ALGEMENE PSYCHOLOGIE
INTRO
Louter meerkeuzevragen (verhoogde cesuur) – 22/35 halen
HOOFDSTUK 1: INLEIDING
1.1 DEFINITIE PSYCHOLOGIE
Psychologie Wetenschappelijke studie van het individuele gedrag en de mentale activiteiten van het
individu
Factoren binnen persoon + onmiddellijke omgeving = centraal
Bestudeert gedrag op niveau van individu
Sociologie Antropologie Biologie
Onderzoekt menselijk gedrag Gedrag van (sub-)culturen en Lichamelijke aspecten van gedrag
binnen ruimer maatschappelijke etnische bevolkingsgroepen =
context centraal
Overlapping studiedomeinen binnen psychologie ontstaan met andere menswetenschappen
Sociale psychologie Crossculture psychologie Biologische psychologie
Ontstaan uit kruisbestuiving van Ligt op snijpunt van psychologie Breed studiegebied dat inzichten
psychologie met sociologie en antropologie v/d psychologie en biologie
samenbrengt
BEGINJAREN PSYCHOLOGIE
Onenigheid soort gedragen als voorwerp van studie:
1. Innerlijke van mens blootleggen = Psycho-logie / ziel-kunde
2. Uiterlijk waarneembare aspecten = uitwendig gedrag observeren
TEGENSTELLINGEN MANIEREN WAAROP WETENSCHAP UITVOEREN
1. Geesteswetenschappen: geschiedenis, literatuur- en cultuurstudie
Belangrijk begrijpen hoe denken, voelen en handelen van mensen in elkaar zit
2. Natuurwetenschappen: chemie en fysica
Via experimenten en objectieve metingen Eenduidige verklaringen (waarom?)
1.3 GESCHIEDENIS V/D PSYCHOLOGIE
Geboortekaart psychologie: 1879 (Wilhem Wundt richtte in dit jaar psychologisch labo op in Leipzig)
1.3.1 VERRE VOORGESCHIEDENIS
Primitieve mens ontwikkeling zelfbewustzijn, daarna vragen gaan stellen bij reactiewijzen van soortgenoten
Gevolg: inzichten gegroeid, mythen/spreekwoorden generatie op generatie doorgegeven
1. Opkomst filsofie (5de eeuw Oud Griekenland)
Socrates, Plato, Aristoteles
, o Expliciete manier vragen inlieten
o Systematiek in inzichten
1.3.2 DE MEER DIRECTE VOORGESCHIEDENIS
Ontdekkingsreizen
Uitvinding boekdrukkunst
Herontdekking antieke geschriften
Hernieuwde aandacht antieke cultuur Mens = centraal
o Daarvoor altijd theocentrisme = God centraal
Mensen stellen vragen traditionele opvattingen + meer belang aan eigen waarnemingen/denkvermogens
1. Moderne wetenschappen
Sterrenkunde: Nicolaus Copernicus, Johannes Keppler, Galileo Galilei
Fysica: Isaac Newton
Chemie: Robert Boyle
Biologie: Andreas Vesalius
ONTWIKKELINGEN IN DE FILOSOFIE
Vraag filosoof:
a. Wat is de waarde van onze kennis?
b. Waar komen onze overtuigingen vandaan?
c. Hoe kunnen we tot meer betrouwbare inzichten komen?
Rationalisme – René Descartes Empirisme – John Locke
Logisch denken (de ratio) Zintuigelijke waarneming (de empirie)
Methodische twijfel Bestaande zekerheden Tabula rasa = mensen komen als een onbeschreven
tussen haakjes plaatsen, tot nieuw + universeel blad
kennissysteem komen
Nativisme Kennis is aangeboren (cogito ergo Menselijk bewustzijn Bij geboorte lege ruimte,
sum: ik denk, dus ik ben) later bijgevuld met indrukken via zintuigen
God moet bestaan + uitwendige realiteit Bewustzijn toegankelijk voor observatie
Dualisme: 1. John Stuart Mill (1806)
- Res cogitans = denkend vermogen / geest - Baseren vaststellingen die ook door anderen
- Res extensa = uitgebreidheid / materie gecontroleerd kunnen worden
- Alle beweringen moeten experimenteel getoetst
Materie kan wetenschappelijk onderzocht worden worden
- Lichaam = materie, machine die empirisch
bestuurd kan worden + werkt volgens
wetmatigheden
IMPULSEN VANUIT NATUURWETENSCHAPPEN
Tegenstellingen rationalisme + empirisme:
Hoe komt kennis uiteindelijk tot stand? In hoeverre kan je erop vertrouwen?
o Bv. Hoe nemen we dingen waar?
o Bv. Staat de wereld rechtop of lijkt dat zo?
Onderzoekers gebruiken wetenschappelijk instrumentarium om psycho-problemen
aan te pakken = ontstaan wetenschappelijke psychologie (psychofysica)
1.3.3 DE PSYCHOLOGIE ALS WETENSCHAP VAN HET BEWUSTZIJN (STRUCTURALISME)
, 1. Wundt en het structuralisme
Wilhelm Wundt (1832) = vader wetenschappelijke psychologie
o Bijdrage: synthese maken van wat her en der door anderen al gedacht + voorgesteld
was + uitwerken tot samenhangend beeld
o Hoe moet psychologie eruit zien?
1879: Oprichting labo experimentele psychologie in Leipzig
Introductie experimentele methode
o Uitlokken fenomenen Meer gecontroleerde omstandigheden onderzoeken
o Enkel studie eenvoudige processen Bv. Waarneming
2. Edward Titchener (1867) leerling Wundt
Europese psychologie Amerika
Hoofddoel experimentele psychologie: structuur v/d geest analyseren
Gebruikte methode: introspectie (naar binnen kijken)
o Bv. Proefpersoon wordt geprikt door speld, moest verbaal beschrijven wat er door
de geest ging. Onderzoekers kunnen zo afleiden uit welke deeltjes bestudeerde
bewustzijnsfenomeen opgebouwd was
= EXPERIMENTELE BEWUSTZIJNSPSCYHOLOGIE EUROPA
= STRUCTURALISME IN AMERIKA
FUNCTIONALISME
Bewustzijnspsychologie ≠ interessant in Amerika
Wel interesse in praktische vragen
o Bv. Wijze waarop mensen problemen oplossen
o Bv. Hoe ze zich weten aan te passen aan nieuwe situaties
Gebruik dezelfde methodes (structuralistische bewustzijnspsychologie)
o I.p.v. structuur bewustzijn onderzoeken Werking interessanter (functioneren) + nut
(functie) ervan
o Wijze waarop individuen te werk gaan om gebruikmakend van hun bewustzijnsprocessen
zich aan te passen aan nieuwe situaties
= ONTSTAAN FUNCTIONALISTISCHE BEWUSTZIJNSPSYCHOLOGIE
Term bewustzijn vervangen door mental activities
Dezelfde werkwijze als structuralisten: experimenten + introspectie
o Bv. Proefpersoon probleem voorleggen (zoals rekenvraagstuk), aanpassingsgedrag uitlokken
(het oplossen v/h probleem). Vragen welke wegen + strategieën gebruikt werden tot
oplossing
Introspectiegegevens aanvullen met externe observatie v/h gedrag
o Bv. Puzzels voorschotelen, om te kijken welke fouten er gemaakt werden en hoe hij er in
slaagt een oplossing te vinden
Dierproeven
o Evolutietheorie Charles Darwin On the origin of species (1859) beschrijving alle soorten op
aarde = afstammelingen van elkaar
BEHAVIORISTISCHE REVOLUTIE
Verschuiving rechtstreekse bewustzijnsonderzoek uitwendig waarneembare gedrag
, Rusland nieuwe beweging: reflexologie – Ivan Pavlov ontdekker conditioneringsproces
o Pavlov: speekselafscheiding van hond gekoppeld worden aan willekeurig gekozen prikkel (bv.
belgeluid), wanneer bel keer op keer weerklonk net voor voedsel werd toegediend, ging het
dier na verloop van tijd ook al speeksel afscheiden bij horen v/d bel
o Reflex: automatische koppeling tussen een nieuwe prikkel en bestaande reactie
John Broadus Watson (1878) stichter Amerikaanse behaviorisme
Schreef in 1913 manifest hoe psychologie er moet uitzien
o Iedere verwijzing naar niet-waarneembare mentale activiteiten afwijzen
o Enkel uitwendig waarneembare gedrag bestuderen
Wat mensen doen, uiterlijke waarneembare responsen (R) op actueel inwerkende stimuli (S)
van belang
Pavlov: alle gedragingen herleiden tot reeksen aaneengeschakelde S-R-verbindingen
= UITEINDELIJK HELE AMERIKAANSE PSYCHOLOGIE BEHAVIORISTISCH
1.3.5 NIEUWE KLEMTONEN IN EUROPA
≠ klassieke bewustzijnspsychologie
GESTALTPSYCHOLOGIE
Wat we waarnemen wordt onmiddellijk ervaren als een Gestalt
Gestalt (figuur, vorm of patroon) verwijst naar geheel
o ≠ herleiden tot eenvoudige optelling van delen waaruit het is opgebouwd
o Bv. Chemische verbinding ontstaat ≠ door eenvoudig samenvoegen van aparte moleculen,
maar specifieke interacties die deze met elkaar aangaan
Gestalten in waarneming tot stand wanneer specifieke verhoudingen/interacties aanwezig zijn tussen
samenstellende elementen
Wolfgang Köhler (1887) Kurt Lewin (1890)
Chimpansees Sociale psychologie – Groepsdynamica
- Oplossing van probleem kan plots opduiken - Groep bestaat niet uit losse verzameling
als aha-beleving (ineens vatten van oplossing) individuen
- Mentaal herstructureren van - Vertoont eigen karakteristieken die
probleemsituatie tot nieuw overzichtelijk bepaald worden door interacties tussen
geheel verschillende leden
DIEPTEPSYCHOLOGIE
Sigmund Freud (1856)
Psychoanalyse Gedachten, gevoelens, belevingsinhouden die
- Nieuwe behandelingsmethode voor actief uit bewustzijn verbannen worden
‘neurotische patiënten’
- Verkrampte gedrag waar angsten, taboes of Verdrongen toestand via omwegen invloed
onverwerkte zaken uit verleden aan basis uitoefenen op het latere gedrag
- Uitbreiding tot theorie globaal menselijk - Dromen, versprekingen,
gedrag fantasieproducten
Verklaringen voor gedrag werd gezocht binnen diepere, onbewuste motieven = dieptepsychologie
1.3.6 AMERIKA EN DE HERONTDEKKING VAN HET INNERLIJKE
Reacties tegen excessen van behaviorisme:
INTRO
Louter meerkeuzevragen (verhoogde cesuur) – 22/35 halen
HOOFDSTUK 1: INLEIDING
1.1 DEFINITIE PSYCHOLOGIE
Psychologie Wetenschappelijke studie van het individuele gedrag en de mentale activiteiten van het
individu
Factoren binnen persoon + onmiddellijke omgeving = centraal
Bestudeert gedrag op niveau van individu
Sociologie Antropologie Biologie
Onderzoekt menselijk gedrag Gedrag van (sub-)culturen en Lichamelijke aspecten van gedrag
binnen ruimer maatschappelijke etnische bevolkingsgroepen =
context centraal
Overlapping studiedomeinen binnen psychologie ontstaan met andere menswetenschappen
Sociale psychologie Crossculture psychologie Biologische psychologie
Ontstaan uit kruisbestuiving van Ligt op snijpunt van psychologie Breed studiegebied dat inzichten
psychologie met sociologie en antropologie v/d psychologie en biologie
samenbrengt
BEGINJAREN PSYCHOLOGIE
Onenigheid soort gedragen als voorwerp van studie:
1. Innerlijke van mens blootleggen = Psycho-logie / ziel-kunde
2. Uiterlijk waarneembare aspecten = uitwendig gedrag observeren
TEGENSTELLINGEN MANIEREN WAAROP WETENSCHAP UITVOEREN
1. Geesteswetenschappen: geschiedenis, literatuur- en cultuurstudie
Belangrijk begrijpen hoe denken, voelen en handelen van mensen in elkaar zit
2. Natuurwetenschappen: chemie en fysica
Via experimenten en objectieve metingen Eenduidige verklaringen (waarom?)
1.3 GESCHIEDENIS V/D PSYCHOLOGIE
Geboortekaart psychologie: 1879 (Wilhem Wundt richtte in dit jaar psychologisch labo op in Leipzig)
1.3.1 VERRE VOORGESCHIEDENIS
Primitieve mens ontwikkeling zelfbewustzijn, daarna vragen gaan stellen bij reactiewijzen van soortgenoten
Gevolg: inzichten gegroeid, mythen/spreekwoorden generatie op generatie doorgegeven
1. Opkomst filsofie (5de eeuw Oud Griekenland)
Socrates, Plato, Aristoteles
, o Expliciete manier vragen inlieten
o Systematiek in inzichten
1.3.2 DE MEER DIRECTE VOORGESCHIEDENIS
Ontdekkingsreizen
Uitvinding boekdrukkunst
Herontdekking antieke geschriften
Hernieuwde aandacht antieke cultuur Mens = centraal
o Daarvoor altijd theocentrisme = God centraal
Mensen stellen vragen traditionele opvattingen + meer belang aan eigen waarnemingen/denkvermogens
1. Moderne wetenschappen
Sterrenkunde: Nicolaus Copernicus, Johannes Keppler, Galileo Galilei
Fysica: Isaac Newton
Chemie: Robert Boyle
Biologie: Andreas Vesalius
ONTWIKKELINGEN IN DE FILOSOFIE
Vraag filosoof:
a. Wat is de waarde van onze kennis?
b. Waar komen onze overtuigingen vandaan?
c. Hoe kunnen we tot meer betrouwbare inzichten komen?
Rationalisme – René Descartes Empirisme – John Locke
Logisch denken (de ratio) Zintuigelijke waarneming (de empirie)
Methodische twijfel Bestaande zekerheden Tabula rasa = mensen komen als een onbeschreven
tussen haakjes plaatsen, tot nieuw + universeel blad
kennissysteem komen
Nativisme Kennis is aangeboren (cogito ergo Menselijk bewustzijn Bij geboorte lege ruimte,
sum: ik denk, dus ik ben) later bijgevuld met indrukken via zintuigen
God moet bestaan + uitwendige realiteit Bewustzijn toegankelijk voor observatie
Dualisme: 1. John Stuart Mill (1806)
- Res cogitans = denkend vermogen / geest - Baseren vaststellingen die ook door anderen
- Res extensa = uitgebreidheid / materie gecontroleerd kunnen worden
- Alle beweringen moeten experimenteel getoetst
Materie kan wetenschappelijk onderzocht worden worden
- Lichaam = materie, machine die empirisch
bestuurd kan worden + werkt volgens
wetmatigheden
IMPULSEN VANUIT NATUURWETENSCHAPPEN
Tegenstellingen rationalisme + empirisme:
Hoe komt kennis uiteindelijk tot stand? In hoeverre kan je erop vertrouwen?
o Bv. Hoe nemen we dingen waar?
o Bv. Staat de wereld rechtop of lijkt dat zo?
Onderzoekers gebruiken wetenschappelijk instrumentarium om psycho-problemen
aan te pakken = ontstaan wetenschappelijke psychologie (psychofysica)
1.3.3 DE PSYCHOLOGIE ALS WETENSCHAP VAN HET BEWUSTZIJN (STRUCTURALISME)
, 1. Wundt en het structuralisme
Wilhelm Wundt (1832) = vader wetenschappelijke psychologie
o Bijdrage: synthese maken van wat her en der door anderen al gedacht + voorgesteld
was + uitwerken tot samenhangend beeld
o Hoe moet psychologie eruit zien?
1879: Oprichting labo experimentele psychologie in Leipzig
Introductie experimentele methode
o Uitlokken fenomenen Meer gecontroleerde omstandigheden onderzoeken
o Enkel studie eenvoudige processen Bv. Waarneming
2. Edward Titchener (1867) leerling Wundt
Europese psychologie Amerika
Hoofddoel experimentele psychologie: structuur v/d geest analyseren
Gebruikte methode: introspectie (naar binnen kijken)
o Bv. Proefpersoon wordt geprikt door speld, moest verbaal beschrijven wat er door
de geest ging. Onderzoekers kunnen zo afleiden uit welke deeltjes bestudeerde
bewustzijnsfenomeen opgebouwd was
= EXPERIMENTELE BEWUSTZIJNSPSCYHOLOGIE EUROPA
= STRUCTURALISME IN AMERIKA
FUNCTIONALISME
Bewustzijnspsychologie ≠ interessant in Amerika
Wel interesse in praktische vragen
o Bv. Wijze waarop mensen problemen oplossen
o Bv. Hoe ze zich weten aan te passen aan nieuwe situaties
Gebruik dezelfde methodes (structuralistische bewustzijnspsychologie)
o I.p.v. structuur bewustzijn onderzoeken Werking interessanter (functioneren) + nut
(functie) ervan
o Wijze waarop individuen te werk gaan om gebruikmakend van hun bewustzijnsprocessen
zich aan te passen aan nieuwe situaties
= ONTSTAAN FUNCTIONALISTISCHE BEWUSTZIJNSPSYCHOLOGIE
Term bewustzijn vervangen door mental activities
Dezelfde werkwijze als structuralisten: experimenten + introspectie
o Bv. Proefpersoon probleem voorleggen (zoals rekenvraagstuk), aanpassingsgedrag uitlokken
(het oplossen v/h probleem). Vragen welke wegen + strategieën gebruikt werden tot
oplossing
Introspectiegegevens aanvullen met externe observatie v/h gedrag
o Bv. Puzzels voorschotelen, om te kijken welke fouten er gemaakt werden en hoe hij er in
slaagt een oplossing te vinden
Dierproeven
o Evolutietheorie Charles Darwin On the origin of species (1859) beschrijving alle soorten op
aarde = afstammelingen van elkaar
BEHAVIORISTISCHE REVOLUTIE
Verschuiving rechtstreekse bewustzijnsonderzoek uitwendig waarneembare gedrag
, Rusland nieuwe beweging: reflexologie – Ivan Pavlov ontdekker conditioneringsproces
o Pavlov: speekselafscheiding van hond gekoppeld worden aan willekeurig gekozen prikkel (bv.
belgeluid), wanneer bel keer op keer weerklonk net voor voedsel werd toegediend, ging het
dier na verloop van tijd ook al speeksel afscheiden bij horen v/d bel
o Reflex: automatische koppeling tussen een nieuwe prikkel en bestaande reactie
John Broadus Watson (1878) stichter Amerikaanse behaviorisme
Schreef in 1913 manifest hoe psychologie er moet uitzien
o Iedere verwijzing naar niet-waarneembare mentale activiteiten afwijzen
o Enkel uitwendig waarneembare gedrag bestuderen
Wat mensen doen, uiterlijke waarneembare responsen (R) op actueel inwerkende stimuli (S)
van belang
Pavlov: alle gedragingen herleiden tot reeksen aaneengeschakelde S-R-verbindingen
= UITEINDELIJK HELE AMERIKAANSE PSYCHOLOGIE BEHAVIORISTISCH
1.3.5 NIEUWE KLEMTONEN IN EUROPA
≠ klassieke bewustzijnspsychologie
GESTALTPSYCHOLOGIE
Wat we waarnemen wordt onmiddellijk ervaren als een Gestalt
Gestalt (figuur, vorm of patroon) verwijst naar geheel
o ≠ herleiden tot eenvoudige optelling van delen waaruit het is opgebouwd
o Bv. Chemische verbinding ontstaat ≠ door eenvoudig samenvoegen van aparte moleculen,
maar specifieke interacties die deze met elkaar aangaan
Gestalten in waarneming tot stand wanneer specifieke verhoudingen/interacties aanwezig zijn tussen
samenstellende elementen
Wolfgang Köhler (1887) Kurt Lewin (1890)
Chimpansees Sociale psychologie – Groepsdynamica
- Oplossing van probleem kan plots opduiken - Groep bestaat niet uit losse verzameling
als aha-beleving (ineens vatten van oplossing) individuen
- Mentaal herstructureren van - Vertoont eigen karakteristieken die
probleemsituatie tot nieuw overzichtelijk bepaald worden door interacties tussen
geheel verschillende leden
DIEPTEPSYCHOLOGIE
Sigmund Freud (1856)
Psychoanalyse Gedachten, gevoelens, belevingsinhouden die
- Nieuwe behandelingsmethode voor actief uit bewustzijn verbannen worden
‘neurotische patiënten’
- Verkrampte gedrag waar angsten, taboes of Verdrongen toestand via omwegen invloed
onverwerkte zaken uit verleden aan basis uitoefenen op het latere gedrag
- Uitbreiding tot theorie globaal menselijk - Dromen, versprekingen,
gedrag fantasieproducten
Verklaringen voor gedrag werd gezocht binnen diepere, onbewuste motieven = dieptepsychologie
1.3.6 AMERIKA EN DE HERONTDEKKING VAN HET INNERLIJKE
Reacties tegen excessen van behaviorisme: