Financiering A&C
Samenvatting van de hoorcolleges en het boek
Inhoudsopgave
WEEK 1............................................................................................................................. 1
Hoofdstuk 1: Introduction to corporate finance...........................................................1
Hoofdstuk 3: Financial statement analysis..................................................................2
Hoofdstuk 7: Equity valuation.....................................................................................3
WEEK 2............................................................................................................................. 5
Hoofdstuk 8: Net present value and other investment criteria....................................5
Hoofdstuk 9: Making capital investment decisions......................................................5
Hoofdstuk 10: Project analysis and evaluation............................................................6
WEEK 3............................................................................................................................. 7
Hoofdstuk 11: Some lessons from recent capital market history................................7
Hoofdstuk 12: Return, risk and the security market line.............................................8
Hoofdstuk 13: Cost of capital......................................................................................9
WEEK 4........................................................................................................................... 10
WEEK 5........................................................................................................................... 12
Hoofdstuk 14: Raising Capital...................................................................................12
Hoofdstuk 15: Financial Leverage and Capital Structure Policy.................................13
Hoofdstuk 17: Short-Term Financial Planning and Management................................15
WEEK 6........................................................................................................................... 16
Hoofdstuk 18: International corporate finance..........................................................16
Hoofdstuk 19: Behavioral finance.............................................................................18
Hoofdstuk 22: Financial Risk Management................................................................18
WEEK 7........................................................................................................................... 20
WEEK 8........................................................................................................................... 21
Hoofdstuk 20: Managing Financial Risk.....................................................................21
Hoofdstuk 21: Options and Corporate Finance..........................................................22
BRONVERMELDING............................................................................................................. 23
Week 1
Hoofdstuk 1: Introduction to corporate finance
Corporate finance is de studie van manieren over welke investeringen een
bedrijf moet doen, hoe deze gefinancierd moeten worden en hoe dagelijkse
activiteiten worden gemanaged.
,Capital budgeting is het plannen en managen van de lange termijn
investeringen van een bedrijf.
Capital structure (kapitaalstructuur) van een bedrijf is de mix tussen lange
termijnschulden en eigen vermogen die een bedrijf gebruikt om zijn activiteiten
te financieren.
Werkkapitaal zijn de korte termijn bezittingen en schulden.
Netto werkkapitaal is de vlottende activa min de vlottende passiva
Belangrijk dat deze positief is
Primaire en secundaire markten zijn markten waar schuldbewijzen en
aandelen worden verkocht. Bij primaire markten wordt het voor het eerst
aangeboden vanuit een bedrijf of de overheid en bij secundaire wordt het voor
een tweede keer verkocht/gekocht, dus al na de originele verkoop.
Auction market is een markt waar kopers en verkopers direct tegenover elkaar
staan, zoals op de AEX. Transacties komen tot stand door biedingen, zonder dat
er altijd een dealer tussen zit.
Dealer market is een markt waarin een dealer (tussenpersoon) zelf actief
handelt door koop- en verkoopprijzen vast te stellen.
Hoofdstuk 3: Financial statement analysis
Het jaarlijkse rapport van een onderneming bevat drie financiële overzichten die
intern en extern worden gebruikt:
- Balans (overzicht van de financiële positie)
- Resultatenrekening
- Cashflow overzicht
Methodes van activa waarderen:
- Historische kostprijs methode (wat er voor de activa betaald is)
- Reële waarde methode (wat de activa in het heden waard is,
marktwaarde, herwaarderingsmodel)
EPS (earnings per share) is het netto-inkomen van de onderneming/aantal
aandelen, dus het netto-inkomen per aandeel.
Afschrijvingen zijn een goed voorbeeld van waarom het netto-inkomen afwijkt
van de cashflow, omdat er door afschrijving geen extra geld uit de onderneming
stroomt, maar het bedrag van afschrijvingen wel van de opbrengsten bij de
resultatenrekening wordt gehaald.
Cashflow overzicht bestaat uit drie onderdelen:
- Cashflow uit operationele activiteiten (alledaagse activiteiten van de
onderneming, zoals productie en verkopen)
- Cashflow uit investeringsactiviteiten (lange termijn (des)investeringen)
- Cashflow uit financieringsactiviteiten (resultaat van schulden en ev keuzes)
Korte termijn ratio’s
- Current ratio= vlottende activa/ vlottende passiva
- Quick ratio= (vlottende activa – voorraden)/ vlottende passiva
Lange termijn ratio’s
- Total debt ratio= (totale activa – totaal ev)/ totale activa
- Debt-equity ratio= totaal vreemd vermogen/ totaal ev
- Equity multiplier= totale activa/ totaal ev= 1+ Debt-equity ratio
- Times interest earned ratio= EBIT/ interest
- Cash coverage ratio= (EBIT+ niet-cash posten)/interest
Vermogensbeheer/ turnover metingen
- Inventory turnover= kostprijs verkopen/ voorraad
- Days’ sales in inventory= 365 dagen/ inventory turnover
- Receivables turnover= verkopen/ gemiddelde debiteuren
- Days’ sales in receivables= 365 dagen/ receivables turnover
, - Payables turnover= kostprijs verkopen (of de inkopen)/ gemiddelde
crediteuren
- Days’ purchases in payables= 365 dagen/ payables turnover
- NWC (net working capital) turnover= verkopen/ NWC
- PPE (property, plant, equipment) turnover= verkopen/ PPE
- Total asset turnover= verkopen/ totale active
Winstgevendheid metingen
- Profit margin= netto-inkomen/ verkopen
- Return on assets= netto-inkomen/ totale activa
- Return on equity= netto-inkomen/ totaal ev
- Return on capital employed= EBIT/ (totaal ev + vlottende passiva)
Marktwaarde metingen
- Price-earnings ratio= prijs per aandeel/ ontvangsten per aandeel= netto-
inkomen/ aantal aandelen
- Price-sales ratio= prijs per aandeel/ verkopen per aandeel
- Market-to-book ratio= marktwaarde per aandeel/ boekwaarde per aandeel
- Tobin’s Q= marktwaarde van alle activa/ vervangingskosten van alle activa
Du pont analyse: rendement op eigen vermogen opsplitsen in delen zodat er
gekeken kan worden wat de verschillende oorzaken zijn.
ROE= netto-inkomen/ totaal ev
ROE= netto-inkomen/ verkopen * verkopen/ activa * activa/ totaal ev
ROE= winstmarge * total assets turnover * equity multiplier
G= b * ROE
- G= duurzame groeivoet (van de onderneming)
- B= winstinhoudingsratio (= 1 – dividenduitkeringsratio)
- ROE= rendement op eigen vermogen
Verschillende benchmarks
- Gebaseerd op tijd: kijken naar het verleden en daarmee vergelijken
- Gebaseerd op vergelijking: kijken naar andere bedrijven binnen dezelfde
markt, die ook concurreren
Hoofdstuk 7: Equity valuation
De cashflow van dividend wil je contant maken zodat de huidige prijs van een
aandeel berekend kan worden. Dit doe je met de formule van P0 (elk dividend los
contant maken).
Speciale situaties:
- Als er geen groei is in het dividend dan wordt het dividend alleen gedeeld
door de R (required rate of return): P0= D/R
- Als de groei constant is dan wordt dit een perpetuïteit met groei genoemd.
Zie de formule hieronder.
- Als de groei niet constant is, dus bijvoorbeeld pas constant na een
bepaalde periode.
o Als de groei eerst een bepaald percentage bevat en na een aantal
jaar een ander percentage. Dit wordt groei in twee fasen genoemd
(zie ook formule hieronder).
R= required rate of return
Bestaat uit het dividendrendement (dividend/ huidige prijs) en dividend groei/
groei van investering bij elkaar opgeteld.
Hieronder staan alle formules op een rij.
Huidige waarde van toekomstige dividenden
P₀ = D₁ / (1 + R) + D₂ / (1 + R)² + D₃ / (1 + R)³ + ...
