Week 1
Haack, S. (2012). Six Signs of Scientism. Logos & Episteme, 3(1), 75–95.
In het college bespreek ik kort het scientisme, dat is ongeveer het idee
dat de wetenschap de enige bron van waarheid is.
Het artikel "Six Signs of Scientism" van Susan Haack bespreekt het begrip
scientisme, dat zij definieert als een overdreven en ongefundeerde
verering van de wetenschap, waarbij men onterecht verwacht dat de
wetenschap antwoord kan geven op alle vragen en alle vormen van kennis
kan omvatten. Haack benadrukt dat hoewel wetenschap onmiskenbaar
veel heeft bijgedragen aan onze kennis, het niet de enige geldige manier
is om inzicht te verkrijgen, en dat andere disciplines zoals ethiek,
geschiedenis, kunst en literatuur legitieme en waardevolle vormen van
kennis en menselijke activiteit vertegenwoordigen.
Het artikel onderscheidt zes signalen waaraan scientisme te herkennen is:
1. Het gebruik van de term "wetenschap" en aanverwante woorden als
generieke waarderingslabels zonder echte inhoudelijke
onderbouwing.
2. Het overnemen van wetenschappelijke stijlmiddelen en terminologie
puur als decoratie zonder daadwerkelijke relevantie.
3. Een overmatige focus op het afbakenen van wetenschap tegenover
zogenaamde pseudowetenschappen.
4. Een preoccupatie met het identificeren van één 'wetenschappelijke
methode' die als enige juiste manier van kennisverwerving wordt
gezien.
5. Het zoeken naar wetenschappelijke antwoorden op vragen die
buiten het domein van de wetenschap vallen.
6. Het ontkennen of bagatelliseren van het belang en de legitimiteit
van andere vormen van kennisverwerving of menselijke activiteit,
zoals poëzie en kunst.
Haack waarschuwt dat deze vormen van scientisme de grenzen van de
wetenschap negeren en tot misvattingen leiden, bijvoorbeeld doordat zij
probeert ethiek of andere levensvragen uitsluitend via de wetenschap te
verklaren, zoals zij kritisch aankaart bij E.O. Wilson’s ambitie van een
"unity of knowledge" waarin alle kennis uiteindelijk wetenschappelijk
verklaard moet worden. Ze benadrukt het belang van een genuanceerde
houding die de waarde van wetenschap erkent zonder daarbij andere
kennisvormen te denigreren.
Kortom, het artikel pleit voor een evenwichtige erkenning van wetenschap
als krachtig maar beperkt instrument, en waarschuwt tegen het onkritisch
verheffen ervan tot dé enige bron van waarheid en kennis.
Week 2
Merton, R. K. (1942). A Note on Science and Democracy. Journal of Legal
and Political Sociology, 1(1 and 2), 115–126.
,Het artikel "A Note on Science and Democracy" van Robert K. Merton
bespreekt de wisselwerking tussen wetenschap en democratie. Merton
benadrukt dat wetenschap, ondanks haar universele en
gemeenschappelijke karakter, niet immuun is voor maatschappelijke
invloeden, aanvallen en beperkingen. De wetenschappelijke ethos berust
op principes als universaliteit, communaliteit (gedeeld eigendom van
kennis) en toegankelijkheid, die parallellen vertonen met democratische
waarden zoals gelijkheid en universalistische criteria. Democratische
samenlevingen bieden binnen hun institutionele structuren doorgaans
betere voorwaarden voor de ontwikkeling van wetenschap, doordat ze
universele toegang tot wetenschappelijke carrières waarborgen en sociale
privileges verminderen. Tegelijkertijd erkent Merton dat wetenschap ook
onder andere politieke systemen kan floreren, maar dat de ethos van
wetenschap en democratie elkaar versterken door het bevorderen van
transparantie, samenwerking en egalitaire toegang tot kennis. Tot slot
wijst hij op historische voorbeelden van patronage en nationale rivaliteit
binnen wetenschap, maar stelt dat de wetenschappelijke gemeenschap
zich doorgaans blijft verbinden aan universele normen, waardoor
wetenschap een gemeenschappelijk erfgoed van de samenleving vormt en
een belangrijke rol speelt in democratische ontwikkeling en vooruitgang.
Latour, B., & Woolgar, S. (1986). Cycles of Credit. In: Laboratory Life,
The Construction of Scientific Facts. Princeton University Press. pp. 189-
201
Let op: je hoeft niet het hele hoofdstuk te kennen, alleen pp.189-201.
