Hoorcollege kennislijn Pedagogisch klimaat:
Hoorcollege 1:
Een pedagoog begeleidt het opvoedproces om kinderen zelfstandig te laten
functioneren in deze wereld. Opvoeding is een proces naar een doel in het belang
van het kind. Het vindt zowel thuis, op straat, online en te gast plaats. De ouder en
pedagoog zorgen voor mogelijkheden.
Model pedagogisch ideaal
Pedagogisch concept – pedagogisch klimaat – pedagogische relatie
Wat is opvoeden?
Een proces in een gezinssysteem/familiesysteem om ervoor te zorgen dat de
jeugdige wordt begeleid naar een zo gezond mogelijk toekomst, zodat ze zo goed
mogelijk deel kunnen nemen aan de samenleving/in de wereld kunnen komen.
Opvoeddoelen: het maken en nakomen van afspraken. Het omgaan met
(huis)regels. Het stimuleren om respect te hebben voor elkaar maar ook voor dieren
en de natuur. Het leren om respect te hebben voor gevoelens, andere ideeën,
levensovertuiging en culturen het leren.
Definitie van Kohnstamm:
- Een grondlegger van de pedagogiek
- Opvoeding en onderwijs zijn de wording van een kind tot persoon tot stand te
brengen.
- Dus pedagogiek was gebaseerd op fundamentele levensbeschouwelijke
waarden.
- Zijn geloof was de basis voor zijn denkwijze voor de pedagogiek.
- Geen staatspedagogiek maar een persoonlijkheidspedagogiek.
- Persoonspedagogiek en niet staatpedagogiek: opvoeden is het ontwikkelen
van een unieke persoonlijkheid.
- Een kind is een individu in een gemeenschap
- Normen en waarden moet je niet onderwijzen, maar voorleven. Kinderen
moeten de vrije keuze hebben; geen enkel vak mag
domineren. Samenwerkend leren staat voorop.
Betekenis Kohnstamm nu:
- Niet mechanisch leren, maar leren door spel
- Taal is medium van opvoeding door kunnen uiten, begrijp je de wereld en
ontwikkelen van intelligentie. Niet mechanisch leren, maar door spel.
- Leren is zelfstandig leren denken.
Pedagogiek weegt als normatieve wetenschap de feiten en moet beoordelen.
Psychologie beschikt over empirische gegevens, kennis komt uit ervaring, dus wordt
vergaard door waar te nemen
Empirisch/analytisch: is meten wat er gebeurt.
Fenomenologisch: kijken naar het kind en de ouder zelf.
,Daltononderwijs: onderzocht door Kohnstamm in 1924
- Geen stil, zit en luister onderwijs, maar in vrijheid en zelfstandig aan de slag.
- Via weektaken werken
- Leren moet net zo leuk zijn als spelen.
Kernwaarden daltononderwijs:
- Samenwerken
- Vrijheid en verantwoordelijkheid
- Effectiviteit
- Zelfstandigheid
- Reflectie
Normatief is gevolg van opvoeden in een gemeenschap. Dus je moet ook kennis
hebben van die gemeenschap.
Ecologisch model:
Lagen hangen met elkaar samen. De buitenste lagen hebben invloed op het kind,
maar het kind niet op de buitenste laag.
Bronfebrenner is de eerste die het belang van samenwerkende microsystemen zag.
- Microsysteem: de meest directe omgeving van het kind (gezin, buurtgenoten,
school, vriendjes enz.)
- Mesosysteem: interacties tussen de onderlinge microsystemen (het contact
tussen ouders en school)
- Exosysteem: direct effect op het microsysteem, indirect effect op het kind
(werksituatie ouders)
- Macrosysteem: normen, attitudes en waarden van een maatschappij maar
ook ingrijpende maatschappelijke ontwikkelingen (coronacrisis)
IMH-methode: men gaat ervan uit dat je investeert in het jonge kind en een veilige
1001 dag krijgt. (Infant mental health).
Transdisciplinair werken: samenwerken met verschillende organisatie.
Capability approach:
- Vermogensbenadering:
Iedere samenleving moet zich verantwoordelijk voelen voor het individu.
Mogelijkheden creëren.
Hoe worden deze mogelijkheden gecreëerd?
Amartuya Sen (kijken naar de hele mens_
,Mogelijkheid creëren: Martha Nussbaum.
1. Welvaart is geen doel, welzijn wel.
2. Iedereen is kwetsbaar en heeft recht op ontwikkeling
3. Noodzakelijk is een rechtvaardige samenleving die mogelijkheden creëert
voor zijn leden.
4. Mogelijkheden voor een individu zijn afhankelijk van omgevings- persoonlijke
en sociale factoren.
