100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Staatsrecht II | Complete Samenvatting Hoorcolleges (14-25) voor het Mondeling/Tentamen! | 2019/2020

Rating
-
Sold
-
Pages
72
Uploaded on
13-09-2020
Written in
2019/2020

Complete samenvatting van de hoorcolleges Staatsrecht II voor het mondeling of het tentamen! Docent: Bovend'Eert Jaar: 2019/2020

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
September 13, 2020
Number of pages
72
Written in
2019/2020
Type
Summary

Subjects

Content preview

Hoorcolleges Staatsrecht II : Vergelijkend staatsrecht landen EU en de VS

Gemeenschappelijke kenmerken tussen de landen die in deze cursus worden vergeleken:
 Uitgangspunten: rechtstaatsprincipe – rule of law, grondrechten, democratie.
o Hierdoor is er een basis om te vergelijken. Noord-Korea zou appels met peren
vergelijken zijn.
 Regeringsstructuur: alle landen hebben een regering met een regeringsleider, ministers,
staatssecretarissen. Hier zitten in alle landen weer bepaalde verhoudingen tussen.
 Vertegenwoordigend lichaam (allemaal een parlement met wetgevingsbevoegdheid – ook
twee kamer stelsels)
 Onafhankelijke rechter en toetsing (allemaal onafhankelijk gerecht en allen vormen van
constitutionele toetsing)
Verschillen:
 Verschillende begrippen en constructies
 Verschillende achtergronden

,1/2. Staatsvorm
 Staatsvorm = de verhouding tussen de verschillende overheidsambten. In Nederland is dat
het Rijk, Provincie en Gemeenten.
 Dus niet binnen één overheidsverband (regering, parlement, rechterlijke macht), maar naar de
centrale overheidsverbanden. Dit is een staatsvorm.
 De staatsvorm is vaak een reactie op de historie van een land. Hier zit een historisch
component achter.
- Unitarisme: eenheidsstaat/centraal gezag
Terug te zien in gedecentraliseerde eenheidsstaat. Gaat vooral om het streven naar eenheid in de
staat. Voorbeeld:
- Frankrijk  eenheidsstraat met een sterk centraal gezag (namelijk Macron/President).
- VK: máár aantekening: dit is eigenlijk een eenheidsstaat in transitie. Zij hebben namelijk
Schotland en Wales – hier zijn autonome bevoegdheden aan toegekend. Zij zitten dus
tussen een eenheidsstaat en een federale staat in.
- Nederland = ook eenheidsstaat, maar kanttekening = Koninkrijk  Caribisch Gebied. In
dit samenwerkingsverband is zij een federatie.
- Federalisme: statenbond ofwel confederatie (zwak)
Dit is een verdragsconstructie van soevereine staten die samen werken. (denk aan Republiek der
Zeven Verenigde Nederland). Komt voort uit de 17 e en 18e eeuw. Dit is beetje vergane glorie.
Maar tegenwoordig is een goed voorbeeld:
- Europa. Dit is ook een statenbond, maar met sterk federale trekken  zij gaat dus de
kant op van sterk federalisme (een federale staat). Zijn echter allemaal
verdragssamenwerkingen.
- Federalisme: federale staat of bondsstaat (sterk)
Eén soevereine federale staat waarin de deelgebieden samenwerken op basis van een grondwet.
Dus niet op basis een verdrag! Is dus geen voorkeursrechtelijke samenwerking, maar een
staatsrechtelijke samenwerking. Hier is geen recht om uit te stappen; geen recht op secessie.
- Federale staatsvorm is sterker vertegenwoordigd in de Westerse Wereld dan den
eenheidsstaat.
- Namelijk: VS, Canada, Zuid-Amerika: Brazilië, Argentinië, Venezuela
- Europa: Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Italië, Denemarken, België en nieuwe
Federale staten in Oostblok.

1. Staatsvorm BRD = Federalisme (sterk): de Bondsstaat.
Kenmerken
 Tweeledige staat: het is een samengestelde staat.
Twee staatsniveaus: de staat als geheel (verband) en de deelstaten (de landen; der länder. In VS
the States).
 Statelijkheid deelstaten: de deelgebieden hebben in belangrijke mate de kenmerken van een
staat. Historisch waren dit soevereine staten die samen gingen in één grote federale staat.
Duitsland begon als een Duitse bond met kleine Koninkrijken en groeide samen tot een federale
staat.
- De statelijkheid van de deelgebieden komt naar voren in het feit dat zij een volwaardige
overheidsorganisatie hebben (eigen regering, parlement en rechtelijke macht). In
Duitsland zijn er 16 deelstaten, dus 17 overheidsorganisaties. Voor een groot deel hebben
zij soevereiniteit: maar geen volledige soevereiniteit. Het zijn géén soevereine staten die
zelf deel uitmaken van de staat.
 Staatsrechtelijke samenwerkingsverband op basis van een Grondwet (eenheid in
constitutioneel recht)
- Er zijn meerdere grondwetten: de federale Grondwet (Grundgesetz) en de Grondwet van
elke deelstaat.
- In een Bondstaat kunnen er niet hele grote verschillen zijn tussen de deelstaten. Dat
betekent dat er een zekere eenheid moet zijn in het staatsrecht: eenheid tussen het

, staatsrecht in de deelstaten en in die Federale staat. In Duitsland is in de federale
Grondwet vastgelegd dat voor al die deelstaten geldt dat zij een republiek moeten zijn en
een parlementaire democratie. Dit zijn de basisvereisten voor de inrichting van de staat.
 Loyaliteit: een verplichting om samen te werken. Je zit samen in de bondsrepubliek, als er één
deelstaat is waar het slecht mee gaat dan moeten de anderen deelstaten te hulp schieten. Niet
elkaars concurrent  staten mogen niet proberen om bijvoorbeeld bedrijven weg te lokken uit een
ander staat. Er geldt loyaliteit!
- = Ongeschreven beginsel in het Duitse Staatsrecht.
 Voorrang federaal recht ‘Bundesrecht bricht Landesrecht’ (artikel 31 GG)
Federale wetgeving werkt door in de deelstaten en heeft voorrang boven het recht van de
deelstaten.
 Constitutioneel hof: geschillen tussen de deelstaten en de federale overheid worden beslist over
door de het Constitutioneel hof. Vaak competentiegeschillen.
 Zeggenschap deelstaten op federaal niveau: In Duitsland gebeurt dat door de Bondsraad. Daar
zitten vertegenwoordigers van de deelstaten en die stemmen mee over wetgeving. Zij kunnen
wetgeving van de federale overheid goedkeuren.

Geschiedenis
Historisch gezien bestond Duitsland uit allerlei kleine Staten als een statenbond met federale trekken
(statenbond) met Pruisen als grote Duitse Staat.
Hervorming van deze bond vond plaats na oorlog binnen de bond (Oostenrijk Pruisen)
 1866. Bond werd hervormt tot federale staat: de Noord-Duitse Bond.
Dit is een klassiek voorbeeld van het samengaan van Staten in één grote staat.
 1871: het Duitse Keizerrijk (eerste federale Duitse staat)
Dan breekt eerste wereldoorlog uit  keizer Wilhelm II treedt af.
 1918: Republiek van Weimar (ook een federale staat)
 1933: Derde Rijjk. Binnen twee maanden wordt de federale staat opgeheven (Machtigingswet
1933: rijksregering kreeg wetgevende bevoegdheid/rijksdag buiten spel).
Alles wordt onder één gezag geplaatst = eenheidsstaat onder dictatoriale leider.
 1949: BRD
Na de 2e wereldoorlog is de logische reactie terug naar een federale staat (overigens verplicht
gesteld door geallieerden). Het idee hiervan was:
o Dit voorkomt machtsconcentratie: bevordert verdeling van macht.
o Democratisch: burgers hebben zeggenschap op verschillende niveaus
o Brengt het bestuur dichter bij de burgers: op lokaal niveau.
 1990: Duitse hereniging = DDR-landen kwamen terug bij BRD.

Democratie als eeuwigheidsgarantie
 Art 20 GG: Die BRD ist ein demokratischer und sozialer Bundesstaat
De BRD wordt in de Grondwet gekwalificeerd als federale staat en als een democratie en sociale
staat. (Bundesstaat)! Het is een van de belangrijkste kenmerken van de federale staat. Federale
karakter is een wezenskenmerk. Dat wezenskenmerk wordt verankerd in:
 Art. 79.3 GG (eeuwigheidsgarantie): hierin is vastgelegd dat bepaalde beginselen in de Grondwet
niét mogen worden veranderd. Het is ontoelaatbaar om bepaalde beginselen te veranderen. Dit
zijn de beginselen neergelegd in artikel 1 en 20 GG. Deze zijn onveranderlijk. Zij moeten áltijd een
democratie blijven, altijd een sociale staat en altijd een bondsstaat blijven.
 Kan dit niet veranderd worden? Ja, met een nieuwe grondwet op basis van een referendum. Dus
als het volk daartoe zou besluiten. Maar bij wijziging van grondwet dat mag NIET! Alleen op basis
van een nieuwe constitutie op basis van een referendum. Duitsland zal altijd een soevereine staat
moeten blijven  dit stelt ook een grens aan federalisering van de EU. De Unie kan namelijk niet
verlangen dat Duitsland overgaat in een federaal Europa.

, Verdeling bevoegdheden federaal – deelstaat.
 Art. 30 GG: de uitoefening van bevoegdheden komt primair toe aan de deelstaat. Zij hebben
het primaat. Die bevoegdheid komt toe aan de deelstaten tenzij de grondwet bevoegdheden
opdraagt aan de federale overheid (=uitgangspunt)

Wetgevingsbevoegdheden
 70 GG: de deelstaten (die länder) hebben wetgevingsbevoegdheid op alle terreinen, tenzij de
grondwet de federale wetgever bevoegd acht.
 73 GG: op welke terreinen de federale wetgever exclusief bevoegd is. Bijvoorbeeld defensie,
eurostelsel, nationaliteit, strijd tegen terrorisme. Dit zijn van oudsher de terreinen die exclusief zijn
voorbehouden aan de nationale wetgever.  beperkt dus de bevoegdheid van deelstaten in grote
mate.
 72, en 74 GG: concurrerende bevoegdheden!
= typisch Duits aan de wetgevingsbevoegdheden. Deelstaten én eventueel de federale wetgever
zijn beide bevoegd. Uitgangspunt = deelstaat mag wetgeving tot stand brengen, totdat de centrale
wetgever met het oog op de noodzakelijke eenheid een nationale wet tot stand brengt (72 lid 1) In
dat geval vervalt die bevoegdheid.
o In de praktijk heeft nationale wetgever op bijna alle terreinen wetgeving tot stand heeft
gebracht - is dus helemaal uitgehold. De bevoegdheid van de deelstaten bijna verdwenen. Dat
vond men ook iets te verstrekkend, dus: 72 lid 3 GG. Te zien is dat de deelstaten op een
aantal terreinen regelingen mogen maken die afwijken van centrale wetgeving.
o Dat is een doorbreking van het principe van 31 GG. Normaal gaat federaal recht voor: alleen
hier kan dit voorrang hebben. Dit gaat bijvoorbeeld over jagen, natuurbescherming en
ruimtelijke ordening.

Bestuursbevoegdheden
Op wetgevingsterrein is de wetgeving dus bijna allemaal nationale wetgeving. Besturen is uitvoeren
van wetgeving.
 In Nederland: nationale wetten worden op nationaal niveau uitgevoerd (ministeries)
 In Duitsland: nationale wetten worden op deelstaatniveau uitgevoerd. De ministeries in de
deelstaten hebben de uitvoerende functie voor nationale wetten én wetten van de deelstaten
(ministeries zitten in deelstaten, niet in Berlijn!)
o 83 GG: deelstaten voeren bondswetten uit
o 84 GG: toezicht door beleidsregels
 Als het gaat om uitvoering van bestuur liggen alleen buitenlandse betrekkingen niet op
deelstaatniveau, dit is een aangelegenheid van de federale overheid (32 lid 1 GG)
 Let op: maakt het wel mogelijk dat deelstaten verdragen sluiten. Zij zijn in zekere zin soeverein!
Typisch federaal. Máár altijd met goedkeuring van de centrale regering. (32 lid 3 GG)

Rechtspraak
92 GG: In Duitsland vindt rechtspraak in eerste instantie en in hoger beroep plaats op deelstaatniveau
en in hoogste instantie op federaal niveau. Alle andere rechtspraak is rechtspraak van de deelstaten.
Rechters worden benoemd door de regering van de deelstaat, behalve op het hoogste niveau.

Conclusie BRD
 Bij wetgeving heeft de federale overheid overwicht
 Bij bestuur en bij rechtspraak heeft deelstaat het overwicht.
 De trend is steeds verdergaande uniformering: meer macht voor de centrale overheid. Een
federale staat groeit steeds verder naar een eenheidsstaat als men niet oppast: dit zie je in alle
moderne westerse federale staten gebeuren.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
gasm Radboud Universiteit Nijmegen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
26
Member since
7 year
Number of followers
24
Documents
26
Last sold
2 year ago

3.3

3 reviews

5
0
4
1
3
2
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions