Les 1: Financiële overzichten .................................................................................. 2
1.1 Financiële overzichten ...................................................................................... 2
1.2 Balans ............................................................................................................... 2
1.3 Resultatenrekening ........................................................................................... 7
1.4 Kasstroomoverzicht of liquiditeitsoverzicht ........................................................ 9
Les 2: Investeringen ............................................................................................... 11
2.1 Vormen van investeringen .............................................................................. 11
2.2 Elementen van investeringsselectie ................................................................ 11
2.3 Investeringsselectietechnieken ....................................................................... 12
Les 3: Werkkapitaalbeheer .................................................................................... 15
3.1 Treasure management .................................................................................... 15
3.2 Werkkapitaalbeheer ........................................................................................ 16
3.3 Activiteitenratio’s binnen het werkkapitaalbeheer ........................................... 16
3.4 Voorraadbeheer .............................................................................................. 18
3.5 Cashmanagement ........................................................................................... 18
3.6 Liquiditeit ......................................................................................................... 19
Les 4: Financiering van het bedrijf ....................................................................... 20
4.1 Vormen van financiering ................................................................................. 20
4.2 Eigen vermogen .............................................................................................. 20
4.3 Vreemd vermogen........................................................................................... 20
4.4 Aandelenkapitaal............................................................................................. 21
4.5 Alternatieve financieringsvormen .................................................................... 21
4.6 Financieringsplan ............................................................................................ 22
Les 5: Financiële analyse van de jaarrekening .................................................... 24
7.1 Financiële analyse .......................................................................................... 24
5.2 Rentabiliteit ..................................................................................................... 25
5.3 Hefboomformule.............................................................................................. 26
5.4 Solvabiliteit ...................................................................................................... 27
5.5 Liquiditeit ......................................................................................................... 28
5.6 Activiteitsratio’s ............................................................................................... 28
,Les 1: Financiële overzichten
Hoofdstuk 3 uit Basis van bedrijfseconomie voor non-financials
1.1 Financiële overzichten
Er bestaan verschillende financiële overzichten. We zoomen in op: balans,
resultatenrekening en kasstroomoverzicht (liquiditeitsrekening).
1.2 Balans
Een balans is een overzicht van de bezittingen, schulden en het eigen vermogen op
een bepaald moment (momentopname). -> Het gaat om voorraadgrootheden.
Elke ondernemer begint met het opstellen van een openingsbalans of beginbalans,
bestaande uit:
Investeringsbegroting: Een overzicht van de investeringen die nodig zijn om een
onderneming te starten. Dit is een opsomming van alle benodigde activa. Het
investeringsplan vormt de activa- of creditzijde van de openingsbalans en is onder
te verdelen in:
- Vaste activa: Bezittingen die langer dan één jaar (> 1 jaar) in het bedrijf
zitten. Ze gaan langer dan één jaar mee, bijvoorbeeld het gebouw, inventaris
of auto’s.
- Vlottende activa: Bezittingen die korter dan één jaar (< 1 jaar) in het bedrijf
zitten. Ze gaan korter dan één jaar mee, bijvoorbeeld voorraad, debiteuren
(geld nog te ontvangen), nog te ontvangen bedragen, etc.
Materiële vaste activa, of duurzame productiemiddelen = bezittingen die je kunt zien en vastpakken,
zoals grond, gebouwen, machines.
Immateriële vaste activa = Bezittingen die je niet kunt vastpakken. Het zijn eigendommen/rechten
van het bedrijf die waarde vertegenwoordigen, zoals patenten, auteursrechten. -> Zie ook goodwill.
Goodwill = Verschil tussen de betaalde waarde voor een bedrijf of onderdelen van een bedrijf en de
boekwaarde van de gekochte activa.
Financiële activa = Investeringen of beleggingen in aandelen of obligaties.
Financieringsplan: Een overzicht van de verschillende vormen van financiering voor
de investeringen/de benodigde activa op de investeringsbegroting. Het vormt de
passiva- of debetzijde.
- Lang vreemd vermogen: Dit zijn schulden met een looptijd van langer
dan één jaar (> 1 jaar), bijvoorbeeld hypotheek of onderhandse lening.
- Kort vreemd vermogen: Dit zijn schulden met een looptijd van korter dan
één jaar (< 1 jaar), bijvoorbeeld rekening courant krediet, crediteuren (geld
nog te betalen = schuld), te betalen btw, etc.
- Vaste activa wordt gefinancierd met eigen vermogen (EV) of lang vreemd
vermogen (LVV).
- Vlottende activa wordt gefinancierd met eigen vermogen (EV), kort vreemd
vermogen (KVV) of lang vreemd vermogen (LVV).
Voorziening = Een bijzondere vorm van het vreemd vermogen wordt gevormd door de voorzieningen.
Dit zijn toekomstige uitgaven waarvan de omvang en het tijdstip onbekend zijn. Het zijn dus GEEN
schulden. Door het treffen van een voorziening wordt er nu al rekening gehouden met toekomstige
uitgaven waardoor de huidige kosten toenemen.
, Vormen van voorzieningen zijn: Onderhoudsvoorziening, garantievoorziening, pensioenvoorziening.
Nadere toelichting (Bron: powerpoint, les 1, Henk):