Wereldinzicht
De middeleeuwen ca. 500 – ca. 1500
De tijd van de ridders, boeren en monniken (ca. 500 – ca. 1200)
Situering in tijd
Middeleeuwen ontstond na de 16de eeuw, bedacht door humanisten die met
bewondering terugkeken op de Grieks-Romeinse oudheid en de periode daarna
als barbaars en donker beschouwden. Ze zagen hun eigen tijd als een
hergeboorte (renaissance) van die klassieke cultuur. De tussenliggende eeuwen
werden daardoor als een soort verloren tijd beschouwd — vandaar de naam
"middeleeuwen". Pas in de 18de en 19de eeuw kwam er opnieuw belangstelling
voor deze periode, vaak vanuit een romantisch en geïdealiseerd perspectief.
Indeling van de middeleeuwen:
Vroege middeleeuwen (5de–11de eeuw): begint met de val van het
West-Romeinse rijk; gekenmerkt door de kerstening van Europa.
Late middeleeuwen (12de–15de eeuw): heropleving van handel en het
ontstaan van steden.
Begin en einde:
Begin: vaak geplaatst in 476 (val van de laatste West-Romeinse keizer),
maar de overgang gebeurde geleidelijk tussen de 4de en 7de eeuw.
Einde: rond 1500, afhankelijk van het perspectief:
o 1453: val van het Oost-Romeinse rijk (politiek)
o 1492: ontdekking van Amerika (economisch)
o 1517: begin van de reformatie (religieus) Daarnaast markeert de
uitvinding van de boekdrukkunst een belangrijke culturele verandering.
Situering in ruimte
Val van het West-Romeinse Rijk (476)
Inwendige oorzaken:
o Het West-Romeinse rijk verzwakte van binnenuit: politieke instabiliteit,
zwakke keizers, economische achteruitgang (minder productie en
handel), bevolkingsdaling.
o Grensbewaking faalde, waardoor Germaanse stammen vanaf de 4de
eeuw vaker binnenvielen.
Uitwendige oorzaken:
o De Hunnen, onder leiding van Attila, zetten andere volken in beweging
(volksverhuizingen).
o Germaanse stammen drongen massaal het rijk binnen.
o In 476 zette de Germaanse krijgsheer Odoaker de laatste West-
Romeinse keizer af — het officiële einde van het West-Romeinse rijk.
o Het Oost-Romeinse rijk bleef bestaan tot 1453 en kende onder keizer
Justinianus zelfs nog een tijdelijke heropleving.
1
,Ontstaan van de Islam
Stichter en oorsprong:
o Mohammed, geboren ca. 570 in Mekka, ontving volgens de traditie in
610 een goddelijke boodschap via de engel Gabriël.
o In 622 vluchtte hij naar Medina (de hedjra), begin van de islamitische
jaartelling.
Geloofsinhoud:
o Monotheïstische religie: geloof in één God (Allah).
o Heilige teksten: Koran, hadith (uitspraken van Mohammed), en soenna
(levenswijze van Mohammed).
De vijf zuilen van de islam:
1. Geloofsbelijdenis
2. Gebed (5x per dag richting Mekka)
3. Vasten tijdens de Ramadan
4. Bedevaart naar Mekka
5. Aalmoezen geven aan de armen
Verspreiding:
o Via de jihad (heilige oorlog) breidde de islam zich snel uit.
o Onder Mohammed en zijn opvolgers (kaliefen) werden o.a. Perzië,
Noord-Afrika en Spanje veroverd.
o De islamitische expansie werd in 732 gestopt in Poitiers door Karel
Martel.
o De politieke eenheid viel uiteen in drie kalifaten: Cordoba, Caïro en
Bagdad, maar het geloof bleef verbindend.
Invloed op Europa:
o Islamitische geleerden bewaarden en verrijkten kennis van o.a. Grieken,
Indiërs en Perzen.
o Via Spanje bereikte deze kennis West-Europa (vertalingen naar Latijn).
o Belangrijke bijdragen in wiskunde, geneeskunde, aardrijkskunde,
techniek en kunst.
o Arabische woorden drongen door in Europese talen, zoals algebra,
alcohol, ammoniak.
