- Pictografisch schrift = tekeningen verwijzen naar woorden of klanken om ideeën of
dingen visueel weer te geven.
- Logografisch schrift = elk symbool verwijst naar 1 woord
- Fonografisch schrift = symbolen verwijzen naar kleinere klankeenheden
- Syllabische schriftsystemen = elk symbool geeft een lettergreep (syllabe) uit de
gesproken taal weer
- Alfabetische schriftsystemen = elk teken verwijst naar een ander klank
- Mondelinge communicatie = directe interactie tussen personen op hetzelfde tijdstip.
Spreker en luisteraar delen ruimte en tijd. In dialogen wisselen spreker en luisteraar
voortdurend van rol. Ze vullen elkaar aan of vragen elkaar ter verduidelijking.
Mondelinge taal is altijd vluchtig van karakter, tenzij ze d.m.v. audiovisuele media
wordt vastgelegd.
- Schriftelijke communicatie = construeren van een tekst, zonder dat de lezer daarbij
fysiek aanwezig is. Eenmaal de tekst op papier staat, kan hij onbeperkt en
onveranderlijk gelezen worden. Het is dus permanent in ruimte en tijd.
2. Het lees- en schrijfproces.
- Lezen = complex proces dat niet altijd volgens hetzelfde stramien verloopt. Je verzamelt
informatie uit grafische tekens. Zo ga je decoderen, interpreteren en begrijpen.
- Woord-identificatietechnieken of leesstrategieën = verschillende manieren om de
betekenis van een woord te achterhalen.
- Visuele woordvorm = speciale volgorde van letters of de visuele configuratie (lay-out)
- Herkenned lezen/ Meaning from print/ onmiddelijke identificatie= Woorden worden
automatische en onmiddelijke herkend aan de woordbeelden (uiterlijk van een woord)
of de woordvorm die ze in het geheugen hebben opgeslagen.
- Globaal lezen = Ze lezen zonder letterkennis, want ze weten nog niet dat elke letter naar
een bepaalde klank verwijst. Hierdoor kunnen ze nog geen nieuwe woorden
ontsleutelen. Ze kunnen woorden dus enkel lezen omdat ze de woordvorm herkennen.
- Spellend lezen = het in 1 keer herkennen van lettercombinaties. Dit is een verkorting
van de elementaire leeshandeling.
- Cluster = lettercombinatie met alleen medeklinkers
, - Spellingpatroon = lettercombinatie met zowel klinkers als medeklinkers.
- Lettergreep = klankgroep binnen een woord die je in één adem of spraakbeweging
uitspreekt.
- Morfologische analyse = herkennen van morfemen, door aandacht te besteden aan de
opbouw van woorden
- Morfemen = (woorden of woorddelen) die een betekenis hebben.
- Syntactische informatie = de grammaticale structuur van een zin.
- Semantische informatie = de betekenis van woorden en zinnen.
- Vloeiend lezen = het vlot, correct, en met begrip lezen van een tekst.
- Radend lezen = De lezer probeert te raden welk woord er staat, in plaats van het woord
echt te lezen.
- Schrijven = we kunnen dit interpreteren als praten op papier. Het is het vastleggen van
gedachten en gevoelens d.m.v. grafisch tekens. Dit is coderen.
3. De lees- en schrijfontwikkeling
- Geletterdheid = de vaardigheid om geschreven teksten te lezen en zelf te produceren.
Het ontdekken van de symboolfunctie van geschreven taal.
- Ontluikende geletterdheid = de eerste beginselen van geletterdheid. Het vormen van
ideeën over lezen en schrijven als communicatievorm en hierdoor kennis en
vaardigheden verwerven die nodig zijn voor het traditioneel lezen en schrijven.
- Communicatiemiddel = manier om betekenis over te dragen
4. Lezen en schrijven in de kleuterschool
- Symboolbewustzijn = het besef dat geschreven taal (een teken, gebaar, woord of
afbeelding) ergens voor staan. Weten dat niet alles direct aanwezig moet zijn om
anderen erover in te lichten.
- Symboolfunctie = geschreven taal is een voorstelling van de werkelijkheid.
(representeren)