Bestaat uit objectief en subjectief. Objectief recht zijn geschreven en
ongeschreven regels, wat mag, moet en verboden is. Subjectief recht
slaat op de bevoegdheid die een persoon heeft tegenover één ander.
Een rechtspersoon is eigenaar van iets bijv. Ipad. De Ipad is een
rechtsobject net zoals een huisdier. Recht omvat geschreven en
ongeschreven regels. Geschreven rechtsregels worden aangeduid met
“wet”. Ongeschreven rechtsregels: die rechtskracht hebben.
Verschil dwingend –en aanvullend recht: met name in het privaatrecht.
Dwingend recht: burgers mogen niet afwijken van de voorschriften.
Aanvullend recht: dit recht gaat in als beide partijen niet zelf een regeling
kunnen treffen.
Daarnaast heb je ook nog semi-dwingend recht, dit wil zeggen dat het
toegestaan is als partijen afwijken van de wettelijke regel, binnen
bepaalde grenzen.
1.4 Rechtsbronnen
Het begrip wet kent twee betekenissen:
- Formele zin
- Materiële zin
Onder de formele zin verstaan we een gezamenlijk besluit van regering en
de Staten-Generaal. Voorbeelden: Grondwet en het Burgerlijk Wetboek.
De wet in materiële zin bevat algemene regels en verplichtingen die zijn
vastgesteld. Je hebt drie typen wetten:
- Formele zin die ook wetten in materiële zin zijn (Burgerlijk Wetboek)
- Formele zin die niet tevens wetten in materiële zin zijn
(minderjarige)
- Materiële zin die niet wetten in formele zin zijn (provinciale
vordering)
Rangorde binnen de wetten in materiële zin: > hogere tot lagere rangorde
- Grondwet
- Wetten formele zin (door regering en Staten Generaal)
- Algemene maatregelen van bestuur
- Ministeriële regelingen
- Provinciale verordeningen
, - Gemeentelijke verordeningen
Bij strijd tussen de twee regelingen prevaleert de hogere regeling. Het
gewoonterecht staat naast de wet en is een herhaling van feiten in een
gelijksoortige verhouding.
Jurisprudentie: rechtelijke uitspraken
Vaste jurisprudentie: vaste lijn van uitspraken
Om antwoordt te kunnen geven op een rechtsvraag maakt een jurist
gebruik van syllogism: - feit – algemene regel – conclusie
Rebrica est lex houdt in: dat de plaats van een artikel in een bepaald
hoofdstuk/bepaalde rubriek van doorslaggevende betekenis kan zijn.
De keuzevrijheid om voor een interpretatiemethode te gebruiken leid vaak
niet tot problemen want:
- De rechter bepaalt het aan de hand van argumenten
- Houdt rekening met eerder uitspraken van soortgelijke gevallen >
materiële gebondenheid
- Niet volledig vrij is in de keuze van interpretatiemethode
Als de concrete rechtsvraag niet blijkt te bestaan zal de rechter zelf recht
moeten vormen. Om de rechtsvorming goed te doen zijn er wat praktische
hulpmiddelen:
1. Analogie: uitbreiden van een wettelijke regel door deze te verklaren
op de situatie. Zoals schenking breekt de huurovereenkomst niet.
2. Redenering a contrario: tegenovergestelde van analogie; door
anders te redeneren zoals mevrouw met leeuw.
Beide vormen zin redeneervormen, hoe je iets bekijkt of ziet > door een
oplossing te geven. Een verdrag is een overeenkomst tussen twee of meer
partijen. Alleen als een bepaling directe werking heeft, is een verdrag een
rechtsbron.
2.2
Alleen de feiten die voor het recht van belang zijn, zijn rechtsfeiten. Aan
deze feiten verbind het recht rechtgevolg. Niet alle feiten zijn verbonden
aan rechtsgevolgen , denk aan afspraak naar school te fietsen. Deze
worden aangeduid als andere feiten.
Bloot rechtsfeit: waarbij geen menselijk handelen van de betrokkene zelf
nodig is voorbeeld; geboorte kind, meerderjarig worden en/of overlijden.
Ook bij vermissing van een kat, dan heeft er een feit plaatsgevonden
zonder menselijk handelen.
, Rechtshandeling = handeling waardoor een juridisch gevolg ontstaat
(contract/koop)
Feitelijke handeling = handeling waardoor er GEEN juridisch gevolg
ontstaat (niet officieel vastgelegd)
Nietige rechtshandeling = een rechtshandeling die niet geldig is en ook
nooit is geweest.
Vernietigbare rechtshandeling = mag degene die tot vernietiging is
bevoegd, beslissen of hij de rechtshandeling wil vernietigen of in stand wil
houden.
Terugwerkende kracht = vernietiging met terugwerkende kracht
Een wet mag nietig worden verklaard als:
- De wil niet instemt met de verklaring
- Sprake is van geestelijke stoornis
- Handelingsonbekwaam is
- Sprake is van wilsgebreken; bedrog, dwaling, bedreiging of misbruik
- Er strijd is met de wet, de goede zeden of openbare orde is
Wil stemt niet overeen met de verklaring
Discrepantie tussen wil en verklaring: verspreekt, vergist of
verschrijft.
Geestelijke stoornis; hieronder valt zwakzinnigheid, onder invloed van
drugs, dronkenschap, overspanning of hypnose. Deze moet kunnen
bewijzen dat hij/zij de verklaring afgelegde. Daarnaast moet hij/zij ook
bewijzen dat de verklaring niet overeenkomt met zijn wil.
Handelingsonbekwaam; zowel minderjarigen. Let op alleen
rechtshandelingen kunnen met een beroep op handelingsonbekwaamheid
worden vernietigd, feitelijke handelingen niet.
3.3 Overeenkomst onderscheidingen
Om een overeenkomst te sluiten is een wilsverklaring van twee of meer
personen nodig. Daarnaast zijn er ook algemene voorwaarden en ontstaan
er rechtsgevolgen. Er zijn verschillende rechtsgevolgen deze worden
onderscheiden in: