SAMENVATTING
HOOFDPUNTEN BR3
College 1 t/m 6: vestigingsfase
Uitgangspunt aansprakelijkheidsrecht: ieder draagt zijn eigen schade, tenzij
afwentelingsmechanisme uit aansprakelijkheidsrecht vloeit.
Er zijn twee fases:
(I) Vestigingsfase: vaststelling of op iemand een verplichting rust om
schade te vergoeden.
(II) Omvangfase: welke schade moet worden vergoed? Hoeveel schade?
Onderscheid persoonlijke en kwalitatieve aansprakelijkheid
Persoonlijke aansprakelijkheid is art. 6:162 (onrechtmatige daad).
Aansprakelijk in hoedanigheid/kwaliteit (‘risicoaansprakelijkheid’, art.
6:169-185 e.v.).
o Voor (gedrag van) andere personen waarmee men in betrekking
staat;
o Voor (toestand/werking van) zaken waarvan eigenaar, bezitter of
gebruiker.
Bij persoonlijke aansprakelijkheid is persoonlijk verwijt in zekere zin altijd nodig.
Bij kwalitatieve aansprakelijkheid wordt een risico gedragen. Soms wel element
van verwijt/schuld, maar je bent aansprakelijk voor gedraging van een ander (in
geval van personen).
Persoonlijke aansprakelijkheid – onrechtmatige daad (6:162)
Om volledig te kunnen spreken van een onrechtmatige daad:
a. Onrechtmatigheid (drie gronden, 6:162 lid 2)
b. Relativiteit (6:163)
c. Toerekening (drie gronden, 6:162 lid 3)
d. Causaal verband (6:98)
e. Schade
ad a) onrechtmatigheid
Drie gronden voor onrechtmatigheid: (1) inbreuk op een recht, (2) doen/nalaten
in strijd met wettelijke plicht en (3) doen/nalaten in strijd met maatschappelijk
verkeer (maatschappelijke onzorgvuldigheid).
Wanneer is sprake van inbreuk op een recht? - als het gaat om een gedraging die
een rechthebbende in de uitoefening van zijn recht belemmert of die zijn
exclusieve bevoegdheid aantast. Enkele aantasting subjectief recht maakt nog
niet dat sprake is van OD.
Strijd met maatschappelijk verkeer geeft de rechter de bevoegdheid om buiten
de andere twee gronden gedrag onrechtmatig te verklaren. Veel uitgedrukt in
jurisprudentie. Belangrijkste in dit vak is gevaarzetting.
Kelderluik-arrest – Hoge Raad presenteert criteria voor bepalen of sprake is van
onrechtmatige daad in de vorm van gevaarzetting:
Factor 1: Hoe waarschijnlijk dat iemand niet de vereiste oplettendheid en
zorgvuldigheid in acht neemt?
Factor 2: Hoe groot is de kans dat daaruit ongevallen ontstaan?
, Factor 3: Wat is de ernst van de gevolgen die kunnen ontstaan?
Factor 4: Hoe bezwaarlijk is het nemen van voorzorgsmaatregelen?
, Hieraan heeft Bildpollen/Miedema nog factoren toegevoegd (Kelderluik+):
Factor 5: Wat is de aard/context/situatie van de gedraging?
Factor 6: Wat is de hoedanigheid van partijen?
Geen uitputtende lijst van criteria voor toetsing van gevaarzetting, dit moet
worden bepaald a.d.h.v. de omstandigheden van het geval.
Wisselwerking met kwalitatieve aansprakelijkheid: “tenzij-clausule”. Daar waar
sprake is van de tenzij-clausule, kunnen de Kelderluik-criteria een rol spelen bij
risicoaansprakelijkheid.
Belangrijke toevoeging uit Zwiepende tak-arrest: niet de enkele mogelijkheid dat
een ongeval kan voordoen, maakt dat als dit ongeval zich verwezenlijkt, dat
gedrag onrechtmatig is. Gevaar scheppend gedrag is slechts onrechtmatig indien
de mate van waarschijnlijkheid van een ongeval als gevolg van dat gedrag zo
groot is, dat de dader zich naar maatstaven van zorgvuldigheid van dat gedrag
had moeten weerhouden.
Binnen gevaarzetting heb je verschillende relevante categorieën;
- Waarschuwingen (terreinbeheer/gevaarlijke toestand)
o Degene die een op zichzelf toegestaan gevaar creëert dient
daarvoor te waarschuwen. Enkel verbod is niet voldoende, er moet
worden omschreven welk gevaar dreigt en welk gedrag van publiek
wordt verwacht ter voorkoming gevaar (Jetblast-arrest).
- Eigen bijdrage aan ongeval
o Het feit dat benadeelde zich heeft blootgesteld aan risico doet niet
af van de plicht om voorzorgsmaatregelen te treffen
(Skeelerongeval-arrest). Eigen schuld wordt pas meegewogen in
omvangsfase, maar kan ook zodanig zijn dat niet eens sprake is van
onrechtmatigheid van een ander.
- Sport en spel
o Hier geldt een hogere drempel voor aansprakelijkheid; sport en spel
brengen nou eenmaal risico’s mee. Pas aansprakelijkheid bij grove
overtredingen die buiten de normale verwachting vallen.
o Van belang om te bepalen wat de grenzen van sport en spel zijn.
Niet altijd zo dat als het spel eindigt, de drempel voor
aansprakelijkheid weer lager ligt. De HR trekt deze grenzen ruim:
“de spelsituatie eindigt niet per se op het formele einde van het
spel; de context en verwachtingen tussen deelnemers kunnen ook
daarna nog doorwerken.”
- Ongelukkige samenloop van omstandigheden
o Schade bij alledaagse activiteiten, waarbij de dader niet veel verwijt
te maken valt. Het moet dan om gedrag gaan waarbij de
waarschijnlijkheid van een ongeval zo hoog is dat iemand zich van
de gedraging moet weerhouden (Zwiepende tak-arrest).
- Zuiver nalaten
o Gaat om gevaar dat je had kunnen waarnemen en waartegen je iets
had kunnen doen, maar dit niet hebt gedaan. Bij zuiver nalaten gaat
het om gevallen waarin iemand aansprakelijk is voor een gevaarlijke
toestand die hijzelf niet in het leven heeft geroepen of voor een
door een derde gepleegde onrechtmatige daad.
o Aansprakelijkheid wegens nalaten impliceert dat een verplichting
tot een doen bestaat. Van een plicht tot een doen is in beginsel
slechts sprake in geval van een bijzondere relatie met een persoon
HOOFDPUNTEN BR3
College 1 t/m 6: vestigingsfase
Uitgangspunt aansprakelijkheidsrecht: ieder draagt zijn eigen schade, tenzij
afwentelingsmechanisme uit aansprakelijkheidsrecht vloeit.
Er zijn twee fases:
(I) Vestigingsfase: vaststelling of op iemand een verplichting rust om
schade te vergoeden.
(II) Omvangfase: welke schade moet worden vergoed? Hoeveel schade?
Onderscheid persoonlijke en kwalitatieve aansprakelijkheid
Persoonlijke aansprakelijkheid is art. 6:162 (onrechtmatige daad).
Aansprakelijk in hoedanigheid/kwaliteit (‘risicoaansprakelijkheid’, art.
6:169-185 e.v.).
o Voor (gedrag van) andere personen waarmee men in betrekking
staat;
o Voor (toestand/werking van) zaken waarvan eigenaar, bezitter of
gebruiker.
Bij persoonlijke aansprakelijkheid is persoonlijk verwijt in zekere zin altijd nodig.
Bij kwalitatieve aansprakelijkheid wordt een risico gedragen. Soms wel element
van verwijt/schuld, maar je bent aansprakelijk voor gedraging van een ander (in
geval van personen).
Persoonlijke aansprakelijkheid – onrechtmatige daad (6:162)
Om volledig te kunnen spreken van een onrechtmatige daad:
a. Onrechtmatigheid (drie gronden, 6:162 lid 2)
b. Relativiteit (6:163)
c. Toerekening (drie gronden, 6:162 lid 3)
d. Causaal verband (6:98)
e. Schade
ad a) onrechtmatigheid
Drie gronden voor onrechtmatigheid: (1) inbreuk op een recht, (2) doen/nalaten
in strijd met wettelijke plicht en (3) doen/nalaten in strijd met maatschappelijk
verkeer (maatschappelijke onzorgvuldigheid).
Wanneer is sprake van inbreuk op een recht? - als het gaat om een gedraging die
een rechthebbende in de uitoefening van zijn recht belemmert of die zijn
exclusieve bevoegdheid aantast. Enkele aantasting subjectief recht maakt nog
niet dat sprake is van OD.
