POLITIEK & ACTUALITEIT
Samenvatting examens januari 2024-2025
ARTEVELDEHOGESCHOOL
0
,CONTEXT 3: POLITIEK EN ACTUALITEIT
INHOUD
Context 3 – les 1 // 26/09/2024 ............................................................................................................ 4
1. De kenmerken van het ancien regime ........................................................................................... 4
1.1. Vooraf situering .................................................................................................................. 4
1.2. Tijdlijn................................................................................................................................. 5
1.3. De grote aanwezigheid van geweld in de late middeleeuwen ................................................ 6
1.3.1. Het criminele geweld ................................................................................................... 6
1.3.2. De onmenselijke folteringen ........................................................................................ 7
1.3.3. Het katholiek-religieuze geweld tegenover de heidenen of de ‘ongelovigen’ ................... 7
1.4. Het religieuze geweld tegenover de joden ............................................................................ 8
1.4.1. De complexe relatie tussen de joden en de katholieken: het religieuze antisemitisme ... 8
1.4.2. De discriminerende maatregelen tegenover de joden en de gevolgen daarvan: de aanzet
tot haat en geweld ....................................................................................................................... 8
1.4.3. Het aanzetten tot haat en geweld d.m.v. het woord, het beeld en de
complottheorieën/samenzweringstheorieën tegenover de Joden .................................................. 9
Context 3 – les 2 // 7/10/2024 ............................................................................................................ 11
1.5. De standenmaatschappij .................................................................................................. 11
1.5.1. De 3 redenen destijds de rechtsongelijkheid, de organische visie op de maatschappij en
het katholieke lotsdenken.......................................................................................................... 11
1.5.2. De bevoorrechte groepen/standen............................................................................. 12
2. Het humanisme – zie Zelfstudie 1!!............................................................................................. 14
Context 3 – les 3 // 21/10/2024 .......................................................................................................... 15
3. De overgangsperiode van het Ancien Regime naar de Hedendaagse Tijd (1648-1789) .................. 15
3.1. De herverdeling van Europa in overwegend katholieke landen en overwegend protestantse
landen met de vrede van Westfalen in 1648 en dit naar aanleiding van de godsdienstoorlogen (1568-
1648) 15
3.1.1. De machtsverschuiving in Europa .............................................................................. 16
3.2. De doorbraak van het vorstelijk absolutisme ...................................................................... 17
3.3. De opkomst van de Europese nationale staten: (+actueel verband) .................................... 18
3.4. Vier belangrijke conclusies in verband met de (huidige) rechtstaat ..................................... 19
Context 3 – les 4 // 13/11/2024 .......................................................................................................... 21
3.5. De toepassing van de rechtstaat in de hedendaagse periode .............................................. 21
1
, 3.5.1. De quasi absolute vrijheid van meningsuiting vanaf 1831 en de problematische
toepassing daarvan in het interbellum........................................................................................ 22
3.5.2. De opstelling van het Europees Verdrag van de Mens in 1948, de oprichting van het
Europees Hof van de Rechten van de Mens en het Grondwettelijk Hof in België. .......................... 24
3.5.3. De huidige beperkingen op de vrijheid van meningsuiting door de antiracismewet van
1981 en de uitbreiding van de wet in 2007: aanleiding, bespreking en toepassing/discussie. ........ 25
3.6. Het Verlichtingsdenken: zie zelfstudie 2: ............................................................................ 28
3.6.1. De hedendaagse scheiding tussen kerk en staat: de toepassing door de
Belgische/Vlaamse overheid van de levensbeschouwelijke neutraliteit: het passief versus het actief
pluralisme................................................................................................................................. 28
Context 3 – les 5 // 5/12/2024 ............................................................................................................ 29
1. De vastlegging van de taalgrens in 1962 en de grondwettelijk indeling van de vier taalgebieden in
1970 ................................................................................................................................................ 29
1.1. Het Nederlandstalig taalgebied + een historische schets van de vernederlandsing van
Vlaanderen. .................................................................................................................................. 29
1.2. Het tweetalig hoofdstedelijk gebied Brussel (zie illustratie blz. 306-307) + een historische
schets van de verfransing van Brussel, de evolutie naar een tweetalig Brussel, de huidige onvolledige
toepassing van de tweetaligheid en enkele recente evoluties in Brussel. ......................................... 33
1.3. Het Franstalig taalgebied. ................................................................................................. 37
1.4. Het Duitstalig taalgebied. .................................................................................................. 37
2. Het federaliseringsproces via de 6 staatshervormingen van: 1970, 1980, 1988, 1993, 2000-2001,
2010-2011........................................................................................................................................ 37
2.1. Het proces van federalisering ging gepaard met: ................................................................ 37
2.2. De overdracht/overheveling van macht van het Belgische bestuursniveau naar dat van de
regio's/deelstaten: ........................................................................................................................ 39
Context 3 – les 6 // 19/12/2024 .......................................................................................................... 41
3. De uitgangspunten van een federale staat: ................................................................................. 41
3.1. De macht is min of meer gelijk verdeeld tussen de federatie en de deelstaten. .................... 41
3.2. Geen enkele taalgroep of regio mag een andere taalgroep of regio overheersen, controleren of
discrimineren ............................................................................................................................... 41
4. Een uitleg bij het huidige federale niveau: ................................................................................... 42
4.1. De bevoegdheden van de federatie (zie blz. 233). ............................................................... 42
4.2. Het federale parlement: Kamer en Senaat (Zie doorgestuurde illustratie "Het Belgische
Labyrint")...................................................................................................................................... 42
4.3. De federale regering .......................................................................................................... 42
4.4. De beschermingsmechanismen voor de Franstalige minderheid in de federale
ministerraad/federale regering. ..................................................................................................... 42
2
, 4.5. De beschermingsmechanismen voor de Franstalige minderheid in de Kamer van
Volksvertegenwoordigers = parlement ........................................................................................... 43
5. De 3 gemeenschapp/en, de persoonsgebonden bevoegdheden en de tweeledige
gemeenschapsvorming in Brussel..................................................................................................... 43
6. De drie gewesten, de grondgebonden bevoegdheden en de beschermingsmechanismen voor de
Vlamingen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. ............................................................................ 44
3
Samenvatting examens januari 2024-2025
ARTEVELDEHOGESCHOOL
0
,CONTEXT 3: POLITIEK EN ACTUALITEIT
INHOUD
Context 3 – les 1 // 26/09/2024 ............................................................................................................ 4
1. De kenmerken van het ancien regime ........................................................................................... 4
1.1. Vooraf situering .................................................................................................................. 4
1.2. Tijdlijn................................................................................................................................. 5
1.3. De grote aanwezigheid van geweld in de late middeleeuwen ................................................ 6
1.3.1. Het criminele geweld ................................................................................................... 6
1.3.2. De onmenselijke folteringen ........................................................................................ 7
1.3.3. Het katholiek-religieuze geweld tegenover de heidenen of de ‘ongelovigen’ ................... 7
1.4. Het religieuze geweld tegenover de joden ............................................................................ 8
1.4.1. De complexe relatie tussen de joden en de katholieken: het religieuze antisemitisme ... 8
1.4.2. De discriminerende maatregelen tegenover de joden en de gevolgen daarvan: de aanzet
tot haat en geweld ....................................................................................................................... 8
1.4.3. Het aanzetten tot haat en geweld d.m.v. het woord, het beeld en de
complottheorieën/samenzweringstheorieën tegenover de Joden .................................................. 9
Context 3 – les 2 // 7/10/2024 ............................................................................................................ 11
1.5. De standenmaatschappij .................................................................................................. 11
1.5.1. De 3 redenen destijds de rechtsongelijkheid, de organische visie op de maatschappij en
het katholieke lotsdenken.......................................................................................................... 11
1.5.2. De bevoorrechte groepen/standen............................................................................. 12
2. Het humanisme – zie Zelfstudie 1!!............................................................................................. 14
Context 3 – les 3 // 21/10/2024 .......................................................................................................... 15
3. De overgangsperiode van het Ancien Regime naar de Hedendaagse Tijd (1648-1789) .................. 15
3.1. De herverdeling van Europa in overwegend katholieke landen en overwegend protestantse
landen met de vrede van Westfalen in 1648 en dit naar aanleiding van de godsdienstoorlogen (1568-
1648) 15
3.1.1. De machtsverschuiving in Europa .............................................................................. 16
3.2. De doorbraak van het vorstelijk absolutisme ...................................................................... 17
3.3. De opkomst van de Europese nationale staten: (+actueel verband) .................................... 18
3.4. Vier belangrijke conclusies in verband met de (huidige) rechtstaat ..................................... 19
Context 3 – les 4 // 13/11/2024 .......................................................................................................... 21
3.5. De toepassing van de rechtstaat in de hedendaagse periode .............................................. 21
1
, 3.5.1. De quasi absolute vrijheid van meningsuiting vanaf 1831 en de problematische
toepassing daarvan in het interbellum........................................................................................ 22
3.5.2. De opstelling van het Europees Verdrag van de Mens in 1948, de oprichting van het
Europees Hof van de Rechten van de Mens en het Grondwettelijk Hof in België. .......................... 24
3.5.3. De huidige beperkingen op de vrijheid van meningsuiting door de antiracismewet van
1981 en de uitbreiding van de wet in 2007: aanleiding, bespreking en toepassing/discussie. ........ 25
3.6. Het Verlichtingsdenken: zie zelfstudie 2: ............................................................................ 28
3.6.1. De hedendaagse scheiding tussen kerk en staat: de toepassing door de
Belgische/Vlaamse overheid van de levensbeschouwelijke neutraliteit: het passief versus het actief
pluralisme................................................................................................................................. 28
Context 3 – les 5 // 5/12/2024 ............................................................................................................ 29
1. De vastlegging van de taalgrens in 1962 en de grondwettelijk indeling van de vier taalgebieden in
1970 ................................................................................................................................................ 29
1.1. Het Nederlandstalig taalgebied + een historische schets van de vernederlandsing van
Vlaanderen. .................................................................................................................................. 29
1.2. Het tweetalig hoofdstedelijk gebied Brussel (zie illustratie blz. 306-307) + een historische
schets van de verfransing van Brussel, de evolutie naar een tweetalig Brussel, de huidige onvolledige
toepassing van de tweetaligheid en enkele recente evoluties in Brussel. ......................................... 33
1.3. Het Franstalig taalgebied. ................................................................................................. 37
1.4. Het Duitstalig taalgebied. .................................................................................................. 37
2. Het federaliseringsproces via de 6 staatshervormingen van: 1970, 1980, 1988, 1993, 2000-2001,
2010-2011........................................................................................................................................ 37
2.1. Het proces van federalisering ging gepaard met: ................................................................ 37
2.2. De overdracht/overheveling van macht van het Belgische bestuursniveau naar dat van de
regio's/deelstaten: ........................................................................................................................ 39
Context 3 – les 6 // 19/12/2024 .......................................................................................................... 41
3. De uitgangspunten van een federale staat: ................................................................................. 41
3.1. De macht is min of meer gelijk verdeeld tussen de federatie en de deelstaten. .................... 41
3.2. Geen enkele taalgroep of regio mag een andere taalgroep of regio overheersen, controleren of
discrimineren ............................................................................................................................... 41
4. Een uitleg bij het huidige federale niveau: ................................................................................... 42
4.1. De bevoegdheden van de federatie (zie blz. 233). ............................................................... 42
4.2. Het federale parlement: Kamer en Senaat (Zie doorgestuurde illustratie "Het Belgische
Labyrint")...................................................................................................................................... 42
4.3. De federale regering .......................................................................................................... 42
4.4. De beschermingsmechanismen voor de Franstalige minderheid in de federale
ministerraad/federale regering. ..................................................................................................... 42
2
, 4.5. De beschermingsmechanismen voor de Franstalige minderheid in de Kamer van
Volksvertegenwoordigers = parlement ........................................................................................... 43
5. De 3 gemeenschapp/en, de persoonsgebonden bevoegdheden en de tweeledige
gemeenschapsvorming in Brussel..................................................................................................... 43
6. De drie gewesten, de grondgebonden bevoegdheden en de beschermingsmechanismen voor de
Vlamingen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. ............................................................................ 44
3