Wetenschappen en techniek: zelfstudie
Systematiek: handboek p203 – 225
Taxonomie, fylogenie en systematiek
Taxonomie: de wetenschap die zich bezighoud met de identificatie, de
nomenclatuur en de classificatie van levende organismen
Classificeren
De indeling weerspiegelt de evolutionaire verwantschap
Fylogenie: de wetenschap die zich bezighoudt met het onderzoeken van
de afstammingsgeschiedenis van een groep
Cladogram / afstammingsschema: systematische weergave van de
afstamming
De taxonomie & Fylogenie vormen samen de systematiek
Maakt gebruik van evolutieve verwantschappen
Methode om soorten op basis van kenmerken re rangschikken en in
te delen op basis van hun verwantschap
De basiseenheid in een taxonomisch systeem = de soort
groep van organismen die zich, onder natuurlijke omstandigheden,
onderling kunnen voortplanten en waarvan de nakomelingen zich
ook kunnen voortplanten
verdieping: de nakomeling van een ezel & een paard: een muilezel
muilezels kunnen zich niet voortplanten
verklaring? In het aantal chromosomen
een paard heeft er 64 of 32 paar; een ezel heeft er 62 of 31 paar
nageslacht heeft er dus 63 waarvan 1 ongepaard
wetenschappelijke naamgeving
Nomenclatuur: systeem van wetenschappelijke naamgeving dat
wordt toegepast op organismen
Legt een aantal regels op bij naamgeving
Soortnaam is tweeledig / bestaat uit Latijnse of
gelatiniseerde woorden
Het 1e deel is hetzelfde als de geslachtsnaam
2e deel specifiek voor elke soort
De classificatie is hiërarchisch. Voor elk niveau wordt een eigen
voorvoegsel gebruikt
1
,Op zoek naar een dier, plant of schimmel
Determinatiekaarten
Determinatietabellen
Wat is leven?
Gassen uitwisselen met de omgeving
Zich voeden
Afvalstoffen uitscheiden
Bewegen
Groeien
Waarnemen
Zelfstandig voorplanten
Evolutie tonen
Wat met virussen?
Kunnen enkel bewegen, waarnemen en evolutie tonen
Ze doen niet aan zelfstandige voortplanting
Geïnfecteerde cellen maken nieuwe virussen omdat virussen
controle v/d cel overnemen
Virusinfectie:
Virus hecht zich aan levende cel met hechtharen
Erfelijk materiaal wordt in de cel gespoten
Genetisch materiaal v/h virus kopieert dankzij celstructuren
van de levende cel
Eiwitmantels gevormd
Incubatietijd verschilt per virus
De zes rijken
Indeling op basis van
Celkern: ja of nee
Een- of meercellig
Manier van voeden
3 domeinen
1) Domein bacteria
2
,2) Domein archaea
3) Domein eukaryoten
Eukaryoten: wezens met een celkern ( en kernmembraam)
6 rijken
Bacteria
archaea
Protisten
Planten
Schimmels
Dieren
Archaea & bacteria:
hebben geen celkern
genetisch materiaal vrij in de cel
zeer klein
eencellig
voorplanting door celdeling
een cel deelt zich in 2 identieke dochtercellen die zich nadien
ook weer delen in 2 identieke cellen
= exponentiele groei
Delingsproces gaat door tot de voedingstoffen voor de
bacteriën op zijn of andere omstandigheden het niet meer
toelaten
Archaea
Oerbacteriën
Leven in zeer extreme omstandigheden: warmwaterbronnen,
zoutpannen, rioolwater,…
Totaal onschadelijk
Bacteria
Bacteriën
Dikke celwand & DNA is los in de cel
Nuttige bacteriën: voeding (yoghurt, kaas,…), menselijk
lichaam
Produceren antibiotica
Schadelijke bacteriën: ziektes (TBC, salmonella,…)
Eukaryoten: hebben wel celkern met genetisch materiaal
Protista
protisten
Eencellige eukaryoten met celkern
Zeer diverse groep
Wieren
Zowel heterotrofe of autotrofe
Evolutie in autotrofe protisten
3
, Van eencellig, kolonievormend tot meercellige
organismen
Eencellige wieren
Enkel met microscoop te zien
Bv: oogwiertje
- Groen door bladgroenkorrels die instaan voor
fotosynthese
- Wanneer er geen licht is schakelt hij over naar een
heterotrofe levenswijze
- Mixotroof: naargelang omstandigheden autotroof of
heterotroof
Bv: schuimalg
- Schuim op het strand is afkomstig van afgestorven
schuimalgen
- Bij stevige wind wordt de alg opgeklopt wat voor
schuim zorgt
Kolonievormende wieren
Alle cellen kunnen afzonderlijk van elkaar leven
Er kan wel al een eenvoudige taakverdeling zijn
Bv: Volox
- Kolonie van groot aantal eencellige wiertjes
- Kolonie beweegt naar het licht
- Donkerkolonies vormen zich in moederkolonie
- Geslachtelijke voortplanting
Meercellige wieren
Geen stengel, wortels of bladeren
Bladeren van een wier = thallus
Hechtorganen = wortels
Sporen
O.b.v kleur onderscheiden
- Roodwieren
- Bruinwieren
- Groenwieren
Gebruik door de mens
Voedsel
Meststof
Veevoer
Componenten voor tandpasta, lippenstift
