Samenvatting Ruimte en economie
Les 1
Bedrijven trekken eerder naar mensen dan andersom, vroeger zaten ze meer in de stad,
hierna buiten de stad aan de ring, en nu trekken ze juist weer terug naar de steden, naar
de mens.
Power of place
Het zorgen dat de economie in de stad goed blijft zodat werknemers kunnen switchen
van bedrijf, de arbeidsmarkt (rol van de CEO) heeft hier een hele belangrijke positie in.
Nabijheid tussen arbeid en werk binnen een stad, hierom gaan bedrijven op duurdere
plekken zitten.
1. Power of Connection (±1850)
- Groei dankzij infrastructuur: spoorwegen, havens, verbindingen.
- Grote steden zoals Rotterdam, Amsterdam, New York en Liverpool profiteren van
transportvoordelen.
2. Power of Labour (±1900)
- Arbeidersklasse (blue collar) wordt motor van industriële groei.
- Fabrieken trekken massa’s arbeiders aan naar steden.
3. Power of Scale (±1930)
- Massaproductie en automatisering vergroten efficiëntie.
- Ford-fabrieken zijn hét voorbeeld.
4. Power of Cheap (±1970)
- Globalisering: bedrijven verplaatsen productie naar lagelonenlanden.
- Lage kosten zijn belangrijker dan locatie.
5. Power of Place (±1990 – nu)
- Creativiteit en kennis worden de belangrijkste economische krachten.
- Richard Florida: economische groei komt uit steden waar talent, technologie en
tolerantie samenkomen.
- Niet bedrijven, maar mensen kiezen eerst waar ze willen wonen (voor lifestyle,
identiteit, interactie).
- Human Capital Theory: Hoogopgeleide mensen trekken bedrijven aan, niet
andersom.
Creative Class (Florida): creatieve beroepen stimuleren stedelijke groei.
Richard Florida gebruikt de term "patchwork metropolis" om aan te geven dat moderne
steden niet meer als één samenhangend geheel functioneren, maar bestaan uit een
mozaïek (patchwork) van verschillende gebieden — elk met hun eigen economische
positie, sociale klasse, en leefkwaliteit.
Wat bedoelt hij daar precies mee?
1. Sociale ongelijkheid is ruimtelijk verspreid
o Niet één arm centrum en rijke buitenwijken (zoals vroeger),
maar rijke en arme gebieden liggen door elkaar heen, binnen én
buiten de stad.
o Bijvoorbeeld: een hippe wijk naast een achterstandswijk in dezelfde stad.
2. Klasseverschillen bepalen de stad
o De creatieve klasse (hoogopgeleid, digitaal, flexibel) nestelt zich in
aantrekkelijke plekken (binnensteden, oude havengebieden, natuurzones).
o Lage-inkomensgroepen worden vaak verdrongen naar minder
toegankelijke of slechter bereikbare wijken, ver van werk of voorzieningen.
, 3. Ruimtelijke fragmentatie door marktwerking
o De stad wordt als het ware opgedeeld in “lapjes grond” waar verschillende
groepen hun plek vinden — of juist verliezen.
o Dit wordt versterkt door vastgoedprijzen, gentrificatie en investeringen in
specifieke gebieden.
3 T’s van succes: Technology, Talent, Tolerance.
Waarom plek belangrijk is: grote arbeidsmarkten, diversiteit, sociale interactie, identiteit.
Les 2
Detroit > voorbeeld van verval van steden
Detroit is groot geworden tijdens de industriële revolutie met het ontwikkelen van de
auto, hierom wordt het ook wel motor city genoemd. De stad was goed verbonden met
het water wat betekend goede transport bereikbaarheid.
De Manufacturing Belt (ook wel de Rust Belt genoemd) is een gebied in het
noordoosten en midwesten van de Verenigde Staten dat vroeger bekend stond om zijn
industrie en fabrieken, vooral in staal, auto's en machines.
Detroit was een innovatiehub, een dynamisch moderne stad met vooral de automobiel
als technologie.
Lopende band is een belangrijke innovatie geweest voor de ontwikkeling van Detroit,
maar zo ook de ondergang.
Grote dominerende bedrijven kochten kleine bedrijven op, waardoor ze concurrentie
afnamen en het innovatieve milieu juist afnam. Er werd meer gefocust op productie dan
innovatie.
3 grote autbedrijven: Ford, ceneral motors & chrysler
Verticale integratie = alles wat nodig is voor productie zat in een fabriek
Doordat de fabrieken te klein werden in de stad door toename van productie ontstond er
schaalvergroting en suburbanisatie.
Power of labor betekent letterlijk "macht van arbeid" of "invloed van werknemers"
binnen de economie of een bedrijf. Het verwijst naar hoeveel invloed arbeiders of
vakbonden hebben op arbeidsvoorwaarden, zoals lonen, werktijden en
werkomstandigheden.
Een closed shop is een type arbeidsregeling waarbij een bedrijf alleen werknemers in
dienst neemt die lid zijn van een vakbond.
Door deze verplichting van closed shops verhuisden heel veel bedrijven naar staten waar
dit niet verplicht was. Dit had een groot effect op de De Manufacturing Belt.
- Schaalvergroting leidde tot suburbanisatie
- Geauomatiseerde massaproductie zorgde voor veel ongeschoold arbeid
- Vakbonden zorgden voor goede arbeidsvoorwaarden (hoge lonen)
- Fabrieken verhuisden naar right to work staten en later naar lage lonen landen
Mayor coleman young > Burgermeester die opkwam voor mensen die de dupe waren
van het grote kapitaal en probeerde het geld van de bovenklassen middels door
belastingen naar de onderlaag te verplaatsen. Hierdoor vertrokken juist de bovenlaag.
