1 Algemene farmacologie en toxicologie
Farmacologie wetenschap die de interactie tussen farmacon en mens bestudeert
Farmacon actief bestanddeel van GM
Geneesmiddel farmacon in galenische vorm
Toxicologie studie van werking van giftige stoffen op biologische systemen
studie van wisselwerking tussen chemische stoffen en levende organismen
Toxicon Giftig bestanddeel
Farmacokinetiek= interactie van het biologisch systeem op het
actief centrum
Farmacodynamiek= interactie van het actief centrum op het
biologisch effect
1.1 Geschiedenis
- Schijnbare niet-toxische stof kan toxisch zijn bij een hoge dosis
Water kan giftig zijn → nier kan 8 tot 10L aan
- Zeet toxische stoffen kunne levensreddend zijn bij een geschikte dosis
1.2 Herkomst
1. Planten
2. Dieren
3. Mineralen
4. Schimmels, bacteriën
5. Synthese
Probleem bij geneeskrachtige producten uit platen/dieren:
- Niet steeds beschikbaar (afh van seizoen, plaats)
- Gehalte aan actieve stof varieert naargelang plaats en tijdsstip van oogst
- Naast werkzame stof ook giftige stoffen aanwezig
OPLOSSING :
- Drogen
- In alcohol leggen
- Extracten
MAAR nog steeds hele reeks stoffen met verschillende werking en grote verschillen qua dosis van
stoffen in extract → isoleren stoffen
DOEL: Farmacognosie= studie naar kennis van de kenmerken der GM van natuurlijke herkomst
1.2.1 Xenobiotica
Stoffen die vreemd zijn aan ons lichaam.
- Natuurlijk voorkomende chemische stoffen, geproduceerd door planten, dieren, mensen en
micro-organismen
- Synthetische chemische stoffen geproduceerd mensen
Giffen zijn xenobiotixa MAAR niet alle xenobiotoca zijn gifitg.
AD Farmacologie en toxicologie 1
,1.3 Aspecten van farmacologie
1.3.1 Farmacokinetische/ toxicokinetische fase
ADME= Adsorptie Distributie Metabolisme Excretie
Factoren:
- Toedieningswijze
- Tijdsduur en frequentie van toediening
- Dosis van concentratie
- Farmaceutische- en biologische beschikbaarheid
1.4 Ontwikkeling van nieuw geneesmiddel
NCE= Potentieel nieuw GM:
- Zuivere stof
- Chemisch stabiel
- Verwerkt worden in bepaalde toedieningsvorm
- Ontwikkeling tot GM is onafh van wijze waarop stof ontdekt is
1.4.1 Farmacologisch profiel bepalen (niet-klinisch)
- Vaststellen of stof de gewenste werking heeft
- Farmacologische modellen gebruiken met voorspellende waarde voor klinisch effect bij
patiënt → meestal testen op dieren
- Onderzoek naar dosiswerkingsrelatie van NCE en mogelijke neveneffecten stof
1.4.2 Toxicologisch profile bepalen (niet-klinisch)
- Eerste indruk van veiligheid van NCE
- In vitro bepaalde weefsels en cellen in vivo in dieren
- Zowel éénmalige toediening als chronische toediening
- Onderzoek naar: algemene toxiciteit, effecten op vruchtbaarheid en voortplanting
- Noodzakelijk om potentiaal gevaar en veiligheid bepalen: inherent aan een chemische stof
- GM tegen kanker of levensbedreigende ziekte worden (ernstige) neveneffecten aanvaard
AD Farmacologie en toxicologie 2
, 1.4.3 Fase I onderzoek (klinische fase)
- EERST aan jonge, gezonde mensen op vrijwillige basis. Eerst lage dosis erna hogere
1.4.4 Fase II onderzoek (klinisch)
- Kleine, zorgvuldig gekozen groepen patiënten
- Strenge methodologische eisen
1.4.5 Fase III onderzoek (klinisch)
- Optimale dosering uit fase II
- Uitgevoerd bij nog grotere groepen patiënten voor wie GM bestemd is
- Vaak dubbel-blinde opzet → patiënt en dokters weten niet of ze het echt GM of placebo
hebben.
1.4.6 Registratie en introductie
- Elk GM wordt vergund of geregistreerd
- Registratie in Londen EMEA
- Gunstige beoordeling: NCE geregistreerd tot GM → mag op markt in alle landen EU
1.4.7 Fase IV onderzoek (Post-marketing Surveillance)
= Geneesmiddelenbewaking
- Verzamelen gegevens over neveneffecten en interacties
Klinische fasen van ontwikkeling:
Voor- en nadelen afwegen → vaak negatieve beslissing, te toxisch. Toch positieve beslissing, start
klinische fase.
DOEL: - Vatstellen of bij de dieren waargenomen farmacologische werkingen ook bij mens optreden
- Kan stof veilig aan mensen toegediend worden
- Aantonen dat farmacologische effecten leiden tot gewest therapeutisch effect
1.4.8 Naamgeving nieuw geneesmiddel
Chemische naam Nauwkeurige omschrijving van chemische samenstelling van werkzame stof
Soortnaam/ Internationaal aanvaarde officiële naam
stofnaam
Handelsnaam Door producent onder octrooi gebruikte naam
1.4.8.1 Generische middelen
Als octrooi (patent) verlopen is, kunnen andere fabrikanten deze GM ook op markt brengen?
→ Generiek middel (stofnaam + bedrijfsnaam) of branded ge erics (andere handelsnaam)
1.4.8.2 Analoge stoffen
Bootsen chemische bouw van succesvol GM na, bevatten de noodzakelijke FG. Biologische
onbelangrijke structuren veranderen wel.
2 Expositie, toedieningswijzen en absorptie
ADME
Absorptie= farmacon/ toxicon van plaats van toediening naar bloed
Distributie= farmacon/ toxicon van bloed naar plaats van werking
Metabolisme= biotransformatie van het farmcon/toxicon
excretie= verwijderen van het farmacon/ toxicon uit het lichaam
AD Farmacologie en toxicologie 3
Farmacologie wetenschap die de interactie tussen farmacon en mens bestudeert
Farmacon actief bestanddeel van GM
Geneesmiddel farmacon in galenische vorm
Toxicologie studie van werking van giftige stoffen op biologische systemen
studie van wisselwerking tussen chemische stoffen en levende organismen
Toxicon Giftig bestanddeel
Farmacokinetiek= interactie van het biologisch systeem op het
actief centrum
Farmacodynamiek= interactie van het actief centrum op het
biologisch effect
1.1 Geschiedenis
- Schijnbare niet-toxische stof kan toxisch zijn bij een hoge dosis
Water kan giftig zijn → nier kan 8 tot 10L aan
- Zeet toxische stoffen kunne levensreddend zijn bij een geschikte dosis
1.2 Herkomst
1. Planten
2. Dieren
3. Mineralen
4. Schimmels, bacteriën
5. Synthese
Probleem bij geneeskrachtige producten uit platen/dieren:
- Niet steeds beschikbaar (afh van seizoen, plaats)
- Gehalte aan actieve stof varieert naargelang plaats en tijdsstip van oogst
- Naast werkzame stof ook giftige stoffen aanwezig
OPLOSSING :
- Drogen
- In alcohol leggen
- Extracten
MAAR nog steeds hele reeks stoffen met verschillende werking en grote verschillen qua dosis van
stoffen in extract → isoleren stoffen
DOEL: Farmacognosie= studie naar kennis van de kenmerken der GM van natuurlijke herkomst
1.2.1 Xenobiotica
Stoffen die vreemd zijn aan ons lichaam.
- Natuurlijk voorkomende chemische stoffen, geproduceerd door planten, dieren, mensen en
micro-organismen
- Synthetische chemische stoffen geproduceerd mensen
Giffen zijn xenobiotixa MAAR niet alle xenobiotoca zijn gifitg.
