BTW I
Hoofdstuk 1: Algemeenheden
1.1 Werkingsmechanisme btw
Organisaties, ondernemingen ≠ geïsoleerde entiteiten.
Ondernemingen maken deel uit van een netwerk en staan continu in interactie met andere
spelers op de markt.
Ondernemingen maken deel uit van een bedrijfskolom.
Wat is een bedrijfskolom?
Een verzameling van bedrijven die zich met de opeenvolgende fasen van het productieproces
bezighouden. De bedrijfskolom is dus de naam voor de opeenvolgende stappen die een
product doormaakt, voordat het bij de klant, consument is.
Bij elke fase in het productieproces wordt er waarde toegevoegd aan het product. Dat wil
zeggen dat het meer geschikt wordt gemaakt om te gebruiken door de consument.
Wie betaalt uiteindelijk alle btw?
De consument, hij is de belastingdrager, aangezien hij de btw nergens kan recupereren of
aftrekken. De btw wordt daarom ook een verbruiksbelasting genoemd; de belasting die je
moet betalen omdat je eindgebruiker/verbruiker van een goed/ dienst bent.
Definitie
Verbruiksbelasting op goederen en diensten (kapper, taxirit,...)
Stapsgewijs geïnd bij elke transactie in de bedrijfskolom o.b.v de toegevoegde waarde.
Stapsgewijs: de overheid wacht niet tot het product/ de dienst zijn eindbestemming bereikt
heeft om de belasting te innen. De inning gebeurt in elke fase van de productie en de
distributie, o.b.v de aldaar gerealiseerde toegevoegde waarde = gefractioneerde betalingen.
Ondernemingen zijn de belastingbetalers, maar niet de belastingsdragers.
Ze zijn belastingplichtigen: zij hebben de plicht om de belasting (het saldo tussen de betaalde
btw aan de leverancier en de verschuldigde btw) door te storten aan de staat.
Voor btw-plichtigen is de btw dus in principe NOOIT een kostprijselement!
Het btw-mechanisme is voor ondernemers dan ook steeds een nuloperatie!
Neutraliteitsbeginsel (aandacht voor uitzonderingen)
,Btw-belastingplichtige handelaar
- ontvangt btw van zijn klanten en moet die doorstorten aan de staat
= verschuldigd btw
- mag de btw die hij zelf betaald heeft op aankopen in het kader van zijn economische
activiteit aftrekken
= aftrekbare btw
= recht op aftrek van voorbelasting
- de afrekening gebeurt aan de hand van de maandelijkse of driemaandelijkse
btw-aangiften
Handboek p 14
1. Toeleveringsbedrijven: ontvangt de btw van de klant die moet doorgestort
worden/verschuldigd is aan de staat.
Boekhouding
40 Handelsdebiteuren 302,50
70 Omzet 250
45 Verschuldigd btw 52,50
verkoopfactuur aan fietsenfabrikant
Saldo verschuldigd aan de staat= 52,50 euro
m.a.w 21% * toegevoegde waarde nl. 250 euro
2. Fietsenfabrikant: mag de btw aftrekken die betaald wordt op aankopen.
Boekhouding
60 Aankopen 250
41 Aftrekbare btw 52,50
44 Leveranciers 302,50
aankoopfactuur van toeleveringsbedrijven
Boekhouding
40 Handelsdebiteuren 484
70 Omzet 400
45 Verschuldigd btw 84
verkoopfactuur aan fietsenhandelaar
Ontvangt de btw van de klant die moet doorgestort worden/verschuldigd is aan de staat.
Saldo verschuldigd aan de staat= 31,50 euro
m.a.w 21 * toegevoegde waarde nl. 150 euro
,3. Fietsenhandelaar: mag de btw aftrekken die betaald wordt op aankopen.
Boekhouding
60 Aankopen 400
41 Aftrekbare btw 84
44 Leveranciers 484
aankoopfactuur van fietsenfabrikant
Boekhouding
40 Handelsdebiteuren 605
70 Omzet 500
45 Verschuldigd btw 105
verkoop aan klant = particulier
Ontvangt de btw van de klant die doorgestort wordt/verschuldigd is aan de staat.
Saldo verschuldigd aan de staat= 21 euro
m.a.w 21% * toegevoegde waarde nl. 100 euro
4. Klant: betaalt 605 euro
= 500 euro + 105 euro btw
DUS
De btw die de onderneming betaalt aan de leveranciers is aftrekbaar. De btw die de
onderneming ontvangt van de klant is verschuldigd aan de staat. De verbruiksbelasting heeft
dus geen impact op de kosten/opbrengsten van de onderneming.
Elke onderneming in deze bedrijfskolom heeft een saldo verschuldigd aan de staat, maar zij
betalen deze verbruiksbelasting enkel en dragen ze niet. Dit in tegenstelling tot de
consument die de belasting betaalt en draagt op de volledige toegevoegde waarde. De
consument kan de btw niet recupereren.
De staat int de btw in elke fase van het proces (gefractioneerd) en wacht niet tot de betaling
van de eindconsument.
Vooruitblik naar de btw-aangifte:
Zowel de toeleveringsbedrijven, de fietsenfabrikant als de fietsenhandelaar zullen
(maandelijks/driemaandelijks) een btw-aangifte moeten opmaken en indienen. Voor de
fietsenhandelaar zou deze er als volgt kunnen uitzien.
Oefening zie handboek p 14
, 1.2 Situering
● Fiscaal recht
● Indirecte belastingen <> directe belastingen
○ Indirecte belastingen: btw, accijnzen, milieubelastingen,...
Belastingen op eenmalige gebeurtenis of feit.
Voorbeeld: aankoop van een wagen
○ Directe belastingen: personenbelasting, vennootschapsbelasting,
rechtspersonenbelasting.
Voorbeeld: belasting op een duurzame toestand, een periode
1.3 Europese belasting
Basis voor de heffing= overdracht van goederen en diensten
=> verbruiksbelasting, feitenbelasting
Europese belasting
1971: invoering van btw-wetgeving in België.
- Harmonisatie EUropese Unie
Europa
Harmonisatie wetgeving via
1) Richtlijnen
- communautaire rechtsorde
- lidstaten implementeren in nationaal recht
2) Verordeningen
Geharmoniseerd ≠ identiek
Terminologie: belastingplichtige, belastbare handeling, maatstaf van heffing
1993: nieuwe mijlpaal= afschaffing van de fiscale grenzen voor alle handelingen tussen
lidstaten
1.4 Toepassingsgebied
1.4.1 Territoriaal p 15 handboek
1.4.2 Belastbare handelingen
Binnenland
- leveringen van goederen
- verstrekken van diensten
Gemeenschap: 27 lidstaten
- intracommunautaire handelingen
Derde land
- invoer en uitvoer
Algemene regel: elk lidstaat is bevoegd belastingen te heffen binnen het eigen grondgebied
1) Levering van goederen en diensten aan Belgische btw onderworpen wanneer
onderstaande voorwaarden voldaan zijn.
- hier te lande
- als zodanig handelende btw-plichtige
- onder bezwarende titel (niet gratis, er is een tegenprestatie
2) Invoer
Als goederen van buiten de EU in België ingevoerd worden, is btw verschuldigd, wie ook de
invoerder is
3) Intracommunautaire verwerving
Belgische btw-plichtige verwerft goederen of diensten uit een andere lidstaat -> er is
belgische btw verschuldigd
Hoofdstuk 1: Algemeenheden
1.1 Werkingsmechanisme btw
Organisaties, ondernemingen ≠ geïsoleerde entiteiten.
Ondernemingen maken deel uit van een netwerk en staan continu in interactie met andere
spelers op de markt.
Ondernemingen maken deel uit van een bedrijfskolom.
Wat is een bedrijfskolom?
Een verzameling van bedrijven die zich met de opeenvolgende fasen van het productieproces
bezighouden. De bedrijfskolom is dus de naam voor de opeenvolgende stappen die een
product doormaakt, voordat het bij de klant, consument is.
Bij elke fase in het productieproces wordt er waarde toegevoegd aan het product. Dat wil
zeggen dat het meer geschikt wordt gemaakt om te gebruiken door de consument.
Wie betaalt uiteindelijk alle btw?
De consument, hij is de belastingdrager, aangezien hij de btw nergens kan recupereren of
aftrekken. De btw wordt daarom ook een verbruiksbelasting genoemd; de belasting die je
moet betalen omdat je eindgebruiker/verbruiker van een goed/ dienst bent.
Definitie
Verbruiksbelasting op goederen en diensten (kapper, taxirit,...)
Stapsgewijs geïnd bij elke transactie in de bedrijfskolom o.b.v de toegevoegde waarde.
Stapsgewijs: de overheid wacht niet tot het product/ de dienst zijn eindbestemming bereikt
heeft om de belasting te innen. De inning gebeurt in elke fase van de productie en de
distributie, o.b.v de aldaar gerealiseerde toegevoegde waarde = gefractioneerde betalingen.
Ondernemingen zijn de belastingbetalers, maar niet de belastingsdragers.
Ze zijn belastingplichtigen: zij hebben de plicht om de belasting (het saldo tussen de betaalde
btw aan de leverancier en de verschuldigde btw) door te storten aan de staat.
Voor btw-plichtigen is de btw dus in principe NOOIT een kostprijselement!
Het btw-mechanisme is voor ondernemers dan ook steeds een nuloperatie!
Neutraliteitsbeginsel (aandacht voor uitzonderingen)
,Btw-belastingplichtige handelaar
- ontvangt btw van zijn klanten en moet die doorstorten aan de staat
= verschuldigd btw
- mag de btw die hij zelf betaald heeft op aankopen in het kader van zijn economische
activiteit aftrekken
= aftrekbare btw
= recht op aftrek van voorbelasting
- de afrekening gebeurt aan de hand van de maandelijkse of driemaandelijkse
btw-aangiften
Handboek p 14
1. Toeleveringsbedrijven: ontvangt de btw van de klant die moet doorgestort
worden/verschuldigd is aan de staat.