5. Meerdere mogelijkheden creëert keuze.
Artikel 3:
- Je creëert mogelijkheden in belang van het kind. Handelen in belang van het
kind.
Internationaal recht:
- Intergouvernementele (tussen landen) rechtsorde, niet supranationaal. (supra
staat erboven).
- Staten bepalen zelf hoe zij deze bepaling in hun eigen rechtsorde laten
gelden.
- In Nederland is deze niet eenieder verbindend, dus niet direct in Nederlandse
rechtsorde van toepassing.
- Het is een norm – geen wet
, Hoorcollege 2:
Balansmodel: sociale comptentiemodel
- Ene kant ontwikkelingstaken (elke leeftijd heeft zijn eigen taken)
- Andere kant vaardigheden (Om de taken te kunnen doen)
- Vaardigheden en taken moeten in balans zijn.
- Factor van buitenaf is een stressor. Waardoor het moeilijker wordt om een
taak te kunnen voldoen.
- Psychopathologie (redenen van binnenuit, waardoor je taken niet kan voldoen
– bijvoorbeeld dyslexie).
Ontwikkelingstaken: thema’s die karakteristiek zijn voor een bepaalde leeftijdsfase en
die bepaalde vaardigheden vragen. Worden bepaald door veranderingen op
biologisch, psychisch en sociaal gebied.
Ontwikkeling wordt beïnvloed door interactie tussen individu en omgeving, door
genetische factoren en maatschappelijke factoren. Ontwikkelingstaken kunnen
veranderen.
Opvoeddoelen en verwachtingen:
- Iedere tijd iedere cultuur hanteert eigen opvoeddoelen.
Opvoeddoelen en mensbeeld:
- Opvoeddoelen zijn gerelateerd aan ontwikkelingstaken.
- Opvoeddoel is ook afhankelijk van de soort samenleving waarin je leeft.
- Archetypen = basissoort maatschappelijk systeem
Individualistisch: zelf verantwoordelijk voor je eigen leven. (Eigen belang en welzijn
voorop).
Collectivistisch: groep verantwoordelijk voor de leden van de groep en hun leven.
(Groepsbelang en welzijn voorop).
Socialistisch: mengvorm, ieder zelf verantwoordelijk maar als je het niet redt heb je
hulp van de groep.
Dominante ontwikkelingstaken:
Hoorcollege 1:
Een pedagoog begeleidt het opvoedproces om kinderen zelfstandig te laten
functioneren in deze wereld. Opvoeding is een proces naar een doel in het belang
van het kind. Het vindt zowel thuis, op straat, online en te gast plaats. De ouder en
pedagoog zorgen voor mogelijkheden.
Model pedagogisch ideaal
Pedagogisch concept – pedagogisch klimaat – pedagogische relatie
Wat is opvoeden?
Een proces in een gezinssysteem/familiesysteem om ervoor te zorgen dat de
jeugdige wordt begeleid naar een zo gezond mogelijk toekomst, zodat ze zo goed
mogelijk deel kunnen nemen aan de samenleving/in de wereld kunnen komen.
Opvoeddoelen: het maken en nakomen van afspraken. Het omgaan met
(huis)regels. Het stimuleren om respect te hebben voor elkaar maar ook voor dieren
en de natuur. Het leren om respect te hebben voor gevoelens, andere ideeën,
levensovertuiging en culturen het leren.
Definitie van Kohnstamm:
- Een grondlegger van de pedagogiek
- Opvoeding en onderwijs zijn de wording van een kind tot persoon tot stand te
brengen.
- Dus pedagogiek was gebaseerd op fundamentele levensbeschouwelijke
waarden.
- Zijn geloof was de basis voor zijn denkwijze voor de pedagogiek.
- Geen staatspedagogiek maar een persoonlijkheidspedagogiek.
- Persoonspedagogiek en niet staatpedagogiek: opvoeden is het ontwikkelen
van een unieke persoonlijkheid.
- Een kind is een individu in een gemeenschap
- Normen en waarden moet je niet onderwijzen, maar voorleven. Kinderen
moeten de vrije keuze hebben; geen enkel vak mag
domineren. Samenwerkend leren staat voorop.
Betekenis Kohnstamm nu:
- Niet mechanisch leren, maar leren door spel
- Taal is medium van opvoeding door kunnen uiten, begrijp je de wereld en
ontwikkelen van intelligentie. Niet mechanisch leren, maar door spel.
- Leren is zelfstandig leren denken.
Pedagogiek weegt als normatieve wetenschap de feiten en moet beoordelen.
