Didactisch handelen:
Het didactisch model:
Doelen:
Belangrijk vertrekpunt bij het opzetten van een krachtige leeromgeving.
- Belangrijk als leerkracht wat wil je bereiken? (Of nastreven)
Belangrijk om te weten wat is de voorkennis van de leerlingen?
Doelen helpen je bij het ontwerpen van je les.
- constructive alignmen belangrijk om
goed op elkaar in te spelen.
Doelen geven richting tijdens de les. (Differentiëren)
- Helpt ook om gerichte feedback te geven.
Soorten doelen:
1. Onderwijsdoelen:
- Minimumdoelen
- Opgelegd vanuit de overheid.
In kleuteronderwijs = ontwikkelingsdoelen
Lager onderwijs = eindtermen.
- Eindtermen zijn leergebiedgebonden of leergebiedoverschrijdend.
- Worden verwerkt in leerplannen van de school zelf.
2. Leerplandoelen:
- School beschrijft hoe ze onderwijsdoelen proberen te bereiken.
- Vlaamse Regering moet leerplannen goedkeuren.
- Vlaams onderwijs 3 onderwijsnetten.
,Officieel onderwijs:
- GO! Georganiseerd in opdracht van de Vlaamse Gemeenschap.
- Officieel gesubsidieerd onderwijs (OGO) omvat gemeentelijk en
provinciaal onderwijs.
Inrichtende machten: OVSG en POV
Twee koepels aanwezig. (Koepel is onderdeel van onderwijsnet)
Vrij onderwijs:
- Vrij gesubsidieerd onderwijs (VGO) oprichter door privépersoon of
privéteam.
Bestaat hoofdzakelijk uit katholieke scholen.
Sommige scholen van het vrij onderwijs zijn niet aangesloten bij
een onderwijskoepel.
- In leerplan doelen van overheid worden vastgelegd.
Schoolbestuur kan doelen die nodig zijn voor zijn school
formuleren en toevoegen.
Voldoende inbreng van scholen, leraren en leerlingen.
3. Leerdoelen:
- Worden opgesteld door de leraar.
- Vertaling van de leerplandoelen.
- Verwoord wat een leerling moet kennen en/ of kunnen.
- Goed om leerdoelen mee te delen met de leerlingen voor
leermotivatie, om vol te houden.
- Het maakt de les betekenisvol.
- ‘Ik kan’- doelen.
- Je kan op het einde van je les er naar terugblikken.
Waarom belangrijk om leerlingen te verbinden met de doelen?
Aandacht van de leerlingen.
Vertellen waarom dit leren belangrijk is en hoe we dat gaan doen.
Je creëert openheid en betrokkenheid.
Geeft de kans om gerichter te evalueren.
Beginsituatie:
Om doelen te bepalen belangrijk om te weten wat de leerlingen al
kunnen. (Voorkennis)
- Voorkennis kan je zien als kapstok waar je nieuwe leerinhoud
aanhangt.
- Belangrijk om voorkennis te activeren werkt motiverend.
Door rekening te houden met voorkennis leerkracht kan krachtige
leeromgeving creëren.
Leerkracht voldoende aandacht voor beginsituatie leerlinggerichte
onderwijsvisie.
Vygotsky zone van naaste ontwikkeling.
- Toekomstige beginsituatie slaat op wat het kind onder begeleiding
kan = synoniem voor zone van naaste ontwikkeling.
, - Leerlingen worden uitgedaagd door het niveau net boven hun
ontwikkelingsniveau.
Scaffolding coachen op maat om ervoor te zorgen dat de leerlingen
actief durven en kunnen meedoen aan klasactiviteiten.
- Je gaat als leerkracht gaan differentiëren.
- Vb. prikkelende vragen stellen.
- Concrete feedback geven.
Belangrijk tijdens individueel werk neemt de leerkracht een actieve rol
aan.
UDL- principe Universal Design of Learning.
- Diversiteit als uitgangspunt.
- Hele klas met redelijke aanpassingen moet kunnen deelnemen aan
je les.
Didactische principes:
1. Doelgericht leren:
- Doelen sleutelelementen. (Wat wil je bereiken?)
- Je kan doelen communiceren aan leerlingen.
- Verspreiden van leerstof over verschillende tijdstippen.
- Variëren in oefeningstypen en inhouden lln leren verschillende
oplosstrategieën te gebruiken.
- Duidelijk definiëren van leerdoelen, gerichte instructies, versterkte
feedback, stimuleren van zelfreflectie.
2. Actief en constructief leren:
- Kinderen moeten mogelijkheid krijgen om actief te handelen,
denken, onderzoeken, spelen, discussiëren, …
- Mogen geen passieve rol krijgen.
- Lln brengt eigen ervaringen in en verwerkt die in een kennisopbouw
die verschilt dan die van de leraar.
3. Integratie:
- Nieuwe kennis moet aansluiten bij de reeds aanwezige kennis.
- Nieuwe kennis moet ervaren worden en niet als een losstaand
element op zich.
- Nieuwe kennis in brede context plaatsen.
