Samenvatting Beleid en Politiek
HC1: missend
Kernvragen Beleid & Politiek
Waarom varieert beleid over tijd
Waarom varieert beleid tussen landen/gemeenten/staten?
HC2: Macht, Polity en Politics K&T H3
28-04-2025
Polity = institutionele structuren vh politieke systeem (regels van het spel)
Politics = politieke processen; partij politiek (vb: stemmen)
Policy = modellen van beleid
Machtsverhoudingen > wie heeft welke positie > degene met meer middelen
heeft meer macht
Macht (Weber) = sociale relatie, maar als iemand jou tegenspreekt dan kun je
toch je eigen mening doordrukken. “ja, maar we gaan het toch zo doen…”
1) Is macht kwaadaardig?
Waarom zou je niet ontsnappen aan de machtshiërarchie?
Condities machtshiërarchie oa:
2) Ongelijkheid (bezit)
3) Geen uitweg hebben (letterlijk of figuurlijk)
Wat is onze visie vd mens? geneigd tot alle kwaad (Calvijn) homo homini lupus
(Hobbes) (concurrenten/bedreigingen van elkaar) of ‘de meeste mensen deugen’
Polity staatsbestel = the basic rules of the game in any political system by
structurering and restricting the exercise of government power de overheid
kan niet alles doen!
4) Organiseren vd politiek: formele/informele regels
Wat is politiek dan? wie krijgt wat hoe en wanneer (verdeling!)
Sociaal contract > individuen staan vrijheden (macht) af aan een autoriteit in
ruil voor baten van de groep. (Rousseau)
Hoe organiseer je de staat/land
5) Bestuur, populatie, territorium
6) Soevereiniteit: intern (= volk moet gezag gezaghebbende erkennen) en
extern (andere landen erkennen dat ene land)
7) Geweldsmonopolie om chaos te voorkomen
8) Natiestaat (imagined communities): het idee van een bepaald land
Democratie in 3 smaken:
1) Directe democratie
Uit gs-les: het volk spreekt/regeert (eerst elite, later ook andere standen)
Volksvergadering
Alternatief: referendum
Voordelen:
o Legitimiteit
o Participatie (als je iedereen verplicht om te komen, je moet er bij zijn
> anders is het juist een nadeel…)
Nadelen:
, o Onpraktisch (je moet je elke keer inlezen, doe je uiteindelijk niet)
o Gebrek aan kennis
o Tirannie vd meerderheid (= meerderheid legt minderheid iets op
door een eenduidige beslissing) (vb: Brexit: 52% voor)
2) Representatieve (vooral W-EU)
Vertegenwoordigers van burgers nemen politieke beslissingen meestal
obv verkiezingen
Voordelen:
o Mensen die beslissingen nemen meer kennis en tijd
o Praktischer mbt schaalprobleem
Nadelen:
o Wat is representatie (valt tegen, bepaalde regio’s zitten niet in de
tweede kamer/ laagopgeleiden ongerepresentateerd).
o Machtsconcentratie
Selectie-effect: wie komen er stemmen/wie komen er opdagen participatie
Alternatief: lottocratie: lot werpen op wie ons land gaan
vertegenwoordigen
Burgerberaden: kleine groep uit samenleving gaat nadenken over bijv
klimaat. Deze mensen worden ingeloot en gevraagd en geven advies aan
overheid.
Maar: heel veel haken en ogen
3) Liberale democratie
Er is tegenmacht, zij beschermen de rechten van minderheid.
Je toetst elke keer de rechten. De reikwijdte vd regering wordt beperkt. De
overheid kan niet alles doen.
a) Macht corrumpeert, dus macht spreiden (geen enkele institutie teveel
macht) macht kan zorgen voor grillige regels, dit wordt zo voorkomen.
b) Individuele en minderheidsrechten: bescherming tegen tirannie vd
meerderheid
Er is oog voor iedereen
, Territoriale dimensie = gelaagdheid: rijk/arm, waterschappen
Grondwet > regels voor iedereen > langetermijn
1. Individuele rechten
2. Staatsinrichting
3. Herziening grondwet (e.g. referendumwet)
Wie bepaalt of iets grondwettelijk is? In NL: Tweede Kamer (wij hebben geen
Constitutioneel Hof) NSC (Pieter Omtzigt) wilde een Constitutioneel Hof!
Correctief referendum moet in de grondwet opgenomen worden = er wordt
wetgeving gemaakt, als daarna blijkt dat meerderheid populatie moeite hebben.
Volk kan correctie aangeven
Montesquieu: trias politica: horizontale machtsverdeling
‘vierde macht’ =
ambtenaren/media/etc heeft
heel veel macht! framing,
wat komt in het nieuws?
Gerrymandering: (Amerika)
je kunt toch met minderheid
de meerderheid krijgen:
Monarchie is een invented tradition
Parlement controleert regering
Parlement:
9) Wetgeving
10) Controleren regering
Regering: bestuur vh land: presidenten, ministers
11) Nemen belangrijke besluiten
12) Toezicht op uitvoeren van beslissingen
13) Leiderschap tijdens crisis
Rechterlijke macht: eerlijke, onafhankelijk en onpartijdig
14) Rechters niet zomaar ontslagen
15) Wetten, verdragen, jurisprudentie
16) Rechters niet zomaar nevenfuncties hebben
Bureaucratie… ambtenaren doen dingen die soms niet door ministers worden
opgemerkt > ambtenaren hebben dus een soort macht
HC1: missend
Kernvragen Beleid & Politiek
Waarom varieert beleid over tijd
Waarom varieert beleid tussen landen/gemeenten/staten?