Psychologie beschikt over empirische gegevens, kennis komt uit ervaring, dus wordt
vergaard door waar te nemen
Empirisch/analytisch: is meten wat er gebeurt.
Fenomenologisch: kijken naar het kind en de ouder zelf.
,Daltononderwijs: onderzocht door Kohnstamm in 1924
- Geen stil, zit en luister onderwijs, maar in vrijheid en zelfstandig aan de slag.
- Via weektaken werken
- Leren moet net zo leuk zijn als spelen.
Kernwaarden daltononderwijs:
- Samenwerken
- Vrijheid en verantwoordelijkheid
- Effectiviteit
- Zelfstandigheid
- Reflectie
Normatief is gevolg van opvoeden in een gemeenschap. Dus je moet ook kennis
hebben van die gemeenschap.
Ecologisch model:
Lagen hangen met elkaar samen. De buitenste lagen hebben invloed op het kind,
maar het kind niet op de buitenste laag.
Bronfebrenner is de eerste die het belang van samenwerkende microsystemen zag.
- Microsysteem: de meest directe omgeving van het kind (gezin, buurtgenoten,
school, vriendjes enz.)
- Mesosysteem: interacties tussen de onderlinge microsystemen (het contact
tussen ouders en school)
- Exosysteem: direct effect op het microsysteem, indirect effect op het kind
(werksituatie ouders)
- Macrosysteem: normen, attitudes en waarden van een maatschappij maar
ook ingrijpende maatschappelijke ontwikkelingen (coronacrisis)
IMH-methode: men gaat ervan uit dat je investeert in het jonge kind en een veilige
1001 dag krijgt. (Infant mental health).
Transdisciplinair werken: samenwerken met verschillende organisatie.
Capability approach:
- Vermogensbenadering:
Iedere samenleving moet zich verantwoordelijk voelen voor het individu.
Mogelijkheden creëren.
Hoe worden deze mogelijkheden gecreëerd?
Amartuya Sen (kijken naar de hele mens_
,Mogelijkheid creëren: Martha Nussbaum.
1. Welvaart is geen doel, welzijn wel.
2. Iedereen is kwetsbaar en heeft recht op ontwikkeling
3. Noodzakelijk is een rechtvaardige samenleving die mogelijkheden creëert
voor zijn leden.
4. Mogelijkheden voor een individu zijn afhankelijk van omgevings- persoonlijke
en sociale factoren.
5. Meerdere mogelijkheden creëert keuze.
Artikel 3:
- Je creëert mogelijkheden in belang van het kind. Handelen in belang van het
kind.
Internationaal recht:
- Intergouvernementele (tussen landen) rechtsorde, niet supranationaal. (supra
staat erboven).
- Staten bepalen zelf hoe zij deze bepaling in hun eigen rechtsorde laten
gelden.
- In Nederland is deze niet eenieder verbindend, dus niet direct in Nederlandse
rechtsorde van toepassing.
- Het is een norm – geen wet
, Hoorcollege 2:
Balansmodel: sociale comptentiemodel
- Ene kant ontwikkelingstaken (elke leeftijd heeft zijn eigen taken)
- Andere kant vaardigheden (Om de taken te kunnen doen)
- Vaardigheden en taken moeten in balans zijn.
- Factor van buitenaf is een stressor. Waardoor het moeilijker wordt om een
taak te kunnen voldoen.
- Psychopathologie (redenen van binnenuit, waardoor je taken niet kan voldoen
– bijvoorbeeld dyslexie).
Ontwikkelingstaken: thema’s die karakteristiek zijn voor een bepaalde leeftijdsfase en
die bepaalde vaardigheden vragen. Worden bepaald door veranderingen op
biologisch, psychisch en sociaal gebied.
Ontwikkeling wordt beïnvloed door interactie tussen individu en omgeving, door
genetische factoren en maatschappelijke factoren. Ontwikkelingstaken kunnen
veranderen.
Opvoeddoelen en verwachtingen:
- Iedere tijd iedere cultuur hanteert eigen opvoeddoelen.
Opvoeddoelen en mensbeeld:
- Opvoeddoelen zijn gerelateerd aan ontwikkelingstaken.
- Opvoeddoel is ook afhankelijk van de soort samenleving waarin je leeft.
- Archetypen = basissoort maatschappelijk systeem
Individualistisch: zelf verantwoordelijk voor je eigen leven. (Eigen belang en welzijn
voorop).
Collectivistisch: groep verantwoordelijk voor de leden van de groep en hun leven.
(Groepsbelang en welzijn voorop).
Socialistisch: mengvorm, ieder zelf verantwoordelijk maar als je het niet redt heb je
hulp van de groep.
Dominante ontwikkelingstaken: