Samenvatting Psychologie en Sociologie H1
,t/m H14 Hoofdstuk 1 – Gedrag en invloeden op gedrag
Psychologie: de wetenschap die zich bezighoudt met het bestuderen van
het gedrag en de mentale processen van de mens als individu.
Sociale psychologie: een deel van de psychologie dat zich bezighoudt
met de wisselwerking tussen het individu en zijn sociale omgeving.
Sociologie: de wetenschap die zich bezighoudt met het bestuderen van
de manier waarop mensen in grotere verbanden samenleven.
Gedrag
Gedrag bestaat uit waarneembare handelingen en uit. Vormen van
innerlijke activiteit die kunnen leiden tot waarneembare handelingen.
- Nature: Het gedrag van een individu wordt bepaald door aanleg,
bijv. genetisch materiaal (= aangeboren).
- Nurture: Het gedrag van een individu wordt bepaald door de
omgeving, met name de opvoeding (= aangeleerd).
Bewust gedrag is een keuze. Je kunt kiezen hoe je op bepaalde situaties
reageert. Wat je doet, wat je zegt, en wat niet. Je kunt kiezen hoe je
andere mensen benadert en welke positie (dominant of niet) je ten
opzichte van de ander inneemt. Ook kies je (min of meer) bewust naar de
normen en waarden die voor jou gelden. (= bovenste laag ijsberg)
In ons onderbewuste gedrag (= onderste laag ijsberg) zit datgene van
onze persoonlijkheid waar we niet direct bij kunnen, maar wel een
belangrijk deel van ons is. Dit kunnen herinneringen, aangeleerd gedrag of
,onverwerkte gebeurtenissen, angsten en trauma’s zijn. Ook boodschappen
die we van huis uit hebben meegekregen zitten vaak in ons onderbewuste,
maar ook datgene van onze persoonlijkheid wat maakt wie we in essentie
zijn.
Naast uiterlijk waarneembaar gedrag bestaat er ook innerlijk
gedrag. Innerlijk gedrag is bijvoorbeeld dromen, nadenken of een emotie
zoals angst of boosheid.
Wanneer we het hebben over de gedragskenmerken van een persoon,
hebben we het over de manier waarop een persoon handelt of reageert in
een bepaalde situatie of in het algemeen. Gedrag is situatie-gebonden; dat
wil zeggen dat we ons gedrag aanpassen in verschillende situaties, en dat
ons gedrag vaak wordt beïnvloed door verschillende factoren.
5 factoren die je gedrag beïnvloeden:
Lichamelijke factoren
De genen die je van je ouders hebt meegekregen. Die genen bepalen wie
je bent en daarmee dus een
deel van je gedrag. Denk hierbij aan:
- Je lichaam dun of dik
- Gezond lichaam
- Slimheid
- Lichamelijke beperking
Ook lichamelijke factoren zoals: dorst, honger, pijn of medicijnengebruik.
Denk hierbij aan als jijzelf heel eigenwijs bent en je vader ook dan heb je
het van je vader gekregen dus het zit in de genen.
, Psychische factoren
Je weet hoe iemand is want dat zie je uit zijn gedrag. Iemand is altijd
vrolijk of iemand ziet alles negatief. Deze gaan bijvoorbeeld over:
- Persoonlijkheidseigenschappen
o Voorbeeld = intelligentie, verlegen, sociaal
- Drijfveren = wat je wel en niet motiveert om te sporten of om te
niksen.
o Voorbeeld = je propedeuse willen halen, kampioen willen
worden met je sport.
- Attitudes = houding ten opzichte van jezelf, anderen en bepaalde
onderwerpen.
o Voorbeeld = je vindt jezelf beter als de rest.
- Zelfbeeld = kijk je positief of negatief naar jezelf.
o Voorbeeld = je bent oké met jezelf of je hebt bijvoorbeeld
depressie.
Sociale factoren
Je hebt veel verschillende rollen: kind, ouder, collega, buurman of geliefde.
Bij elke rol heb je ander gedrag. Bijv. Werksituatie en privésituatie. Een rol
is gekoppeld aan positie in een organisatie.
Culturele en spirituele factoren
Culturele factoren
Verschillende culturen hebben andere gedragsuitingen. Bijvoorbeeld
groeten verschilt per cultuur.
Spirituele factoren
Mensen verrichten handelingen die samenhangen met hun geloof:
rituelen, bepaald eten bereiken, bidden, offeren, etc.
Fysieke en geografische factoren
Door de verschillen in klimaat en weer hebben mensen een ander
dagritme, andere kleding en andere activiteiten. Een Eskimo gaat vroeg
naar bed, maar iemand in de tropen doet een middagdutje en is ’s avonds
productiever als het afgekoeld is.