De tekst tot en met pagina 15 van hoofdstuk 5 "Cycles of Credit" uit
"Laboratory Life" onderzoekt de rol van krediet (recognitie en waardering)
binnen wetenschappelijk laboratoriumwerk. Centraal staat het idee dat
krediet een soort valuta is, die wordt toegekend, gedeeld, gestolen,
opgebouwd of verspild binnen wetenschappelijke gemeenschappen.
Wetenschappers zijn niet slechts individuele actoren, maar functioneren
als onderdeel van netwerkprocessen in het laboratorium waarin werk,
argumentatie en sociale posities nauw verweven zijn.
De auteurs betogen dat krediet niet eenvoudigweg kan worden verklaard
als een beloning of als het volgen van sociale normen. Wetenschappers
spreken wel veel over krediet, maar dit lijkt vooral prominent in reflecties
op het verleden, prioriteitskwesties of groepsstructuren. Normen zijn
weinig expliciet aanwezig en kunnen niet verklaren waarom onderzoekers
bepaalde onderwerpen, methoden of laboratoria kiezen.
Ook wordt benadrukt dat de scheidslijn tussen individu en hun
wetenschappelijke handelingen een belangrijke rol speelt in de constructie
van wetenschappelijke feiten en carrières. Individuen bouwen zo hun
carrière op basis van zowel hun werk als de gedeelde context van het
laboratorium. Tegelijkertijd veranderen wetenschappelijke feiten niet
alleen door individuele ideeën, maar door sociale en materiële processen
binnen het lab.
, Kortom, de tekst belicht hoe kredietcycli en groepsdynamiek
medebepalend zijn voor de productie van kennis, en dat dit complexere
processen zijn dan louter individuele prestaties of regels van wetenschap
kunnen verklaren
Als je dit onderwerp interessant vindt, zou je het onderstaande artikel
kunnen lezen. Je ziet dat de normen van Merton nog steeds relevant zijn
in de huidige discussie over hervormingen in de wetenschap. E.J.
Wagenmakers en collega's beschrijven zeven statistische procedures die
de normen van Merton in de praktijk brengen:
Wagenmakers, E.-J., Sarafoglou, A., Aarts, S., Albers, C., Algermissen, J.,
Bahník, Š., van Dongen, N., Hoekstra, R., Moreau, D., van Ravenzwaaij,
D., Sluga, A., Stanke, F., Tendeiro, J., & Aczel, B. (2021). Seven steps
toward more transparency in statistical practice. Nature Human
Behaviour, 5(11), 1473–1480.
Week 3
Earp, B., & Trafimow, D. (2015). Replication, falsification, and the crisis
of confidence in social psychology. Frontiers in Psychology, 6.
Dit artikel analyseert de huidige vertrouwenscrisis binnen de sociale
psychologie met betrekking tot replicatie en falsificatie van
onderzoeksresultaten. Replicatie, het herhalen van experimenten om
eerdere bevindingen te bevestigen, wordt vaak gezien als cruciaal voor
wetenschappelijke betrouwbaarheid. Echter, het artikel benadrukt dat
replicaties zelden definitief zijn, omdat ze afhankelijk zijn van
zogenaamde auxiliary assumptions (hulpveronderstellingen). Dit zijn
aanvullende aannames die oproepen hoe theoretische concepten in een
experiment concreet gemeten en gemanipuleerd worden—denk aan de
gebruikte meetinstrumenten, contexten of procedurele details. Deze
hulpveronderstellingen zijn niet onderdeel van de theorie zelf, maar
essentieel om voorspellingen uit de theorie te kunnen testen in de
praktijk. Als een replicatie mislukt, kan dat dus liggen aan het falen van
zo’n hulpveronderstelling, en niet per se aan het falen van de theorie.
Het artikel maakt onderscheid tussen directe (close) replicaties, die
zo nauwkeurig mogelijk hetzelfde experiment herhalen om een
oorspronkelijke bevinding te bevestigen, en conceptuele replicaties
die de onderliggende theorie testen met alternatieve methoden of
maten. Conceptuele replicaties vereisen vaak meer en expliciete
hulpveronderstellingen om de nieuwe methoden te verbinden aan de
theoretische concepten, wat de interpretatie complexer maakt.
Daarnaast introduceert het artikel een Bayesiaans kader om op
formele wijze weer te geven hoe nieuwe replicatiegegevens (zowel
succesvolle als mislukte replicaties) onze mate van vertrouwen in een
oorspronkelijke bevinding moeten beïnvloeden. Hierbij wordt rekening
gehouden met zowel de kwaliteit als de kwantiteit van
Haack, S. (2012). Six Signs of Scientism. Logos & Episteme, 3(1), 75–95.