Les 1
Bedrijven trekken eerder naar mensen dan andersom, vroeger zaten ze meer in de stad,
hierna buiten de stad aan de ring, en nu trekken ze juist weer terug naar de steden, naar
de mens.
Power of place
Het zorgen dat de economie in de stad goed blijft zodat werknemers kunnen switchen
van bedrijf, de arbeidsmarkt (rol van de CEO) heeft hier een hele belangrijke positie in.
Nabijheid tussen arbeid en werk binnen een stad, hierom gaan bedrijven op duurdere
plekken zitten.
1. Power of Connection (±1850)
- Groei dankzij infrastructuur: spoorwegen, havens, verbindingen.
- Grote steden zoals Rotterdam, Amsterdam, New York en Liverpool profiteren van
transportvoordelen.
2. Power of Labour (±1900)
- Arbeidersklasse (blue collar) wordt motor van industriële groei.
- Fabrieken trekken massa’s arbeiders aan naar steden.
3. Power of Scale (±1930)
- Massaproductie en automatisering vergroten efficiëntie.
- Ford-fabrieken zijn hét voorbeeld.
4. Power of Cheap (±1970)
- Globalisering: bedrijven verplaatsen productie naar lagelonenlanden.
- Lage kosten zijn belangrijker dan locatie.
5. Power of Place (±1990 – nu)
- Creativiteit en kennis worden de belangrijkste economische krachten.
- Richard Florida: economische groei komt uit steden waar talent, technologie en
tolerantie samenkomen.
- Niet bedrijven, maar mensen kiezen eerst waar ze willen wonen (voor lifestyle,
identiteit, interactie).
- Human Capital Theory: Hoogopgeleide mensen trekken bedrijven aan, niet
andersom.
Creative Class (Florida): creatieve beroepen stimuleren stedelijke groei.
Richard Florida gebruikt de term "patchwork metropolis" om aan te geven dat moderne
steden niet meer als één samenhangend geheel functioneren, maar bestaan uit een
mozaïek (patchwork) van verschillende gebieden — elk met hun eigen economische
positie, sociale klasse, en leefkwaliteit.
Wat bedoelt hij daar precies mee?
1. Sociale ongelijkheid is ruimtelijk verspreid
o Niet één arm centrum en rijke buitenwijken (zoals vroeger),
maar rijke en arme gebieden liggen door elkaar heen, binnen én
buiten de stad.
o Bijvoorbeeld: een hippe wijk naast een achterstandswijk in dezelfde stad.
2. Klasseverschillen bepalen de stad
o De creatieve klasse (hoogopgeleid, digitaal, flexibel) nestelt zich in
aantrekkelijke plekken (binnensteden, oude havengebieden, natuurzones).
o Lage-inkomensgroepen worden vaak verdrongen naar minder
toegankelijke of slechter bereikbare wijken, ver van werk of voorzieningen.
, 3. Ruimtelijke fragmentatie door marktwerking
o De stad wordt als het ware opgedeeld in “lapjes grond” waar verschillende
groepen hun plek vinden — of juist verliezen.
o Dit wordt versterkt door vastgoedprijzen, gentrificatie en investeringen in
specifieke gebieden.
3 T’s van succes: Technology, Talent, Tolerance.
Waarom plek belangrijk is: grote arbeidsmarkten, diversiteit, sociale interactie, identiteit.
Les 2
Detroit > voorbeeld van verval van steden
Detroit is groot geworden tijdens de industriële revolutie met het ontwikkelen van de
auto, hierom wordt het ook wel motor city genoemd. De stad was goed verbonden met
het water wat betekend goede transport bereikbaarheid.
De Manufacturing Belt (ook wel de Rust Belt genoemd) is een gebied in het
noordoosten en midwesten van de Verenigde Staten dat vroeger bekend stond om zijn
industrie en fabrieken, vooral in staal, auto's en machines.
Detroit was een innovatiehub, een dynamisch moderne stad met vooral de automobiel
als technologie.
Lopende band is een belangrijke innovatie geweest voor de ontwikkeling van Detroit,
maar zo ook de ondergang.
Grote dominerende bedrijven kochten kleine bedrijven op, waardoor ze concurrentie
afnamen en het innovatieve milieu juist afnam. Er werd meer gefocust op productie dan
innovatie.
3 grote autbedrijven: Ford, ceneral motors & chrysler
Verticale integratie = alles wat nodig is voor productie zat in een fabriek
Doordat de fabrieken te klein werden in de stad door toename van productie ontstond er
schaalvergroting en suburbanisatie.
Power of labor betekent letterlijk "macht van arbeid" of "invloed van werknemers"
binnen de economie of een bedrijf. Het verwijst naar hoeveel invloed arbeiders of
vakbonden hebben op arbeidsvoorwaarden, zoals lonen, werktijden en
werkomstandigheden.
Een closed shop is een type arbeidsregeling waarbij een bedrijf alleen werknemers in
dienst neemt die lid zijn van een vakbond.
Door deze verplichting van closed shops verhuisden heel veel bedrijven naar staten waar
dit niet verplicht was. Dit had een groot effect op de De Manufacturing Belt.
- Schaalvergroting leidde tot suburbanisatie
- Geauomatiseerde massaproductie zorgde voor veel ongeschoold arbeid
- Vakbonden zorgden voor goede arbeidsvoorwaarden (hoge lonen)
- Fabrieken verhuisden naar right to work staten en later naar lage lonen landen
Mayor coleman young > Burgermeester die opkwam voor mensen die de dupe waren
van het grote kapitaal en probeerde het geld van de bovenklassen middels door
belastingen naar de onderlaag te verplaatsen. Hierdoor vertrokken juist de bovenlaag.