2
,Het byzantijnse rijk
Het Oost-Romeinse rijk (Byzantium) overleefde de Germaanse invallen en
beleefde een bloeitijd onder keizer Justinianus de Grote (527–565). Zijn doel
was het herstellen van het Romeinse rijk met één wet en één godsdienst.
Hij heroverde delen van Noord-Afrika, Spanje en Italië. Justinianus regeerde als
zowel politiek als religieus leider (caesaropapisme).
Na zijn dood verzwakte het rijk door onbekwame opvolgers. Rond het jaar 1000
bestond het rijk nog uit het Balkangebied met een Griekstalige, orthodox-
christelijke bevolking.
Justinianus was ook een belangrijke bouwheer. Onder zijn bewind bloeide de
Byzantijnse kunst, in dienst van staat en kerk. Belangrijke voorbeelden:
o Aya Sophia in Constantinopel (koepelkerk)
o Mozaïekkerken van Ravenna
De stad Byzantium was bovendien een belangrijk handelscentrum in de
christelijke wereld.
Politiek
De Merovingers
Tijdens de volksverhuizingen in de 5de eeuw vestigden de Salische Franken zich
in het noorden van Gallië. Aanvankelijk leefden ze in kleine groepen met eigen
koningen. Rond 500 verenigden verschillende Frankische families zich onder
koning Childerik uit het geslacht van Merovech, met Doornik als hoofdstad. Zijn
zoon Clovis volgde hem in 481 op en werd de enige vorst van de Salische
Franken. Hij maakte het koningschap erfelijk en stichtte zo de Merovingische
dynastie. Clovis breidde zijn rijk zuidwaarts uit, versloeg andere Frankische
groepen en maakte Parijs tot hoofdstad. Door zijn huwelijk met de katholieke
Clotildis en zijn bekering tot het christendom kreeg hij de steun van de katholieke
kerk. De koning had absolute macht, zijn rijk was persoonlijk bezit, en hij werd
bijgestaan door een hofmeier.
Van Merovingers tot Karolingers
Na Clovis’ dood werd het Frankische rijk verdeeld onder zijn zonen volgens
Germaans gebruik. Dit leidde tot verbrokkeling van het rijk en verzwakking van
de koninklijke macht. Grootgrondbezitters kregen meer invloed en hofmeiers
(belangrijke functionarissen aan het hof) grepen de macht.
Karel Martel, een hofmeier, versloeg in 732 de islamieten bij Poitiers, waarmee
hij de christelijke beschaving redde.
Pepijn de Korte, zijn zoon, zette in 751 de laatste Merovingische koning af met
steun van de paus. Hij werd zelf gezalfd tot koning, wat het begin betekende van
de Karolingische dynastie en het koningschap een goddelijk karakter gaf. Als
tegenprestatie schonk hij de paus wereldlijk gezag (de Pauselijke Staten).
Karel de Grote, zoon van Pepijn, breidde het rijk sterk uit en sloot een
bondgenootschap met de paus. In 800 werd hij tot keizer gekroond. Hij bouwde
3
, een hof in Aken en verdeelde het rijk in gouwen met graven als bestuurders.
Betaling gebeurde via land (beneficium), niet in geld. Hij bevorderde het
onderwijs (scholen in abdijen en in zijn paleis) en stimuleerde het christendom.
Zijn rijk kende een periode van rust en economische heropleving.
Na zijn dood in 814 viel het rijk uiteen. Zijn zoon Lodewijk de Vrome volgde
hem op. In 843 werd het rijk via het Verdrag van Verdun verdeeld onder zijn
drie zonen:
o Oostelijk deel → Duitsland
o Westelijk deel → Frankrijk
o Middenrijk → verdeeld tussen oost en west, met de Schelde als grens
Oorzaken van het uiteenvallen:
o Verdeling volgens Germaans erfrecht
o Te groot en te divers rijk
o Zwakke opvolgers
o Opstandige adel
o Invallen van o.a. de Noormannen
Noormannen (9de eeuw):
o Gebruikten snelle schepen voor plunderingen via rivieren
o Bezetten versterkte plaatsen en vestigden zich soms
o Economisch: handel viel stil, domaniale economie versterkt
o Politiek: lokale heren werden belangrijker doordat vorsten hen niet
konden beschermen
In 891 werden de Noormannen bij Leuven verslagen.
4
De middeleeuwen ca. 500 – ca. 1500
De tijd van de ridders, boeren en monniken (ca. 500 – ca. 1200)
Situering in tijd
Middeleeuwen ontstond na de 16de eeuw, bedacht door humanisten die met
bewondering terugkeken op de Grieks-Romeinse oudheid en de periode daarna
als barbaars en donker beschouwden. Ze zagen hun eigen tijd als een
hergeboorte (renaissance) van die klassieke cultuur. De tussenliggende eeuwen
werden daardoor als een soort verloren tijd beschouwd — vandaar de naam
"middeleeuwen". Pas in de 18de en 19de eeuw kwam er opnieuw belangstelling
voor deze periode, vaak vanuit een romantisch en geïdealiseerd perspectief.
Indeling van de middeleeuwen:
Vroege middeleeuwen (5de–11de eeuw): begint met de val van het
West-Romeinse rijk; gekenmerkt door de kerstening van Europa.
Late middeleeuwen (12de–15de eeuw): heropleving van handel en het
ontstaan van steden.
Begin en einde:
Begin: vaak geplaatst in 476 (val van de laatste West-Romeinse keizer),
maar de overgang gebeurde geleidelijk tussen de 4de en 7de eeuw.
Einde: rond 1500, afhankelijk van het perspectief:
o 1453: val van het Oost-Romeinse rijk (politiek)
o 1492: ontdekking van Amerika (economisch)
o 1517: begin van de reformatie (religieus) Daarnaast markeert de
uitvinding van de boekdrukkunst een belangrijke culturele verandering.
Situering in ruimte
Val van het West-Romeinse Rijk (476)
Inwendige oorzaken:
o Het West-Romeinse rijk verzwakte van binnenuit: politieke instabiliteit,
zwakke keizers, economische achteruitgang (minder productie en
handel), bevolkingsdaling.
o Grensbewaking faalde, waardoor Germaanse stammen vanaf de 4de
eeuw vaker binnenvielen.
Uitwendige oorzaken:
o De Hunnen, onder leiding van Attila, zetten andere volken in beweging
(volksverhuizingen).
o Germaanse stammen drongen massaal het rijk binnen.
o In 476 zette de Germaanse krijgsheer Odoaker de laatste West-
Romeinse keizer af — het officiële einde van het West-Romeinse rijk.
o Het Oost-Romeinse rijk bleef bestaan tot 1453 en kende onder keizer
Justinianus zelfs nog een tijdelijke heropleving.
1
,Ontstaan van de Islam
Stichter en oorsprong:
o Mohammed, geboren ca. 570 in Mekka, ontving volgens de traditie in
610 een goddelijke boodschap via de engel Gabriël.
o In 622 vluchtte hij naar Medina (de hedjra), begin van de islamitische
jaartelling.
Geloofsinhoud:
o Monotheïstische religie: geloof in één God (Allah).
o Heilige teksten: Koran, hadith (uitspraken van Mohammed), en soenna
(levenswijze van Mohammed).
De vijf zuilen van de islam:
1. Geloofsbelijdenis
2. Gebed (5x per dag richting Mekka)
3. Vasten tijdens de Ramadan
4. Bedevaart naar Mekka
5. Aalmoezen geven aan de armen
Verspreiding:
o Via de jihad (heilige oorlog) breidde de islam zich snel uit.
o Onder Mohammed en zijn opvolgers (kaliefen) werden o.a. Perzië,
Noord-Afrika en Spanje veroverd.
o De islamitische expansie werd in 732 gestopt in Poitiers door Karel
Martel.
o De politieke eenheid viel uiteen in drie kalifaten: Cordoba, Caïro en
Bagdad, maar het geloof bleef verbindend.
Invloed op Europa:
o Islamitische geleerden bewaarden en verrijkten kennis van o.a. Grieken,
Indiërs en Perzen.
o Via Spanje bereikte deze kennis West-Europa (vertalingen naar Latijn).
o Belangrijke bijdragen in wiskunde, geneeskunde, aardrijkskunde,
techniek en kunst.
o Arabische woorden drongen door in Europese talen, zoals algebra,
alcohol, ammoniak.