In het college bespreek ik kort het scientisme, dat is ongeveer het idee
dat de wetenschap de enige bron van waarheid is.
Het artikel "Six Signs of Scientism" van Susan Haack bespreekt het begrip
scientisme, dat zij definieert als een overdreven en ongefundeerde
verering van de wetenschap, waarbij men onterecht verwacht dat de
wetenschap antwoord kan geven op alle vragen en alle vormen van kennis
kan omvatten. Haack benadrukt dat hoewel wetenschap onmiskenbaar
veel heeft bijgedragen aan onze kennis, het niet de enige geldige manier
is om inzicht te verkrijgen, en dat andere disciplines zoals ethiek,
geschiedenis, kunst en literatuur legitieme en waardevolle vormen van
kennis en menselijke activiteit vertegenwoordigen.
Het artikel onderscheidt zes signalen waaraan scientisme te herkennen is:
1. Het gebruik van de term "wetenschap" en aanverwante woorden als
generieke waarderingslabels zonder echte inhoudelijke
onderbouwing.
2. Het overnemen van wetenschappelijke stijlmiddelen en terminologie
puur als decoratie zonder daadwerkelijke relevantie.
3. Een overmatige focus op het afbakenen van wetenschap tegenover
zogenaamde pseudowetenschappen.
4. Een preoccupatie met het identificeren van één 'wetenschappelijke
methode' die als enige juiste manier van kennisverwerving wordt
gezien.
5. Het zoeken naar wetenschappelijke antwoorden op vragen die
buiten het domein van de wetenschap vallen.
6. Het ontkennen of bagatelliseren van het belang en de legitimiteit
van andere vormen van kennisverwerving of menselijke activiteit,
zoals poëzie en kunst.
Haack waarschuwt dat deze vormen van scientisme de grenzen van de
wetenschap negeren en tot misvattingen leiden, bijvoorbeeld doordat zij
probeert ethiek of andere levensvragen uitsluitend via de wetenschap te
verklaren, zoals zij kritisch aankaart bij E.O. Wilson’s ambitie van een
"unity of knowledge" waarin alle kennis uiteindelijk wetenschappelijk
verklaard moet worden. Ze benadrukt het belang van een genuanceerde
houding die de waarde van wetenschap erkent zonder daarbij andere
kennisvormen te denigreren.
Kortom, het artikel pleit voor een evenwichtige erkenning van wetenschap
als krachtig maar beperkt instrument, en waarschuwt tegen het onkritisch
verheffen ervan tot dé enige bron van waarheid en kennis.
Week 2
Merton, R. K. (1942). A Note on Science and Democracy. Journal of Legal
and Political Sociology, 1(1 and 2), 115–126.
,Het artikel "A Note on Science and Democracy" van Robert K. Merton
bespreekt de wisselwerking tussen wetenschap en democratie. Merton
benadrukt dat wetenschap, ondanks haar universele en
gemeenschappelijke karakter, niet immuun is voor maatschappelijke
invloeden, aanvallen en beperkingen. De wetenschappelijke ethos berust
op principes als universaliteit, communaliteit (gedeeld eigendom van
kennis) en toegankelijkheid, die parallellen vertonen met democratische
waarden zoals gelijkheid en universalistische criteria. Democratische
samenlevingen bieden binnen hun institutionele structuren doorgaans
betere voorwaarden voor de ontwikkeling van wetenschap, doordat ze
universele toegang tot wetenschappelijke carrières waarborgen en sociale
privileges verminderen. Tegelijkertijd erkent Merton dat wetenschap ook
onder andere politieke systemen kan floreren, maar dat de ethos van
wetenschap en democratie elkaar versterken door het bevorderen van
transparantie, samenwerking en egalitaire toegang tot kennis. Tot slot
wijst hij op historische voorbeelden van patronage en nationale rivaliteit
binnen wetenschap, maar stelt dat de wetenschappelijke gemeenschap
zich doorgaans blijft verbinden aan universele normen, waardoor
wetenschap een gemeenschappelijk erfgoed van de samenleving vormt en
een belangrijke rol speelt in democratische ontwikkeling en vooruitgang.
Latour, B., & Woolgar, S. (1986). Cycles of Credit. In: Laboratory Life,
The Construction of Scientific Facts. Princeton University Press. pp. 189-
201
Let op: je hoeft niet het hele hoofdstuk te kennen, alleen pp.189-201.