HC2: Macht, Polity en Politics K&T H3
28-04-2025
Polity = institutionele structuren vh politieke systeem (regels van het spel)
Politics = politieke processen; partij politiek (vb: stemmen)
Policy = modellen van beleid
Machtsverhoudingen > wie heeft welke positie > degene met meer middelen
heeft meer macht
Macht (Weber) = sociale relatie, maar als iemand jou tegenspreekt dan kun je
toch je eigen mening doordrukken. “ja, maar we gaan het toch zo doen…”
1) Is macht kwaadaardig?
Waarom zou je niet ontsnappen aan de machtshiërarchie?
Condities machtshiërarchie oa:
2) Ongelijkheid (bezit)
3) Geen uitweg hebben (letterlijk of figuurlijk)
Wat is onze visie vd mens? geneigd tot alle kwaad (Calvijn) homo homini lupus
(Hobbes) (concurrenten/bedreigingen van elkaar) of ‘de meeste mensen deugen’
Polity staatsbestel = the basic rules of the game in any political system by
structurering and restricting the exercise of government power de overheid
kan niet alles doen!
4) Organiseren vd politiek: formele/informele regels
Wat is politiek dan? wie krijgt wat hoe en wanneer (verdeling!)
Sociaal contract > individuen staan vrijheden (macht) af aan een autoriteit in
ruil voor baten van de groep. (Rousseau)
Hoe organiseer je de staat/land
5) Bestuur, populatie, territorium
6) Soevereiniteit: intern (= volk moet gezag gezaghebbende erkennen) en
extern (andere landen erkennen dat ene land)
7) Geweldsmonopolie om chaos te voorkomen
8) Natiestaat (imagined communities): het idee van een bepaald land
Democratie in 3 smaken:
1) Directe democratie
Uit gs-les: het volk spreekt/regeert (eerst elite, later ook andere standen)
Volksvergadering
Alternatief: referendum
Voordelen:
o Legitimiteit
o Participatie (als je iedereen verplicht om te komen, je moet er bij zijn
> anders is het juist een nadeel…)
Nadelen:
, o Onpraktisch (je moet je elke keer inlezen, doe je uiteindelijk niet)
o Gebrek aan kennis
o Tirannie vd meerderheid (= meerderheid legt minderheid iets op
door een eenduidige beslissing) (vb: Brexit: 52% voor)
2) Representatieve (vooral W-EU)
Vertegenwoordigers van burgers nemen politieke beslissingen meestal
obv verkiezingen
Voordelen:
o Mensen die beslissingen nemen meer kennis en tijd
o Praktischer mbt schaalprobleem
Nadelen:
o Wat is representatie (valt tegen, bepaalde regio’s zitten niet in de
tweede kamer/ laagopgeleiden ongerepresentateerd).
o Machtsconcentratie
Selectie-effect: wie komen er stemmen/wie komen er opdagen participatie
Alternatief: lottocratie: lot werpen op wie ons land gaan
vertegenwoordigen
Burgerberaden: kleine groep uit samenleving gaat nadenken over bijv
klimaat. Deze mensen worden ingeloot en gevraagd en geven advies aan
overheid.
Maar: heel veel haken en ogen
3) Liberale democratie
Er is tegenmacht, zij beschermen de rechten van minderheid.
Je toetst elke keer de rechten. De reikwijdte vd regering wordt beperkt. De
overheid kan niet alles doen.
a) Macht corrumpeert, dus macht spreiden (geen enkele institutie teveel
macht) macht kan zorgen voor grillige regels, dit wordt zo voorkomen.
b) Individuele en minderheidsrechten: bescherming tegen tirannie vd
meerderheid
Er is oog voor iedereen
, Territoriale dimensie = gelaagdheid: rijk/arm, waterschappen
Grondwet > regels voor iedereen > langetermijn
1. Individuele rechten
2. Staatsinrichting
3. Herziening grondwet (e.g. referendumwet)
Wie bepaalt of iets grondwettelijk is? In NL: Tweede Kamer (wij hebben geen
Constitutioneel Hof) NSC (Pieter Omtzigt) wilde een Constitutioneel Hof!
Correctief referendum moet in de grondwet opgenomen worden = er wordt
wetgeving gemaakt, als daarna blijkt dat meerderheid populatie moeite hebben.
Volk kan correctie aangeven
Montesquieu: trias politica: horizontale machtsverdeling
‘vierde macht’ =
ambtenaren/media/etc heeft
heel veel macht! framing,
wat komt in het nieuws?
Gerrymandering: (Amerika)
je kunt toch met minderheid
de meerderheid krijgen:
Monarchie is een invented tradition
Parlement controleert regering
Parlement:
9) Wetgeving
10) Controleren regering
Regering: bestuur vh land: presidenten, ministers
11) Nemen belangrijke besluiten
12) Toezicht op uitvoeren van beslissingen
13) Leiderschap tijdens crisis
Rechterlijke macht: eerlijke, onafhankelijk en onpartijdig
14) Rechters niet zomaar ontslagen
15) Wetten, verdragen, jurisprudentie
16) Rechters niet zomaar nevenfuncties hebben
Bureaucratie… ambtenaren doen dingen die soms niet door ministers worden
opgemerkt > ambtenaren hebben dus een soort macht