70% van de zuurstofproductie
4
Systematiek: handboek p203 – 225
Taxonomie, fylogenie en systematiek
Taxonomie: de wetenschap die zich bezighoud met de identificatie, de
nomenclatuur en de classificatie van levende organismen
Classificeren
De indeling weerspiegelt de evolutionaire verwantschap
Fylogenie: de wetenschap die zich bezighoudt met het onderzoeken van
de afstammingsgeschiedenis van een groep
Cladogram / afstammingsschema: systematische weergave van de
afstamming
De taxonomie & Fylogenie vormen samen de systematiek
Maakt gebruik van evolutieve verwantschappen
Methode om soorten op basis van kenmerken re rangschikken en in
te delen op basis van hun verwantschap
De basiseenheid in een taxonomisch systeem = de soort
groep van organismen die zich, onder natuurlijke omstandigheden,
onderling kunnen voortplanten en waarvan de nakomelingen zich
ook kunnen voortplanten
verdieping: de nakomeling van een ezel & een paard: een muilezel
muilezels kunnen zich niet voortplanten
verklaring? In het aantal chromosomen
een paard heeft er 64 of 32 paar; een ezel heeft er 62 of 31 paar
nageslacht heeft er dus 63 waarvan 1 ongepaard
wetenschappelijke naamgeving
Nomenclatuur: systeem van wetenschappelijke naamgeving dat
wordt toegepast op organismen
Legt een aantal regels op bij naamgeving
Soortnaam is tweeledig / bestaat uit Latijnse of
gelatiniseerde woorden
Het 1e deel is hetzelfde als de geslachtsnaam
2e deel specifiek voor elke soort
De classificatie is hiërarchisch. Voor elk niveau wordt een eigen
voorvoegsel gebruikt
1
,Op zoek naar een dier, plant of schimmel
Determinatiekaarten
Determinatietabellen
Wat is leven?
Gassen uitwisselen met de omgeving
Zich voeden
Afvalstoffen uitscheiden
Bewegen
Groeien
Waarnemen
Zelfstandig voorplanten
Evolutie tonen
Wat met virussen?
Kunnen enkel bewegen, waarnemen en evolutie tonen
Ze doen niet aan zelfstandige voortplanting
Geïnfecteerde cellen maken nieuwe virussen omdat virussen
controle v/d cel overnemen
Virusinfectie:
Virus hecht zich aan levende cel met hechtharen
Erfelijk materiaal wordt in de cel gespoten
Genetisch materiaal v/h virus kopieert dankzij celstructuren
van de levende cel
Eiwitmantels gevormd
Incubatietijd verschilt per virus
De zes rijken
Indeling op basis van
Celkern: ja of nee
Een- of meercellig
Manier van voeden
3 domeinen
1) Domein bacteria
2
,2) Domein archaea
3) Domein eukaryoten
Eukaryoten: wezens met een celkern ( en kernmembraam)
6 rijken
Bacteria
archaea
Protisten
Planten
Schimmels
Dieren
Archaea & bacteria:
hebben geen celkern
genetisch materiaal vrij in de cel
zeer klein
eencellig
voorplanting door celdeling
een cel deelt zich in 2 identieke dochtercellen die zich nadien
ook weer delen in 2 identieke cellen
= exponentiele groei
Delingsproces gaat door tot de voedingstoffen voor de
bacteriën op zijn of andere omstandigheden het niet meer
toelaten
Archaea
Oerbacteriën
Leven in zeer extreme omstandigheden: warmwaterbronnen,
zoutpannen, rioolwater,…
Totaal onschadelijk
Bacteria
Bacteriën
Dikke celwand & DNA is los in de cel
Nuttige bacteriën: voeding (yoghurt, kaas,…), menselijk
lichaam
Produceren antibiotica
Schadelijke bacteriën: ziektes (TBC, salmonella,…)
Eukaryoten: hebben wel celkern met genetisch materiaal
Protista
protisten
Eencellige eukaryoten met celkern
Zeer diverse groep
Wieren
Zowel heterotrofe of autotrofe
Evolutie in autotrofe protisten
3
, Van eencellig, kolonievormend tot meercellige
organismen
Eencellige wieren
Enkel met microscoop te zien
Bv: oogwiertje
- Groen door bladgroenkorrels die instaan voor
fotosynthese
- Wanneer er geen licht is schakelt hij over naar een
heterotrofe levenswijze
- Mixotroof: naargelang omstandigheden autotroof of
heterotroof
Bv: schuimalg
- Schuim op het strand is afkomstig van afgestorven
schuimalgen
- Bij stevige wind wordt de alg opgeklopt wat voor
schuim zorgt
Kolonievormende wieren
Alle cellen kunnen afzonderlijk van elkaar leven
Er kan wel al een eenvoudige taakverdeling zijn
Bv: Volox
- Kolonie van groot aantal eencellige wiertjes
- Kolonie beweegt naar het licht
- Donkerkolonies vormen zich in moederkolonie
- Geslachtelijke voortplanting
Meercellige wieren
Geen stengel, wortels of bladeren
Bladeren van een wier = thallus
Hechtorganen = wortels
Sporen
O.b.v kleur onderscheiden
- Roodwieren
- Bruinwieren
- Groenwieren
Gebruik door de mens
Voedsel
Meststof
Veevoer
Componenten voor tandpasta, lippenstift
70% van de zuurstofproductie
4