Oefeningenles 10: Vochtige lucht
Oefening 1: Woning in de winter
Een huis met een volume van 500 m³ wordt op een binnentemperatuur van 20°C en een relatieve
vochtigheid van 50% gehouden. De buitentemperatuur in de winter is 0 °C, met een relatieve
vochtigheid van 60%. Door spleten en kieren in de woning is er een lekstroom van buitenlucht die
binnendringt en op een andere plaats terug naar buiten gaat. Dit wordt veroorzaakt door wind en het
schoorsteeneffect. Het binnendringende volumedebiet door deze lekstroom wordt uitgedrukt in aantal
luchtwisselingen per uur, en bedraagt 1 luchtwisseling per uur. Door de muren en ramen gaat ook
warmte naar buiten, dit is gelijk aan 6 kW. Er zijn 4 personen in de woning, die elk 100 W warmte en 0.8
kg per dag aan waterdamp produceren. Er mag aangenomen worden dat deze waterdamp op 37°C
vrijgegeven wordt (h=2538.1 kJ/kg). De woning wordt ook mechanisch geventileerd, hiervoor wordt een
volumedebiet van 6 luchtwisselingen per uur van buiten aangezogen, geconditioneerd en ingeblazen.
a) Moet er bevochtigd of ontvochtigd worden? Wat is het waterdebiet in kg/uur?
b) Bepaal de latente en voelbare warmtevraag van de installatie, bepaal de SHF
c) Op welke temperatuur en relatieve vochtigheid wordt de lucht ingeblazen in de woning?
, Oefening 2: Klimatiseren van een ruimte
Op een warme zomerdag is het buiten 32°C, de relatieve vochtigheid is 50%. In een geconditioneerde
ruimte wil men het binnenklimaat comfortabel houden. Dit wordt gedaan door de drogeboltemperatuur
op 25°C te houden en de natteboltemperatuur op 18°C. In deze ruimte zijn mensen aanwezig, die door
zweten en waterdamp uit te ademen zorgen voor een latente warmteoverdracht van 5.3 kW. Omwille
van instraling van de zon, warmtewinsten doorheen de isolatie en warmteopwekking door mensen en
toestellen is er ook een voelbare warmteoverdracht van 12.3 kW. Dit brengt de totale toevoer van
warmte op 17.6 kW.
Om comfort te garanderen is het ook nodig om voldoende te ventileren met verse buitenlucht. Het
nodige ventilatiedebiet is 850 m³/h. Deze verse lucht wordt gemengd met afgezogen lucht uit de ruimte
en naar een koelbatterij gestuurd. In deze koelbatterij wordt de lucht ontvochtigd en gekoeld. Aan de
uitlaat is de temperatuur 15°C. De afgezogen lucht heeft dezelfde toestand als de lucht in de ruimte zelf
(25°C drogebol, 18°C nattebol).
Een schematische voorstelling van het systeem wordt hieronder gegeven.
Gevraagd:
a) Teken de verschillende toestanden en processen op het psychrometrisch diagram
b) Hoeveel warmte wordt er onttrokken in de koelbatterij?
c) Wat is de toestand voor en na de koelbaterij?
Oefening 1: Woning in de winter
Een huis met een volume van 500 m³ wordt op een binnentemperatuur van 20°C en een relatieve
vochtigheid van 50% gehouden. De buitentemperatuur in de winter is 0 °C, met een relatieve
vochtigheid van 60%. Door spleten en kieren in de woning is er een lekstroom van buitenlucht die
binnendringt en op een andere plaats terug naar buiten gaat. Dit wordt veroorzaakt door wind en het
schoorsteeneffect. Het binnendringende volumedebiet door deze lekstroom wordt uitgedrukt in aantal
luchtwisselingen per uur, en bedraagt 1 luchtwisseling per uur. Door de muren en ramen gaat ook
warmte naar buiten, dit is gelijk aan 6 kW. Er zijn 4 personen in de woning, die elk 100 W warmte en 0.8
kg per dag aan waterdamp produceren. Er mag aangenomen worden dat deze waterdamp op 37°C
vrijgegeven wordt (h=2538.1 kJ/kg). De woning wordt ook mechanisch geventileerd, hiervoor wordt een
volumedebiet van 6 luchtwisselingen per uur van buiten aangezogen, geconditioneerd en ingeblazen.
a) Moet er bevochtigd of ontvochtigd worden? Wat is het waterdebiet in kg/uur?
b) Bepaal de latente en voelbare warmtevraag van de installatie, bepaal de SHF
c) Op welke temperatuur en relatieve vochtigheid wordt de lucht ingeblazen in de woning?
, Oefening 2: Klimatiseren van een ruimte
Op een warme zomerdag is het buiten 32°C, de relatieve vochtigheid is 50%. In een geconditioneerde
ruimte wil men het binnenklimaat comfortabel houden. Dit wordt gedaan door de drogeboltemperatuur
op 25°C te houden en de natteboltemperatuur op 18°C. In deze ruimte zijn mensen aanwezig, die door
zweten en waterdamp uit te ademen zorgen voor een latente warmteoverdracht van 5.3 kW. Omwille
van instraling van de zon, warmtewinsten doorheen de isolatie en warmteopwekking door mensen en
toestellen is er ook een voelbare warmteoverdracht van 12.3 kW. Dit brengt de totale toevoer van
warmte op 17.6 kW.
Om comfort te garanderen is het ook nodig om voldoende te ventileren met verse buitenlucht. Het
nodige ventilatiedebiet is 850 m³/h. Deze verse lucht wordt gemengd met afgezogen lucht uit de ruimte
en naar een koelbatterij gestuurd. In deze koelbatterij wordt de lucht ontvochtigd en gekoeld. Aan de
uitlaat is de temperatuur 15°C. De afgezogen lucht heeft dezelfde toestand als de lucht in de ruimte zelf
(25°C drogebol, 18°C nattebol).
Een schematische voorstelling van het systeem wordt hieronder gegeven.
Gevraagd:
a) Teken de verschillende toestanden en processen op het psychrometrisch diagram
b) Hoeveel warmte wordt er onttrokken in de koelbatterij?
c) Wat is de toestand voor en na de koelbaterij?