Constante groei (dividendgroeimodel)
Samenvatting van de hoorcolleges en het boek
Inhoudsopgave
WEEK 1............................................................................................................................. 1
Hoofdstuk 1: Introduction to corporate finance...........................................................1
Hoofdstuk 3: Financial statement analysis..................................................................2
Hoofdstuk 7: Equity valuation.....................................................................................3
WEEK 2............................................................................................................................. 5
Hoofdstuk 8: Net present value and other investment criteria....................................5
Hoofdstuk 9: Making capital investment decisions......................................................5
Hoofdstuk 10: Project analysis and evaluation............................................................6
WEEK 3............................................................................................................................. 7
Hoofdstuk 11: Some lessons from recent capital market history................................7
Hoofdstuk 12: Return, risk and the security market line.............................................8
Hoofdstuk 13: Cost of capital......................................................................................9
WEEK 4........................................................................................................................... 10
WEEK 5........................................................................................................................... 12
Hoofdstuk 14: Raising Capital...................................................................................12
Hoofdstuk 15: Financial Leverage and Capital Structure Policy.................................13
Hoofdstuk 17: Short-Term Financial Planning and Management................................15
WEEK 6........................................................................................................................... 16
Hoofdstuk 18: International corporate finance..........................................................16
Hoofdstuk 19: Behavioral finance.............................................................................18
Hoofdstuk 22: Financial Risk Management................................................................18
WEEK 7........................................................................................................................... 20
WEEK 8........................................................................................................................... 21
Hoofdstuk 20: Managing Financial Risk.....................................................................21
Hoofdstuk 21: Options and Corporate Finance..........................................................22
BRONVERMELDING............................................................................................................. 23
Week 1
Hoofdstuk 1: Introduction to corporate finance
Corporate finance is de studie van manieren over welke investeringen een
bedrijf moet doen, hoe deze gefinancierd moeten worden en hoe dagelijkse
activiteiten worden gemanaged.
,Capital budgeting is het plannen en managen van de lange termijn
investeringen van een bedrijf.
Capital structure (kapitaalstructuur) van een bedrijf is de mix tussen lange
termijnschulden en eigen vermogen die een bedrijf gebruikt om zijn activiteiten
te financieren.
Werkkapitaal zijn de korte termijn bezittingen en schulden.
Netto werkkapitaal is de vlottende activa min de vlottende passiva
Belangrijk dat deze positief is
Primaire en secundaire markten zijn markten waar schuldbewijzen en
aandelen worden verkocht. Bij primaire markten wordt het voor het eerst
aangeboden vanuit een bedrijf of de overheid en bij secundaire wordt het voor
een tweede keer verkocht/gekocht, dus al na de originele verkoop.
Auction market is een markt waar kopers en verkopers direct tegenover elkaar
staan, zoals op de AEX. Transacties komen tot stand door biedingen, zonder dat
er altijd een dealer tussen zit.
Dealer market is een markt waarin een dealer (tussenpersoon) zelf actief
handelt door koop- en verkoopprijzen vast te stellen.
Hoofdstuk 3: Financial statement analysis
Het jaarlijkse rapport van een onderneming bevat drie financiële overzichten die
intern en extern worden gebruikt:
- Balans (overzicht van de financiële positie)
- Resultatenrekening
- Cashflow overzicht
Methodes van activa waarderen:
- Historische kostprijs methode (wat er voor de activa betaald is)
- Reële waarde methode (wat de activa in het heden waard is,
marktwaarde, herwaarderingsmodel)
EPS (earnings per share) is het netto-inkomen van de onderneming/aantal
aandelen, dus het netto-inkomen per aandeel.
Afschrijvingen zijn een goed voorbeeld van waarom het netto-inkomen afwijkt
van de cashflow, omdat er door afschrijving geen extra geld uit de onderneming
stroomt, maar het bedrag van afschrijvingen wel van de opbrengsten bij de
resultatenrekening wordt gehaald.
Cashflow overzicht bestaat uit drie onderdelen:
- Cashflow uit operationele activiteiten (alledaagse activiteiten van de
onderneming, zoals productie en verkopen)
- Cashflow uit investeringsactiviteiten (lange termijn (des)investeringen)
- Cashflow uit financieringsactiviteiten (resultaat van schulden en ev keuzes)
Korte termijn ratio’s
- Current ratio= vlottende activa/ vlottende passiva
- Quick ratio= (vlottende activa – voorraden)/ vlottende passiva
Lange termijn ratio’s
- Total debt ratio= (totale activa – totaal ev)/ totale activa
- Debt-equity ratio= totaal vreemd vermogen/ totaal ev
- Equity multiplier= totale activa/ totaal ev= 1+ Debt-equity ratio
- Times interest earned ratio= EBIT/ interest
- Cash coverage ratio= (EBIT+ niet-cash posten)/interest
Vermogensbeheer/ turnover metingen
- Inventory turnover= kostprijs verkopen/ voorraad
- Days’ sales in inventory= 365 dagen/ inventory turnover
- Receivables turnover= verkopen/ gemiddelde debiteuren
- Days’ sales in receivables= 365 dagen/ receivables turnover
, - Payables turnover= kostprijs verkopen (of de inkopen)/ gemiddelde
crediteuren
- Days’ purchases in payables= 365 dagen/ payables turnover
- NWC (net working capital) turnover= verkopen/ NWC
- PPE (property, plant, equipment) turnover= verkopen/ PPE
- Total asset turnover= verkopen/ totale active
Winstgevendheid metingen
- Profit margin= netto-inkomen/ verkopen
- Return on assets= netto-inkomen/ totale activa
- Return on equity= netto-inkomen/ totaal ev
- Return on capital employed= EBIT/ (totaal ev + vlottende passiva)
Marktwaarde metingen
- Price-earnings ratio= prijs per aandeel/ ontvangsten per aandeel= netto-
inkomen/ aantal aandelen
- Price-sales ratio= prijs per aandeel/ verkopen per aandeel
- Market-to-book ratio= marktwaarde per aandeel/ boekwaarde per aandeel
- Tobin’s Q= marktwaarde van alle activa/ vervangingskosten van alle activa
Du pont analyse: rendement op eigen vermogen opsplitsen in delen zodat er
gekeken kan worden wat de verschillende oorzaken zijn.
ROE= netto-inkomen/ totaal ev
ROE= netto-inkomen/ verkopen * verkopen/ activa * activa/ totaal ev
ROE= winstmarge * total assets turnover * equity multiplier
G= b * ROE
- G= duurzame groeivoet (van de onderneming)
- B= winstinhoudingsratio (= 1 – dividenduitkeringsratio)
- ROE= rendement op eigen vermogen
Verschillende benchmarks
- Gebaseerd op tijd: kijken naar het verleden en daarmee vergelijken
- Gebaseerd op vergelijking: kijken naar andere bedrijven binnen dezelfde
markt, die ook concurreren
Hoofdstuk 7: Equity valuation
De cashflow van dividend wil je contant maken zodat de huidige prijs van een
aandeel berekend kan worden. Dit doe je met de formule van P0 (elk dividend los
contant maken).
Speciale situaties:
- Als er geen groei is in het dividend dan wordt het dividend alleen gedeeld
door de R (required rate of return): P0= D/R
- Als de groei constant is dan wordt dit een perpetuïteit met groei genoemd.
Zie de formule hieronder.
- Als de groei niet constant is, dus bijvoorbeeld pas constant na een
bepaalde periode.
o Als de groei eerst een bepaald percentage bevat en na een aantal
jaar een ander percentage. Dit wordt groei in twee fasen genoemd
(zie ook formule hieronder).
R= required rate of return
Bestaat uit het dividendrendement (dividend/ huidige prijs) en dividend groei/
groei van investering bij elkaar opgeteld.
Hieronder staan alle formules op een rij.
Huidige waarde van toekomstige dividenden
P₀ = D₁ / (1 + R) + D₂ / (1 + R)² + D₃ / (1 + R)³ + ...
Constante groei (dividendgroeimodel)