Boekhouding
40 Handelsdebiteuren 302,50
70 Omzet 250
45 Verschuldigd btw 52,50
verkoopfactuur aan fietsenfabrikant
Saldo verschuldigd aan de staat= 52,50 euro
m.a.w 21% * toegevoegde waarde nl. 250 euro
2. Fietsenfabrikant: mag de btw aftrekken die betaald wordt op aankopen.
Boekhouding
60 Aankopen 250
41 Aftrekbare btw 52,50
44 Leveranciers 302,50
aankoopfactuur van toeleveringsbedrijven
Boekhouding
40 Handelsdebiteuren 484
70 Omzet 400
45 Verschuldigd btw 84
verkoopfactuur aan fietsenhandelaar
Ontvangt de btw van de klant die moet doorgestort worden/verschuldigd is aan de staat.
Saldo verschuldigd aan de staat= 31,50 euro
m.a.w 21 * toegevoegde waarde nl. 150 euro
,3. Fietsenhandelaar: mag de btw aftrekken die betaald wordt op aankopen.
Boekhouding
60 Aankopen 400
41 Aftrekbare btw 84
44 Leveranciers 484
aankoopfactuur van fietsenfabrikant
Boekhouding
40 Handelsdebiteuren 605
70 Omzet 500
45 Verschuldigd btw 105
verkoop aan klant = particulier
Ontvangt de btw van de klant die doorgestort wordt/verschuldigd is aan de staat.
Saldo verschuldigd aan de staat= 21 euro
m.a.w 21% * toegevoegde waarde nl. 100 euro
4. Klant: betaalt 605 euro
= 500 euro + 105 euro btw
DUS
De btw die de onderneming betaalt aan de leveranciers is aftrekbaar. De btw die de
onderneming ontvangt van de klant is verschuldigd aan de staat. De verbruiksbelasting heeft
dus geen impact op de kosten/opbrengsten van de onderneming.
Elke onderneming in deze bedrijfskolom heeft een saldo verschuldigd aan de staat, maar zij
betalen deze verbruiksbelasting enkel en dragen ze niet. Dit in tegenstelling tot de
consument die de belasting betaalt en draagt op de volledige toegevoegde waarde. De
consument kan de btw niet recupereren.
De staat int de btw in elke fase van het proces (gefractioneerd) en wacht niet tot de betaling
van de eindconsument.
Vooruitblik naar de btw-aangifte:
Zowel de toeleveringsbedrijven, de fietsenfabrikant als de fietsenhandelaar zullen
(maandelijks/driemaandelijks) een btw-aangifte moeten opmaken en indienen. Voor de
fietsenhandelaar zou deze er als volgt kunnen uitzien.
Oefening zie handboek p 14
, 1.2 Situering
● Fiscaal recht
● Indirecte belastingen <> directe belastingen
○ Indirecte belastingen: btw, accijnzen, milieubelastingen,...
Belastingen op eenmalige gebeurtenis of feit.
Voorbeeld: aankoop van een wagen
○ Directe belastingen: personenbelasting, vennootschapsbelasting,
rechtspersonenbelasting.
Voorbeeld: belasting op een duurzame toestand, een periode
1.3 Europese belasting
Basis voor de heffing= overdracht van goederen en diensten
=> verbruiksbelasting, feitenbelasting
Europese belasting
1971: invoering van btw-wetgeving in België.
- Harmonisatie EUropese Unie
Europa
Harmonisatie wetgeving via
1) Richtlijnen
- communautaire rechtsorde
- lidstaten implementeren in nationaal recht
2) Verordeningen
Geharmoniseerd ≠ identiek
Terminologie: belastingplichtige, belastbare handeling, maatstaf van heffing
1993: nieuwe mijlpaal= afschaffing van de fiscale grenzen voor alle handelingen tussen
lidstaten
1.4 Toepassingsgebied
1.4.1 Territoriaal p 15 handboek
1.4.2 Belastbare handelingen
Binnenland
- leveringen van goederen
- verstrekken van diensten
Gemeenschap: 27 lidstaten
- intracommunautaire handelingen
Derde land
- invoer en uitvoer
Algemene regel: elk lidstaat is bevoegd belastingen te heffen binnen het eigen grondgebied
1) Levering van goederen en diensten aan Belgische btw onderworpen wanneer
onderstaande voorwaarden voldaan zijn.
- hier te lande
- als zodanig handelende btw-plichtige
- onder bezwarende titel (niet gratis, er is een tegenprestatie
2) Invoer
Als goederen van buiten de EU in België ingevoerd worden, is btw verschuldigd, wie ook de
invoerder is
3) Intracommunautaire verwerving
Belgische btw-plichtige verwerft goederen of diensten uit een andere lidstaat -> er is
belgische btw verschuldigd