College 1 & 2 magnetic resonance imaging
Snel, sneller, snelst
Sequenties t/m 2.3
Bij een TSE ga je meerdere 180 graden pulsen geven in de TR, dus ben je sneller klaar. Turbofactor
wordt ook wel echo train length genoemd. Bij een T2 TSE heb je een lange TR en een lange TE dus
kun je ook veel 180 graden pulsen geven om toch tot het goede contrast te komen. Bij een T2 TSE
heeft een groot voordeel voor de tijd.
Normaal is een magneet veld perfect homogeen, maar als je een gradiënt aanzet dan veranderde de
homogeniteit van de magneet. Je weet hoe het veld veranderd. Je kunt dus bewust de boel verstoren
om daarna alles weer helemaal goed te kunnen herstellen. Je gaat dus eerst defaseren en dan ga je
de boel herstellen en krijg je een echo. De gradiënt is korter omdat je de repetitietijd korter maakt
want je krijgt een kleinere fliphoek. Je gaat met MRI steeds terug naar een stabiele situatie voordat je
een volgende meting gaat maken.
Bij IR ga je alles 180 graden omdraaien en daarna alles weet terug. Je kan weefsels onderdrukken. Op
het moment dat de 90 graden puls aangezet wordt en het weefsel gaat door de 0- lijn dan is dat
weefsel onderdrukt. Is de inversiteit kort dan onderdruk je vet en is de inversiteit lang dan onderdruk
je vocht. Het nadeel is dat de tijd heel lang is.
Groen is de basis en begint steeds met een trigger (90graden puls of fliphoek).
Wit is het focusseren, dus het systeem dat jou instaat stelt om een echo te maken (180 graden puls
of de gradiënt echo)
Blauw meet je de echo.
Scantijden
, ‘’ GE pulse sequences and their acronyms’’
Verschillende fabrikanten gebruiken verschillende termen voor dezelfde technologie.
HASTE: half scan turbo spin echo. Een half scan (k-ruimte voor de helft vullen) en je hebt een turbo
factor van 128. je hebt dus een scantijd die gelijk is aan de TR.
Gradiënt echo
Het contrast wordt vooral bepaald door de fliphoek.
Combinatie TR en α – effect 1
SE -> 90°
Evenveel protonen parallel als antiparallel
Na lange TR volledige aangroei Mz
Je gaat ervoor zorgen dat de protonen niet levend terug komen in een T1 gewogen opname.
Is de TR lang dan geef je een klap en wacht je heel lang en geef je weer een klap en dit doe je elke
keer opnieuw. Als de tijd tussen de klap en de fliphoek in balance is dan na een paar RF pulsen die
korter zijn dan de TR dat je dan krijg je het effect dat iedere keer minder terug krijgt en gaat het
uiteindelijk naar de steady state.
SS: steady state.