De aanloop tot de oprichting van de Volksunie
Voorlopers: Frontpartij en VNV
• Frontpartij (na WOI)
o Vlaamse soldaten in de Eerste Wereldoorlog werden vaak gediscrimineerd door de
Franstalige legerleiding.
§ Dit leidde tot een sterk Vlaams bewustzijn en de oprichting van de Frontpartij.
o Beweging van Vlaamse intellectuelen: uitdrukkelijk Vlaams van karakter en verzette zich
tegen het Franstalige taalgebied van het Belgisch leger
• Vlaams Nationalistisch Verbond (VNV, 1933-1945)
o Politieke partij met Vlaams-nationalistische en autoritaire standpunten.
o Boekte verkiezingssuccessen in 1936.
o Komt op voor de belangen van de Vlaming
o Na WOII kon de VNV als politieke partij niet meer terugkomen door de collaboratie
De Tweede Wereldoorlog en de Gevolgen
• Collaboratie
o Vlaamse collaboratie: Sommige Vlamingen hoopten via samenwerking met de Duitsers
Vlaamse autonomie te verkrijgen.
o Economische collaboratie: Vooral in Franstalig België profiteerden bedrijven van handel
met de Duitse bezetter.
• Repressie na de oorlog
o Strenge bestraffing van collaborateurs, vooral in Vlaanderen.
o Gevoel dat de repressie anti-Vlaams was, omdat Franstalige collaborateurs minder streng
werden aangepakt.
o De Vlaamse beweging raakte hierdoor in diskrediet.
Heropflakkering van het Vlaams Bewustzijn
• Dynamitering van de IJzertoren (1946)
o Symbool van Vlaamse idealen ("AVV-VVK") werd vernietigd, wat de Vlaamse beweging
opnieuw aanwakkerde.
• Talentelling van 1947
o Belangrijk kristallisatiepunt
§ Lag aan de basis van een eerste hergroepering van de krachten aan Vlaamse zijde
o Er werd gevraagd wat de dagelijkse omgangstaal was van de burgers
§ Later werd gevraagd naar talenkennis en taal die men het meeste sprak
1
, o Gemeenten konden op basis van taalgebruik van statuut veranderen.
o Er was fraude in het voordeel van Franstaligen.
• Anti-Vlaamse repressie en achteruitgang Vlaamse verworvenheden
o Velen ervoeren de naoorlogse maatregelen als een aanval op de Vlaamse identiteit.
De Vraag naar een Nieuwe Vlaams-Nationale Partij
• Voorstanders: argumenten
o Vlaanderen moest zich politiek organiseren, want niet iedereen had gefaald tijdens WOII.
o Men kan toch net beletten dat er lijsten ingediend werden
o Zelfs een bescheiden succes bij de verkiezingen zou een stroomversnelling meebrengen
• Tegenstanders: argumenten
o Nog te vroeg om in het strijdperk te treden
o Geen organisatie bestond
o Men beschikte over geen middelen om met enige succes deel te nemen aan de verkiezingen
o Het was beter om een afwachtende houding aan te nemen
• Christelijke Volkspartij (CVP) tegen: Bang om kiezers te verliezen aan een nieuwe Vlaamsgezinde
partij.
Oprichting van de Volksunie
• 10 mei 1949: oprichting ‘volksunie’
o Op initiatief van:
§ Jules de Clerq, Wim Jorissen, Piet Legon, Herman Todts,…
o Gaf als weekblad De Voorpost uit: De strijd tegen de repressie en particratie waren de
hoofdthema’s
o Op 24 juni 1949 verscheen het laatste nummer van de voorpost
• 1949: oprichting Vlaamse concentratie:
o Onder voorzitterschap van Alex Donckerwolcke
o Opgericht als anti-repressiepartij.
o In 1950 nam ze niet deel aan de verkiezingen, na mislukte pogingen om met de CVP te
onderhandelen
o In 1954 verdween de Vlaamse Concentratie van het politiek toneel
• 1954: Definitieve oprichting ‘Volksunie’
o Eerst als ‘Christelijke Vlaamse Volksunie’.
o Belangrijkste doelstellingen:
§ Federalisme: Pleidooi voor een federale staat (revolutionair in die tijd).
§ Amnestie: Vergeving voor collaborateurs zonder de geschiedenis te vergeten.
o Slechts 2% van de stemmen, maar wel een basis voor verdere groei.
2
,Van het ontstaan tot de eerste politieke dorbraak: 1954 – ‘61
• Oprichting van de Volksunie
o Op 21 november 1954: eerste openbare vergadering
o 15 december 1954: ondertekening statuten V.Z.W. De Volksunie
o Stichters en tegelijk leden van de raad van bestuur waren:
§ Voorzitter: Walter Couvreur
§ Ondervoorzitters: Frans Van der Elst & Herman Wagemans
§ Secretaris: Rudi Vanderpaal
§ Leden: Wim Jorissen, René Proost en Ludo Sels
o De Volksunie werd opgericht in een periode waarin er een gunstige voedingsbodem was
voor Vlaams-nationalisme.
• Gunstige omstandigheden
o Koningskwestie (1950)
§ In het referendum over de terugkeer van koning Leopold III stemde Vlaanderen vóór
zijn terugkeer, maar hij kwam uiteindelijk niet terug.
§ Velen voelden zich bedrogen.
§ De christendemocraten (CVP) beloofden zijn terugkeer bij een absolute
meerderheid, maar faalden.
§ In plaats daarvan richtten ze zich op onderwijsmaatregelen, wat leidde tot
de schoolstrijd.
o Aarzelende houding van de regering over de repressie
§ De overheid werd gezien als te mild of te traag in de aanpak van collaborateurs.
§ Dit frustreerde zowel Vlaamsgezinden als tegenstanders van amnestie.
o Taalwetten werden gebrekkig toegepast
§ In de praktijk werden de wettelijke taalrechten van Vlamingen vaak genegeerd.
o Publicatie van de resultaten van de talentelling van 194
§ Dit bevestigde de Vlaamse vrees voor verfransing, vooral in Brussel en de Vlaamse
rand.
• Belangrijkste eisen van de Volksunie
o Federalisme – Vlaanderen en Wallonië moesten meer autonomie krijgen.
o Amnestie – Collaborateurs moesten vergeven worden, zodat het verleden geen blijvende
gevolgen had.
Waarom bleef de Volksunie electoraal zwak in de jaren ‘50?
• Tot parlementsverkiezingen van 1958 bleef de Volksunie onopgemerkt en behaalde ze weinig
verkiezingssucces.
• Redenen voor de electorale zwakte (1954-1958)
3
, o Slecht politiek klimaat door de schoolstrijd
§ De schoolstrijd draaide om de financiering van vrij (katholiek) onderwijs en
domineerde de politiek.
§ De Volksunie had een communautair profiel, maar dat was geen prioriteit in de
politiek van de jaren ’50.
§ Pas na de Schoolpactwet (1958), die de schoolstrijd beëindigde, kwam de
communautaire kwestie weer meer op de voorgrond.
o Imago als ‘partij van de zwarten’
§ De Volksunie werd geassocieerd met oud-collaborateurs.
§ Op lokaal niveau durfden velen niet onder de Volksunie-vlag opkomen.
o CVP beschouwde de Volksunie als een bedreiging
§ De CVP zag de Volksunie als een partij die de katholieke eenheid brak.
§ CVP noemde de Volksunie ‘scheurmakers’ en probeerde kiezers bij zich te houden.
• Volksunie blijft klein tot 1958
o De partij had moeite om zich politiek te profileren.
o Weinig parlementaire vertegenwoordiging.
o Organisatorisch nog zwak.
Tekenen van Opleving na 1958
• Vanaf 1958 begon de Volksunie sterker te worden dankzij een veranderend politiek klimaat.
• Factoren die bijdroegen aan de groei
o Parlementaire activiteit van Frans Van der Elst (voorzitter sinds 1957)
§ Van der Elst speelde een belangrijke rol in de politieke zichtbaarheid van de partij.
o Betere partijorganisatie
§ De Volksunie begon zich professioneler te organiseren.
o Communautaire problemen kwamen opnieuw op de voorgrond
§ Na de schoolstrijd werden communautaire kwesties opnieuw belangrijk, wat
gunstig was voor de Volksunie.
• Uitdagingen voor de Volksunie als kleine partij
o Problemen van ‘single issue’-partijen
§ De Volksunie werd gezien als een eenzijdige Vlaams-nationalistische partij, wat de
aantrekkingskracht beperkte.
o Financiering
§ Als kleine partij had de Volksunie moeite om voldoende middelen te vinden.
o Partijprogramma en -structuur
§ De partij moest een breder programma ontwikkelen om meer kiezers aan te
trekken.
4