2
,Het byzantijnse rijk
Het Oost-Romeinse rijk (Byzantium) overleefde de Germaanse invallen en
beleefde een bloeitijd onder keizer Justinianus de Grote (527–565). Zijn doel
was het herstellen van het Romeinse rijk met één wet en één godsdienst.
Hij heroverde delen van Noord-Afrika, Spanje en Italië. Justinianus regeerde als
zowel politiek als religieus leider (caesaropapisme).
Na zijn dood verzwakte het rijk door onbekwame opvolgers. Rond het jaar 1000
bestond het rijk nog uit het Balkangebied met een Griekstalige, orthodox-
christelijke bevolking.
Justinianus was ook een belangrijke bouwheer. Onder zijn bewind bloeide de
Byzantijnse kunst, in dienst van staat en kerk. Belangrijke voorbeelden:
o Aya Sophia in Constantinopel (koepelkerk)
o Mozaïekkerken van Ravenna
De stad Byzantium was bovendien een belangrijk handelscentrum in de
christelijke wereld.
Politiek
De Merovingers
Tijdens de volksverhuizingen in de 5de eeuw vestigden de Salische Franken zich
in het noorden van Gallië. Aanvankelijk leefden ze in kleine groepen met eigen
koningen. Rond 500 verenigden verschillende Frankische families zich onder
koning Childerik uit het geslacht van Merovech, met Doornik als hoofdstad. Zijn
zoon Clovis volgde hem in 481 op en werd de enige vorst van de Salische
Franken. Hij maakte het koningschap erfelijk en stichtte zo de Merovingische
dynastie. Clovis breidde zijn rijk zuidwaarts uit, versloeg andere Frankische
groepen en maakte Parijs tot hoofdstad. Door zijn huwelijk met de katholieke
Clotildis en zijn bekering tot het christendom kreeg hij de steun van de katholieke
kerk. De koning had absolute macht, zijn rijk was persoonlijk bezit, en hij werd
bijgestaan door een hofmeier.
Van Merovingers tot Karolingers
Na Clovis’ dood werd het Frankische rijk verdeeld onder zijn zonen volgens
Germaans gebruik. Dit leidde tot verbrokkeling van het rijk en verzwakking van
de koninklijke macht. Grootgrondbezitters kregen meer invloed en hofmeiers
(belangrijke functionarissen aan het hof) grepen de macht.
Karel Martel, een hofmeier, versloeg in 732 de islamieten bij Poitiers, waarmee
hij de christelijke beschaving redde.
Pepijn de Korte, zijn zoon, zette in 751 de laatste Merovingische koning af met
steun van de paus. Hij werd zelf gezalfd tot koning, wat het begin betekende van
de Karolingische dynastie en het koningschap een goddelijk karakter gaf. Als
tegenprestatie schonk hij de paus wereldlijk gezag (de Pauselijke Staten).
Karel de Grote, zoon van Pepijn, breidde het rijk sterk uit en sloot een
bondgenootschap met de paus. In 800 werd hij tot keizer gekroond. Hij bouwde
3
, een hof in Aken en verdeelde het rijk in gouwen met graven als bestuurders.
Betaling gebeurde via land (beneficium), niet in geld. Hij bevorderde het
onderwijs (scholen in abdijen en in zijn paleis) en stimuleerde het christendom.
Zijn rijk kende een periode van rust en economische heropleving.
Na zijn dood in 814 viel het rijk uiteen. Zijn zoon Lodewijk de Vrome volgde
hem op. In 843 werd het rijk via het Verdrag van Verdun verdeeld onder zijn
drie zonen:
o Oostelijk deel → Duitsland
o Westelijk deel → Frankrijk
o Middenrijk → verdeeld tussen oost en west, met de Schelde als grens
Oorzaken van het uiteenvallen:
o Verdeling volgens Germaans erfrecht
o Te groot en te divers rijk
o Zwakke opvolgers
o Opstandige adel
o Invallen van o.a. de Noormannen
Noormannen (9de eeuw):
o Gebruikten snelle schepen voor plunderingen via rivieren
o Bezetten versterkte plaatsen en vestigden zich soms
o Economisch: handel viel stil, domaniale economie versterkt
o Politiek: lokale heren werden belangrijker doordat vorsten hen niet
konden beschermen
In 891 werden de Noormannen bij Leuven verslagen.
4