4. Herhalingsprincipe:
Het didactisch model:
Doelen:
Belangrijk vertrekpunt bij het opzetten van een krachtige leeromgeving.
- Belangrijk als leerkracht wat wil je bereiken? (Of nastreven)
Belangrijk om te weten wat is de voorkennis van de leerlingen?
Doelen helpen je bij het ontwerpen van je les.
- constructive alignmen belangrijk om
goed op elkaar in te spelen.
Doelen geven richting tijdens de les. (Differentiëren)
- Helpt ook om gerichte feedback te geven.
Soorten doelen:
1. Onderwijsdoelen:
- Minimumdoelen
- Opgelegd vanuit de overheid.
In kleuteronderwijs = ontwikkelingsdoelen
Lager onderwijs = eindtermen.
- Eindtermen zijn leergebiedgebonden of leergebiedoverschrijdend.
- Worden verwerkt in leerplannen van de school zelf.
2. Leerplandoelen:
- School beschrijft hoe ze onderwijsdoelen proberen te bereiken.
- Vlaamse Regering moet leerplannen goedkeuren.
- Vlaams onderwijs 3 onderwijsnetten.
,Officieel onderwijs:
- GO! Georganiseerd in opdracht van de Vlaamse Gemeenschap.
- Officieel gesubsidieerd onderwijs (OGO) omvat gemeentelijk en
provinciaal onderwijs.
Inrichtende machten: OVSG en POV
Twee koepels aanwezig. (Koepel is onderdeel van onderwijsnet)
Vrij onderwijs:
- Vrij gesubsidieerd onderwijs (VGO) oprichter door privépersoon of
privéteam.
Bestaat hoofdzakelijk uit katholieke scholen.
Sommige scholen van het vrij onderwijs zijn niet aangesloten bij
een onderwijskoepel.
- In leerplan doelen van overheid worden vastgelegd.
Schoolbestuur kan doelen die nodig zijn voor zijn school
formuleren en toevoegen.
Voldoende inbreng van scholen, leraren en leerlingen.
3. Leerdoelen:
- Worden opgesteld door de leraar.
- Vertaling van de leerplandoelen.
- Verwoord wat een leerling moet kennen en/ of kunnen.
- Goed om leerdoelen mee te delen met de leerlingen voor
leermotivatie, om vol te houden.
- Het maakt de les betekenisvol.
- ‘Ik kan’- doelen.
- Je kan op het einde van je les er naar terugblikken.
Waarom belangrijk om leerlingen te verbinden met de doelen?
Aandacht van de leerlingen.
Vertellen waarom dit leren belangrijk is en hoe we dat gaan doen.
Je creëert openheid en betrokkenheid.
Geeft de kans om gerichter te evalueren.
Beginsituatie:
Om doelen te bepalen belangrijk om te weten wat de leerlingen al
kunnen. (Voorkennis)
- Voorkennis kan je zien als kapstok waar je nieuwe leerinhoud
aanhangt.
- Belangrijk om voorkennis te activeren werkt motiverend.
Door rekening te houden met voorkennis leerkracht kan krachtige
leeromgeving creëren.
Leerkracht voldoende aandacht voor beginsituatie leerlinggerichte
onderwijsvisie.
Vygotsky zone van naaste ontwikkeling.
- Toekomstige beginsituatie slaat op wat het kind onder begeleiding
kan = synoniem voor zone van naaste ontwikkeling.
, - Leerlingen worden uitgedaagd door het niveau net boven hun
ontwikkelingsniveau.
Scaffolding coachen op maat om ervoor te zorgen dat de leerlingen
actief durven en kunnen meedoen aan klasactiviteiten.
- Je gaat als leerkracht gaan differentiëren.
- Vb. prikkelende vragen stellen.
- Concrete feedback geven.
Belangrijk tijdens individueel werk neemt de leerkracht een actieve rol
aan.
UDL- principe Universal Design of Learning.
- Diversiteit als uitgangspunt.
- Hele klas met redelijke aanpassingen moet kunnen deelnemen aan
je les.
Didactische principes:
1. Doelgericht leren:
- Doelen sleutelelementen. (Wat wil je bereiken?)
- Je kan doelen communiceren aan leerlingen.
- Verspreiden van leerstof over verschillende tijdstippen.
- Variëren in oefeningstypen en inhouden lln leren verschillende
oplosstrategieën te gebruiken.
- Duidelijk definiëren van leerdoelen, gerichte instructies, versterkte
feedback, stimuleren van zelfreflectie.
2. Actief en constructief leren:
- Kinderen moeten mogelijkheid krijgen om actief te handelen,
denken, onderzoeken, spelen, discussiëren, …
- Mogen geen passieve rol krijgen.
- Lln brengt eigen ervaringen in en verwerkt die in een kennisopbouw
die verschilt dan die van de leraar.
3. Integratie:
- Nieuwe kennis moet aansluiten bij de reeds aanwezige kennis.
- Nieuwe kennis moet ervaren worden en niet als een losstaand
element op zich.
- Nieuwe kennis in brede context plaatsen.
4. Herhalingsprincipe: