hoofdstuk 1 :
voortplanting en ontwikkeling van een nieuwe mens
1
gametogenese
=
vorming van de geslachtscellen z gameten spermatogenese im Feelballen en
oögenere in eierstokken
mens :
inwendige bevruchting
bouw mannelijk voortplantingsstelsel
teelballen mannelijke gonaden
urineblaas urineleider unether) met cellen
-
zaadbuisjes van Sertoli en
Zaadblaasje
schaambeen
ejaculatiekanaal spermatogonia spermatogenese:
o zaad-
prostaatklier)
Zaadleider =var deferen burbo-wrethrale klier
zwellichamen =klier van Couper
celvorming)
bindweefsel met Leydigcellen testosteron-
Urinebuis surethral
-
:
Penis anus
zaadleiden vas deferens
productie - of
geslachtskenmerken
=glanspene
eikel zaadcellen
bijbalkepididymuss
teelbal =testis
bijballen :
opslagt rijping stot
balzak / scrotum
=
ejaculatie
balzak :
nuidplooi waarin de testes afdalen
kort
Zaadleider sterk
gespierd) transport
: zaadcellen d m V .
. .
peristaltische bewegingen voor de
geboorte temperatuur van
zaadblaasjes produceren Gor vin zaadvocht /fructore als
energiebron testes rond de 34 C
brengen optimale
°
:
voor
voor zaadcellen+ basisch om zuur milieu te neutraliseren Spermatogenese
prostaatklier) produceert 30 % : vid Zaadvloeistof , bij samentrekking wordt het Sperma door urinebuis naar buiten Geperst
klieren Courper produceren Zaadvloeistof voorvocht basische maakt likel glad
van : 10 % vid van penis voor
makkelijkere
penetratiel
penis-copulatieorgaan
-
Urinebuis :
Krihesperma uit het lichaam verdragen
-
zwellichamen : holtes vullen met bloed-Derectie
-
eikel :
Zeer gevoelig + bevat ook zwellichamen
-
voorhuid :
beschermt de gevoelige eikel
Spermatogenese
spermatogenese in
zaadbuisjes - hormonaal geregeld start vanaf puberteit
Sh
,
mieen
~ . aan de rand van de zaadbuisjes liggen spermatogonia rongedifferentieerde voorloopcellent o mitose-p
not dmeisse 2 dochtercellen
mededaarentiatie . 1
2 vid dochtercellen verplaatst zich naar het centrum vin zaadbuisje en differentieert tot een primaire
spermatocyt andere dochtercel blijft de rand opnieuw Spermatogonium
1991
aan en vormt een
,
. de
3 primaire spermatocyt deelt zich meiotisch 2 haploide h secundaire spermatocyten
4. Secundaire spermatocyten -
> meiose 11-04 haploide spermatiden to
nog niet in staat tot
bevruchting ,
want
geen staart en
kunnen niet
bewegen
. Spermatiden differentiatieo spermatozoïden
5
-
acrosoom ontwikkelt zich dicht tegen de Kern : bevat enzymen die beschermende eiwit laag rond ocyt kunnen
Tarosom
st
afbreken -- Kern zaadcel kan eicel binnendringen
-
Kern plat af-- typische kop van spermatozoide ontstaat
mitochondrie
en een
vid Centriolen verplaatst uit tot
- 1 zich naar andere
zijde Kern --
groeit flagelzweepstaart
- mitochondriën ordenen zich rond de basis van de Flagel - middenstuk , mitochondrien produceren Ap beweging
staart ! -D zaadcellen kunnen bewegen
Alop
-
overtollige cytoplasma afgesnoerd -
>
opgenomen door cellen van Sentoli Iflagel
middenstute
hormonale regeling spermatogenese
hypothalamus hormoon GhRH
/gonadotropine-releasing hormoon) afgescheiden door hypothalamuss Zet hypofyse
Dig
:
aan tot
afscheiding van Fst /follikel-stimulerend hormoont en 14 luteiniserend hormoon - stimuleert
testosteron Fst- stimuleert cellen van Sertoli tot aanmaak
cellen van
Leydig tot aanmaak
, binding-
eiwitten -D
zorgen dat testosteron kan worden opgenomen - start spermatogenese
cellen
concentratie GhRH ESH LH , ,
geregeld door negatief feedback mechanisme-a van sertoli-a incibine
-En, cellen van cendige testosteren en on
, testosteron =
belangrijkste androgeen
-
primaire geslachtskenmerken tijdens embryogenese I secundaire
geslachtskenmerken van af puberteit beharing ook by vrouwen)
-
ache door gewijzigde talgproductie
-
groei van skeletspieren
-
invloed op libido
-
Kaalheid
bouw vrouwelijk voortplantingsstelsel
zoviduct/buis van Fallopiol eierstokken
eileider
eierstok
-
schors met follikels Koöcyt + follikelcellen) :
Forarium
aanmak trijping excellent productie hormonen
baarmoeder
met bloedvaten aan- en afvoer
zuterus = Servix) merg : van
-
baarmoederhals
rurinel blaas geslachtshormonen
vagina
Urinebuis eileider :
transport via peristaltiel en trilhaar-
clitoris
beweging
binnensterschaamslippen anus
buitenste schaamlippen
-
trechter met franjes :
opvangen eicel bij
eisprong
baarmoeder met dikke baarmoederwand uit 3
lagen : -
ampullebreed deel :
plaat bevruchting
-
endometrium (slijmvlies + bloedvaten :
innesteling embryo + aanvoer van hormonen bij bevalling
en
Voedingsstoffen
contracties weeen
myometrium (spieren) >
-
-
:
-
perimetrium
baarmoederhals : met slijmprop -o
bescherming baarmoeder tegen infecties
vagina =
copulatieorgaan
-
elastisch gespierde Wand geboortekanaal :
-
slijmvlies met lactobacillen melkzuurbacteriën) : zuur milieu tegen micro-organismen
extra bescherming tegen infecties /kind)
-
maagdenvlies :
S
buitenle schaamlippen beharing :
bescherming tegen verwondingen
binnenste schaamlippen . symafscheiding bij seksuele
prikkeling
vulvarzichtbaar buitenkant
clitoris =
genotsorgaan aan
zwellichamen erectie
: >
opening vagina toegankelijker
- -
- eikel : heel gevoelig-o orgame
- hoed : bedekt de gevoelige eikel
oögenese
1. tijdens ontwikkeling vrouwelijke foetus ontstaan er in de schors van ovorium
miljoenen
anahnG mitose
of ogn
van
a en
Kiemcellen
2 .
diploide
Ogonia
ren)
oögonia kiemcellen ( cellen die
ontwikkelen tot primaire ocyten san
aanleiding geven tot oöcyten
on .
3 primaire oöcyten starten voor de
geboorte nog met meiose -
> melose I komt tot
meie
start stilstand
4. elke primaire ocyt-omringende follikelcellen beschermen t voedeno primordiale follikel
5 .
Vanaf puberteit-menopauze maandelijks : enkele primordiale follikels rijpen
6 . toename in grootte van de primaire ocyt + toename aantal follikels errond o
primaire follikel ,
primaire ocytren
omringd door laag glycoproteinen E zona pellucida)o belangrijk voor groei ocyt +
bevruchting
.
7 follikelcellen produceren vocht follikelrocht verzamelent ophopen in follikelholte - secundaire follikel
0 .
Graafse follikel =volledig rijp) zodanig groot dat ze uitpuilt aan het oppervlak in ovarium, oocyt omgeven door cor on a radiata
Ekrans follikelcellen) ,
buitenste lag heel dun breekbaar
an . Vlak
9 voor de
eisprong meisel -
ongelijke verdeling cytoplasma /secundaire oocyt (nl +
poollichaampjern)
↓ meiose
meiose II-b stopt na metafasell-e ovulatie
⑮
10 .
meiosel
M 11 . Spermatoroïde maakt contact met
oocyto afwerking meiosellbevruchte Oct (en)
d
meiose Il afgewerkt
zuu na
eisprong sterft eicel af ronder zaadcell-s
gele lichaam resterende follikekellen vid opengebarste follikel
in het ovarium
die zijn achtergebleven