HC intro, 7-1
Inleiding
Abdomen -> tussen het thorax en het bekken
- holte van dit gedeelte van de romp met daarin de belangrijkste organen.
Cursus
- combinatie anatomie en fysiologie.
- structuur van buik en buikholte.
- betrokken orgaansystemen (nier fysiologie wel lastig)
- relevante aandoeningen.
Leerdoelen
- bouw, ontwikkeling en topografie van het abdomen beschrijven en de daarin gelegen compartimenten en
structuren herkennen en benoemen.
- bouw en fysiologische aspecten van de tractus digestivus beschrijven en uitleggen en de topografie van de
bij de spijsvertering betrokken buikorganen herkennen en benoemen.
- bouw, ligging en (hoofd)functies van nieren en urinewegen beschrijven en uitleggen.
- pathofysiologie van enkele aandoeningen van het abdomen beschrijven en uitleggen.
- enkele aspecten van het geneeskundig proces beschrijven en uitleggen en kan reflecteren op het begrip
ziekte.
Studiestof
Fundamentals of Anatomy & Physiology -> Ch. 24 t/m 27
- Ch. 24 – The digestive System
- Ch. 25 (25.6 en 25.7) – Metabolism and Energetics
- Ch. 26 The Urinary System
- Ch. 27 – Fluid, Electrolyte and Acid-Base Balance
PR handleidingen
- anatomie -> Abdomen 1 en 2
- fysiologie -> voeding en nieren
- medische consultvoering -> acute buikpijn
Overig:
- college dia’s
- studieopdrachten
- cursus documenten: - itemlijst anatomische termen
- multidisciplinaire richtlijn Ondervoeding
Fysiologie
- Ch. 24 -> checkpoints, figuren, tabellen en spotlights & kernvragen college
,Abdomen
HC 1, 7-1
Anatomie abdomenwand
Abdomen -> het gedeelte van het lichaam tussen de thorax en het bekken.
- de holte van dit gedeelte van de romp met daarin de belangrijkste organen.
Buikwand – abdomenwand (Eng: abdominal wall)
- stevige, maar flexibele wand.
- gekenmerkt door gelaagde structuur.
- functies: - bescherming tegen invloeden van buiten.
- houdt (met hulp) organen (deels) op hun plaats.
- creëert intra-abdominale druk.
- rol in ademhaling (buikspieren).
(- diafragma -> volledige uitademing op tepellijn & ontspanning onderkant van ribben)
- onderverdeling: - anterolaterale buikwand -> - van xiphoïd (onderkant sternum) tot bekken.
- flank tot flank.
- dorsale buikwand -> ong. gelijk met lumbale wervels.
Anterolaterale buikwand – opbouw in lagen
- huid en vetweefsel.
- bindweefsel en spieren.
- vetweefsel en binnenbekleding (= parietale peritoneum, buikvlies).
1e stap – huid en vetweefsel
- vetweefsel -> subcutaan vetweefsel.
- indeling in regio’s, want: - voor gebruik in praktijk.
- referentiekader klachten.
- bijv. : - regio epigastrica -> hoog midden – rondom maag.
- regio umbilicalis -> midden – rondom navel.
- regio inguinalis -> L onder – rondom lies.
- indeling in kwadranten, want: in kader van lichamelijk onderzoek.
- bijv. Links / Rechts & Boven / Onder
Anatomie heeft een rol in de klachten.
- bijv. eerst pijn rondom de navel, dan ziek en niet willen bewegen -> RO -> blinde darmontsteking.
- mogelijk gevolg: appendicitis -> perforatie, alle prut in de buikholte -> peritonitis (buikvlies
ontsteking -> sepsis -> septische shock -> dood.
Subcutis
- onderscheid in: - fascie van Camper -> vetweefsel.
- fascie van Scarpa -> bindweefsel (voor de spieren)
(- tijdens operatie beide lagen hechten.)