De tekst tot en met pagina 15 van hoofdstuk 5 "Cycles of Credit" uit
"Laboratory Life" onderzoekt de rol van krediet (recognitie en waardering)
binnen wetenschappelijk laboratoriumwerk. Centraal staat het idee dat
krediet een soort valuta is, die wordt toegekend, gedeeld, gestolen,
opgebouwd of verspild binnen wetenschappelijke gemeenschappen.
Wetenschappers zijn niet slechts individuele actoren, maar functioneren
als onderdeel van netwerkprocessen in het laboratorium waarin werk,
argumentatie en sociale posities nauw verweven zijn.
De auteurs betogen dat krediet niet eenvoudigweg kan worden verklaard
als een beloning of als het volgen van sociale normen. Wetenschappers
spreken wel veel over krediet, maar dit lijkt vooral prominent in reflecties
op het verleden, prioriteitskwesties of groepsstructuren. Normen zijn
weinig expliciet aanwezig en kunnen niet verklaren waarom onderzoekers
bepaalde onderwerpen, methoden of laboratoria kiezen.
Ook wordt benadrukt dat de scheidslijn tussen individu en hun
wetenschappelijke handelingen een belangrijke rol speelt in de constructie
van wetenschappelijke feiten en carrières. Individuen bouwen zo hun
carrière op basis van zowel hun werk als de gedeelde context van het
laboratorium. Tegelijkertijd veranderen wetenschappelijke feiten niet
alleen door individuele ideeën, maar door sociale en materiële processen
binnen het lab.
, Kortom, de tekst belicht hoe kredietcycli en groepsdynamiek
medebepalend zijn voor de productie van kennis, en dat dit complexere
processen zijn dan louter individuele prestaties of regels van wetenschap
kunnen verklaren
Als je dit onderwerp interessant vindt, zou je het onderstaande artikel
kunnen lezen. Je ziet dat de normen van Merton nog steeds relevant zijn
in de huidige discussie over hervormingen in de wetenschap. E.J.
Wagenmakers en collega's beschrijven zeven statistische procedures die
de normen van Merton in de praktijk brengen:
Wagenmakers, E.-J., Sarafoglou, A., Aarts, S., Albers, C., Algermissen, J.,
Bahník, Š., van Dongen, N., Hoekstra, R., Moreau, D., van Ravenzwaaij,
D., Sluga, A., Stanke, F., Tendeiro, J., & Aczel, B. (2021). Seven steps
toward more transparency in statistical practice. Nature Human
Behaviour, 5(11), 1473–1480.
Week 3
Earp, B., & Trafimow, D. (2015). Replication, falsification, and the crisis
of confidence in social psychology. Frontiers in Psychology, 6.
Dit artikel analyseert de huidige vertrouwenscrisis binnen de sociale
psychologie met betrekking tot replicatie en falsificatie van
onderzoeksresultaten. Replicatie, het herhalen van experimenten om
eerdere bevindingen te bevestigen, wordt vaak gezien als cruciaal voor
wetenschappelijke betrouwbaarheid. Echter, het artikel benadrukt dat
replicaties zelden definitief zijn, omdat ze afhankelijk zijn van
zogenaamde auxiliary assumptions (hulpveronderstellingen). Dit zijn
aanvullende aannames die oproepen hoe theoretische concepten in een
experiment concreet gemeten en gemanipuleerd worden—denk aan de
gebruikte meetinstrumenten, contexten of procedurele details. Deze
hulpveronderstellingen zijn niet onderdeel van de theorie zelf, maar
essentieel om voorspellingen uit de theorie te kunnen testen in de
praktijk. Als een replicatie mislukt, kan dat dus liggen aan het falen van
zo’n hulpveronderstelling, en niet per se aan het falen van de theorie.
Het artikel maakt onderscheid tussen directe (close) replicaties, die
zo nauwkeurig mogelijk hetzelfde experiment herhalen om een
oorspronkelijke bevinding te bevestigen, en conceptuele replicaties
die de onderliggende theorie testen met alternatieve methoden of
maten. Conceptuele replicaties vereisen vaak meer en expliciete
hulpveronderstellingen om de nieuwe methoden te verbinden aan de
theoretische concepten, wat de interpretatie complexer maakt.
Daarnaast introduceert het artikel een Bayesiaans kader om op
formele wijze weer te geven hoe nieuwe replicatiegegevens (zowel
succesvolle als mislukte replicaties) onze mate van vertrouwen in een
oorspronkelijke bevinding moeten beïnvloeden. Hierbij wordt rekening
gehouden met zowel de kwaliteit als de kwantiteit van