AD Farmacologie en toxicologie 1
,1.3 Aspecten van farmacologie
1.3.1 Farmacokinetische/ toxicokinetische fase
ADME= Adsorptie Distributie Metabolisme Excretie
Factoren:
- Toedieningswijze
- Tijdsduur en frequentie van toediening
- Dosis van concentratie
- Farmaceutische- en biologische beschikbaarheid
1.4 Ontwikkeling van nieuw geneesmiddel
NCE= Potentieel nieuw GM:
- Zuivere stof
- Chemisch stabiel
- Verwerkt worden in bepaalde toedieningsvorm
- Ontwikkeling tot GM is onafh van wijze waarop stof ontdekt is
1.4.1 Farmacologisch profiel bepalen (niet-klinisch)
- Vaststellen of stof de gewenste werking heeft
- Farmacologische modellen gebruiken met voorspellende waarde voor klinisch effect bij
patiënt → meestal testen op dieren
- Onderzoek naar dosiswerkingsrelatie van NCE en mogelijke neveneffecten stof
1.4.2 Toxicologisch profile bepalen (niet-klinisch)
- Eerste indruk van veiligheid van NCE
- In vitro bepaalde weefsels en cellen in vivo in dieren
- Zowel éénmalige toediening als chronische toediening
- Onderzoek naar: algemene toxiciteit, effecten op vruchtbaarheid en voortplanting
- Noodzakelijk om potentiaal gevaar en veiligheid bepalen: inherent aan een chemische stof
- GM tegen kanker of levensbedreigende ziekte worden (ernstige) neveneffecten aanvaard
AD Farmacologie en toxicologie 2
, 1.4.3 Fase I onderzoek (klinische fase)
- EERST aan jonge, gezonde mensen op vrijwillige basis. Eerst lage dosis erna hogere
1.4.4 Fase II onderzoek (klinisch)
- Kleine, zorgvuldig gekozen groepen patiënten
- Strenge methodologische eisen
1.4.5 Fase III onderzoek (klinisch)
- Optimale dosering uit fase II
- Uitgevoerd bij nog grotere groepen patiënten voor wie GM bestemd is
- Vaak dubbel-blinde opzet → patiënt en dokters weten niet of ze het echt GM of placebo
hebben.
1.4.6 Registratie en introductie
- Elk GM wordt vergund of geregistreerd
- Registratie in Londen EMEA
- Gunstige beoordeling: NCE geregistreerd tot GM → mag op markt in alle landen EU
1.4.7 Fase IV onderzoek (Post-marketing Surveillance)
= Geneesmiddelenbewaking
- Verzamelen gegevens over neveneffecten en interacties
Klinische fasen van ontwikkeling:
Voor- en nadelen afwegen → vaak negatieve beslissing, te toxisch. Toch positieve beslissing, start
klinische fase.
DOEL: - Vatstellen of bij de dieren waargenomen farmacologische werkingen ook bij mens optreden
- Kan stof veilig aan mensen toegediend worden
- Aantonen dat farmacologische effecten leiden tot gewest therapeutisch effect
1.4.8 Naamgeving nieuw geneesmiddel
Chemische naam Nauwkeurige omschrijving van chemische samenstelling van werkzame stof
Soortnaam/ Internationaal aanvaarde officiële naam
stofnaam
Handelsnaam Door producent onder octrooi gebruikte naam
1.4.8.1 Generische middelen
Als octrooi (patent) verlopen is, kunnen andere fabrikanten deze GM ook op markt brengen?
→ Generiek middel (stofnaam + bedrijfsnaam) of branded ge erics (andere handelsnaam)
1.4.8.2 Analoge stoffen
Bootsen chemische bouw van succesvol GM na, bevatten de noodzakelijke FG. Biologische
onbelangrijke structuren veranderen wel.
2 Expositie, toedieningswijzen en absorptie
ADME
Absorptie= farmacon/ toxicon van plaats van toediening naar bloed
Distributie= farmacon/ toxicon van bloed naar plaats van werking
Metabolisme= biotransformatie van het farmcon/toxicon
excretie= verwijderen van het farmacon/ toxicon uit het lichaam
AD Farmacologie en toxicologie 3