Leerdoelen H4 Voortplanting
Belangrijke BINAS-tabellen:
Geslachtsorganen: 86A + B, Bevruchting en ontwikkeling: 86E, Placenta en navelstreng:
84B, Vorming geslachtscellen: 86D, Meiose: 76B2 + 3, Menstruatiecyclus: 86C
§4.1: Van eicel tot baby
● Ik kan uitleggen hoe het geslacht bepaalt wordt door de geslachtschromosomen
Het geslacht van een persoon wordt bepaald door de geslachtschromosomen die ze erven
van hun ouders.
● Vrouwen hebben twee X-chromosomen (XX).
● Mannen hebben één X-chromosoom en één Y-chromosoom (XY).
Dus, de vader bepaalt het geslacht van het kind, omdat hij zowel X- als Y-chromosomen
kan doorgeven.
● Ik kan uitleggen wat primaire en secundaire geslachtskenmerken zijn en deze van
mannen en vrouwen benoemen
Primaire geslachtskenmerken:
Deze kenmerken zijn al bij de geboorte aanwezig en vormen de basis voor het
voortplantingssysteem van mannen en vrouwen.
● Mannen: Zaadballen (testikels) en penis.
● Vrouwen: Eierstokken, eileiders, baarmoeder en vagina.
Secundaire geslachtskenmerken:
Deze ontwikkelen zich tijdens de puberteit onder invloed van geslachtshormonen (zoals
testosteron bij mannen en oestrogeen bij vrouwen) en helpen om de verschillen tussen
mannen en vrouwen te benadrukken.
● Mannen:
○ Grotere spiermassa en bredere schouders
○ Groeispurt en grotere lengte
○ Verdieping van de stem
○ Groeibeharing op gezicht en lichaam
● Vrouwen:
○ Ontwikkeling van borsten
○ Breder bekken en rondere vormen
○ Groeibeharing, vooral in de oksels en schaamstreek
○ Menstruatiecyclus begint
● Ik kan de vrouwelijke en mannelijke geslachtsorganen herkennen en hun functie
beschrijven
Vrouwelijke organen: Produceren en vervoeren eicellen en bereiden het lichaam voor op
zwangerschap.
, Mannelijke organen: Produceren en vervoeren zaadcellen en dragen bij aan de vorming van
sperma.
● Ik kan beschrijven wat er bij ovulatie en zaadlozing gebeurt en de route van een
zaadcel van vorming tot bevruchting beschrijven
Ovulatie
● Ovulatie is het moment waarop een rijpe eicel vrijkomt uit een van de eierstokken
van de vrouw.
● Elke maand wordt in één van de eierstokken een eicel ontwikkeld, en komt de eicel
vrij.
● De eicel wordt vervolgens opgevangen door de eileider en begint haar reis richting
de baarmoeder.
● De eicel blijft ongeveer 24 uur in de eileider en is in die tijd beschikbaar voor
bevruchting door een zaadcel.
Zaadlozing
● Zaadlozing is het proces waarbij sperma met daarin zaadcellen door de penis naar
buiten wordt gebracht.
● Zaadcellen worden geproduceerd in de zaadballen en opgeslagen in de bijballen,
waar ze verder rijpen.
● Bij seksuele opwinding worden zaadcellen via de zaadleiders vervoerd, waar ze
worden vermengd met vloeistoffen uit de prostaat en zaadblaasjes. Dit mengsel
heet sperma.
● Tijdens een zaadlozing wordt sperma via de urinebuis door de penis naar buiten
gebracht.
Route van de Zaadcel van Vorming tot Bevruchting
1. Vorming van zaadcellen:
○ Zaadcellen worden continu geproduceerd in de zaadballen. Na de productie
rijpen ze in de bijballen.
2. Transport door de zaadleiders:
○ Tijdens opwinding worden de rijpe zaadcellen vanuit de bijballen door de
zaadleiders vervoerd naar de prostaat.
3. Vorming van sperma:
○ Onderweg worden de zaadcellen vermengd met vloeistoffen uit de prostaat
en zaadblaasjes. Deze vloeistoffen geven voeding aan de zaadcellen en
helpen ze om te bewegen.
4. Ejaculatie:
○ Tijdens de zaadlozing verlaat het sperma via de urinebuis de penis en komt
in de vagina van de vrouw terecht.
5. Reis naar de eicel:
Belangrijke BINAS-tabellen:
Geslachtsorganen: 86A + B, Bevruchting en ontwikkeling: 86E, Placenta en navelstreng:
84B, Vorming geslachtscellen: 86D, Meiose: 76B2 + 3, Menstruatiecyclus: 86C
§4.1: Van eicel tot baby
● Ik kan uitleggen hoe het geslacht bepaalt wordt door de geslachtschromosomen
Het geslacht van een persoon wordt bepaald door de geslachtschromosomen die ze erven
van hun ouders.
● Vrouwen hebben twee X-chromosomen (XX).
● Mannen hebben één X-chromosoom en één Y-chromosoom (XY).
Dus, de vader bepaalt het geslacht van het kind, omdat hij zowel X- als Y-chromosomen
kan doorgeven.
● Ik kan uitleggen wat primaire en secundaire geslachtskenmerken zijn en deze van
mannen en vrouwen benoemen
Primaire geslachtskenmerken:
Deze kenmerken zijn al bij de geboorte aanwezig en vormen de basis voor het
voortplantingssysteem van mannen en vrouwen.
● Mannen: Zaadballen (testikels) en penis.
● Vrouwen: Eierstokken, eileiders, baarmoeder en vagina.
Secundaire geslachtskenmerken:
Deze ontwikkelen zich tijdens de puberteit onder invloed van geslachtshormonen (zoals
testosteron bij mannen en oestrogeen bij vrouwen) en helpen om de verschillen tussen
mannen en vrouwen te benadrukken.
● Mannen:
○ Grotere spiermassa en bredere schouders
○ Groeispurt en grotere lengte
○ Verdieping van de stem
○ Groeibeharing op gezicht en lichaam
● Vrouwen:
○ Ontwikkeling van borsten
○ Breder bekken en rondere vormen
○ Groeibeharing, vooral in de oksels en schaamstreek
○ Menstruatiecyclus begint
● Ik kan de vrouwelijke en mannelijke geslachtsorganen herkennen en hun functie
beschrijven
Vrouwelijke organen: Produceren en vervoeren eicellen en bereiden het lichaam voor op
zwangerschap.
, Mannelijke organen: Produceren en vervoeren zaadcellen en dragen bij aan de vorming van
sperma.
● Ik kan beschrijven wat er bij ovulatie en zaadlozing gebeurt en de route van een
zaadcel van vorming tot bevruchting beschrijven
Ovulatie
● Ovulatie is het moment waarop een rijpe eicel vrijkomt uit een van de eierstokken
van de vrouw.
● Elke maand wordt in één van de eierstokken een eicel ontwikkeld, en komt de eicel
vrij.
● De eicel wordt vervolgens opgevangen door de eileider en begint haar reis richting
de baarmoeder.
● De eicel blijft ongeveer 24 uur in de eileider en is in die tijd beschikbaar voor
bevruchting door een zaadcel.
Zaadlozing
● Zaadlozing is het proces waarbij sperma met daarin zaadcellen door de penis naar
buiten wordt gebracht.
● Zaadcellen worden geproduceerd in de zaadballen en opgeslagen in de bijballen,
waar ze verder rijpen.
● Bij seksuele opwinding worden zaadcellen via de zaadleiders vervoerd, waar ze
worden vermengd met vloeistoffen uit de prostaat en zaadblaasjes. Dit mengsel
heet sperma.
● Tijdens een zaadlozing wordt sperma via de urinebuis door de penis naar buiten
gebracht.
Route van de Zaadcel van Vorming tot Bevruchting
1. Vorming van zaadcellen:
○ Zaadcellen worden continu geproduceerd in de zaadballen. Na de productie
rijpen ze in de bijballen.
2. Transport door de zaadleiders:
○ Tijdens opwinding worden de rijpe zaadcellen vanuit de bijballen door de
zaadleiders vervoerd naar de prostaat.
3. Vorming van sperma:
○ Onderweg worden de zaadcellen vermengd met vloeistoffen uit de prostaat
en zaadblaasjes. Deze vloeistoffen geven voeding aan de zaadcellen en
helpen ze om te bewegen.
4. Ejaculatie:
○ Tijdens de zaadlozing verlaat het sperma via de urinebuis de penis en komt
in de vagina van de vrouw terecht.
5. Reis naar de eicel: