Week 1.......................................................................................................... 3
Hoofdstuk 1.................................................................................................................... 3
Waarom psychologische testen belangrijk zijn............................................................3
Observeerbaar gedrag en niet-observeerbare psychologische eigenschappen...........3
Psychologische tests: definitie en typen......................................................................3
Wat is psychometrie?.................................................................................................. 4
Uitdagingen bij psychologische metingen...................................................................5
Het belang van individuele verschillen........................................................................5
Psychometrie gaat veel verder dan alleen ‘differentiële psychologie’.........................5
Hoofdstuk 3.................................................................................................................... 5
De aard van variabiliteit..............................................................................................5
Het belang van individuele verschillen........................................................................6
Variabiliteit en scoreverdelingen.................................................................................6
Associatie en consistentie tussen verdelingen............................................................8
Variantie en covariantie bij samengestelde variabelen.............................................10
Binaire items............................................................................................................. 11
Interpretatie van testscores......................................................................................11
Testnormen (test norms)........................................................................................... 13
Week 2........................................................................................................ 14
Hoofdstuk 4.................................................................................................................. 14
Testdimensionaliteit................................................................................................... 15
Factoranalyse: onderzoek naar de dimensionaliteit van een test..............................18
Week 3........................................................................................................ 23
Hoofdstuk 5.................................................................................................................. 23
Overzicht van betrouwbaarheid en Classical Test Theory..........................................23
Geobserveerde scores, ware scores en metingsfouten..............................................24
Varianties in geobserveerde scores, ware scores en foutscores................................24
Vier manieren om betrouwbaarheid te begrijpen......................................................25
Betrouwbaarheid en de standaardmeetfout..............................................................27
Van theorie naar praktijk: meetmodellen en betrouwbaarheidsschattingen..............28
Domain sampling theory (domeinsteekproeftheorie)................................................31
Hoofdstuk 6.................................................................................................................. 32
Betrouwbaarheid schatten via alternatieve testversies.............................................32
Test-hertestmethode................................................................................................. 32
Interne consistentie................................................................................................... 33
Week 4........................................................................................................ 39
Hoofdstuk 6 verder....................................................................................................... 39
Steekproefheterogeniteit en betrouwbaarheidsgeneralisatie....................................39
Betrouwbaarheid van verschil-scores........................................................................39
Hoofdstuk 7.................................................................................................................. 41
Toepassing in de praktijk: beoordeling van iemands testscores................................41
Gedragsonderzoek.................................................................................................... 42
Testconstructie en verbetering..................................................................................43
Week 5........................................................................................................ 44
Hoofdstuk 8.................................................................................................................. 44
Wat is validiteit?........................................................................................................ 44
Het belang van validiteit........................................................................................... 45
Validiteitsevidentie: testinhoud (content validity).....................................................46
, Validiteitsevidentie: interne structuur van de test.....................................................48
Validiteitsevidentie: responsprocessen......................................................................49
Validiteitsevidentie: associaties met andere variabelen............................................50
Validiteitsevidentie: gevolgen van testgebruik..........................................................52
Andere perspectieven op validiteit............................................................................54
Betrouwbaarheid vs. validiteit...................................................................................55
Hoofdstuk 9.................................................................................................................. 55
Nomologisch netwerk van een construct...................................................................55
Week 6........................................................................................................ 56
Hoofdstuk 9.................................................................................................................. 56
Methoden om convergente en discriminante validiteit te beoordelen.......................56
Factoren die de validiteitscoëfficiënt beïnvloeden.....................................................59
Het interpreteren van een validiteitscoëfficiënt.........................................................63
Week 7........................................................................................................ 67
Hoofdstuk 10................................................................................................................ 67
Soorten respons biases............................................................................................. 67
Methoden om met response biases om te gaan........................................................71
Responsbias, responssets en responsstijlen..............................................................74
Hoofdstuk 11................................................................................................................ 74
Waarom zorgen maken over testscorebias?..............................................................74
Het detecteren van constructbias: interne evaluatie van een test............................75
Detectie van predictieve bias: externe evaluatie van een test..................................79
Testeerlijkheid........................................................................................................... 81
,Week 1
Hoofdstuk 1
Waarom psychologische testen belangrijk zijn
Psychologische metingen kunnen grote invloed hebben op je leven.
Daarom is het belangrijk dat je de basisprincipes ervan begrijpt. Als je een
beroep doet waarin psychologische testen een rol spelen, neem je
beslissingen op basis van testresultaten over eigenschappen zoals
intelligentie, persoonlijkheid of psychische gezondheid. Dan is het je
verantwoordelijkheid om testresultaten juist te interpreteren, want fouten
kunnen schadelijk zijn voor anderen en zelfs juridische gevolgen hebben.
Ook voor onderzoekers in gedragswetenschappen is betrouwbare meting
essentieel. Zonder goede metingen kunnen verschillen tussen mensen,
groepen of omstandigheden niet wetenschappelijk worden vastgesteld.
Omdat testen steeds vaker invloed hebben op belangrijke beslissingen in
het leven en in de samenleving, is het belangrijk dat je weet hoe je de
kwaliteit van een psychologische test kunt beoordelen.
Observeerbaar gedrag en niet-observeerbare psychologische
eigenschappen
Net zoals mensen instrumenten gebruiken om zichtbare eigenschappen
(zoals lengte) te meten, gebruiken psychologen en opvoeders testen om
gedrag te meten. Soms meten ze gedrag puur om dat gedrag zelf te
bestuderen, maar veel vaker meten psychologen gedrag om niet-zichtbare
psychologische eigenschappen te beoordelen (intelligentie, depressie,
kennis, extraversie). Ze zoeken observeerbaar gedrag dat een aanwijzing
vormt voor een onderliggende psychologische eigenschap. Belangrijk
hierbij is:
Inferentie: er wordt een gevolgtrekking gemaakt van zichtbaar
gedrag naar een onzichtbare eigenschap. De mate waarin deze
interpretatie klopt, heet validiteit.
Theoretische koppeling: het gedrag dat wordt gemeten moet
theoretisch logisch verbonden zijn aan de psychologische
eigenschap. Zo is het logisch om werkgeheugen te meten met een
geheugenopdracht, maar niet met een hardloopwedstrijd.
Hypothetische constructen: eigenschappen zoals werkgeheugen zijn
theoretische concepten (latente variabelen) die niet direct
observeerbaar zijn. De meetprocedures hiervoor worden
operationele definities genoemd.
Psychologische tests: definitie en typen
Wat is een psychologische test?
Volgens Cronbach (1960) is een psychologische test een systematische
procedure om het gedrag van 2 of meer mensen te vergelijken. Deze
definitie bevat 2 belangrijke onderdelen:
1. Een test verzamelt gedragsvoorbeelden
, 2. Dit gebeurt op een systematische en gestandaardiseerde manier
3. Het doel is verschillen tussen mensen vast te stellen (of binnen
dezelfde persoon over tijd of in verschillende situaties)
Een aantrekkelijk aspect van deze definitie is dat ze breed toepasbaar is.
Tests kunnen verschillende soorten informatie opleveren:
Numerieke data: bijvoorbeeld een score die de hoeveelheid kennis of
vaardigheid weerspiegelt
Categorische data: bijvoorbeeld kinderen in groepen delen op basis
van geslacht
Een ander essentieel punt is het doel van psychologische metingen: ze
moeten verschillen tussen mensen (interindividuele verschillen) of
veranderingen binnen dezelfde persoon (intra-individuele verschillen)
kunnen vastleggen.
Typen psychologische tests
Er bestaan heel veel psychologische tests, die op allerlei manieren van
elkaar verschillen:
Inhoud: bijvoorbeeld tests voor intelligentie, persoonlijkheid,
attitudes of vaardigheden
Type antwoord: sommige tests vragen om open antwoorden, andere
tests weer gesloten antwoorden
Afname: individueel of in groepen
Gebruik:
o Criterion-referenced tests: beoordelen prestaties tegen een
vooraf vastgesteld criterium (bijv. rijexamen)
o Norm-referenced tests: vergelijken iemands score met die van
een normgroep (bijv. SAT-toelatingstesten)
Tijdslimiet:
o Speeded tests: sterk getimede testen waarbij je niet alles
hoeft af te maken
o Power tests: niet getimede tests en meten verschillen op basis
van moeilijkheidsgraad
Verder maakt men onderscheid tussen:
Reflectieve/effectindicatoren: de testscore wordt gezien als een
gevolg van een onderliggende eigenschap
Formatieve/oorzakelijke indicatoren: de indicatoren vormen samen
het construct
Wat is psychometrie?
Psychometrie
Psychometrie is de wetenschap die zich bezighoudt met het beoordelen
van de kwaliteit van psychologische tests. 3 belangrijke aandachtspunten:
1. Het type informatie dat tests opleveren
2. De betrouwbaarheid van de testgegevens
3. De validiteit van de testgegevens