- bevat oa: - oppervlakkige (sensorische) zenuwen
- bloedvaten
- lymfevaten
- zweetklieren en haarzakjes
,Abdomen
Tweede stap – meer diepte in
- spieren en diepe fascia
Buitenste schuine buikspier – m. obliquus externus abdominis
- loopt van lateraal hoog naar mediaal laag. (externus) (internus)
- ontspringt van: ribben 5 t/m 12 (thorax).
- hecht aan op: - linea alba – verzameling van vezels (kruising).
- os pubis – schaambeen.
- crista iliaca – bekkenkam.
Binnenste schuine buikwand – m. obliquus internus abdominis
- vezelverloop van lateraal laag naar mediaal hoog.
- ontspringt van: - peesblad rug (ext. vs int.)
- crista iliaca.
- hecht aan op: - ribben 10 t/m 12.
- linea alba. (R externus & L internus)
(- Apollo’s belt’ – Adonis belt -> V bij afgetrainde mensen (begrenzing van deze spier)).
Combinatie van schuine buikspieren -> maken serie van bewegingen mogelijk.
- contractie externus vs internus -> laterale flexie torso – rotatie naar tegengestelde kant.
- contractie externus + internus -> lateraalflexie torso – naar dezelfde kant. (ext. + int.)
Dwarse buikspier (binnenste spierlaag) – m. transversus abdominis
- ontspring van: - arcus costae (ribbenboog).
- peesblad rug.
- crista iliaca.
- hecht aan op: - linea alba.
- os pubis.
- kenmerken: linea arcuata (gat voor m. rectus adbominis)
- contractie: rotatie torso (naar zijkant)
- houdt eigenlijk alles samen.
- bijv. bij sporten, navel intrekken (bij pilates)
Rechte buikspier – m. rectus abdominis (six/eightpack spieren).
- ontspringt van: os pubis.
- gat door het peesblad van m. transversus abdominis
- hecht aan: - xiphoïd.
- rib 5 t/m 7.
- opgedeeld in een aantal segmenten -> 6 of 8).
- contractie: flexie torso (naar voren)
- ook bij: actieve uitademing (of schreeuwen of blazen) & liggend overeind komen.
Samenkomst buikspieren
- buikspieren strekken uit met peesbladen -> vormen samen rectusschede – rectus sheath
- dus aponeurosen van buikspieren omvatten m. rectus.
- let op: verschil op hoogte linea arcuata (voor)
- onder linea arcuata -> zijn alle peesbladen anterieur (ventraal) van m. rectus.
Verdeling aponeurosen:
m. transversus abdominis
m. obliquus internus abdominis
m. obliquus externus abdominis
<- achterkant
, Abdomen
Derde stap
- fascia transversalis – loopt door over de hele breedte.
- extraperitoneaal vetweefsel.
- peritoneum parietale (buikvlies).
(- deel dat organen omvat: peritoneum visceraal).
Binnenbekleding: - binnenzijde van m. transversus ligt fascia transversalis.
- binnenzijden van fascia transversalis ligt peritoneum parietale.
Peritoneum: - parietale binnenbekleding van wand.
- viscerale omvat van organen.
Peritoneum parietale
- overblijfselen van ontwikkeling (loopt namelijk vanuit de navel).
- maakt ‘vouwen’ -> plicae
- middelste is plica umbilicalis mediana
- bevat lig. umbilicale medianum.
- restant urachus (verbinding met blaas).
- hiernaast (lateraal) plica umbilicales mediales
- bevat ligg. umbilicles mediales.
- restant aa. umbilicales (bloed terug via vaten door bekkengebied).
- buitenste is plica umbilicales laterales
- bevatten a. en v. epigastrica inferior (zitten zowel L als R)
(- boven navel ligament dat aan lever vast zit – lig. falciforme (hepatis))
Transversale doorsnede – boven linea arcuata
- huid – grijs
- subcutis – paars
- cirkelende spierlaag – bruin
- anterolaterale buikwand – onder
- dorsale buikwand – boven (rug)
- volgende fascie – blauw
- fascia transversalis -> bindweefsel geheel rondom
- binnenste bekleding – groen
- peritoneum parietale (buikholte) -> membraan niet geheel rondom
- want achter: retro peritoneum, bijv. nieren