Strijd met maatschappelijk verkeer geeft de rechter de bevoegdheid om buiten
de andere twee gronden gedrag onrechtmatig te verklaren. Veel uitgedrukt in
jurisprudentie. Belangrijkste in dit vak is gevaarzetting.
Kelderluik-arrest – Hoge Raad presenteert criteria voor bepalen of sprake is van
onrechtmatige daad in de vorm van gevaarzetting:
Factor 1: Hoe waarschijnlijk dat iemand niet de vereiste oplettendheid en
zorgvuldigheid in acht neemt?
Factor 2: Hoe groot is de kans dat daaruit ongevallen ontstaan?
, Factor 3: Wat is de ernst van de gevolgen die kunnen ontstaan?
Factor 4: Hoe bezwaarlijk is het nemen van voorzorgsmaatregelen?
, Hieraan heeft Bildpollen/Miedema nog factoren toegevoegd (Kelderluik+):
Factor 5: Wat is de aard/context/situatie van de gedraging?
Factor 6: Wat is de hoedanigheid van partijen?
Geen uitputtende lijst van criteria voor toetsing van gevaarzetting, dit moet
worden bepaald a.d.h.v. de omstandigheden van het geval.
Wisselwerking met kwalitatieve aansprakelijkheid: “tenzij-clausule”. Daar waar
sprake is van de tenzij-clausule, kunnen de Kelderluik-criteria een rol spelen bij
risicoaansprakelijkheid.
Belangrijke toevoeging uit Zwiepende tak-arrest: niet de enkele mogelijkheid dat
een ongeval kan voordoen, maakt dat als dit ongeval zich verwezenlijkt, dat
gedrag onrechtmatig is. Gevaar scheppend gedrag is slechts onrechtmatig indien
de mate van waarschijnlijkheid van een ongeval als gevolg van dat gedrag zo
groot is, dat de dader zich naar maatstaven van zorgvuldigheid van dat gedrag
had moeten weerhouden.
Binnen gevaarzetting heb je verschillende relevante categorieën;
- Waarschuwingen (terreinbeheer/gevaarlijke toestand)
o Degene die een op zichzelf toegestaan gevaar creëert dient
daarvoor te waarschuwen. Enkel verbod is niet voldoende, er moet
worden omschreven welk gevaar dreigt en welk gedrag van publiek
wordt verwacht ter voorkoming gevaar (Jetblast-arrest).
- Eigen bijdrage aan ongeval
o Het feit dat benadeelde zich heeft blootgesteld aan risico doet niet
af van de plicht om voorzorgsmaatregelen te treffen
(Skeelerongeval-arrest). Eigen schuld wordt pas meegewogen in
omvangsfase, maar kan ook zodanig zijn dat niet eens sprake is van
onrechtmatigheid van een ander.
- Sport en spel
o Hier geldt een hogere drempel voor aansprakelijkheid; sport en spel
brengen nou eenmaal risico’s mee. Pas aansprakelijkheid bij grove
overtredingen die buiten de normale verwachting vallen.
o Van belang om te bepalen wat de grenzen van sport en spel zijn.
Niet altijd zo dat als het spel eindigt, de drempel voor
aansprakelijkheid weer lager ligt. De HR trekt deze grenzen ruim:
“de spelsituatie eindigt niet per se op het formele einde van het
spel; de context en verwachtingen tussen deelnemers kunnen ook
daarna nog doorwerken.”
- Ongelukkige samenloop van omstandigheden
o Schade bij alledaagse activiteiten, waarbij de dader niet veel verwijt
te maken valt. Het moet dan om gedrag gaan waarbij de
waarschijnlijkheid van een ongeval zo hoog is dat iemand zich van
de gedraging moet weerhouden (Zwiepende tak-arrest).
- Zuiver nalaten
o Gaat om gevaar dat je had kunnen waarnemen en waartegen je iets
had kunnen doen, maar dit niet hebt gedaan. Bij zuiver nalaten gaat
het om gevallen waarin iemand aansprakelijk is voor een gevaarlijke
toestand die hijzelf niet in het leven heeft geroepen of voor een
door een derde gepleegde onrechtmatige daad.
o Aansprakelijkheid wegens nalaten impliceert dat een verplichting
tot een doen bestaat. Van een plicht tot een doen is in beginsel
slechts sprake in geval van een bijzondere relatie met een persoon