbepaling: punt v. Barthelémy.
2) Musculus gluteus medius / minimus (punt van Hochstetter)
= punt van Hochstetter / ventro-gluteale methode
Ligt aan de heup in een omgekeerde driehoek.
Vele voordelen t.o.v. dorsogluteale methode (punt
van Barthelémy in m. gluteus maximus). Echter
weinig bekend en weinig ervaring bij vpk en artsen.
Plaatsbepaling:
De patiënt best in zijlig leggen
Tegenovergestelde hand op het dijbeen (bv. li hand op re dij)
Plaats handpalm op heupkop (trochanter major) zodat duim-
buik, pink-rug, vingers-gezicht
Plaats wijsvinger op spina iliaca anterior superior (voorste
bovenste uitsteeksel van het darmbeen)
De middelvinger maakt een beweging naar buiten toe zodat
een V wordt bekomen
(middelvinger moet overeenkomen met hoogste positie darmbeen (het tibiale
tuberculum)
Ingespoten tussen de eerste knokkels van wijs – en middenvinger
Eenvoudige lokalisatie door het makkelijk voelen van het beenderenstelsel
De onderhuidse vetlaag is dunner en stabiel (ongeacht gewicht) makkelijker spier
bereiken naald van 2,5 cm lang (subcutane naald)