,t/m H14 Hoofdstuk 1 – Gedrag en invloeden op gedrag
Psychologie: de wetenschap die zich bezighoudt met het bestuderen van
het gedrag en de mentale processen van de mens als individu.
Sociale psychologie: een deel van de psychologie dat zich bezighoudt
met de wisselwerking tussen het individu en zijn sociale omgeving.
Sociologie: de wetenschap die zich bezighoudt met het bestuderen van
de manier waarop mensen in grotere verbanden samenleven.
Gedrag
Gedrag bestaat uit waarneembare handelingen en uit. Vormen van
innerlijke activiteit die kunnen leiden tot waarneembare handelingen.
- Nature: Het gedrag van een individu wordt bepaald door aanleg,
bijv. genetisch materiaal (= aangeboren).
- Nurture: Het gedrag van een individu wordt bepaald door de
omgeving, met name de opvoeding (= aangeleerd).
Bewust gedrag is een keuze. Je kunt kiezen hoe je op bepaalde situaties
reageert. Wat je doet, wat je zegt, en wat niet. Je kunt kiezen hoe je
andere mensen benadert en welke positie (dominant of niet) je ten
opzichte van de ander inneemt. Ook kies je (min of meer) bewust naar de
normen en waarden die voor jou gelden. (= bovenste laag ijsberg)
In ons onderbewuste gedrag (= onderste laag ijsberg) zit datgene van
onze persoonlijkheid waar we niet direct bij kunnen, maar wel een
belangrijk deel van ons is. Dit kunnen herinneringen, aangeleerd gedrag of
,onverwerkte gebeurtenissen, angsten en trauma’s zijn. Ook boodschappen
die we van huis uit hebben meegekregen zitten vaak in ons onderbewuste,
maar ook datgene van onze persoonlijkheid wat maakt wie we in essentie
zijn.
Naast uiterlijk waarneembaar gedrag bestaat er ook innerlijk
gedrag. Innerlijk gedrag is bijvoorbeeld dromen, nadenken of een emotie
zoals angst of boosheid.
Wanneer we het hebben over de gedragskenmerken van een persoon,
hebben we het over de manier waarop een persoon handelt of reageert in
een bepaalde situatie of in het algemeen. Gedrag is situatie-gebonden; dat
wil zeggen dat we ons gedrag aanpassen in verschillende situaties, en dat
ons gedrag vaak wordt beïnvloed door verschillende factoren.
5 factoren die je gedrag beïnvloeden:
Lichamelijke factoren
De genen die je van je ouders hebt meegekregen. Die genen bepalen wie
je bent en daarmee dus een
deel van je gedrag. Denk hierbij aan:
- Je lichaam dun of dik
- Gezond lichaam
- Slimheid
- Lichamelijke beperking
Ook lichamelijke factoren zoals: dorst, honger, pijn of medicijnengebruik.
Denk hierbij aan als jijzelf heel eigenwijs bent en je vader ook dan heb je
het van je vader gekregen dus het zit in de genen.
, Psychische factoren
Je weet hoe iemand is want dat zie je uit zijn gedrag. Iemand is altijd
vrolijk of iemand ziet alles negatief. Deze gaan bijvoorbeeld over:
- Persoonlijkheidseigenschappen
o Voorbeeld = intelligentie, verlegen, sociaal
- Drijfveren = wat je wel en niet motiveert om te sporten of om te
niksen.
o Voorbeeld = je propedeuse willen halen, kampioen willen
worden met je sport.
- Attitudes = houding ten opzichte van jezelf, anderen en bepaalde
onderwerpen.
o Voorbeeld = je vindt jezelf beter als de rest.
- Zelfbeeld = kijk je positief of negatief naar jezelf.
o Voorbeeld = je bent oké met jezelf of je hebt bijvoorbeeld
depressie.
Sociale factoren
Je hebt veel verschillende rollen: kind, ouder, collega, buurman of geliefde.
Bij elke rol heb je ander gedrag. Bijv. Werksituatie en privésituatie. Een rol
is gekoppeld aan positie in een organisatie.
Culturele en spirituele factoren
Culturele factoren
Verschillende culturen hebben andere gedragsuitingen. Bijvoorbeeld
groeten verschilt per cultuur.
Spirituele factoren
Mensen verrichten handelingen die samenhangen met hun geloof:
rituelen, bepaald eten bereiken, bidden, offeren, etc.
Fysieke en geografische factoren
Door de verschillen in klimaat en weer hebben mensen een ander
dagritme, andere kleding en andere activiteiten. Een Eskimo gaat vroeg
naar bed, maar iemand in de tropen doet een middagdutje en is ’s avonds
productiever als het afgekoeld is.