Hoorcollege week 14
, Neurologische kanker
Soorten tumoren
Primaire tumoren
Benigne; langzaam groeiend, vaak goed afgrensbaar
Maligne; agressief, moeilijk te verwijderen
Secundaire tumoren
Hersenmetastasen van solide tumoren elders in het lichaam
Incidentie
Minder dan 2% van alle nieuwe kankerdiagnoses zit in het CZS
Bij kinderen: 2e meest voorkomende kanker, per jaar +- 110 kinderen
Gliomen = maligne hersentumoren; 5–7 per 100.000 inwoners/jaar, +- 600 mannen en +- 450 vrouwen per jaar
Ontstaan glioom
Primaire hersentumor die ontstaat uit gliacellen; astrocyten, oligodendrocyten en ependymcellen
Genen die de celgroei reguleren worden beschadigd -> ongecontroleerde celdeling
Gliacellen blijven zich delen en verliezen hun normale functie
Tumor groeit in omliggend hersenweefsel
Tumor stimuleert de vorming van bloedvaten = angiogenese
Tumorcellen infiltreren in omliggende hersenstructuren
Moeilijk volledig te verwijderen bij operatie
Gliomen
Type Graad Prognose
Astrocytoom Graad 2 5-10 jaar
Anaplastisch astrocytoom Graad 3 2-4 jaar
Oligodendroglioom Graad 2 10-15 jaar
Anaplastisch oligodendroglioom Graad 3 5-10 jaar
Glioblastoom (MGMT+) Graad 4 15 maanden
Glioblastoom (KPD<70) Graad 4 4-9 maanden
Mengglioom = combinatie van
celtypen (astrocytair +
oligodendrogliaal)
WHO Classificatie
Histologie; weefselleer, bouw en functies van weefsels
Moleculaire markers: MGMT; gunstige prognose bij methylatie (gevoeliger voor chemo), IDH-mutatie; beter
verloop, 1p/19p-codeletie; gunstig bij oligodendroglioom
Onderdelen CZS
Grote hersenen, verdeeld in vier kwabben: frontaal; plannen, persoonlijkheid gedrag en motoriek, pariëtaal;
gevoel, ruimtelijk inzicht en waarnemen prikkels, temporaal; gehoor, geheugen en taal en occipitaal; zicht en
visuele herkenning
Kleine hersenen = cerebellum; coördinatie van beweging, evenwicht en motorisch leren
Hersenstam; verbinding tussen hersenen en ruggenmerg, ademhaling, hartslag en bloeddruk
Ruggenmerg; geleidt signalen tussen hersenen en lichaam, reflexen
Motorische schors (voor in frontaalkwab) zorgt voor aansturing van bewegingen
Sensorische schors (achter in periëtaalkwab) verwerkt gevoel uit het lichaam
Linkerkant van de hersenen stuurt rechterkant van het lichaam aan
, Neurologische kanker
Soorten tumoren
Primaire tumoren
Benigne; langzaam groeiend, vaak goed afgrensbaar
Maligne; agressief, moeilijk te verwijderen
Secundaire tumoren
Hersenmetastasen van solide tumoren elders in het lichaam
Incidentie
Minder dan 2% van alle nieuwe kankerdiagnoses zit in het CZS
Bij kinderen: 2e meest voorkomende kanker, per jaar +- 110 kinderen
Gliomen = maligne hersentumoren; 5–7 per 100.000 inwoners/jaar, +- 600 mannen en +- 450 vrouwen per jaar
Ontstaan glioom
Primaire hersentumor die ontstaat uit gliacellen; astrocyten, oligodendrocyten en ependymcellen
Genen die de celgroei reguleren worden beschadigd -> ongecontroleerde celdeling
Gliacellen blijven zich delen en verliezen hun normale functie
Tumor groeit in omliggend hersenweefsel
Tumor stimuleert de vorming van bloedvaten = angiogenese
Tumorcellen infiltreren in omliggende hersenstructuren
Moeilijk volledig te verwijderen bij operatie
Gliomen
Type Graad Prognose
Astrocytoom Graad 2 5-10 jaar
Anaplastisch astrocytoom Graad 3 2-4 jaar
Oligodendroglioom Graad 2 10-15 jaar
Anaplastisch oligodendroglioom Graad 3 5-10 jaar
Glioblastoom (MGMT+) Graad 4 15 maanden
Glioblastoom (KPD<70) Graad 4 4-9 maanden
Mengglioom = combinatie van
celtypen (astrocytair +
oligodendrogliaal)
WHO Classificatie
Histologie; weefselleer, bouw en functies van weefsels
Moleculaire markers: MGMT; gunstige prognose bij methylatie (gevoeliger voor chemo), IDH-mutatie; beter
verloop, 1p/19p-codeletie; gunstig bij oligodendroglioom
Onderdelen CZS
Grote hersenen, verdeeld in vier kwabben: frontaal; plannen, persoonlijkheid gedrag en motoriek, pariëtaal;
gevoel, ruimtelijk inzicht en waarnemen prikkels, temporaal; gehoor, geheugen en taal en occipitaal; zicht en
visuele herkenning
Kleine hersenen = cerebellum; coördinatie van beweging, evenwicht en motorisch leren
Hersenstam; verbinding tussen hersenen en ruggenmerg, ademhaling, hartslag en bloeddruk
Ruggenmerg; geleidt signalen tussen hersenen en lichaam, reflexen
Motorische schors (voor in frontaalkwab) zorgt voor aansturing van bewegingen
Sensorische schors (achter in periëtaalkwab) verwerkt gevoel uit het lichaam
Linkerkant van de hersenen stuurt rechterkant van het lichaam aan